Burgeroorlog, economische crisis, politieke instabiliteit en de pandemie hebben de bevolking van het Midden-Oosten geteisterd. Velen zien geen toekomstperspectief meer en honderdduizenden zijn naar het buitenland gevlucht of leiden een miserabel leven als binnenlandse ontheemden. De regio blijft een prioriteit voor Kerk in Nood. Het primaire doel van onze hulp is om de Christenen er hoop te geven en hen te steunen om in hun thuisland te blijven, de bakermat van het christendom.

Veel Christenen in het Midden-Oosten lijden nog steeds onder de gevolgen van oorlog en IS-terreur. Ook de economische en politieke situatie boezemt de mensen angst in, zodat velen een betere toekomst in het buitenland blijven overwegen. Regelmatig ontvangen we berichten over aanslagen, intimidatie door milities en verhalen over de misère die het gevolg is van een mengeling van sancties, verwoesting en corruptie.






Een documentaire over de jarenlange genocide op Christenen in Irak en hun dilemma: blijven in wat eens de bakermat van het Christendom was... of vertrekken. Vanwege internationale filmrechten is deze film van CRTN, onderdeel van Kerk in Nood, alleen met een wachtwoord te zien. Meld u aan en krijg gratis toegang.
Een lichtpuntje voor de christenen in het Midden-Oosten was de reis van de paus naar Irak in maart 2021. Het bezoek bemoedigde de gelovigen en bood hen nieuw zelfvertrouwen - niet alleen in Irak zelf, maar in het hele Midden-Oosten. Christenen nieuwe hoop geven is ook ons doel in de regio. Zo konden we in 2021 voor meer dan 10,8 miljoen euro projecthulp verlenen in de prioritaire landen Syrië en Libanon. Dit omvatte noodhulp voor voedsel en medicijnen, steun voor senioren en studenten, materiële hulp voor zusters, Misintenties voor priesters en fondsen voor de wederopbouw van pastorale structuren, alsmede noodhulp voor kerkelijke scholen en ziekenhuizen.





Christenen in het Heilig Land hebben het zwaar. Door de conflicten zijn er minder bedevaartgangers en toeristen. Vooral jongeren en gezinnen zien minder toekomstperspectief, waardoor hun aantal blijft dalen. Dat zei de benedictijnse abt Nikodemus Schnabel in gesprek met Kerk in Nood (ACN). Afgelopen week nog werd de aanval van een joods-orthodoxe man op een Franse zuster groot nieuws. Discriminatie is echter al jaren aan de gang. Hij schetst een somber beeld van de christelijke aanwezigheid in de regio.
Op beelden is te zien hoe een Franse zuster in Oost-Jeruzalem, waar de Oude Stad ligt, wordt aangevallen. Haar belager lijkt een joods-orthodoxe man te zijn. Hij draagt een keppeltje en tzitzit, de rituele kwastjes die door joden aan een gebedskleed worden bevestigd. De vrouw werd plots door haar belager geduwd, waardoor ze haar hoofd stootte tegen een stenen blok. De man leek vervolgens weg te lopen, maar keerde daarna toch om de vrouw nog te schoppen terwijl ze op de grond lag.
Uit het rapport over godsdienstvrijheid van Kerk in Nood (ACN) blijkt dat een gewelddadig incident als dit niet heel gebruikelijk is, maar dat incidenten van intimidatie en agressie tegen christenen de laatste jaren vaker voorkomen. Ook is vaker vandalisme gepleegd op het terrein van kerken in Jeruzalem.
Volgens de abt kampen christenen met oorlog, economische onzekerheid en een voortdurende uittocht van gelovigen. “Als je denkt dat dit een eldorado van het christendom is, dan is de werkelijkheid anders,” verklaarde hij. “Alle christenen samen vormen minder dan twee procent van de bevolking. Zelfs vijf of zes procent zou al veel zijn.” Hij wijst erop dat zelfs sterk geseculariseerde regio’s in Europa meer christenen tellen dan het Heilige Land.
Abt Nikodemus leidt kloosters die verbonden zijn aan belangrijke plaatsen uit het paasverhaal. Daarbij horen het Cenakel in Jeruzalem en Tabgha aan het Meer van Galilea. Vanuit die achtergrond spreekt hij over een lokale Kerk die tegelijk rijk en kwetsbaar is.
Volgens de abt kent Jeruzalem een grote christelijke diversiteit. In de stad bevinden zich dertien historische Kerken. Zes daarvan zijn katholiek en zeven niet-katholiek. “Het is een kleurrijke werkelijkheid met veel verschillende tradities,” vertelt hij. Toch schuilt achter die diversiteit een kleine gemeenschap.
De bisschoppenconferentie van Cyprus, Israël, Palestina en Jordanië telt 24 leden. Dat weerspiegelt volgens hem de complexe kerkelijke situatie in de regio. Tegelijkertijd neemt het aantal christenen verder af. “De plaats waar de belangrijkste gebeurtenissen van ons geloof plaatsvonden, dreigt zijn oorspronkelijke christelijke bevolking te verliezen,” waarschuwt hij.
Volgens de abt dreigt het Heilig Land een christelijk 'Disneyland' te worden. “De heilige plaatsen zullen blijven bestaan, met priesters en monniken. Maar misschien verdwijnen christelijke families, jongeren en gewone geloofsgemeenschappen.”
Binnen de Latijnse Kerk onderscheidt hij drie belangrijke groepen. De eerste groep bestaat uit Arabischsprekende Palestijnse katholieken. Zij wonen al eeuwenlang in de regio. Binnen die gemeenschap leven christenen in Israël, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en Gaza onder verschillende omstandigheden. De kleine christelijke gemeenschap in Gaza noemt hij bijzonder kwetsbaar. Volgens hem leeft zij onder “dubbele bezetting”. Daarmee bedoelt hij oorlog en blokkades van buitenaf én onderdrukking door Hamas. De tweede groep bestaat uit Hebreeuwssprekende katholieken. Vaak gaat het om gemengde gezinnen die geïntegreerd zijn in de Israëlische samenleving. “Het is een nieuw fenomeen,” aldus de abt.
De derde groep vormt volgens hem de grootste gemeenschap. Dat zijn meer dan 100.000 katholieke migranten en asielzoekers. Velen komen uit de Filipijnen, India, Sri Lanka, Afrika, Oost-Europa en Latijns-Amerika. Zij werken vooral in de zorg, bouw en landbouw. “Zij behoren in veel opzichten tot de meest kwetsbaren,” verklaarde hij. De abt sprak zelfs over moderne slavernij. Sommige migranten verliezen hun paspoort en kunnen nauwelijks van werkgever veranderen. Ook raken gezinnen langdurig gescheiden.
Daarnaast bekritiseerde hij wetten die moederschap onder buitenlandse werkneemsters bemoeilijken. “In de ogen van het systeem lijkt 'ja zeggen tegen het leven' soms de grootste misdaad,” zei hij. Daarmee verwees hij naar vrouwen die abortus weigeren. Volgens hem vormt deze groep een verborgen pijler van de Kerk in het Heilige Land.
Voor lokale christenen vormt economische overleving de grootste uitdaging. Volgens abt Nikodemus is ongeveer zestig procent van de Arabischsprekende christenen afhankelijk van toerisme. “Het laatste goede jaar was 2019,” zei hij. Sindsdien hebben de coronapandemie, conflicten en instabiliteit het toerisme zwaar getroffen. Daardoor verloren veel gezinnen hun inkomen. “Mensen vertrekken omdat zij geen toekomst meer zien,” verklaarde hij tegenover de vertegenwoordigers van Kerk in Nood.
Volgens hem zijn betaalbare woningen en werkgelegenheid essentieel om christelijke families in de regio te houden. Veel christenen voelen zich bovendien vergeten binnen zowel de Israëlische als Palestijnse nationale verhalen. “Zij hebben vaak het gevoel dat hun aanwezigheid er niet toe doet,” aldus de abt.
De abt benadrukte dat de lokale Kerk geen partij kiest in het conflict. “Wij zijn niet pro-Israël of pro-Palestina, maar pro-mens,” verklaarde hij in een eerder interview. Volgens hem weerspiegelt die houding de realiteit van een Kerk die aanwezig is in Israël, Gaza, de Westelijke Jordaanoever en migrantengemeenschappen.
Hij verwees ook naar de gebeurtenissen van 7 oktober 2023. Daarbij kwamen katholieke migranten om het leven nadat zij weigerden ouderen achter te laten. “Zij vluchtten niet weg. Zij bleven bij de mensen die aan hen waren toevertrouwd,” vertelde hij. Tijdens de uitvaartmis werd eerst gebeden voor de slachtoffers in Gaza. Daarna volgde een gebed voor de bekering van de daders van het geweld. “Dat was buitengewoon,” zei hij. “Bidden voor je vijanden, dat betekent christen zijn in deze regio.”
Abt Nikodemus waarschuwde ook voor groeiende vijandigheid vanuit extremistische Joodse groepen. Hij noemde incidenten zoals bespugen, vandalisme, brandstichting, vernielingen en haatgraffiti. Volgens hem gaat het niet langer om geïsoleerde incidenten.
De abt bekritiseerde ultranationalistische religieuze groepen en wees op politici die zulke houdingen mogelijk maken. Tegelijk benadrukte hij dat niet alle Israëlische Joden deze opvattingen delen. Sommige Joodse groepen verdedigen juist christelijke gemeenschappen. Daarnaast uitte hij kritiek op het zogenoemde christelijk zionisme. Volgens hem botst dat met het Evangelie wanneer geweld wordt gerechtvaardigd of Palestijns lijden wordt genegeerd.
Volgens de abt blijft de Kerk ondanks haar kleine omvang van groot belang voor de samenleving. Christelijke gemeenschappen onderhouden scholen, ziekenhuizen en sociale projecten. Daarmee hebben zij meer invloed dan hun aantallen doen vermoeden. Kerk in Nood ziet zijn getuigenis als een waarschuwing. Zonder levende christelijke gemeenschappen dreigen Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth lege symbolen te worden. “Er is geen Aankondiging zonder Nazareth, geen Kerstmis zonder Bethlehem en geen Pasen zonder Jeruzalem,” besloot de abt.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Vier christelijke gemeenschappen in Zuid-Libanon hebben in een verklaring hun “diepe bezorgdheid” geuit over het begin van de terugtrekking van het Libanese leger. Dit zou voor voor de dorpen Alma Sha’b, Rmeich, Debel en Aïn Ebel “ernstige veiligheidsgevolgen” kunnen hebben. De dorpelingen zijn vastbesloten om ondanks alle omstandigheden op hun land te blijven. Ze doen een beroep op de Libanese staat, de Verenigde Naties en internationale humanitaire organisaties.
Pater Maroun Youssef Ghafari, de pastoor van Alma Sha’b, sprak met de pauselijke stichting Kerk in Nood. Hij bevestigde deze ernstige vrees en beschreef hoe zijn parochianen, verspreid over het land, ernaar streven de hoop te behouden terwijl ze voorzien in hun materiële en geestelijke noden.
De terugtrekking maakt de weg vrij voor een onzekere toekomst en een uiterst gevaarlijke situatie. Het Libanese leger begeleidde tot nu toe de hulpkonvooien naar deze dorpen. Bovendien verklaren Israëlische functionarissen dagelijks dat ze in Libanon zullen blijven totdat Hezbollah ontwapend is, en dat ze de dorpen aan de frontlinie zullen vernietigen. Maar de dorpen die nog bewoond zijn, zijn christelijke dorpen, en hun inwoners zijn vreedzaam. De inwoners van Rmeich en Aïn Ebel zijn vastbesloten om op hun land te blijven, zelfs als ze “de aarde moeten eten”, zoals de pastoor van Rmeich op 31 maart op televisie verklaarde.
Christenen zijn gehecht aan hun land en aan hun staat. Helaas lijkt deze gehechtheid aan het “land van de goede boodschap” – dit land dat door Christus, de Maagd Maria en de apostelen is bezocht – de gave van zichzelf en het getuigenis van bloed te vereisen. Dit was het geval voor mijn broer Sami, evenals voor pater Pierre Raï, de pastoor van Qlayaa. Drie jonge maronitische christenen uit Aïn Ebel zijn op 12 maart eveneens omgekomen bij luchtaanvallen, en twee andere christenen uit Debel, een vader en zijn zoon, zijn op de weg door geweervuur gedood.
Alle inwoners van de parochie en het dorp zijn op 10 maart gedwongen Alma Sha’b te verlaten. Ze zijn verspreid over het hele land. Slechts een klein aantal gezinnen is naar opvangcentra verhuisd. Samen met onze parochieraad, de gemeente van Alma Sha’b en de crisiscel zijn we erin geslaagd iedereen te lokaliseren. We proberen contact met hen te houden en in te spelen op hun dringende behoeften, binnen de grenzen van onze zeer beperkte middelen. Maar God laat Zijn kinderen niet in de steek. Hij die de vogels in de lucht voedt en de bloemen in het veld kleedt, zorgt ook voor ons, Zijn kinderen, door Zijn voorzienigheid.
Persoonlijk bevind ik me in Aaraya, ten oosten van Beiroet. Maar nadat ik mijn broer voor mijn ogen heb verloren, probeer ik op alle vlakken weer op krachten te komen. Ik ben priester en dienaar van de gemeenschap die mij is toevertrouwd, maar ik ben ook een mens: ik verheug me met hen die zich verheugen en ik huil met hen die huilen. Vandaag, nu we in de Passieweek zijn, herhaal ik: “Mijn ziel is bedroefd”, in navolging van de woorden van de Heer Jezus in de Hof van Olijven. Jezus zelf huilde voor het graf van zijn vriend Lazarus, diep ontroerd… zo is mijn toestand vandaag.
Sinds de oorlog van 2023 heb ik het initiatief genomen om elke ochtend via sociale media een overdenking te sturen, gebaseerd op het Woord van God. Ik zet dit voort, met de nadruk op de spirituele, sociale en morele dimensies. Bovendien blijven we aandachtig voor de behoeften van elk individu: sommigen aarzelen om naar voren te komen, terwijl anderen dat spontaan doen.
Wat de Goede Week betreft, hebben we met de parochieraad besloten dat de gelovigen deelnemen aan vieringen in de parochies waar ze momenteel wonen. Vorig jaar was de kerk in Alma Sha’b, ondanks de verwoesting, vol. Dit jaar bleef de bijeenkomst beperkt tot zaterdagavond in de kerk van Sint-Antonius de Grote in Jdeidé el-Metn, aan de rand van de hoofdstad. Onze situatie lijkt op die van het gelovige volk in het Oude Testament. Het rest ons alleen nog om met de psalmist te zingen: “Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Heer der heerscharen. Mijn ziel smacht en smacht naar de voorhoven van de Heer.”
Dank aan Kerk in Nood voor de aandacht die u schenkt aan de situatie en aan ons als ontheemde bevolking. We houden allemaal vast aan de hoop dat het kruis dat we dragen een brug zal worden naar een verrijzenis waarvan we het tijdstip niet kennen. Maar de verrijzenis zal komen. We hebben een getuigenis te geven. Christus is verrezen; Hij is waarlijk verrezen.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

In het Midden-Oosten is op diverse plaatsen de reguliere viering van Palmzondag verstoord. Zo heeft de Israëlische politie vanochtend de Latijnse patriarch van Jeruzalem verhinderd de Heilige Grafkerk in Jeruzalem binnen te gaan. Kardinaal Pierbattista Pizzaballa zou er samen met de Custos van het Heilig Land, pater Francesco Ielpo, de Palmzondagmis te vieren. Voor het eerst in eeuwen werd de kerkleiders verhinderd om de Palmzondagmis te vieren in de Heilige Grafkerk.
In een bericht noemt het Latijnse Patriarchaat de maatregelen “een duidelijk onredelijke en onevenredige maatregel” en “een extreme afwijking vormt van de basisprincipes van redelijkheid, vrijheid van godsdienst en respect voor de status quo”
Tegelijkertijd hebben we bericht ontvangen uit Syrië. Daar zijn de Palmzondagprocessies buiten de kerken in meerdere regio’s, waaronder Damascus en Aleppo, afgelast. De vieringen binnenin de kerken zijn doorgegaan. De processies in de open lucht werden opgeschort vanwege de aanhoudende onveiligheid en als teken van solidariteit na een aanval op een christelijk dorp, afgelopen vrijdag.
In Irak zijn in de bisdommen Erbil en Mosul processies in de open lucht geannuleerd, evenals evenementen voor gezinnen. De afgelopen twee weken hebben drones vanuit Iran aanvallen uitgevoerd op deze plaatsen. Daarbij werd onder meer een klooster in Ankawa, Erbil getroffen.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Meer dan 200 christelijke leraren moeten mogelijk stoppen met lesgeven op scholen in Jeruzalem. Palestijnse leraren die in de bezette Westelijke Jordaanoever wonen en in het bezit zijn van een ‘groene kaart’ krijgen vanaf komend schooljaar geen nieuwe werkvergunning.
Het besluit van het Israëlische ministerie van Onderwijs vormt een bedreiging voor het voortbestaan van deze historische instellingen en de toekomst van het christelijk onderwijs in de Heilige Stad. Dat staat al enkele maanden onder ongekende druk.
Volgens de Onderwijscommissie van de Knesset, het Israëlische parlement, voldoen de diploma’s die behaald zijn op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem niet aan de academische kwalificaties die vereist zijn om les te geven in deze gebieden.
Het secretariaat van Christelijke Scholen riep aan het begin van dit schooljaar al een staking van een week uit in alle christelijke scholen in Jeruzalem om de. Daarin eisten ze de vereiste vergunningen af te gegeven.
Onlangs, op 10 maart 2026, heeft het Israëlische Ministerie van Onderwijs een brief gestuurd aan schoolhoofden in Jeruzalem. Daarin dwingt het scholen leraren aan te werven die in de stad wonen en over door Israël afgegeven certificaten beschikken. In de praktijk zullen er geen werkvergunningen worden verleend aan Palestijnse leraren die in de Westelijke Jordaanoever wonen en een groene kaart hebben.
"Als dit besluit daadwerkelijk wordt uitgevoerd, komen onze christelijke scholen in een zeer moeilijke positie terecht. Het brengt hun voortbestaan in gevaar en zorgt ervoor dat ze hun christelijke missie verliezen", waarschuwt een medewerker van het Algemeen Secretariaat van Christelijke Scholen in het Heilig Land, die op voorwaarde van anonimiteit een interview gaf aan de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN).
Bijna 230 christelijke leraren, die in de Westelijke Jordaanoever wonen en in het bezit zijn van een groene kaart, werken op 15 christelijke scholen in Jeruzalem. "Verspreid over deze instellingen zou dit neerkomen op ongeveer 15 afwezige leraren per school, wat een grote verstoring voor onze leerlingen en onze teams tot gevolg zou hebben", benadrukte de medewerker.
De meeste van deze scholen, opgericht aan het einde van de 19e eeuw, hebben honderdduizenden leerlingen opgeleid, zowel christenen als moslims. Zij hebben een essentiële rol gespeeld op nationaal en interreligieus niveau. Ze werden specifiek opgericht om christelijk onderwijs te bevorderen en om het geloof en de christelijke aanwezigheid in Jeruzalem te behouden. "Er zijn echter niet genoeg christelijke leraren in Jeruzalem om het werk over te nemen. Op de lange termijn dreigen deze beperkingen het christelijke karakter van onze instellingen blijvend aan te tasten en het christelijk geloof en de christelijke aanwezigheid in de stad te verzwakken."
Bovendien werken de meeste van deze leraren al jaren op deze scholen en ontvangen ze een redelijk salaris. Beëindiging van hun dienstverband zou leiden tot ernstige financiële moeilijkheden voor hun gezinnen, in een context die al gekenmerkt wordt door de oorlog in Gaza en het huidige regionale conflict. Sommigen zullen wellicht gedwongen worden te emigreren op zoek naar een betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen.
"De Kerk zal hen in deze moeilijke omstandigheden niet in de steek laten", verzekert de vertegenwoordiger. "We doen al het mogelijke en communiceren met alle mogelijke gesprekspartners binnen de Israëlische regering, ondanks de moeilijkheid om met hen in dialoog te treden." Ook hebben de scholen relevante juridische instanties benaderd. De plaatselijke Kerk staat ook voortdurend in contact met de Heilige Stoel en internationale instanties als Kerk in Nood (ACN) om er bij de Israëlische regering op aan te dringen haar besluit terug te draaien.
Gebed nodig
"Het is essentieel om dit probleem wereldwijd onder de aandacht te brengen. Als het besluit wordt uitgevoerd en gezinnen hun inkomen kwijtraken, zal ook financiële steun nodig zijn. Ten slotte is het goed om te bidden voor deze leraren en voor alle christenen in Jeruzalem en het Heilige Land, want gebed blijft de sleutel tot het hart van de Almachtige God, in het land dat Hij heeft gezegend en geheiligd.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Na de recente escalatie van het conflict in Libanon breidt de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN) haar hulp aanzienlijk uit. De organisatie richt zich nu vooral op gezondheidszorg, ondersteuning van ontheemden en concrete hulp in zwaar getroffen regio’s.
Kerk in Nood wil helpen nieuwe medische hulpcentra op te richten in het zuiden van het land. Deze regio verkeert momenteel in een diepe crisis. Veel mensen overleden namelijk door gebrek aan spoedeisende zorg. In samenwerking met de Maronitische Katholieke Kerk gebruikt Kerk in Nood de bestaande infrastructuur voor een centrum in Qlayaa.
In de stad staan vrijwilligers en medisch personeel al klaar. Toch ontbreekt het aan medicijnen, apparatuur en financiële middelen. Dankzij haar weldoeners kan Kerk in Nood helpen de salarissen van medisch personeel te betalen en medicijnen en apparatuur te leveren.
De stad heeft een christelijke meerderheid en ligt op enkele kilometers van de Israëlische grens. Pater Pierre el-Raï bediende de gemeenschap eerder. Hij kwam op 9 maart om bij een aanslag door het Israëlische leger.
Ook dragen donateurs van Kerk in Nood bij aan noodhulpprojecten voor ontheemden. Zo ontvangen ongeveer 1500 mensen voedsel en basisbenodigdheden in het Maronitische bisdom Sidon. Zo'n 8000 ontheemden worden geholpen in de regio Baalbek, in de Bekaa-vallei. Parochies, diocesane instellingen en kloosters coördineren de zorg en vangen ontheemden op die momenteel verblijven in kerkgebouwen, bij gastgezinnen of in gehuurde appartementen. De Kerk helpt iedereen in nood, ongeacht religie.
Ondertussen raken de voorraden in Libanon snel uitgeput. Voedsel wordt steeds moeilijker verkrijgbaar. Bovendien vormt brandstoftekort een groeiend probleem. Veel infrastructuur draait namelijk op generatoren door aanhoudende stroomuitval, waarvoor extra steun nodig is.
De huidige hulp bouwt voort op een langdurige samenwerking tussen ACN en de Kerk in Libanon. Sinds de escalatie van geweld in het Midden-Oosten stelde Kerk in Nood al meer dan vier miljoen euro beschikbaar. Dat geld ging naar 72 projecten, waaronder onderwijs, voedselhulp, medische zorg en traumaverwerking. Zo helpen we kinderen om de trauma’s van het moeten vluchten en van geweld te verwerken en ondersteunen we gezinnen bij het omgaan met extreme omstandigheden.
Veel projecten zoals steun voor katholieke scholen en pastorale projecten voor psychologische begeleiding gaan door. Ondertussen blijft de situatie in Libanon gespannen. Ontheemden verspreiden zich over het hele land. Bovendien verandert het aantal hulpbehoevenden voortdurend. Daarom blijft goede coördinatie met lokale partners en hulporganisaties essentieel. Tegelijk blijft de Kerk voor veel mensen het belangrijkste aanspreekpunt. Het werk van Kerk in Nood in Libanon kenmerkt zich daarbij door een langetermijnvisie. Lokale coördinatoren benadrukken: “Onze kracht ligt in het feit dat we blijven.”
Wilt u christenen in het Midden-Oosten steunen in deze moeilijke tijden? Dan kan dat via onze speciale actiepagina.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Sinds de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten is de zuidgrens van Libanon opnieuw een oorlogsgebied geworden. Pastoor Maroun Youssef Ghafari van Alma Sha'b, aan de grens met Israël, verloor zijn broer bij een aanval op het dorp. Toch besloot hij, ondanks het gevaar, bij zijn gemeenschap te blijven.
Afgelopen maandag, 9 maart, werd een medepriester gedood bij een Israëlische luchtaanval op zijn dorp. Vier burgers raakten ook gewond. Onder de slachtoffers bevinden zich inwoners en leden van de reddingsteams die na een eerste explosie te hulp waren gekomen.
Pierre al-Raï, een maronitische medepriester van pater Marouan uit het christelijke dorp Qlayaa was niet het laatste slachtoffer. Zijn vastberadenheid werd op dramatische wijze op de proef gesteld toen zijn broer Sami Ghafari (70) in de tuin van zijn huis, in hetzelfde dorp, omkwam bij een luchtaanval.
Hoewel Zuid-Libanon overwegend sjiitisch-islamitisch is, zijn er in de regio ook dorpen met een christelijke meerderheid, zoals Qlayaa, Marjayoun en Alma Sha'b. Het laatste dorp ligt op slechts twee kilometer van de Israëlische grens. Voordat de gevechten weer oplaaiden, telde het bijna 350 inwoners. Momenteel is dat aantal gedaald tot 100, waaronder volwassenen, kinderen en ouderen.
Ondanks de intensivering van de gevechten en de Israëlische evacuatiebevelen hebben veel inwoners ervoor gekozen om op hun land, in hun dorpen en kerken te blijven. Ze vrezen dat hun eigendommen en hun velden vernietigd worden als ze vertrekken. In een gesprek met de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN) vertelt Ghafari: "Wij steunen hen in deze beslissing. Wij blijven ondanks de oorlog.”
De pastoor van Alma Sha’b voegde eraan toe dat de gemeenschap een hoge prijs heeft betaald vanwege het conflict. “Ongeveer 90% van de huizen werd verwoest toen we eind december 2024 gedwongen moesten vertrekken. Wij denken dat als we weer vertrekken, om welke reden dan ook, we niet mogen terugkeren. Wat er over is, wordt dan opnieuw verwoest.”
De priester vertelde Kerk in Nood (ACN) dat andere christelijke dorpen in de buurt van de grens hetzelfde hebben besloten. “We hebben de nodige maatregelen genomen in overleg met de apostolische nuntius, de lokale kerk en de civiele autoriteiten en met de United Nations Interim Forces in Lebanon (UNIFIL). We hebben hen laten weten dat we niet vertrekken, ook al weten we dat er in oorlogstijd geen garanties zijn.”
De moord op zijn eigen broer op 8 maart heeft uiteraard diepe indruk op hem gemaakt en op de hele christelijke gemeenschap: “Het verlies van een Libanese burger die van zijn dorp Alma Sha’b hield, die totaal niets met het conflict te maken had en die bovendien mijn broer was, heeft ons in diepe droefheid achtergelaten. Oorlog brengt niets dan vernieling, dood en ontheemding.”
Ghafari voegde eraan toe: “Als priester en als christen beschouw ik Sami als een martelaar. Ze hebben hem vermoord. Ook pastoor Al-Raï werd vermoord terwijl hij zijn parochie diende. We bidden dat hun zielen in vrede mogen rusten en dat hun nagedachtenis een bron van troost en kracht mag zijn voor onze gemeenschappen.” Voor pater Ghafari is de beslissing om te blijven dan ook een daad van geloof. “Wij vertrouwen op de goddelijke voorzienigheid en op de voorspraak van de Maagd Maria, onze beschermster.”
De christenen in Libanon zijn het levende bewijs dat het christendom in het Midden-Oosten niet alleen een demografische realiteit is, maar ook een levende aanwezigheid, belichaamd door mannen en vrouwen die getuigen van hun gehechtheid aan hun geloof en aan hun land.
In die zin benadrukte de pastoor van Alma Sha'b het belang van gebed en praktische steun. “Als de universele Kerk zich niet bekommert om deze gemeenschappen die verspreid liggen langs de grens – en die zijn teruggebracht tot niet meer dan 15 beschadigde christelijke dorpen – lopen ze het risico hetzelfde lot te ondergaan als de christenen in het Heilige Land”, waarschuwt hij. “We hopen dat ze niet in de loop van de tijd verdwijnen. Door hun verbondenheid met hun heilige land geven ze het mooiste getuigenis van trouw en volharding.”
Pr. Ghafari is van mening dat het op dit moment prioriteit heeft om de veiligheid te waarborgen en de vrede te herstellen, en bedankt Kerk in Nood voor haar steun. “Namens de parochie, en in het bijzonder namens de armen – die het dichtst bij Jezus staan – wil ik onze oprechte dankbaarheid betuigen aan allen die ons steunen, in het bijzonder aan de weldoeners van Kerk in Nood, die ons terzijde heeft gestaan met materiële hulp, voedsel en medische benodigdheden.”
“Wij christenen hebben niets met deze oorlog te maken. We blijven toegewijd aan een cultuur van leven, dialoog en vrede. Wij bidden voor deze intentie in al onze dagelijkse missen en elke zondag. We blijven verenigd in gebed, met de katholieke kerk, christenen van over de hele wereld en alle mensen met gezond verstand, voor een einde aan deze ramp”, besluit hij.
Volgens de laatste informatie die na het schrijven van dit artikel is ontvangen, zal het dorp Alma Sha’b naar verwachting worden geëvacueerd vanwege de verslechterende veiligheidssituatie in het gebied.
Helpt u kwetsbare christenen in het Midden-Oosten nu zij uw steun nodig hebben? Kijk dan hier wat u kunt doen?
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Libanon is een land met een rijke christelijke traditie, maar de situatie van christelijke gezinnen staat onder zware druk. De diepe economische crisis, politieke spanningen en blijvende onzekerheid maken het leven voor velen uitzichtloos. Prijzen rijzen de pan uit, en werkloosheid is wijdverspreid. Vooral voor gezinnen met kinderen zijn het zware tijden.
Toch blijft de Kerk aanwezig. In het zuiden van het land, in het bisdom Sidon, zetten priesters, religieuzen en vrijwilligers zich onvermoeibaar in voor kinderen en jongeren. Ze organiseren al meer dan dertig jaar een zomerkamp voor kinderen – veilige en hoopvolle momenten midden in de chaos. Voor veel kinderen is het kamp het enige uitje dat ze het hele jaar meemaken.
“Het zomerkamp voor kinderen is hét hoogtepunt van het jaar,” vertelt bisschop Maroun Ammar. “Een zomer met God helpt hen daardoor wortel te schieten in hun land en hun geloof.”
De kampen zijn kleinschalig, gedragen door lokale parochies en vrijwilligers. Maar toch zijn ze kostbaar: vervoer, maaltijden, begeleiding, materiaal en soms ook overnachting moeten allemaal bekostigd worden. Door de hoge inflatie en toenemende armoede kunnen ouders dat vaak niet meer zelf betalen.
Met steun van Kerk in Nood hoopt het bisdom dit jaar minstens vijf zomerkampen voor kinderen mogelijk te maken, verspreid over het zuiden van Libanon. De vraag is groot, de middelen schaars.
Een kamp kost per kind relatief weinig: voor slechts € 34 kunnen twee kinderen deelnemen. Toch is dat bedrag voor veel Libanese gezinnen onbereikbaar. Daarom ondersteunt Kerk in Nood deze kampen, zodat ook de armste kinderen een plek krijgen.
Uw steun maakt het mogelijk dat kinderen hoopvol de toekomst tegemoet kunnen gaan – geworteld in geloof, gedragen door de liefde van Christus, en omringd door mensen die naar hen omzien. Zoals kinderen in Nederland naar een zomerkamp kunnen (klik bijvoorbeeld hier) zo gunt u dat toch ook aan kinderen in Libanon?
Met uw gebed én een concrete bijdrage zorgt u ervoor dat kinderen in Libanon deze zomer mogen lachen, spelen en groeien in geloof. Een geschenk dat verder reikt dan één week: het raakt harten en draagt vrucht voor de toekomst.
Meer weten over het nieuws uit het Midden-Oosten? Klik dan hier
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De economische crisis in Libanon heeft geleid tot een schrijnend tekort aan medicijnen, vooral voor kwetsbare kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. In het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet ziet zuster Marie Makhlouf dagelijks hoe kinderen lijden door het gebrek aan essentiële medicatie. Uw steun kan het verschil maken: met een gift van €19,45 voorziet u een kind van levensreddende medicijnen.
Ik zou willen dat u zuster Marie Makhlouf kon ontmoeten. U zou haar begrijpen, hoewel zij een ander leven in een ander land heeft. U zou haar zorgen begrijpen. De zorgen die zij heeft omdat ze een kind niet de hulp kan geven die het verdient. Zonder medicijnen krijgen sommige kinderen in haar ziekenhuis ernstige gedragsproblemen.
Zo begint een jongen zich ineens in zijn eigen arm te bijten, tot bloedens toe, wanhopig. Gelukkig liep het dit keer goed af voor het kind en onze zuster. Het treurige is dat dit had kunnen worden voorkomen. Heel eenvoudig eigenlijk: door het kind medicijnen te geven met uw donatie. En daarom kom ik bij u.
Iedere dag hopen de zusters van het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet dat u die persoon voor ‘hun’ kinderen wilt zijn. Kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap die hen beperkt en verdrietig of onhandelbaar maakt. Deze kinderen hebben vaak niemand meer. Behalve de zusters in het ziekenhuis. Zusters die de kinderen alle liefde en aandacht geven die ze in zich hebben.
Als u in het ziekenhuis kon zijn, zou u met eigen ogen zien hoe de kinderen opbloeien en hoe dankbaar ze zijn. Maar al die liefde kan helaas niet voorkomen dat de kinderen in El-Saleeb lijden. Dat komt door de medicijncrisis in Libanon.
De mensen in Libanon voelen de economische crisis elke dag. Er was die vreselijke explosie in de haven van Beiroet die u zich misschien nog herinnert. De werkloosheid is enorm. Banktegoeden zijn bevroren. Salarissen zijn niet eens voldoende om naar het werk te reizen of om de huur te betalen. Onder hen Georgette, die voor haar kleinkinderen zorgt. Kerk in Nood sprak eerder met haar over haar situatie en de steun die ze nodig heeft in deze roerige tijden. Ontelbaar veel mensen lijden honger. In het bijzonder de gehandicapte kinderen.
Voor deze kinderen voeren de zusters in El-Saleeb een dagelijkse strijd voor hun bestaan. Een strijd om de kinderen die zij onder hun hoede hebben eten en drinken te geven. Én om hen van hun dagelijkse medicijnen te voorzien. Kinderen met epilepsie die elk moment een aanval kunnen krijgen. Hyperactieve tieners, afhankelijk van hun tabletten omdat ze anders niet eens in slaap vallen. De zusters zien deze arme kinderen lijden, dag in dag uit. Ze voelen zich machteloos. Want geld voor medicijnen - dat hebben ze niet.
Daarom vragen de zusters om steun. En daarom richt ik mij vandaag tot u, in de verwachting dat ik bij u aan het goede adres ben.
Wilt u deze kinderen met hun beperkingen helpen door vandaag een doos met levensreddende medicijnen te kopen? Een doos kost € 19,45. Daarmee verzacht u hun pijn, geeft u ze rust, laat u ze weer lachen, doet u ze hun ellende vergeten. Daarnaast verlicht u met uw gift de zorgen van de zusters. U helpt ze de kinderen zo goed mogelijk te verzorgen. Meer mag natuurlijk ook!
Weet in elk geval dat de zusters en de gehandicapte kinderen in El-Saleeb u onbeschrijfelijk dankbaar zijn voor uw steun en dat u om hen geeft. U bent echt hun reddende engel.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Voor veel ouders in Libanon is de toekomst van hun kinderen een grote zorg. Is er nog wel genoeg geld om het schoolgeld te betalen? U kunt hen helpen!
Want helaas is de economische situatie in Libanon zo slecht dat leraren door de overheid niet of te weinig betaald krijgen. Zij doen hun werk met veel liefde en brengen grote offers, maar hebben thuis ook kinderen die moeten eten.
Scholen hangt sluiting boven het hoofd omdat ze de leraren niet kunnen betalen of omdat ouders het schoolgeld niet kunnen opbrengen. U kunt ervoor zorgen dat kinderen op katholieke scholen onderwijs blijven krijgen! Geeft de kinderen vrede, vreugde en waardigheid.
Met uw bijdrage van € 41 kan een kind een maand naar school. En met uw bijdrage van € 145 kan een leraar ook thuis de eindjes aan elkaar knopen.
Helpt u mee, zodat christelijke gezinnen in dit land van de Bijbel blijven wonen?
U kunt hier doneren of hier:
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Honderdduizenden jonge katholieken uit de hele wereld (ook uit Nederland) bereiden zich voor op de Wereldjongerendagen in Lissabon. Jongeren uit Syrië en Libanon kunnen er niet bij zijn. De situatie in deze landen is te kritiek.
Maar de bisschoppen zitten niet bij de pakken neer.
De bisschoppen willen in beide landen eigen Wereldjongerendagen oragniseren voor in totaal 2100 jongeren.
Helaas hebben de jongeren en de Kerk niet het geld om de organisatie te betalen.
Alleen met uw hulp kunnen deze evenementen doorgaan. Deze jonge mensen zijn de hoop van het christendom in het Midden-Oosten!
De jonge katholieken in Syrië en Libanon verdienen uw hulp. Klik op de donatiebutton en help mee.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD