Meer dan zes maanden na hun gedwongen vertrek verlangen de inwoners van Alma el-Chaab nog altijd naar huis. Nu nadert de olijvenoogst en groeit voorzichtig de hoop op terugkeer. Kerk in Nood sprak met hun pastoor, de Maronitische Maroun Ghafari. Hij beschrijft het dagelijks leven van een verspreide gemeenschap die zich voorbereidt op terugkeer.
De inwoners van Alma el-Chaab blijven sterk verbonden met hun land. In september kregen ongeveer tien boeren beperkte toestemming om hun olijfgaarden schoon te maken. Ook mochten zij overwoekerde percelen vrijmaken. Nu hopen zij opnieuw toestemming te krijgen, ditmaal om hun olijven te oogsten. De pluk begint naar verwachting na half oktober.
Olijfgaarden zwaar beschadigd
Tijdens het conflict raakten sommige olijfgaarden en landbouwgronden verwoest of zwaar beschadigd. Een delegatie van Kerk in Nood zag de schade zelf tijdens een bezoek in mei 2025. Voor veel families blijft daarom onzeker of zij hun oogst mogen binnenhalen. Bovendien weten zij niet of hun bomen nog vruchten kunnen dragen.
Voor de inwoners van Alma el-Chaab betekent de oogst meer dan landbouw alleen. Zij zien deze als een eerste stap naar huis. “Als deze fase slaagt, bewegen we ons verder langs de weg die we hopen te volgen,” zegt pater Ghafari. De priester verloor zelf zijn broer bij een Israëlische luchtaanval, maar bleef desondanks bij zijn mensen.
Voorlopig mogen de bewoners nog niet terugkeren om in hun dorp te wonen. Zij verblijven verspreid over verschillende delen van Libanon.
Verspreid, maar verenigd in gebed
Terwijl de olijfbomen de hoop op terugkeer voeden, houdt gebed de verspreide gemeenschap bijeen. Volgens pater Ghafari blijft gebed centraal staan in het leven van de inwoners van Alma el-Chaab. “Gebed in het algemeen, en vooral de rozenkrans, blijft het sterkste geestelijke wapen tegen zichtbare en onzichtbare vijanden.”
Vorig jaar deden leerlingen van de School van de Zusters van de Heilige Familie mee. Zij namen deel aan een gebedsactie van Kerk in Nood. Het ging om de campagne ‘Een miljoen kinderen bidden de rozenkrans’. De congregatie sloot de school voor het schooljaar 2026-2027. Daardoor gaan de leerlingen nu naar verschillende scholen verspreid over het land. Toch kunnen zij van 1 tot en met 7 oktober aan de gebedsactie deelnemen. Dat kan overal waar de campagne wordt gehouden.
Op 1 oktober begon de maand die traditioneel aan de rozenkrans is toegewijd. Paus Leo XIV bad die dag met honderden kinderen in de Vaticaanse Tuinen voor vrede en eenheid. Zij baden ook voor de families in Libanon. In Alma el-Chaab zijn olijfbomen belangrijk voor het dagelijks leven en de band met het land. Als teken van vrede sluiten zij bovendien sterk aan bij het rozenkransgebed.
Tussen een glimlach en een traan
Voor de dorpelingen hoort vrede onlosmakelijk bij de hoop om naar huis terug te keren. Sommigen konden hun dorp tijdens de zomer zelfs kort bezoeken.
In juli en augustus organiseerden verschillende organisaties en lokale betrokkenen samen wekelijkse bezoeken. Ongeveer vijftig mensen konden deelnemen aan begeleide konvooien. De vreugde om hun huizen terug te zien ging soms samen met verdriet om de schade.
“Tussen een glimlach en een traan. Deze bezoeken vatten een deel samen van wat we doormaken,” zegt pater Ghafari.
Door de situatie ter plaatse konden in september geen vergelijkbare bezoeken plaatsvinden. “Ons lot zou vergelijkbaar moeten zijn met dat van de christelijke dorpen in het zuiden. Zij blijven aan hun land vasthouden,” zegt pater Ghafari. Hij verwijst daarbij naar Rmeich, Debel en Ain Ebel.
Volgens hem staan ongeveer honderd mensen klaar om terug te keren. Hun terugkeer hangt echter af van een politieke beslissing. Ook moeten voedsel, medicijnen, drinkwater, basisbenodigdheden, brandstof en financiële steun beschikbaar zijn.
Terugkerende inwoners moeten mogelijk binnen een strikt afgebakend gebied blijven. Daardoor kunnen zij zich wellicht niet vrij verplaatsen. Zelfs reizen vanwege een medisch noodgeval kan aan speciale procedures gebonden zijn. Daarom probeert de parochie een veilige doorgang voor zulke situaties te regelen.
Financiële nood na maanden van ontheemding
Ondertussen proberen de inwoners hun leven buiten het dorp voort te zetten. “Zonder de goddelijke Voorzienigheid zouden de verdreven families van honger zijn omgekomen,” zegt pater Ghafari.
Na meer dan zes maanden ontheemding zijn de financiële problemen enorm. Voedsel, huur, schoolkosten en medicijnen vormen zware lasten. De overheid biedt slechts beperkte hulp. Ook worden voedselpakketten voor de armste families steeds minder vaak uitgedeeld, aldus de Maronitische chorepiscopus.
De parochie werkt samen met het crisiscomité van het dorp om steun voor scholieren en studenten te krijgen. Ook gedeeltelijke steun kan volgens de parochie al helpen. De pauselijke stichting Kerk in Nood blijft ondertussen families in de regio ondersteunen. Dat gebeurt vooral via programma’s die kinderen helpen om onderwijs te blijven volgen.




