Burgeroorlog, economische crisis, politieke instabiliteit en de pandemie hebben de bevolking van het Midden-Oosten geteisterd. Velen zien geen toekomstperspectief meer en honderdduizenden zijn naar het buitenland gevlucht of leiden een miserabel leven als binnenlandse ontheemden. De regio blijft een prioriteit voor Kerk in Nood. Het primaire doel van onze hulp is om de Christenen er hoop te geven en hen te steunen om in hun thuisland te blijven, de bakermat van het christendom.

Veel Christenen in het Midden-Oosten lijden nog steeds onder de gevolgen van oorlog en IS-terreur. Ook de economische en politieke situatie boezemt de mensen angst in, zodat velen een betere toekomst in het buitenland blijven overwegen. Regelmatig ontvangen we berichten over aanslagen, intimidatie door milities en verhalen over de misère die het gevolg is van een mengeling van sancties, verwoesting en corruptie.






Een documentaire over de jarenlange genocide op Christenen in Irak en hun dilemma: blijven in wat eens de bakermat van het Christendom was... of vertrekken. Vanwege internationale filmrechten is deze film van CRTN, onderdeel van Kerk in Nood, alleen met een wachtwoord te zien. Meld u aan en krijg gratis toegang.
Een lichtpuntje voor de christenen in het Midden-Oosten was de reis van de paus naar Irak in maart 2021. Het bezoek bemoedigde de gelovigen en bood hen nieuw zelfvertrouwen - niet alleen in Irak zelf, maar in het hele Midden-Oosten. Christenen nieuwe hoop geven is ook ons doel in de regio. Zo konden we in 2021 voor meer dan 10,8 miljoen euro projecthulp verlenen in de prioritaire landen Syrië en Libanon. Dit omvatte noodhulp voor voedsel en medicijnen, steun voor senioren en studenten, materiële hulp voor zusters, Misintenties voor priesters en fondsen voor de wederopbouw van pastorale structuren, alsmede noodhulp voor kerkelijke scholen en ziekenhuizen.




In een boodschap aan Patriarch Paul III Nona herinnerde Regina Lynch aan het lijden van de Chaldeeuwse gelovigen in Irak. De uitvoerend president van Kerk in Nood (ACN)""Zij zijn zo vaak geroepen zijn om te getuigen van hun christelijk geloof in tijden van vervolging en lijden”.
De Chaldeeuws-Katholieke Kerk installeerde op vrijdag 29 mei officieel haar nieuwe patriarch. De plechtige ceremonie vond plaats in de kathedraal van Sint-Jozef in Bagdad, Irak. Leiders van andere christelijke Kerken, vertegenwoordigers van het Vaticaan en Iraakse regeringsfunctionarissen woonden de installatie bij.
De Chaldeeuwse Kerk is de grootste christelijke Kerk in Irak. Daarnaast behoort zij tot de 23 Oosterse Kerken die volledig in gemeenschap staan met Rome. De Heilige Synode van de Chaldeeuwse Kerk koos Patriarch Paul III Nona tot nieuwe leider.
In zijn toespraak verborg de patriarch de moeilijke werkelijkheid niet. Veel Iraakse christenen kozen de afgelopen decennia voor vertrek uit hun land. Toch benadrukte hij dat zowel de achterblijvers als de gelovigen in diaspora een belangrijke missie hebben.
“Het bestaan en de continuïteit van onze Chaldeeuwse Kerk in het Oosten, en heel bijzonder in Irak, zijn essentieel en fundamenteel voor onze volharding als Kerk. Ook zijn zij essentieel voor ons als oud volk met een diepgewortelde geschiedenis en beschaving”, stelde de patriarch in een schriftelijke homilie die hij deelde met Kerk in Nood (ACN).
Tegelijk richtte hij zich tot wie Irak verlieten op zoek naar veiligheid en stabiliteit. "Ook u moet uw aanwezigheid in deze landen zien als een missie. U bent gezonden om het belang en de kracht van het geloof opnieuw te bevestigen in samenlevingen die maar al te bereid zijn het geloof te verliezen.”
Patriarch Paul III Nona kent beide kanten van deze breuklijn. Tot 2014 was hij aartsbisschop van Mosul. Hij moest vluchten, samen met de hele christelijke gemeenschap, toen Islamitische Staat de regio overspoelde. Vervolgens diende hij enkele jaren de Chaldeeuwse diaspora in Australië. Daardoor kent hij zowel de pijn van ontheemding als de opdracht van christenen in ballingschap.
Als aartsbisschop in Mosul was hij al projectpartner van Kerk in Nood (ACN). De organisatie werkt al jaren nauw samen met de Chaldeeuwse Kerk. Zo helpt zij de Kerk om stand te houden tijdens haar donkerste uren in Irak.
Regina Lynch feliciteerde de nieuwe patriarch namens Kerk in Nood (ACN). Zij schreef dat zijn verkiezing “zeker een bron van hoop en kracht moet zijn voor uw Chaldeeuwse gelovigen”. Daarbij wees zij op de geschiedenis van hun Kerk. De gelovigen zijn “zo vaak geroepen om te getuigen van hun christelijk geloof in tijden van vervolging en lijden”.
De patriarch sprak ook tot de leiders van andere christelijke Kerken in Irak. Zij waren aanwezig bij zijn troonsbestijging. Hij zei dat “het bestaan van kerken met verschillende tradities een rijkdom is en geen tekortkoming. Ons geloof is één. Daarom moet ook ons getuigenis één zijn.”
De nieuwe leider van de Chaldeeuwse Kerk bracht vervolgens hulde aan allen die de Kerk door moeilijke jaren hebben geleid. Hij dankte zijn voorganger, kardinaal Louis Raphael Sako, voor decennia van dienst en leiderschap.
Ook sprak hij waardering uit voor bisschoppen, priesters, monniken en religieuze zusters. Zij begeleidden de gelovigen door oorlog, vervolging, ontheemding en ballingschap.
Patriarch Paul III Nona koos als leidende spreuk: “Wees niet bang; geloof alleen.” Daarmee riep hij alle gelovigen op om weerstand te bieden aan de verlammende werking van angst. “Angst is in het begin vaak een natuurlijke reactie, en soms zelfs een noodzakelijke”, legde de patriarch uit. “Maar het probleem ligt niet in het bestaan van angst. Het ligt in het zich eraan overgeven zonder onderscheiding of weerstand.”
Volgens hem kan angst leiden tot een “proces van innerlijke afsluiting”. Daarom moeten gelovigen angst niet ontkennen, maar haar omvormen. “De ware confrontatie met angst bestaat er niet in haar te ontkennen. Het gaat erom haar te veranderen in een punt van ontmoeting met God. Dit gebeurt wanneer ik zeg: ‘Ja, ik ben bang, maar ondanks dit kies ik ervoor te vertrouwen.’ Hier begint het hart zich opnieuw te openen.”
Daarna sprak hij rechtstreeks tot de gelovigen van de Chaldeeuwse Kerk, die hij nu leidt. Hij drong erop aan: “Ik begin mijn missie als patriarch en vader van onze Chaldeeuwse Kerk: met vertrouwen ondanks de aanwezigheid van angst. Met geloof ondanks onze kennis van de uitdagingen. En met openheid voor allen, ondanks de verleidingen van terugtrekking en afsluiting. Laat angst niet het laatste hoofdstuk van uw verhaal schrijven. Geloof is het laatste woord.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Aartsbisschop Hanna Rahme van Baalbek Deir El-Ahmar in Libanon blijft zich inzetten voor evangelisatie. Daarnaast verwelkomt hij vluchtelingen, leeft hij naast de sjiieten en moedigt hij hoop aan. Hij doet dat te midden van voortdurende crises en opeenvolgende oorlogen. Een boeiend interview.
De Congregatie van de Monniken van Beit Maroun, Dienaren van de Ceder van Libanon, ontstond in 2019. De nieuwe congregatie telt inmiddels drie priesters en twintig broeders en staat onder het gezag van aartsbisschop Rahme.
Wat deze congregatie onderscheidt, is dat de broeders evangelisatie afleggen als een van hun geloften. Volgens aartsbisschop Rahme vraagt die roeping om een goede vorming. Daarom wil hij de broeders naar de universiteit sturen voor verdere studies.
De aartsbisschop is Kerk in Nood (ACN) dankbaar. Volgens hem speelt de stichting een cruciale rol bij de ondersteuning van de studies van de monniken. “Wij hebben nu vijftien broeders die studeren. Sommigen kregen een beurs vanwege hun sterke academische resultaten. Toch blijven deze kortingen beperkt en dekken ze niet het volledige collegegeld. Daarom is de steun van Kerk in Nood essentieel om de resterende kosten te betalen. Bovendien hebben wij nieuwe roepingen, en vijf novicen gaan binnenkort ook studeren.”
Volgens aartsbisschop Rahme groeide de populariteit van de congregatie door haar werk met jongeren. Ook de actieve aanwezigheid op sociale media draagt daaraan bij. Daarnaast wijst hij op de wedstrijden die de congregatie organiseert voor catechesestudenten.
Het onderwerp jongeren kwam ook aan bod tijdens Rahmes recente bezoek aan het hoofdkantoor van de stichting Kerk in Nood (ACN). “Dankzij ACN organiseren wij zomerkampen voor jongeren uit heel Libanon, en ook uit Syrië. Dit is een van de belangrijkste taken van de Kerk.”
De economische instorting heeft veel mensen tot wanhoop gebracht. Daardoor vormen drugs een makkelijke en terugkerende uitweg, vooral onder jonge ontheemde Libanezen. “Op de kampen geven wij hun betekenis en hoop. Dat is geen gemakkelijke taak. De meeste jonge Libanezen kunnen momenteel niet eens denken aan trouwen of zelfstandig worden. Wij hopen hun hoop te geven en moedigen hen aan om in het land te blijven.”
De nieuwe situatie in Syrië lijkt de terugkeer van Syrische vluchtelingen uit Libanon waarschijnlijker te maken. Volgens de aartsbisschop klopt dat echter slechts gedeeltelijk. “De soennieten voelen zich veilig onder de nieuwe regering, maar veel alawieten, sjiieten en christenen blijven liever. Zij voelen zich niet veilig.”
Wanneer Rahme spreekt over de oorlog die Libanon momenteel treft, blijft hij hoopvol. “Ik ben 66 jaar oud en behoor tot een generatie die niets anders dan oorlog heeft gekend. Ik had de situatie in Libanon nooit overleefd zonder Jezus. Ik heb veel geluk, ik heb hoop. Ik kan mij niet voorstellen hoe mensen dit doormaken zonder Jezus in hun leven.”
Volgens de aartsbisschop verspreidt het geweld zich. “Het geweld was in het begin gericht tegen sjiieten, maar nu treft het ook christenen. Vandaag nog bombardeerden ze een christelijk dorp in het zuiden. Wij willen allemaal een einde maken aan terrorisme, maar dit geweld is geen antwoord. Wij vragen de VN om toezicht te houden op de dialoog.”
Het samenleven met sjiieten stelt christenen voor een uitdaging. Tegelijk zien zij daardoor Gods werk midden in de oorlog. Veel christenen vonden het aanvankelijk moeilijk te geloven dat sjiieten bij hen hulp zochten. Zij zagen sjiieten immers als verantwoordelijk voor de oorlog. Toch verwelkomde de Kerk hen met open armen. Volgens aartsbisschop Rahme leidde dat zelfs tot enkele bekeringen.
“Onlangs vertelde een priester mij over een ontheemd gezin uit een moslimdorp,” zegt Rahme. “Het gezin maakte zich zorgen over de ontvangst. Maar de priester gooide zijn deuren open en hielp hen om hun leven opnieuw op te bouwen. Een paar dagen later hoorde hij de dochter tegen haar ouders zeggen: ‘Het lijkt erop dat de christenen aardig zijn en ons echt mogen.’”
Volgens Rahme sprak de dochter daarmee mogelijk eerdere woorden van haar ouders tegen. “Uiteindelijk geloof je alles wat men je vertelt wanneer je opgroeit in een geïsoleerde omgeving. Zo’n dorp was de plek waar dit gezin vandaan kwam.”
De oorlog bracht veel christenen dichter bij de sjiieten. Daardoor wordt ook de evangelisatiemissie van de Kerk in Libanon toegankelijker. “De oorlog heeft veel mensen doen beseffen wat het charisma van de Kerk is. De Kerk roept op tot vrede en samenleven, zelfs wanneer andere stemmen geweld aanmoedigen. Dat is een volledig andere blik.”
Wanneer de situatie stabiliseert, hoopt Rahme dat veel mensen een nieuwe stap zullen zetten. “Ook al riskeren zij hun baan of hun familie, mensen merken dit contrast namelijk op.”
Wilt u de Kerk in Libanon steunen in deze moeilijke tijden? Dan kan dat altijd met misintenties. Het bisdom Baalbek heeft afgelopen jaar voor 35 priesters van diverse katholieke denominaties misstipendia ontvangen. Ook de door de Kerk georganiseerde zomerkampen geven de kinderen een plaats waar zij dankzij u hoop en vrede vinden.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De christelijke inwoners van het grensdorp Yaroun in Zuid-Libanon vrezen dat zij nooit meer terugkeren naar hun voorouderlijk land. Pastoor Charles Naddaf van de Grieks-katholieke Melkitische kerk, sprak hierover met Kerk in Nood (ACN).
“Yaroun is diep gewond”, vertelt pastoor Naddaf van de Sint-Jorisparochie. Op 1 mei 2026 verwoestten aanvallen de parochiezaal, die tijdelijk als kerk diende. Ook het jongerencentrum en het klooster van de Melkitische Basiliaanse Salvatoriaanse zusters gingen verloren. Hun school bood onderwijs aan kinderen uit Yaroun en omliggende dorpen, ongeacht hun geloof.
Ondanks het staakt-het-vuren van 17 april 2026 blijven de spanningen hoog. Bovendien gaan de gevechten in Zuid-Libanon door. Yaroun blijft afgesloten, waardoor bewoners de schade niet volledig kunnen beoordelen. “Dit is zonder twijfel een van de grootste rampen die deze gemeenschap ooit heeft getroffen”, aldus de priester tegenover Kerk in Nood (ACN).
Yaroun bestaat voor ongeveer driekwart uit sjiitische inwoners, maar kent ook een historische Melkitisch-christelijke aanwezigheid. Het dorp ligt vlak bij de grens met Israël en kreeg sinds oktober 2023 herhaaldelijk zware aanvallen te verduren.
Op 9 oktober 2023 vluchtte de volledige bevolking voor het eerst uit Yaroun. In de eerste maanden van het conflict werden de Sint-Joriskerk en verschillende huizen vernietigd. Zowel christelijke als islamitische gezinnen verloren hun woningen. De rest van het dorp liep zware schade op.
Na het staakt-het-vuren van 27 november 2024 volgde opnieuw systematische verwoesting. Verschillende huizen raakten zwaar beschadigd of werden volledig met de grond gelijkgemaakt. Zelfs het grote standbeeld van Sint-Joris aan de westkant van het dorp werd vernield.
Toen toegang tot Yaroun geleidelijk mogelijk werd, keerden vijftien christelijke families terug. Hun huizen stonden nog overeind. Zij voerden noodreparaties uit en maakten van de parochiezaal een tijdelijke kapel. Daarna vierden zij opnieuw de Eucharistie. Hun hoop bleek echter van korte duur. De gevechten laaiden opnieuw op en nieuwe verwoestingen volgden.
“Op 2 maart 2026 verlieten alle gelovigen Yaroun”, zegt de pastoor. Families vonden onderdak in Rmeich, Aïn Ebel, het district Bint Jbeil en andere plaatsen in het Libanongebergte. Pater Naddaf verblijft momenteel in het Maronitische klooster van de Aankondiging in Rmeich. “Sinds het begin van de oorlog zijn families ontheemd geraakt. Zij leven grotendeels machteloos en in voortdurende onzekerheid”, legt hij uit.
De inwoners maken zich niet alleen zorgen over de verwoesting van hun dorp. Vooral de toekomst van het christendom in Zuid-Libanon baart hen grote zorgen. “De verdreven christenen hebben niet voor deze oorlog gekozen. Zij willen alleen terugkeren naar hun huizen, in vrede leven met iedereen en blijven op het land van hun voorouders”, vervolgt pater Naddaf bezorgd.
De priester benadrukt naast de humanitaire nood ook het psychologische en spirituele leed van de ontheemde families. Volgens hem hebben gezinnen vooral vrede en veiligheid nodig. Zonder die basis kan niemand beginnen aan wederopbouw. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat de inwoners van Yaroun weten dat zij niet vergeten zijn.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De katholieke hulporganisatie Kerk in Nood (ACN) heeft met verdriet gereageerd op het overlijden van aartsbisschop Jean-Clément Jeanbart. De Syrische kerkleider werd 83 jaar oud en overleed zaterdag 9 mei onverwacht tijdens een reis naar Frankrijk.
Kerk in Nood (ACN) werkte jarenlang samen met de aartsbisschop. Regina Lynch, uitvoerend voorzitter van de stichting, woonde diezelfde dag nog een Mis bij in de Notre-Dame in Parijs. Jeanbart concelebreerde daar tijdens een bijeenkomst rond de verjaardag van de Franse katholieke organisatie Œuvre d’Orient.
“Het nieuws van het overlijden van een projectpartner blijft altijd schokkend, zeker wanneer je iemand zo lang hebt begeleid tijdens een periode van oorlog en lijden”, verklaarde Regina Lynch.
Ze benadrukte tegelijk haar vertrouwen in het geloof van de aartsbisschop. “Zijn geloof in Jezus Christus geeft ook de zekerheid dat hij nu de vruchten ontvangt van zijn onvermoeibare inzet voor de gemeenschap die aan hem was toevertrouwd.”
Jean-Clément Jeanbart werd in 1943 geboren in Aleppo als zesde van twaalf kinderen in een toegewijd Melkitisch-katholiek gezin. Hij ging al op elfjarige leeftijd naar het seminarie. Later vervolgde hij eerst zijn studies in Aleppo, waarna hij op negentienjarige leeftijd definitief terugkeerde naar het seminarie. In 1968 werd hij tot priester gewijd.
Al vroeg voelde hij zich sterk geroepen om met jongeren te werken. Dat engagement bleef hij behouden tot in zijn laatste levensjaren.
Jeanbart leidde van 1995 tot zijn pensioen in 2021 de Melkitische archeparchie van Aleppo. Hij zette zich actief in voor het spirituele en materiële welzijn van christenen in Syrië. Volgens hem was die ondersteuning essentieel om christenen in hun thuisland te houden. Daarnaast investeerde hij sterk in oecumenische relaties. Zo werkte hij samen met de Grieks-Orthodoxe Kerk in Syrië aan de bouw van de Church of Unity. Melkieten en orthodoxen gebruiken die kerk gezamenlijk.
Tijdens de Syrische burgeroorlog bleef Jeanbart publiek aandacht vragen voor het lijden van Syrische christenen. Hij groeide uit tot een van de belangrijkste pleitbezorgers voor het voortbestaan van het christendom in Syrië. Meermaals waarschuwde hij voor het verdwijnen van eeuwenoude christelijke gemeenschappen uit het Midden-Oosten.
Toen de oorlog uitbrak, weigerde hij Aleppo te verlaten, ondanks het voortdurende gevaar. In 2016 trof een raket een kerkgebouw. Daarna schreef Jeanbart aan Kerk in Nood dat geen jongeren of priesters gewond waren geraakt. “De volgende dag verzamelde een grote menigte zich voor de zondagsmis. Ik was sprakeloos, maar riep de gelovigen op om samen God te danken”, schreef hij.
Ook nu nog leven christenen in Aleppo tussen hoop en angst. Hij herinnerde christenen eraan dat zij er niet alleen voor stonden. “Onze Goede Herder blijft dicht bij ons en laat ons nooit verweesd of zonder hulp achter.”
Volgens Jeanbart was Gods bescherming zichtbaar tijdens de oorlogsjaren. “Deze verschrikkelijke oorlog zou ons volledig hebben vernietigd of tot wanhoop en waanzin hebben gedreven zonder Zijn zorg”, verklaarde hij. Hij wees op de voortdurende bombardementen waarmee Aleppo te maken kreeg. Zonder Gods bescherming zouden de christenen volgens hem al lang zijn weggevaagd.
Regina Lynch betreurt dat Jeanbart de volledige terugkeer van vrede en stabiliteit in Syrië niet meer heeft meegemaakt. “We kunnen alleen hopen dat hij nu vanuit de hemel zal bemiddelen voor vrede in Syrië en het bredere Midden-Oosten”, besloot zij. Kerk in Nood blijft ook nu de christenen in Syrië steunen, die geraakt worden door armoede en slachtoffer zijn van geweld.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Christenen in het Heilig Land hebben het zwaar. Door de conflicten zijn er minder bedevaartgangers en toeristen. Vooral jongeren en gezinnen zien minder toekomstperspectief, waardoor hun aantal blijft dalen. Dat zei de benedictijnse abt Nikodemus Schnabel in gesprek met Kerk in Nood (ACN). Afgelopen week nog werd de aanval van een joods-orthodoxe man op een Franse zuster groot nieuws. Discriminatie is echter al jaren aan de gang. Hij schetst een somber beeld van de christelijke aanwezigheid in de regio.
Op beelden is te zien hoe een Franse zuster in Oost-Jeruzalem, waar de Oude Stad ligt, wordt aangevallen. Haar belager lijkt een joods-orthodoxe man te zijn. Hij draagt een keppeltje en tzitzit, de rituele kwastjes die door joden aan een gebedskleed worden bevestigd. De vrouw werd plots door haar belager geduwd, waardoor ze haar hoofd stootte tegen een stenen blok. De man leek vervolgens weg te lopen, maar keerde daarna toch om de vrouw nog te schoppen terwijl ze op de grond lag.
Uit het rapport over godsdienstvrijheid van Kerk in Nood (ACN) blijkt dat een gewelddadig incident als dit niet heel gebruikelijk is, maar dat incidenten van intimidatie en agressie tegen christenen de laatste jaren vaker voorkomen. Ook is vaker vandalisme gepleegd op het terrein van kerken in Jeruzalem.
Volgens de abt kampen christenen met oorlog, economische onzekerheid en een voortdurende uittocht van gelovigen. “Als je denkt dat dit een eldorado van het christendom is, dan is de werkelijkheid anders,” verklaarde hij. “Alle christenen samen vormen minder dan twee procent van de bevolking. Zelfs vijf of zes procent zou al veel zijn.” Hij wijst erop dat zelfs sterk geseculariseerde regio’s in Europa meer christenen tellen dan het Heilige Land.
Abt Nikodemus leidt kloosters die verbonden zijn aan belangrijke plaatsen uit het paasverhaal. Daarbij horen het Cenakel in Jeruzalem en Tabgha aan het Meer van Galilea. Vanuit die achtergrond spreekt hij over een lokale Kerk die tegelijk rijk en kwetsbaar is.
Volgens de abt kent Jeruzalem een grote christelijke diversiteit. In de stad bevinden zich dertien historische Kerken. Zes daarvan zijn katholiek en zeven niet-katholiek. “Het is een kleurrijke werkelijkheid met veel verschillende tradities,” vertelt hij. Toch schuilt achter die diversiteit een kleine gemeenschap.
De bisschoppenconferentie van Cyprus, Israël, Palestina en Jordanië telt 24 leden. Dat weerspiegelt volgens hem de complexe kerkelijke situatie in de regio. Tegelijkertijd neemt het aantal christenen verder af. “De plaats waar de belangrijkste gebeurtenissen van ons geloof plaatsvonden, dreigt zijn oorspronkelijke christelijke bevolking te verliezen,” waarschuwt hij.
Volgens de abt dreigt het Heilig Land een christelijk 'Disneyland' te worden. “De heilige plaatsen zullen blijven bestaan, met priesters en monniken. Maar misschien verdwijnen christelijke families, jongeren en gewone geloofsgemeenschappen.”
Binnen de Latijnse Kerk onderscheidt hij drie belangrijke groepen. De eerste groep bestaat uit Arabischsprekende Palestijnse katholieken. Zij wonen al eeuwenlang in de regio. Binnen die gemeenschap leven christenen in Israël, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en Gaza onder verschillende omstandigheden. De kleine christelijke gemeenschap in Gaza noemt hij bijzonder kwetsbaar. Volgens hem leeft zij onder “dubbele bezetting”. Daarmee bedoelt hij oorlog en blokkades van buitenaf én onderdrukking door Hamas. De tweede groep bestaat uit Hebreeuwssprekende katholieken. Vaak gaat het om gemengde gezinnen die geïntegreerd zijn in de Israëlische samenleving. “Het is een nieuw fenomeen,” aldus de abt.
De derde groep vormt volgens hem de grootste gemeenschap. Dat zijn meer dan 100.000 katholieke migranten en asielzoekers. Velen komen uit de Filipijnen, India, Sri Lanka, Afrika, Oost-Europa en Latijns-Amerika. Zij werken vooral in de zorg, bouw en landbouw. “Zij behoren in veel opzichten tot de meest kwetsbaren,” verklaarde hij. De abt sprak zelfs over moderne slavernij. Sommige migranten verliezen hun paspoort en kunnen nauwelijks van werkgever veranderen. Ook raken gezinnen langdurig gescheiden.
Daarnaast bekritiseerde hij wetten die moederschap onder buitenlandse werkneemsters bemoeilijken. “In de ogen van het systeem lijkt 'ja zeggen tegen het leven' soms de grootste misdaad,” zei hij. Daarmee verwees hij naar vrouwen die abortus weigeren. Volgens hem vormt deze groep een verborgen pijler van de Kerk in het Heilige Land.
Voor lokale christenen vormt economische overleving de grootste uitdaging. Volgens abt Nikodemus is ongeveer zestig procent van de Arabischsprekende christenen afhankelijk van toerisme. “Het laatste goede jaar was 2019,” zei hij. Sindsdien hebben de coronapandemie, conflicten en instabiliteit het toerisme zwaar getroffen. Daardoor verloren veel gezinnen hun inkomen. “Mensen vertrekken omdat zij geen toekomst meer zien,” verklaarde hij tegenover de vertegenwoordigers van Kerk in Nood.
Volgens hem zijn betaalbare woningen en werkgelegenheid essentieel om christelijke families in de regio te houden. Veel christenen voelen zich bovendien vergeten binnen zowel de Israëlische als Palestijnse nationale verhalen. “Zij hebben vaak het gevoel dat hun aanwezigheid er niet toe doet,” aldus de abt.
De abt benadrukte dat de lokale Kerk geen partij kiest in het conflict. “Wij zijn niet pro-Israël of pro-Palestina, maar pro-mens,” verklaarde hij in een eerder interview. Volgens hem weerspiegelt die houding de realiteit van een Kerk die aanwezig is in Israël, Gaza, de Westelijke Jordaanoever en migrantengemeenschappen.
Hij verwees ook naar de gebeurtenissen van 7 oktober 2023. Daarbij kwamen katholieke migranten om het leven nadat zij weigerden ouderen achter te laten. “Zij vluchtten niet weg. Zij bleven bij de mensen die aan hen waren toevertrouwd,” vertelde hij. Tijdens de uitvaartmis werd eerst gebeden voor de slachtoffers in Gaza. Daarna volgde een gebed voor de bekering van de daders van het geweld. “Dat was buitengewoon,” zei hij. “Bidden voor je vijanden, dat betekent christen zijn in deze regio.”
Abt Nikodemus waarschuwde ook voor groeiende vijandigheid vanuit extremistische Joodse groepen. Hij noemde incidenten zoals bespugen, vandalisme, brandstichting, vernielingen en haatgraffiti. Volgens hem gaat het niet langer om geïsoleerde incidenten.
De abt bekritiseerde ultranationalistische religieuze groepen en wees op politici die zulke houdingen mogelijk maken. Tegelijk benadrukte hij dat niet alle Israëlische Joden deze opvattingen delen. Sommige Joodse groepen verdedigen juist christelijke gemeenschappen. Daarnaast uitte hij kritiek op het zogenoemde christelijk zionisme. Volgens hem botst dat met het Evangelie wanneer geweld wordt gerechtvaardigd of Palestijns lijden wordt genegeerd.
Volgens de abt blijft de Kerk ondanks haar kleine omvang van groot belang voor de samenleving. Christelijke gemeenschappen onderhouden scholen, ziekenhuizen en sociale projecten. Daarmee hebben zij meer invloed dan hun aantallen doen vermoeden. Kerk in Nood ziet zijn getuigenis als een waarschuwing. Zonder levende christelijke gemeenschappen dreigen Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth lege symbolen te worden. “Er is geen Aankondiging zonder Nazareth, geen Kerstmis zonder Bethlehem en geen Pasen zonder Jeruzalem,” besloot de abt.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Vier christelijke gemeenschappen in Zuid-Libanon hebben in een verklaring hun “diepe bezorgdheid” geuit over het begin van de terugtrekking van het Libanese leger. Dit zou voor voor de dorpen Alma Sha’b, Rmeich, Debel en Aïn Ebel “ernstige veiligheidsgevolgen” kunnen hebben. De dorpelingen zijn vastbesloten om ondanks alle omstandigheden op hun land te blijven. Ze doen een beroep op de Libanese staat, de Verenigde Naties en internationale humanitaire organisaties.
Pater Maroun Youssef Ghafari, de pastoor van Alma Sha’b, sprak met de pauselijke stichting Kerk in Nood. Hij bevestigde deze ernstige vrees en beschreef hoe zijn parochianen, verspreid over het land, ernaar streven de hoop te behouden terwijl ze voorzien in hun materiële en geestelijke noden.
De terugtrekking maakt de weg vrij voor een onzekere toekomst en een uiterst gevaarlijke situatie. Het Libanese leger begeleidde tot nu toe de hulpkonvooien naar deze dorpen. Bovendien verklaren Israëlische functionarissen dagelijks dat ze in Libanon zullen blijven totdat Hezbollah ontwapend is, en dat ze de dorpen aan de frontlinie zullen vernietigen. Maar de dorpen die nog bewoond zijn, zijn christelijke dorpen, en hun inwoners zijn vreedzaam. De inwoners van Rmeich en Aïn Ebel zijn vastbesloten om op hun land te blijven, zelfs als ze “de aarde moeten eten”, zoals de pastoor van Rmeich op 31 maart op televisie verklaarde.
Christenen zijn gehecht aan hun land en aan hun staat. Helaas lijkt deze gehechtheid aan het “land van de goede boodschap” – dit land dat door Christus, de Maagd Maria en de apostelen is bezocht – de gave van zichzelf en het getuigenis van bloed te vereisen. Dit was het geval voor mijn broer Sami, evenals voor pater Pierre Raï, de pastoor van Qlayaa. Drie jonge maronitische christenen uit Aïn Ebel zijn op 12 maart eveneens omgekomen bij luchtaanvallen, en twee andere christenen uit Debel, een vader en zijn zoon, zijn op de weg door geweervuur gedood.
Alle inwoners van de parochie en het dorp zijn op 10 maart gedwongen Alma Sha’b te verlaten. Ze zijn verspreid over het hele land. Slechts een klein aantal gezinnen is naar opvangcentra verhuisd. Samen met onze parochieraad, de gemeente van Alma Sha’b en de crisiscel zijn we erin geslaagd iedereen te lokaliseren. We proberen contact met hen te houden en in te spelen op hun dringende behoeften, binnen de grenzen van onze zeer beperkte middelen. Maar God laat Zijn kinderen niet in de steek. Hij die de vogels in de lucht voedt en de bloemen in het veld kleedt, zorgt ook voor ons, Zijn kinderen, door Zijn voorzienigheid.
Persoonlijk bevind ik me in Aaraya, ten oosten van Beiroet. Maar nadat ik mijn broer voor mijn ogen heb verloren, probeer ik op alle vlakken weer op krachten te komen. Ik ben priester en dienaar van de gemeenschap die mij is toevertrouwd, maar ik ben ook een mens: ik verheug me met hen die zich verheugen en ik huil met hen die huilen. Vandaag, nu we in de Passieweek zijn, herhaal ik: “Mijn ziel is bedroefd”, in navolging van de woorden van de Heer Jezus in de Hof van Olijven. Jezus zelf huilde voor het graf van zijn vriend Lazarus, diep ontroerd… zo is mijn toestand vandaag.
Sinds de oorlog van 2023 heb ik het initiatief genomen om elke ochtend via sociale media een overdenking te sturen, gebaseerd op het Woord van God. Ik zet dit voort, met de nadruk op de spirituele, sociale en morele dimensies. Bovendien blijven we aandachtig voor de behoeften van elk individu: sommigen aarzelen om naar voren te komen, terwijl anderen dat spontaan doen.
Wat de Goede Week betreft, hebben we met de parochieraad besloten dat de gelovigen deelnemen aan vieringen in de parochies waar ze momenteel wonen. Vorig jaar was de kerk in Alma Sha’b, ondanks de verwoesting, vol. Dit jaar bleef de bijeenkomst beperkt tot zaterdagavond in de kerk van Sint-Antonius de Grote in Jdeidé el-Metn, aan de rand van de hoofdstad. Onze situatie lijkt op die van het gelovige volk in het Oude Testament. Het rest ons alleen nog om met de psalmist te zingen: “Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Heer der heerscharen. Mijn ziel smacht en smacht naar de voorhoven van de Heer.”
Dank aan Kerk in Nood voor de aandacht die u schenkt aan de situatie en aan ons als ontheemde bevolking. We houden allemaal vast aan de hoop dat het kruis dat we dragen een brug zal worden naar een verrijzenis waarvan we het tijdstip niet kennen. Maar de verrijzenis zal komen. We hebben een getuigenis te geven. Christus is verrezen; Hij is waarlijk verrezen.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Libanon is een land met een rijke christelijke traditie, maar de situatie van christelijke gezinnen staat onder zware druk. De diepe economische crisis, politieke spanningen en blijvende onzekerheid maken het leven voor velen uitzichtloos. Prijzen rijzen de pan uit, en werkloosheid is wijdverspreid. Vooral voor gezinnen met kinderen zijn het zware tijden.
Toch blijft de Kerk aanwezig. In het zuiden van het land, in het bisdom Sidon, zetten priesters, religieuzen en vrijwilligers zich onvermoeibaar in voor kinderen en jongeren. Ze organiseren al meer dan dertig jaar een zomerkamp voor kinderen – veilige en hoopvolle momenten midden in de chaos. Voor veel kinderen is het kamp het enige uitje dat ze het hele jaar meemaken.
“Het zomerkamp voor kinderen is hét hoogtepunt van het jaar,” vertelt bisschop Maroun Ammar. “Een zomer met God helpt hen daardoor wortel te schieten in hun land en hun geloof.”
De kampen zijn kleinschalig, gedragen door lokale parochies en vrijwilligers. Maar toch zijn ze kostbaar: vervoer, maaltijden, begeleiding, materiaal en soms ook overnachting moeten allemaal bekostigd worden. Door de hoge inflatie en toenemende armoede kunnen ouders dat vaak niet meer zelf betalen.
Met steun van Kerk in Nood hoopt het bisdom dit jaar minstens vijf zomerkampen voor kinderen mogelijk te maken, verspreid over het zuiden van Libanon. De vraag is groot, de middelen schaars.
Een kamp kost per kind relatief weinig: voor slechts € 34 kunnen twee kinderen deelnemen. Toch is dat bedrag voor veel Libanese gezinnen onbereikbaar. Daarom ondersteunt Kerk in Nood deze kampen, zodat ook de armste kinderen een plek krijgen.
Uw steun maakt het mogelijk dat kinderen hoopvol de toekomst tegemoet kunnen gaan – geworteld in geloof, gedragen door de liefde van Christus, en omringd door mensen die naar hen omzien. Zoals kinderen in Nederland naar een zomerkamp kunnen (klik bijvoorbeeld hier) zo gunt u dat toch ook aan kinderen in Libanon?
Met uw gebed én een concrete bijdrage zorgt u ervoor dat kinderen in Libanon deze zomer mogen lachen, spelen en groeien in geloof. Een geschenk dat verder reikt dan één week: het raakt harten en draagt vrucht voor de toekomst.
Meer weten over het nieuws uit het Midden-Oosten? Klik dan hier
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De economische crisis in Libanon heeft geleid tot een schrijnend tekort aan medicijnen, vooral voor kwetsbare kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. In het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet ziet zuster Marie Makhlouf dagelijks hoe kinderen lijden door het gebrek aan essentiële medicatie. Uw steun kan het verschil maken: met een gift van €19,45 voorziet u een kind van levensreddende medicijnen.
Ik zou willen dat u zuster Marie Makhlouf kon ontmoeten. U zou haar begrijpen, hoewel zij een ander leven in een ander land heeft. U zou haar zorgen begrijpen. De zorgen die zij heeft omdat ze een kind niet de hulp kan geven die het verdient. Zonder medicijnen krijgen sommige kinderen in haar ziekenhuis ernstige gedragsproblemen.
Zo begint een jongen zich ineens in zijn eigen arm te bijten, tot bloedens toe, wanhopig. Gelukkig liep het dit keer goed af voor het kind en onze zuster. Het treurige is dat dit had kunnen worden voorkomen. Heel eenvoudig eigenlijk: door het kind medicijnen te geven met uw donatie. En daarom kom ik bij u.
Iedere dag hopen de zusters van het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet dat u die persoon voor ‘hun’ kinderen wilt zijn. Kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap die hen beperkt en verdrietig of onhandelbaar maakt. Deze kinderen hebben vaak niemand meer. Behalve de zusters in het ziekenhuis. Zusters die de kinderen alle liefde en aandacht geven die ze in zich hebben.
Als u in het ziekenhuis kon zijn, zou u met eigen ogen zien hoe de kinderen opbloeien en hoe dankbaar ze zijn. Maar al die liefde kan helaas niet voorkomen dat de kinderen in El-Saleeb lijden. Dat komt door de medicijncrisis in Libanon.
De mensen in Libanon voelen de economische crisis elke dag. Er was die vreselijke explosie in de haven van Beiroet die u zich misschien nog herinnert. De werkloosheid is enorm. Banktegoeden zijn bevroren. Salarissen zijn niet eens voldoende om naar het werk te reizen of om de huur te betalen. Onder hen Georgette, die voor haar kleinkinderen zorgt. Kerk in Nood sprak eerder met haar over haar situatie en de steun die ze nodig heeft in deze roerige tijden. Ontelbaar veel mensen lijden honger. In het bijzonder de gehandicapte kinderen.
Voor deze kinderen voeren de zusters in El-Saleeb een dagelijkse strijd voor hun bestaan. Een strijd om de kinderen die zij onder hun hoede hebben eten en drinken te geven. Én om hen van hun dagelijkse medicijnen te voorzien. Kinderen met epilepsie die elk moment een aanval kunnen krijgen. Hyperactieve tieners, afhankelijk van hun tabletten omdat ze anders niet eens in slaap vallen. De zusters zien deze arme kinderen lijden, dag in dag uit. Ze voelen zich machteloos. Want geld voor medicijnen - dat hebben ze niet.
Daarom vragen de zusters om steun. En daarom richt ik mij vandaag tot u, in de verwachting dat ik bij u aan het goede adres ben.
Wilt u deze kinderen met hun beperkingen helpen door vandaag een doos met levensreddende medicijnen te kopen? Een doos kost € 19,45. Daarmee verzacht u hun pijn, geeft u ze rust, laat u ze weer lachen, doet u ze hun ellende vergeten. Daarnaast verlicht u met uw gift de zorgen van de zusters. U helpt ze de kinderen zo goed mogelijk te verzorgen. Meer mag natuurlijk ook!
Weet in elk geval dat de zusters en de gehandicapte kinderen in El-Saleeb u onbeschrijfelijk dankbaar zijn voor uw steun en dat u om hen geeft. U bent echt hun reddende engel.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Voor veel ouders in Libanon is de toekomst van hun kinderen een grote zorg. Is er nog wel genoeg geld om het schoolgeld te betalen? U kunt hen helpen!
Want helaas is de economische situatie in Libanon zo slecht dat leraren door de overheid niet of te weinig betaald krijgen. Zij doen hun werk met veel liefde en brengen grote offers, maar hebben thuis ook kinderen die moeten eten.
Scholen hangt sluiting boven het hoofd omdat ze de leraren niet kunnen betalen of omdat ouders het schoolgeld niet kunnen opbrengen. U kunt ervoor zorgen dat kinderen op katholieke scholen onderwijs blijven krijgen! Geeft de kinderen vrede, vreugde en waardigheid.
Met uw bijdrage van € 41 kan een kind een maand naar school. En met uw bijdrage van € 145 kan een leraar ook thuis de eindjes aan elkaar knopen.
Helpt u mee, zodat christelijke gezinnen in dit land van de Bijbel blijven wonen?
U kunt hier doneren of hier:
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Honderdduizenden jonge katholieken uit de hele wereld (ook uit Nederland) bereiden zich voor op de Wereldjongerendagen in Lissabon. Jongeren uit Syrië en Libanon kunnen er niet bij zijn. De situatie in deze landen is te kritiek.
Maar de bisschoppen zitten niet bij de pakken neer.
De bisschoppen willen in beide landen eigen Wereldjongerendagen oragniseren voor in totaal 2100 jongeren.
Helaas hebben de jongeren en de Kerk niet het geld om de organisatie te betalen.
Alleen met uw hulp kunnen deze evenementen doorgaan. Deze jonge mensen zijn de hoop van het christendom in het Midden-Oosten!
De jonge katholieken in Syrië en Libanon verdienen uw hulp. Klik op de donatiebutton en help mee.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD