De christelijke inwoners van het grensdorp Yaroun in Zuid-Libanon vrezen dat zij nooit meer terugkeren naar hun voorouderlijk land. Pastoor Charles Naddaf van de Grieks-katholieke Melkitische kerk, sprak hierover met Kerk in Nood (ACN).
“Yaroun is diep gewond”, vertelt pastoor Naddaf van de Sint-Jorisparochie. Op 1 mei 2026 verwoestten aanvallen de parochiezaal, die tijdelijk als kerk diende. Ook het jongerencentrum en het klooster van de Melkitische Basiliaanse Salvatoriaanse zusters gingen verloren. Hun school bood onderwijs aan kinderen uit Yaroun en omliggende dorpen, ongeacht hun geloof.
Ondanks het staakt-het-vuren van 17 april 2026 blijven de spanningen hoog. Bovendien gaan de gevechten in Zuid-Libanon door. Yaroun blijft afgesloten, waardoor bewoners de schade niet volledig kunnen beoordelen. “Dit is zonder twijfel een van de grootste rampen die deze gemeenschap ooit heeft getroffen”, aldus de priester tegenover Kerk in Nood (ACN).
Oorlog verwoeste Yaroun ook in 2023
Yaroun bestaat voor ongeveer driekwart uit sjiitische inwoners, maar kent ook een historische Melkitisch-christelijke aanwezigheid. Het dorp ligt vlak bij de grens met Israël en kreeg sinds oktober 2023 herhaaldelijk zware aanvallen te verduren.
Op 9 oktober 2023 vluchtte de volledige bevolking voor het eerst uit Yaroun. In de eerste maanden van het conflict werden de Sint-Joriskerk en verschillende huizen vernietigd. Zowel christelijke als islamitische gezinnen verloren hun woningen. De rest van het dorp liep zware schade op.
Opnieuw systematische verwoesting
Na het staakt-het-vuren van 27 november 2024 volgde opnieuw systematische verwoesting. Verschillende huizen raakten zwaar beschadigd of werden volledig met de grond gelijkgemaakt. Zelfs het grote standbeeld van Sint-Joris aan de westkant van het dorp werd vernield.
Toen toegang tot Yaroun geleidelijk mogelijk werd, keerden vijftien christelijke families terug. Hun huizen stonden nog overeind. Zij voerden noodreparaties uit en maakten van de parochiezaal een tijdelijke kapel. Daarna vierden zij opnieuw de Eucharistie. Hun hoop bleek echter van korte duur. De gevechten laaiden opnieuw op en nieuwe verwoestingen volgden.
“Op 2 maart 2026 verlieten alle gelovigen Yaroun”, zegt de pastoor. Families vonden onderdak in Rmeich, Aïn Ebel, het district Bint Jbeil en andere plaatsen in het Libanongebergte. Pater Naddaf verblijft momenteel in het Maronitische klooster van de Aankondiging in Rmeich. “Sinds het begin van de oorlog zijn families ontheemd geraakt. Zij leven grotendeels machteloos en in voortdurende onzekerheid”, legt hij uit.
Bedreiging christelijke toekomst
De inwoners maken zich niet alleen zorgen over de verwoesting van hun dorp. Vooral de toekomst van het christendom in Zuid-Libanon baart hen grote zorgen. “De verdreven christenen hebben niet voor deze oorlog gekozen. Zij willen alleen terugkeren naar hun huizen, in vrede leven met iedereen en blijven op het land van hun voorouders”, vervolgt pater Naddaf bezorgd.
De priester benadrukt naast de humanitaire nood ook het psychologische en spirituele leed van de ontheemde families. Volgens hem hebben gezinnen vooral vrede en veiligheid nodig. Zonder die basis kan niemand beginnen aan wederopbouw. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat de inwoners van Yaroun weten dat zij niet vergeten zijn.
Bezorgdheid en actie
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.




