Aartsbisschop Hanna Rahme van Baalbek Deir El-Ahmar in Libanon blijft zich inzetten voor evangelisatie. Daarnaast verwelkomt hij vluchtelingen, leeft hij naast de sjiieten en moedigt hij hoop aan. Hij doet dat te midden van voortdurende crises en opeenvolgende oorlogen. Een boeiend interview.
De Congregatie van de Monniken van Beit Maroun, Dienaren van de Ceder van Libanon, ontstond in 2019. De nieuwe congregatie telt inmiddels drie priesters en twintig broeders en staat onder het gezag van aartsbisschop Rahme.
Wat deze congregatie onderscheidt, is dat de broeders evangelisatie afleggen als een van hun geloften. Volgens aartsbisschop Rahme vraagt die roeping om een goede vorming. Daarom wil hij de broeders naar de universiteit sturen voor verdere studies.
De aartsbisschop is Kerk in Nood (ACN) dankbaar. Volgens hem speelt de stichting een cruciale rol bij de ondersteuning van de studies van de monniken. “Wij hebben nu vijftien broeders die studeren. Sommigen kregen een beurs vanwege hun sterke academische resultaten. Toch blijven deze kortingen beperkt en dekken ze niet het volledige collegegeld. Daarom is de steun van Kerk in Nood essentieel om de resterende kosten te betalen. Bovendien hebben wij nieuwe roepingen, en vijf novicen gaan binnenkort ook studeren.”
Jongeren vinden betekenis en hoop
Volgens aartsbisschop Rahme groeide de populariteit van de congregatie door haar werk met jongeren. Ook de actieve aanwezigheid op sociale media draagt daaraan bij. Daarnaast wijst hij op de wedstrijden die de congregatie organiseert voor catechesestudenten.
Het onderwerp jongeren kwam ook aan bod tijdens Rahmes recente bezoek aan het hoofdkantoor van de stichting Kerk in Nood (ACN). “Dankzij ACN organiseren wij zomerkampen voor jongeren uit heel Libanon, en ook uit Syrië. Dit is een van de belangrijkste taken van de Kerk.”
De economische instorting heeft veel mensen tot wanhoop gebracht. Daardoor vormen drugs een makkelijke en terugkerende uitweg, vooral onder jonge ontheemde Libanezen. “Op de kampen geven wij hun betekenis en hoop. Dat is geen gemakkelijke taak. De meeste jonge Libanezen kunnen momenteel niet eens denken aan trouwen of zelfstandig worden. Wij hopen hun hoop te geven en moedigen hen aan om in het land te blijven.”
Vluchtelingen keren slechts deels terug
De nieuwe situatie in Syrië lijkt de terugkeer van Syrische vluchtelingen uit Libanon waarschijnlijker te maken. Volgens de aartsbisschop klopt dat echter slechts gedeeltelijk. “De soennieten voelen zich veilig onder de nieuwe regering, maar veel alawieten, sjiieten en christenen blijven liever. Zij voelen zich niet veilig.”
Hoop in oorlogstijd
Wanneer Rahme spreekt over de oorlog die Libanon momenteel treft, blijft hij hoopvol. “Ik ben 66 jaar oud en behoor tot een generatie die niets anders dan oorlog heeft gekend. Ik had de situatie in Libanon nooit overleefd zonder Jezus. Ik heb veel geluk, ik heb hoop. Ik kan mij niet voorstellen hoe mensen dit doormaken zonder Jezus in hun leven.”
Volgens de aartsbisschop verspreidt het geweld zich. “Het geweld was in het begin gericht tegen sjiieten, maar nu treft het ook christenen. Vandaag nog bombardeerden ze een christelijk dorp in het zuiden. Wij willen allemaal een einde maken aan terrorisme, maar dit geweld is geen antwoord. Wij vragen de VN om toezicht te houden op de dialoog.”
Kerk verwelkomt sjiitische vluchtelingen
Het samenleven met sjiieten stelt christenen voor een uitdaging. Tegelijk zien zij daardoor Gods werk midden in de oorlog. Veel christenen vonden het aanvankelijk moeilijk te geloven dat sjiieten bij hen hulp zochten. Zij zagen sjiieten immers als verantwoordelijk voor de oorlog. Toch verwelkomde de Kerk hen met open armen. Volgens aartsbisschop Rahme leidde dat zelfs tot enkele bekeringen.
“Onlangs vertelde een priester mij over een ontheemd gezin uit een moslimdorp,” zegt Rahme. “Het gezin maakte zich zorgen over de ontvangst. Maar de priester gooide zijn deuren open en hielp hen om hun leven opnieuw op te bouwen. Een paar dagen later hoorde hij de dochter tegen haar ouders zeggen: ‘Het lijkt erop dat de christenen aardig zijn en ons echt mogen.’”
Volgens Rahme sprak de dochter daarmee mogelijk eerdere woorden van haar ouders tegen. “Uiteindelijk geloof je alles wat men je vertelt wanneer je opgroeit in een geïsoleerde omgeving. Zo’n dorp was de plek waar dit gezin vandaan kwam.”
Libanese Kerk biedt hoop door vrede en samenleven
De oorlog bracht veel christenen dichter bij de sjiieten. Daardoor wordt ook de evangelisatiemissie van de Kerk in Libanon toegankelijker. “De oorlog heeft veel mensen doen beseffen wat het charisma van de Kerk is. De Kerk roept op tot vrede en samenleven, zelfs wanneer andere stemmen geweld aanmoedigen. Dat is een volledig andere blik.”
Wanneer de situatie stabiliseert, hoopt Rahme dat veel mensen een nieuwe stap zullen zetten. “Ook al riskeren zij hun baan of hun familie, mensen merken dit contrast namelijk op.”
Wilt u de Kerk in Libanon steunen in deze moeilijke tijden? Dan kan dat altijd met misintenties. Het bisdom Baalbek heeft afgelopen jaar voor 35 priesters van diverse katholieke denominaties misstipendia ontvangen. Ook de door de Kerk georganiseerde zomerkampen geven de kinderen een plaats waar zij dankzij u hoop en vrede vinden.




