Burgeroorlog, economische crisis, politieke instabiliteit en de pandemie hebben de bevolking van het Midden-Oosten geteisterd. Velen zien geen toekomstperspectief meer en honderdduizenden zijn naar het buitenland gevlucht of leiden een miserabel leven als binnenlandse ontheemden. De regio blijft een prioriteit voor Kerk in Nood. Het primaire doel van onze hulp is om de Christenen er hoop te geven en hen te steunen om in hun thuisland te blijven, de bakermat van het christendom.

Veel Christenen in het Midden-Oosten lijden nog steeds onder de gevolgen van oorlog en IS-terreur. Ook de economische en politieke situatie boezemt de mensen angst in, zodat velen een betere toekomst in het buitenland blijven overwegen. Regelmatig ontvangen we berichten over aanslagen, intimidatie door milities en verhalen over de misère die het gevolg is van een mengeling van sancties, verwoesting en corruptie.






Een documentaire over de jarenlange genocide op Christenen in Irak en hun dilemma: blijven in wat eens de bakermat van het Christendom was... of vertrekken. Vanwege internationale filmrechten is deze film van CRTN, onderdeel van Kerk in Nood, alleen met een wachtwoord te zien. Meld u aan en krijg gratis toegang.
Een lichtpuntje voor de christenen in het Midden-Oosten was de reis van de paus naar Irak in maart 2021. Het bezoek bemoedigde de gelovigen en bood hen nieuw zelfvertrouwen - niet alleen in Irak zelf, maar in het hele Midden-Oosten. Christenen nieuwe hoop geven is ook ons doel in de regio. Zo konden we in 2021 voor meer dan 10,8 miljoen euro projecthulp verlenen in de prioritaire landen Syrië en Libanon. Dit omvatte noodhulp voor voedsel en medicijnen, steun voor senioren en studenten, materiële hulp voor zusters, Misintenties voor priesters en fondsen voor de wederopbouw van pastorale structuren, alsmede noodhulp voor kerkelijke scholen en ziekenhuizen.




Terugkeer van christenen naar Niniveh hangt niet alleen af van herbouwde huizen en kerken. Voor veel families ontbreekt vooral het vertrouwen om naar de Vlakte van Ninive terug te keren.
Patriarch Paul III Nona ziet dat gebrek aan hoop als een grote bedreiging voor de christelijke gemeenschap. Veel christenen verlieten Irak definitief. Anderen kozen ervoor in stabielere delen van het land te blijven.
Volgens Nona vormt de beperkte terugkeer van christenen naar Niniveh de grootste uitdaging. De materiële wederopbouw is inmiddels grotendeels voltooid. Het herstel van de christelijke bevolking blijft echter achter.
Terugkeer hangt volgens de patriarch sterk af van politieke stabiliteit. Ook moeten christenen erop kunnen vertrouwen dat het verleden zich niet herhaalt. Daarnaast zijn werk, basisvoorzieningen en bescherming tegen discriminatie noodzakelijk.
Ook rivaliteit tussen verschillende groepen maakt de toekomst onzeker. De patriarch waarschuwt voor politieke en sociale machtsstrijd rond de Vlakte. Christenen verlangen volgens hem vooral naar vrede, rust en een stabiel bestaan.
Voor Nona is het gebrek aan hoop onder jongeren een bijzonder ernstig probleem. Veel jongeren zien weinig perspectief in hun eigen land. Daardoor voelen zij minder motivatie om aan hun toekomst te bouwen.
Werkloosheid speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien vinden jongeren niet altijd een duidelijke plaats binnen de Iraakse samenleving.
Voor jonge christenen komt daar de verleiding van emigratie bij. Veel jongeren stellen daarom een huwelijk of het stichten van een gezin uit. Anderen willen onder de huidige omstandigheden geen gezin beginnen.
Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de Iraakse samenleving. Jongeren nemen minder deel aan het openbare leven. Volgens Nona verzwakt dat uiteindelijk de toekomst van het hele land.
De veiligheidssituatie in Irak is volgens de patriarch momenteel over het algemeen goed. Toch blijft de regionale situatie onzeker.
Vooral de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran hebben gevolgen voor Irak. De bevolking merkt die spanningen volgens Nona steeds sterker in de economie en het dagelijks leven.
De patriarch hoopt daarom op een sterke overheid met betrouwbare instellingen. Ook moet de regering corruptie krachtig bestrijden. Nona beschouwt corruptie als een van de ernstigste bedreigingen voor het land.
Ook de bescherming van mensenrechten blijft kwetsbaar. Volgens Nona bestaat geen officieel beleid van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen.
Toch komen misstanden voor binnen instellingen en persoonlijke verhoudingen. Ook bestaan er problemen rond eigendommen. Corruptie, economische macht en politieke invloed beperken bovendien de bescherming van individuele rechten.
De herinnering aan 6 en 7 augustus 2014 blijft voor Nona scherp. Toen verdreef Islamitische Staat tienduizenden christenen uit de Vlakte van Ninive.
Families vluchtten per auto of te voet. Angst en onzekerheid waren overal voelbaar. Vooral het leed van kinderen maakte diepe indruk op de latere patriarch.
Nona was toen Chaldeeuws aartsbisschop van Mosul. Hij belde gezinnen en waarschuwde priesters voor de naderende dreiging. Ook bezocht hij dorpen om bewoners tot een snelle evacuatie aan te sporen.
De instellingen van het land functioneerden nauwelijks. Daardoor moesten kerkelijke leiders zelf snel beslissingen nemen om mensen in veiligheid te brengen.
Twaalf jaar later is de directe angst in christelijke gebieden veel kleiner. Islamitische Staat beheerst er geen grondgebied meer.
Toch blijven er grote problemen bestaan. Veel christenen verlieten hun oorspronkelijke woonplaats of emigreerden naar het buitenland. Daardoor veranderde de bevolkingssamenstelling van verschillende christelijke gebieden ingrijpend.
Ook ontbreken op sommige plaatsen nog essentiële voorzieningen. Bovendien bestaat de vrees dat nieuwe regionale conflicten Irak opnieuw kunnen meesleuren.
Volgens Nona gaat godsdienstvrijheid daarnaast verder dan vrij kunnen bidden in een kerk. Christenen moeten ook vrij aan het maatschappelijke leven kunnen deelnemen. Daarbij bestaan volgens hem nog sociale en institutionele obstakels.
De terugkeer van christenen naar Nineveh staat ook centraal tijdens een belangrijke kerkelijke bijeenkomst. Op 28 augustus komen de Iraakse katholieke bisschoppen bijeen in Ankawa, nabij Erbil.
Erbil is de hoofdstad van de autonome regio Iraaks Koerdistan. De bisschoppen kwamen sinds 2021 niet meer als voltallige vergadering bijeen.
Zij bespreken onder meer de aanwezigheid van christenen in Irak. Ook spreken zij over bescherming van christelijke gemeenschappen en hun historische woongebieden.
Daarnaast staan verschillende kerkelijke onderwerpen op de agenda. Daarbij horen catechese, kerkelijke rechtbanken en samenwerking binnen Caritas.
Nona wil bovendien de samenwerking tussen de verschillende katholieke Kerken versterken. Volgens hem is die samenwerking essentieel voor het pastorale werk en de synodale weg.
Kerk in Nood ondersteunt de christelijke gemeenschap in Irak al vele jaren. Na de verdrijving van IS hielp de organisatie onder meer bij de wederopbouw.
Ook steunt Kerk in Nood onderwijs, kerkelijke gebouwen en pastorale projecten. De terugkeer van christenen naar Nineveh blijft daarbij een belangrijke doelstelling.
Voor patriarch Nona ligt juist daar de grote uitdaging. Gebouwen kunnen worden herbouwd, maar een gemeenschap heeft ook vertrouwen nodig. Zonder veiligheid en toekomstperspectief blijft een werkelijk herstel van de Vlakte van Ninive onzeker.
Lees meer over christenen in Irak
bron voor dit artikel: Interview met patriarch Paul III Nona bij Vatican News
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Christenen vluchten uit Zuid-Libanon nu het conflict huizen, wegen en gemeenschappen beschadigt. Volgens pater Youssef Semaan bedreigt de oorlog ook decennia van vreedzaam samenleven tussen christenen en moslims. In een interview met Kerk in Nood (Aid to the Chruch in Need) beschrijft hij hoe het leven van lokale gemeenschappen ingrijpend verandert. Ook tast de oorlog vertrouwensbanden aan die gemeenschappen generaties lang hebben opgebouwd.
Christenen vluchten uit Zuid-Libanon, terwijl pater Youssef Semaan als maronitische pastoor verbonden blijft aan Kfour. Daar leefden christenen en moslims decennialang zij aan zij. De recente toename van geweld veroorzaakt echter angst, gedwongen ontheemding en onzekerheid onder de bevolking. Bovendien is het levensverloop van de priester zelf sterk getekend door het conflict.
Zijn vader, Khalil Semaan, was eveneens maronitisch priester. De Maronitisch-Katholieke Kerk kan ook getrouwde mannen tot priester wijden. Op 2 december 1987 werd Khalil tijdens de Libanese burgeroorlog in Kfour ontvoerd. Hij was toen onderweg om de Mis te vieren. Na jaren in gevangenschap stierf hij uiteindelijk ver van zijn familie. In 1991 ontving de familie het stoffelijk overschot van Khalil Semaan.
In die periode waren verschillende gewapende groeperingen actief in Zuid-Libanon. Zij zaaiden veel geweld in de regio. Toch bracht de tragedie Youssef niet van zijn priesterroeping af. Integendeel, hij besloot in de voetsporen van zijn vader te treden. Zo stelde hij zijn leven in dienst van de gemeenschap. Met die keuze wilde hij tonen dat geloof en vergeving zelfs midden in het leed kunnen standhouden.
"Jaren geleden besloot ik terug te keren naar het dorp om te getuigen dat vergeving mogelijk is. Maar de oorlog ondermijnt langzaam het vertrouwen. Het samenleven wordt steeds moeilijker."
Pater Youssef Semaan
De christelijke gemeenschap van Kfour ligt te midden van een sjiitische meerderheid. De gemeenschap is de afgelopen maanden drastisch gekrompen. Op 2 maart 2026 escaleerde het conflict na raketaanvallen door Hezbollah op het noorden van Israël. Israël reageerde met bombardementen, waarna veel inwoners de regio verlieten.
Vóór de escalatie woonden ongeveer 120 christenen in het dorp. Vandaag zijn er nog maar ongeveer tien over. De overige gezinnen zochten hun toevlucht in Beiroet en Sidon. Daarbij lieten zij hun huizen, bezittingen en landbouwgrond achter.
„Sommigen hadden niet de middelen om te vertrekken. Anderen konden hun dieren niet achterlaten. Een van onze parochianen zorgt nog steeds voor zo’n 40 koeien”, vertelde de priester aan Kerk in Nood.
Om veiligheidsredenen moest pater Youssef Kfour eveneens verlaten. Toch keerde hij al twee keer naar het dorp terug. Daarnaast onderhoudt hij dagelijks via sms contact met de gezinnen die in de regio achterbleven.
De oorlog trof ook rechtstreeks de gebouwen van de gemeenschap. Hoewel de meeste huizen nog overeind staan, hebben veel woningen aanzienlijke schade. Ook zijn verschillende delen van het dorp gebombardeerd. De woning van de priester raakte tijdens de aanvallen eveneens beschadigd. In de nacht van 3 op 4 juni verwoestten nieuwe bombardementen drie andere huizen van parochiegezinnen.
Daardoor blijven christenen vluchten uit Zuid-Libanon, terwijl de onzekerheid over een mogelijke terugkeer groeit.
„Elke week is gevaarlijker dan de vorige. De situatie is ondraaglijk geworden”, zegt pater Youssef.
De intensiteit van de Israëlische militaire operaties in de regio Nabatieh is onlangs toegenomen. Na enkele dagen van geweld laaiden de gevechten bij het fort van Beaufort opnieuw op. Daardoor steeg de spanning in omliggende dorpen en sloegen opnieuw mensen op de vlucht.
Voor gezinnen leidt deze situatie tot pijnlijke keuzes.
„Blijven en ons leven op het spel zetten, of het land verlaten. Zonder enige garantie dat we ooit onze huizen of bezittingen terugkrijgen”, legde de priester uit aan Kerk in Nood.
Ondanks de moeilijkheden blijft pater Youssef hoop koesteren.
“We hebben nog steeds hoop. Maar hoop alleen is niet genoeg. Ze moet steunen op solide fundamenten die ons in staat stellen om weer op te bouwen. En hier verder te leven. We zijn tenslotte mensen.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Paus Leo XIV heeft ruim 700 jonge christenen in Irak bemoedigd. Velen van hen overleefden de bezetting door jihadisten van Islamitische Staat.
In een videoboodschap riep de paus hen op om “licht van de wereld” te zijn. De boodschap klonk tijdens de Ankawa Youth Meeting op woensdag 8 juli. “Jullie moeten het licht van Christus zijn te midden van de duisternis”, zei paus Leo. “Die duisternis kan soms overweldigend lijken.”
De paus spoorde de jonge gelovigen aan om te volharden in hun geloof. Ook vroeg hij hen vredestichters te worden. Dat is bijzonder belangrijk in een regio die nog altijd kampt met conflicten en instabiliteit. “Jullie kunnen misschien niet bepalen in welke situatie jullie terechtkomen. Ook hebben jullie niet alle uitdagingen in de hand. Toch kunnen jullie altijd kiezen voor de vrede van Christus in jullie hart.”
De meeste deelnemers zijn tussen de 18 en 35 jaar oud. Zij vluchtten in 2014 uit hun huizen. Militanten van Islamitische Staat namen toen de Vlakte van Nineve in Noord-Irak in. Ankawa, in het noorden van Erbil, werd een belangrijk toevluchtsoord voor christenen.
De Kerk in Ankawa ving destijds meer dan 10.000 ontheemde gezinnen op. Voor deze families kwam vrijwel geen internationale hulp beschikbaar. Daarom boden christelijke organisaties steun. Ook Kerk in Nood (ACN) hielp de getroffen gezinnen. De stichting verstrekte meer dan 20 miljoen euro aan hulp. Kerk in Nood ondersteunt eveneens het huidige jongerenfestival.
Het thema van de pauselijke boodschap was missie. De organisatie koos dat onderwerp als centraal thema voor de Ankawa Youth Meeting van dit jaar. Het evenement stond oorspronkelijk voor maart gepland. Door het conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran werd het uitgesteld.
Paus Leo verwees in zijn boodschap daarom ook naar de voortdurende instabiliteit in de regio. “Het is niet altijd gemakkelijk om een licht in de wereld te zijn”, zei hij. “Juist nu worden jullie geroepen dit licht uit te stralen. Jullie leven in een situatie die vaak door oorlog en instabiliteit is getekend.”
Vervolgens benadrukte paus Leo hoe belangrijk het is om van het geloof te getuigen. Daarbij wees hij op de veranderende kracht van Gods liefde. “Om aan de missie deel te nemen, moeten wij eerst een levende relatie met God ontdekken”, zei hij. “Wij moeten Hem leren kennen.”
“Wanneer wij ons openstellen voor Gods veranderende liefde, ontvangen wij de nodige genade. Daardoor kunnen wij Jezus volgen. Ook kunnen wij dan het leven aanvaarden waartoe Hij ons roept.”
Daarom is dagelijks gebed volgens de paus onmisbaar. Ook spoorde hij de jongeren aan om God te ontmoeten in de sacramenten. “Het is belangrijk om iedere dag tijd aan gebed te besteden”, zei paus Leo. “Nader tot God door de sacramenten.” Hij noemde daarbij in het bijzonder de biecht en de Eucharistie.
Ook sprak paus Leo over de betekenis van hoop binnen de christelijke levensweg. “Geworteld in de liefde zijn jullie in het bijzonder geroepen om vredestichters te zijn”, zei hij. “Breng de mensen om jullie heen samen. Wek bovendien bij anderen de hoop op een toekomst die door duurzame vrede wordt gekenmerkt.”
De Ankawa Youth Meeting vond voor het eerst plaats in 2013. Sindsdien groeide het evenement uit tot de grootste jongerenbijeenkomst voor christenen in Irak. Het festival vindt plaats in een buitenwijk van Erbil, in het Koerdische noorden van Irak. Het programma omvat onder meer de heilige Mis, catechese en biecht.
Daarnaast zijn er seminars, debatten, roepingenworkshops en sociale activiteiten. Deze onderdelen bevorderen de onderlinge eenheid tussen de deelnemers. De Chaldeeuws-Katholieke Kerk organiseert het festival. Deze Kerk behoort tot de oosters-katholieke Kerken en staat in volledige gemeenschap met paus Leo XIV.
Bovendien vormt zij de grootste christelijke geloofsgemeenschap in Irak. De deelnemers komen uit heel Irak. Zij reizen onder meer vanuit Bagdad, Basra, Duhok, Kirkuk, Mosul en Sulaymaniyah naar Ankawa.
Paus Leo richtte zich rechtstreeks tot de verzamelde jongeren. “Jullie zijn vanuit verschillende delen van Irak hierheen gekomen”, zei hij. “Hier komen jullie samen in een sfeer van geloof en verbondenheid. Ik bid dat deze ontmoeting jullie helpt te groeien in vriendschap met Jezus. Moge ook jullie vriendschap met elkaar groeien.”
De paus vroeg de jongeren bovendien hun geloof zichtbaar te maken in hun levenswijze. “De manier waarop jullie leven, moet eveneens van jullie geloof getuigen”, zei hij. “Anderen kunnen dan in jullie de waarheid herkennen. Ook kunnen zij de betekenis ontdekken waarnaar zij zelf verlangen. Zo kunnen ook zij in hetzelfde licht delen.”
Tot slot verzekerde paus Leo de jongeren dat zij niet alleen staan. “Wees niet bang en denk niet dat jullie deze taak alleen moeten vervullen”, zei hij. “Ik ben bij jullie en de Kerk is bij jullie. Vertrouw op Jezus. Luister naar Hem in het gebed en door de begeleiding van anderen. Laat Hem jullie leiden.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
In een boodschap aan Patriarch Paul III Nona herinnerde Regina Lynch aan het lijden van de Chaldeeuwse gelovigen in Irak. De uitvoerend president van Kerk in Nood (ACN)""Zij zijn zo vaak geroepen zijn om te getuigen van hun christelijk geloof in tijden van vervolging en lijden”.
De Chaldeeuws-Katholieke Kerk installeerde op vrijdag 29 mei officieel haar nieuwe patriarch. De plechtige ceremonie vond plaats in de kathedraal van Sint-Jozef in Bagdad, Irak. Leiders van andere christelijke Kerken, vertegenwoordigers van het Vaticaan en Iraakse regeringsfunctionarissen woonden de installatie bij.
De Chaldeeuwse Kerk is de grootste christelijke Kerk in Irak. Daarnaast behoort zij tot de 23 Oosterse Kerken die volledig in gemeenschap staan met Rome. De Heilige Synode van de Chaldeeuwse Kerk koos Patriarch Paul III Nona tot nieuwe leider.
In zijn toespraak verborg de patriarch de moeilijke werkelijkheid niet. Veel Iraakse christenen kozen de afgelopen decennia voor vertrek uit hun land. Toch benadrukte hij dat zowel de achterblijvers als de gelovigen in diaspora een belangrijke missie hebben.
“Het bestaan en de continuïteit van onze Chaldeeuwse Kerk in het Oosten, en heel bijzonder in Irak, zijn essentieel en fundamenteel voor onze volharding als Kerk. Ook zijn zij essentieel voor ons als oud volk met een diepgewortelde geschiedenis en beschaving”, stelde de patriarch in een schriftelijke homilie die hij deelde met Kerk in Nood (ACN).
Tegelijk richtte hij zich tot wie Irak verlieten op zoek naar veiligheid en stabiliteit. "Ook u moet uw aanwezigheid in deze landen zien als een missie. U bent gezonden om het belang en de kracht van het geloof opnieuw te bevestigen in samenlevingen die maar al te bereid zijn het geloof te verliezen.”
Patriarch Paul III Nona kent beide kanten van deze breuklijn. Tot 2014 was hij aartsbisschop van Mosul. Hij moest vluchten, samen met de hele christelijke gemeenschap, toen Islamitische Staat de regio overspoelde. Vervolgens diende hij enkele jaren de Chaldeeuwse diaspora in Australië. Daardoor kent hij zowel de pijn van ontheemding als de opdracht van christenen in ballingschap.
Als aartsbisschop in Mosul was hij al projectpartner van Kerk in Nood (ACN). De organisatie werkt al jaren nauw samen met de Chaldeeuwse Kerk. Zo helpt zij de Kerk om stand te houden tijdens haar donkerste uren in Irak.
Regina Lynch feliciteerde de nieuwe patriarch namens Kerk in Nood (ACN). Zij schreef dat zijn verkiezing “zeker een bron van hoop en kracht moet zijn voor uw Chaldeeuwse gelovigen”. Daarbij wees zij op de geschiedenis van hun Kerk. De gelovigen zijn “zo vaak geroepen om te getuigen van hun christelijk geloof in tijden van vervolging en lijden”.
De patriarch sprak ook tot de leiders van andere christelijke Kerken in Irak. Zij waren aanwezig bij zijn troonsbestijging. Hij zei dat “het bestaan van kerken met verschillende tradities een rijkdom is en geen tekortkoming. Ons geloof is één. Daarom moet ook ons getuigenis één zijn.”
De nieuwe leider van de Chaldeeuwse Kerk bracht vervolgens hulde aan allen die de Kerk door moeilijke jaren hebben geleid. Hij dankte zijn voorganger, kardinaal Louis Raphael Sako, voor decennia van dienst en leiderschap.
Ook sprak hij waardering uit voor bisschoppen, priesters, monniken en religieuze zusters. Zij begeleidden de gelovigen door oorlog, vervolging, ontheemding en ballingschap.
Patriarch Paul III Nona koos als leidende spreuk: “Wees niet bang; geloof alleen.” Daarmee riep hij alle gelovigen op om weerstand te bieden aan de verlammende werking van angst. “Angst is in het begin vaak een natuurlijke reactie, en soms zelfs een noodzakelijke”, legde de patriarch uit. “Maar het probleem ligt niet in het bestaan van angst. Het ligt in het zich eraan overgeven zonder onderscheiding of weerstand.”
Volgens hem kan angst leiden tot een “proces van innerlijke afsluiting”. Daarom moeten gelovigen angst niet ontkennen, maar haar omvormen. “De ware confrontatie met angst bestaat er niet in haar te ontkennen. Het gaat erom haar te veranderen in een punt van ontmoeting met God. Dit gebeurt wanneer ik zeg: ‘Ja, ik ben bang, maar ondanks dit kies ik ervoor te vertrouwen.’ Hier begint het hart zich opnieuw te openen.”
Daarna sprak hij rechtstreeks tot de gelovigen van de Chaldeeuwse Kerk, die hij nu leidt. Hij drong erop aan: “Ik begin mijn missie als patriarch en vader van onze Chaldeeuwse Kerk: met vertrouwen ondanks de aanwezigheid van angst. Met geloof ondanks onze kennis van de uitdagingen. En met openheid voor allen, ondanks de verleidingen van terugtrekking en afsluiting. Laat angst niet het laatste hoofdstuk van uw verhaal schrijven. Geloof is het laatste woord.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Aartsbisschop Hanna Rahme van Baalbek Deir El-Ahmar in Libanon blijft zich inzetten voor evangelisatie. Daarnaast verwelkomt hij vluchtelingen, leeft hij naast de sjiieten en moedigt hij hoop aan. Hij doet dat te midden van voortdurende crises en opeenvolgende oorlogen. Een boeiend interview.
De Congregatie van de Monniken van Beit Maroun, Dienaren van de Ceder van Libanon, ontstond in 2019. De nieuwe congregatie telt inmiddels drie priesters en twintig broeders en staat onder het gezag van aartsbisschop Rahme.
Wat deze congregatie onderscheidt, is dat de broeders evangelisatie afleggen als een van hun geloften. Volgens aartsbisschop Rahme vraagt die roeping om een goede vorming. Daarom wil hij de broeders naar de universiteit sturen voor verdere studies.
De aartsbisschop is Kerk in Nood (ACN) dankbaar. Volgens hem speelt de stichting een cruciale rol bij de ondersteuning van de studies van de monniken. “Wij hebben nu vijftien broeders die studeren. Sommigen kregen een beurs vanwege hun sterke academische resultaten. Toch blijven deze kortingen beperkt en dekken ze niet het volledige collegegeld. Daarom is de steun van Kerk in Nood essentieel om de resterende kosten te betalen. Bovendien hebben wij nieuwe roepingen, en vijf novicen gaan binnenkort ook studeren.”
Volgens aartsbisschop Rahme groeide de populariteit van de congregatie door haar werk met jongeren. Ook de actieve aanwezigheid op sociale media draagt daaraan bij. Daarnaast wijst hij op de wedstrijden die de congregatie organiseert voor catechesestudenten.
Het onderwerp jongeren kwam ook aan bod tijdens Rahmes recente bezoek aan het hoofdkantoor van de stichting Kerk in Nood (ACN). “Dankzij ACN organiseren wij zomerkampen voor jongeren uit heel Libanon, en ook uit Syrië. Dit is een van de belangrijkste taken van de Kerk.”
De economische instorting heeft veel mensen tot wanhoop gebracht. Daardoor vormen drugs een makkelijke en terugkerende uitweg, vooral onder jonge ontheemde Libanezen. “Op de kampen geven wij hun betekenis en hoop. Dat is geen gemakkelijke taak. De meeste jonge Libanezen kunnen momenteel niet eens denken aan trouwen of zelfstandig worden. Wij hopen hun hoop te geven en moedigen hen aan om in het land te blijven.”
De nieuwe situatie in Syrië lijkt de terugkeer van Syrische vluchtelingen uit Libanon waarschijnlijker te maken. Volgens de aartsbisschop klopt dat echter slechts gedeeltelijk. “De soennieten voelen zich veilig onder de nieuwe regering, maar veel alawieten, sjiieten en christenen blijven liever. Zij voelen zich niet veilig.”
Wanneer Rahme spreekt over de oorlog die Libanon momenteel treft, blijft hij hoopvol. “Ik ben 66 jaar oud en behoor tot een generatie die niets anders dan oorlog heeft gekend. Ik had de situatie in Libanon nooit overleefd zonder Jezus. Ik heb veel geluk, ik heb hoop. Ik kan mij niet voorstellen hoe mensen dit doormaken zonder Jezus in hun leven.”
Volgens de aartsbisschop verspreidt het geweld zich. “Het geweld was in het begin gericht tegen sjiieten, maar nu treft het ook christenen. Vandaag nog bombardeerden ze een christelijk dorp in het zuiden. Wij willen allemaal een einde maken aan terrorisme, maar dit geweld is geen antwoord. Wij vragen de VN om toezicht te houden op de dialoog.”
Het samenleven met sjiieten stelt christenen voor een uitdaging. Tegelijk zien zij daardoor Gods werk midden in de oorlog. Veel christenen vonden het aanvankelijk moeilijk te geloven dat sjiieten bij hen hulp zochten. Zij zagen sjiieten immers als verantwoordelijk voor de oorlog. Toch verwelkomde de Kerk hen met open armen. Volgens aartsbisschop Rahme leidde dat zelfs tot enkele bekeringen.
“Onlangs vertelde een priester mij over een ontheemd gezin uit een moslimdorp,” zegt Rahme. “Het gezin maakte zich zorgen over de ontvangst. Maar de priester gooide zijn deuren open en hielp hen om hun leven opnieuw op te bouwen. Een paar dagen later hoorde hij de dochter tegen haar ouders zeggen: ‘Het lijkt erop dat de christenen aardig zijn en ons echt mogen.’”
Volgens Rahme sprak de dochter daarmee mogelijk eerdere woorden van haar ouders tegen. “Uiteindelijk geloof je alles wat men je vertelt wanneer je opgroeit in een geïsoleerde omgeving. Zo’n dorp was de plek waar dit gezin vandaan kwam.”
De oorlog bracht veel christenen dichter bij de sjiieten. Daardoor wordt ook de evangelisatiemissie van de Kerk in Libanon toegankelijker. “De oorlog heeft veel mensen doen beseffen wat het charisma van de Kerk is. De Kerk roept op tot vrede en samenleven, zelfs wanneer andere stemmen geweld aanmoedigen. Dat is een volledig andere blik.”
Wanneer de situatie stabiliseert, hoopt Rahme dat veel mensen een nieuwe stap zullen zetten. “Ook al riskeren zij hun baan of hun familie, mensen merken dit contrast namelijk op.”
Wilt u de Kerk in Libanon steunen in deze moeilijke tijden? Dan kan dat altijd met misintenties. Het bisdom Baalbek heeft afgelopen jaar voor 35 priesters van diverse katholieke denominaties misstipendia ontvangen. Ook de door de Kerk georganiseerde zomerkampen geven de kinderen een plaats waar zij dankzij u hoop en vrede vinden.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De christelijke inwoners van het grensdorp Yaroun in Zuid-Libanon vrezen dat zij nooit meer terugkeren naar hun voorouderlijk land. Pastoor Charles Naddaf van de Grieks-katholieke Melkitische kerk, sprak hierover met Kerk in Nood (ACN).
“Yaroun is diep gewond”, vertelt pastoor Naddaf van de Sint-Jorisparochie. Op 1 mei 2026 verwoestten aanvallen de parochiezaal, die tijdelijk als kerk diende. Ook het jongerencentrum en het klooster van de Melkitische Basiliaanse Salvatoriaanse zusters gingen verloren. Hun school bood onderwijs aan kinderen uit Yaroun en omliggende dorpen, ongeacht hun geloof.
Ondanks het staakt-het-vuren van 17 april 2026 blijven de spanningen hoog. Bovendien gaan de gevechten in Zuid-Libanon door. Yaroun blijft afgesloten, waardoor bewoners de schade niet volledig kunnen beoordelen. “Dit is zonder twijfel een van de grootste rampen die deze gemeenschap ooit heeft getroffen”, aldus de priester tegenover Kerk in Nood (ACN).
Yaroun bestaat voor ongeveer driekwart uit sjiitische inwoners, maar kent ook een historische Melkitisch-christelijke aanwezigheid. Het dorp ligt vlak bij de grens met Israël en kreeg sinds oktober 2023 herhaaldelijk zware aanvallen te verduren.
Op 9 oktober 2023 vluchtte de volledige bevolking voor het eerst uit Yaroun. In de eerste maanden van het conflict werden de Sint-Joriskerk en verschillende huizen vernietigd. Zowel christelijke als islamitische gezinnen verloren hun woningen. De rest van het dorp liep zware schade op.
Na het staakt-het-vuren van 27 november 2024 volgde opnieuw systematische verwoesting. Verschillende huizen raakten zwaar beschadigd of werden volledig met de grond gelijkgemaakt. Zelfs het grote standbeeld van Sint-Joris aan de westkant van het dorp werd vernield.
Toen toegang tot Yaroun geleidelijk mogelijk werd, keerden vijftien christelijke families terug. Hun huizen stonden nog overeind. Zij voerden noodreparaties uit en maakten van de parochiezaal een tijdelijke kapel. Daarna vierden zij opnieuw de Eucharistie. Hun hoop bleek echter van korte duur. De gevechten laaiden opnieuw op en nieuwe verwoestingen volgden.
“Op 2 maart 2026 verlieten alle gelovigen Yaroun”, zegt de pastoor. Families vonden onderdak in Rmeich, Aïn Ebel, het district Bint Jbeil en andere plaatsen in het Libanongebergte. Pater Naddaf verblijft momenteel in het Maronitische klooster van de Aankondiging in Rmeich. “Sinds het begin van de oorlog zijn families ontheemd geraakt. Zij leven grotendeels machteloos en in voortdurende onzekerheid”, legt hij uit.
De inwoners maken zich niet alleen zorgen over de verwoesting van hun dorp. Vooral de toekomst van het christendom in Zuid-Libanon baart hen grote zorgen. “De verdreven christenen hebben niet voor deze oorlog gekozen. Zij willen alleen terugkeren naar hun huizen, in vrede leven met iedereen en blijven op het land van hun voorouders”, vervolgt pater Naddaf bezorgd.
De priester benadrukt naast de humanitaire nood ook het psychologische en spirituele leed van de ontheemde families. Volgens hem hebben gezinnen vooral vrede en veiligheid nodig. Zonder die basis kan niemand beginnen aan wederopbouw. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat de inwoners van Yaroun weten dat zij niet vergeten zijn.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Libanon is een land met een rijke christelijke traditie, maar de situatie van christelijke gezinnen staat onder zware druk. De diepe economische crisis, politieke spanningen en blijvende onzekerheid maken het leven voor velen uitzichtloos. Prijzen rijzen de pan uit, en werkloosheid is wijdverspreid. Vooral voor gezinnen met kinderen zijn het zware tijden.
Toch blijft de Kerk aanwezig. In het zuiden van het land, in het bisdom Sidon, zetten priesters, religieuzen en vrijwilligers zich onvermoeibaar in voor kinderen en jongeren. Ze organiseren al meer dan dertig jaar een zomerkamp voor kinderen – veilige en hoopvolle momenten midden in de chaos. Voor veel kinderen is het kamp het enige uitje dat ze het hele jaar meemaken.
“Het zomerkamp voor kinderen is hét hoogtepunt van het jaar,” vertelt bisschop Maroun Ammar. “Een zomer met God helpt hen daardoor wortel te schieten in hun land en hun geloof.”
De kampen zijn kleinschalig, gedragen door lokale parochies en vrijwilligers. Maar toch zijn ze kostbaar: vervoer, maaltijden, begeleiding, materiaal en soms ook overnachting moeten allemaal bekostigd worden. Door de hoge inflatie en toenemende armoede kunnen ouders dat vaak niet meer zelf betalen.
Met steun van Kerk in Nood hoopt het bisdom dit jaar minstens vijf zomerkampen voor kinderen mogelijk te maken, verspreid over het zuiden van Libanon. De vraag is groot, de middelen schaars.
Een kamp kost per kind relatief weinig: voor slechts € 34 kunnen twee kinderen deelnemen. Toch is dat bedrag voor veel Libanese gezinnen onbereikbaar. Daarom ondersteunt Kerk in Nood deze kampen, zodat ook de armste kinderen een plek krijgen.
Uw steun maakt het mogelijk dat kinderen hoopvol de toekomst tegemoet kunnen gaan – geworteld in geloof, gedragen door de liefde van Christus, en omringd door mensen die naar hen omzien. Zoals kinderen in Nederland naar een zomerkamp kunnen (klik bijvoorbeeld hier) zo gunt u dat toch ook aan kinderen in Libanon?
Met uw gebed én een concrete bijdrage zorgt u ervoor dat kinderen in Libanon deze zomer mogen lachen, spelen en groeien in geloof. Een geschenk dat verder reikt dan één week: het raakt harten en draagt vrucht voor de toekomst.
Meer weten over het nieuws uit het Midden-Oosten? Klik dan hier
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De economische crisis in Libanon heeft geleid tot een schrijnend tekort aan medicijnen, vooral voor kwetsbare kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. In het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet ziet zuster Marie Makhlouf dagelijks hoe kinderen lijden door het gebrek aan essentiële medicatie. Uw steun kan het verschil maken: met een gift van €19,45 voorziet u een kind van levensreddende medicijnen.
Ik zou willen dat u zuster Marie Makhlouf kon ontmoeten. U zou haar begrijpen, hoewel zij een ander leven in een ander land heeft. U zou haar zorgen begrijpen. De zorgen die zij heeft omdat ze een kind niet de hulp kan geven die het verdient. Zonder medicijnen krijgen sommige kinderen in haar ziekenhuis ernstige gedragsproblemen.
Zo begint een jongen zich ineens in zijn eigen arm te bijten, tot bloedens toe, wanhopig. Gelukkig liep het dit keer goed af voor het kind en onze zuster. Het treurige is dat dit had kunnen worden voorkomen. Heel eenvoudig eigenlijk: door het kind medicijnen te geven met uw donatie. En daarom kom ik bij u.
Iedere dag hopen de zusters van het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet dat u die persoon voor ‘hun’ kinderen wilt zijn. Kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap die hen beperkt en verdrietig of onhandelbaar maakt. Deze kinderen hebben vaak niemand meer. Behalve de zusters in het ziekenhuis. Zusters die de kinderen alle liefde en aandacht geven die ze in zich hebben.
Als u in het ziekenhuis kon zijn, zou u met eigen ogen zien hoe de kinderen opbloeien en hoe dankbaar ze zijn. Maar al die liefde kan helaas niet voorkomen dat de kinderen in El-Saleeb lijden. Dat komt door de medicijncrisis in Libanon.
De mensen in Libanon voelen de economische crisis elke dag. Er was die vreselijke explosie in de haven van Beiroet die u zich misschien nog herinnert. De werkloosheid is enorm. Banktegoeden zijn bevroren. Salarissen zijn niet eens voldoende om naar het werk te reizen of om de huur te betalen. Onder hen Georgette, die voor haar kleinkinderen zorgt. Kerk in Nood sprak eerder met haar over haar situatie en de steun die ze nodig heeft in deze roerige tijden. Ontelbaar veel mensen lijden honger. In het bijzonder de gehandicapte kinderen.
Voor deze kinderen voeren de zusters in El-Saleeb een dagelijkse strijd voor hun bestaan. Een strijd om de kinderen die zij onder hun hoede hebben eten en drinken te geven. Én om hen van hun dagelijkse medicijnen te voorzien. Kinderen met epilepsie die elk moment een aanval kunnen krijgen. Hyperactieve tieners, afhankelijk van hun tabletten omdat ze anders niet eens in slaap vallen. De zusters zien deze arme kinderen lijden, dag in dag uit. Ze voelen zich machteloos. Want geld voor medicijnen - dat hebben ze niet.
Daarom vragen de zusters om steun. En daarom richt ik mij vandaag tot u, in de verwachting dat ik bij u aan het goede adres ben.
Wilt u deze kinderen met hun beperkingen helpen door vandaag een doos met levensreddende medicijnen te kopen? Een doos kost € 19,45. Daarmee verzacht u hun pijn, geeft u ze rust, laat u ze weer lachen, doet u ze hun ellende vergeten. Daarnaast verlicht u met uw gift de zorgen van de zusters. U helpt ze de kinderen zo goed mogelijk te verzorgen. Meer mag natuurlijk ook!
Weet in elk geval dat de zusters en de gehandicapte kinderen in El-Saleeb u onbeschrijfelijk dankbaar zijn voor uw steun en dat u om hen geeft. U bent echt hun reddende engel.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Voor veel ouders in Libanon is de toekomst van hun kinderen een grote zorg. Is er nog wel genoeg geld om het schoolgeld te betalen? U kunt hen helpen!
Want helaas is de economische situatie in Libanon zo slecht dat leraren door de overheid niet of te weinig betaald krijgen. Zij doen hun werk met veel liefde en brengen grote offers, maar hebben thuis ook kinderen die moeten eten.
Scholen hangt sluiting boven het hoofd omdat ze de leraren niet kunnen betalen of omdat ouders het schoolgeld niet kunnen opbrengen. U kunt ervoor zorgen dat kinderen op katholieke scholen onderwijs blijven krijgen! Geeft de kinderen vrede, vreugde en waardigheid.
Met uw bijdrage van € 41 kan een kind een maand naar school. En met uw bijdrage van € 145 kan een leraar ook thuis de eindjes aan elkaar knopen.
Helpt u mee, zodat christelijke gezinnen in dit land van de Bijbel blijven wonen?
U kunt hier doneren of hier:
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD