Na de verwoestende aardbevingen zoeken duizenden Venezolanen naar troost, hoop en een teken dat zij niet alleen zijn. Priesters en religieuzen staan dag en nacht naast families die dierbaren, woningen en werk verloren. Ook zij rouwen. Ook zij huilen. Toch blijven zij dienen.
Dankzij uw betrokkenheid kan Kerk in Nood deze getroffen geloofsgemeenschappen nabij zijn. Uw steun helpt de Kerk aanwezig te blijven waar woorden tekortschieten en een gebed, een omhelzing of een luisterend oor het verschil maakt. In het zwaar getroffen bisdom La Guaira groeit juist te midden van het puin een indrukwekkend getuigenis van geloof, naastenliefde en volharding.
Venezuela is in rouw. Overal heerst verdriet en vaak vormt de Kerk de enige bron van hoop.“Onze gevoelens zijn zeer gemengd”, vertelt pater Daniel Acosta, pastoor van Tarmas. “Wij begeleiden, adviseren en ondersteunen mensen die dierbaren verloren. Daarnaast helpen wij de velen die hun werk kwijtraakten. Iedere dag vertrouwen wij ons toe aan de Heer.”
Tranen na aardbeving Venezuela
“In de ochtend vullen wij ons met zijn kracht en Gods Geest. Zo kunnen wij onze gemeenschappen beter dienen.Maar ’s nachts zinkt ons de moed in de schoenen. Wij zijn slechts mensen. Dan vloeien de tranen.” Pater Daniel spreekt met een delegatie van Kerk in Nood (ACN). Die bezoekt het bisdom La Guaira. De aardbevingen van 24 juni troffen dit gebied bijzonder zwaar. Zijn woorden vatten samen wat de bisschop, priesters en religieuzen iedere avond ervaren. Zodra de stilte valt, keren de herinneringen terug.
De ramp verwoestte vrijwel het hele bisdom. Ook pater Daniel verloor zijn huis. Toch ervaart hij het verlies van vrienden als het pijnlijkst.“Zoveel mensen zijn weg. Zoveel vriendschappen zijn verloren gegaan. Het doet verschrikkelijk veel pijn wanneer iemand verdwijnt die je al je hele leven kende. Jarenlang deelde je alles met elkaar.”
Bovendien wordt de werkelijke omvang van de tragedie iedere dag duidelijker. In de parochie Onze-Lieve-Vrouw van Candelaria in Caraballeda vieren gelovigen de Mis. De kerk is nog in aanbouw. Muren en een dak ontbreken zelfs.Normaal gebruikt de parochie het gebouw niet voor dagelijkse vieringen. Nu komen vijfmaal zoveel gelovigen, vertelt pater Laudence Betancourt. Zij zoeken er troost. Daarom blijft de kerk dagelijks geopend van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds.
Namenlijsten en doodskisten
Bij de ingang hangt een bord met drie lijsten: de overledenen, de vermisten en de geredde mensen. Naast het altaar staan dertien vierkante houten kisten. Ze rusten op twee tafels, bedekt met paarse doeken. De kisten bevatten de as van lichamen die reddingswerkers de afgelopen dagen onder het puin vandaan haalden. Nabestaanden brachten de as voor een herdenkingsdienst.
In de ene kist bevindt zich de vrouw van Daniel. In een andere ligt de tweelingzus van Gloria. Andere kisten bevatten de ouders en zussen van een jong meisje. Zij verloor haar hele gezin. Twee vriendinnen helpen haar de urnen dragen.
Een omhelzing waar woorden tekortschieten
Geëmotioneerd wijst bisschop Pablo Modesto naar een kist met de as van een jong meisje. Zij diende als misdienaar. Kort voor de aardbeving droeg zij tijdens het hoogfeest van Sint-Jan zijn bisschopsstaf. Kan iemand zoveel verdriet werkelijk uitdrukken? Bestaan er voldoende woorden om zoveel mensen te troosten?
Daarom is een omhelzing nu het meest voorkomende gebaar. Mensen omhelzen elkaar vaak, omdat woorden tekortschieten. Zo laten zij elkaar voelen dat niemand alleen staat. Na de Mis omhelst aartsbisschop Raúl Biord van Caracas een man die Daniel heet. Biord was eerder bisschop van La Guaira. Hij kent Daniel al sinds diens jeugd. Minutenlang leunt Daniel tegen hem aan. Hij laat zich vasthouden en zoekt steun. De omhelzing neemt zijn pijn niet weg. Toch biedt zij enige troost.
De nabestaanden kunnen hun overleden dierbaren immers niet meer omhelzen. Bovendien kregen velen geen gelegenheid om afscheid te nemen.Talloze mensen beleefden afschuwelijke momenten.
Kerk in Nood hoort over een jong meisje dat werd gebeld door de ouders van een vriendin. De ouders lagen na de aardbeving in het ziekenhuis. Zij hadden echter niets vernomen van hun twee dochters. Daarom vroegen zij het meisje naar het mortuarium te gaan. Daar moest zij tweehonderd lichamen één voor één bekijken. Uiteindelijk vond zij de twee zussen. Ook trof zij er een vriendin aan.
Priesters blijven bij de slachtoffers
Pater Laudence bezocht tien dagen lang een plek waar reddingswerkers naar twee kinderen zochten. Hun ouders behoorden tot zijn parochie. Uiteindelijk wist iedereen dat de kinderen niet meer levend gevonden zouden worden. Toch wilden de ouders dat de priester aanwezig bleef. Hij moest voor hun kinderen bidden voordat reddingswerkers de lichamen weghaalden. De kinderen waren 23 en 16 jaar oud.
Op de laatste dag bleef pater Laudence twaalf uur bij de zoekactie. Pas om twee uur ’s nachts vonden reddingswerkers hen. Om zes uur ’s morgens riepen mensen hem alweer naar een ander gebouw. Daar moest hij bij een ander lichaam bidden. Dan zinkt de moed je opnieuw in de schoenen.
Venezuela rouwt. Ook de Kerk rouwt. De slachtoffers zijn familieleden, broeders, zusters en trouwe parochianen. De ramp trof de parochie Óscar Arnulfo in Ciudad Chávez bijzonder zwaar. “Dit was een jonge parochie”, vertelt pastoor Alfredo Bustamante. “Maar de aardbeving heeft haar vrijwel volledig verwoest.Ongeveer tachtig procent van de gelovigen is overleden. Wij verloren complete families. Grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen kwamen om. Slechts vier leden van ons koor overleefden.Ook verloor ik vier misdienaars. Het was een hel.”
Ciudad Chávez telde 22.500 inwoners. Het precieze aantal doden is nog altijd onbekend. Alle bewoners verloren echter hun woning. Ook pater Alfredo raakte zijn huis kwijt. Sommige woningen stortten volledig in. Andere gebouwen zijn verwrongen als kartonnen dozen. Weer andere gingen in vlammen op.Het gebied lijkt op een verschrikkelijke oorlogszone. Ciudad Chávez veranderde in een spookstad. Daarnaast verloren veel mensen hun werk. La Guaira was vooral afhankelijk van toerisme, de haven en de luchthaven. De aardbeving verwoestte alles.
Een bedroefde heilige tussen het puin
Alleen het heiligdom van Sint-Gregorio bleef overeind. Deze Venezolaanse arts wijdde zijn leven aan de armen. Nu moet hij voorspreken voor de genezing van talloze gewonde zielen. Zijn beeld stond op een sokkel van drie of vier meter hoog. Toch landde het rechtop op zijn voeten. Het leek alsof de heilige zijn geliefde Venezolaanse broeders en zusters wilde tonen dat hij bij hen bleef. “Maar kijk eens in zijn ogen”, zegt pater Alfredo. “Dan ziet u dat hij verdrietig kijkt.”
Toch is dit eveneens een verhaal van wonderen. Veel mensen overleefden een bijna apocalyptische verwoesting. Tijdens zijn preek in de kerk van Candelaria spreekt bisschop Pablo Modesto over het wonder van het overleven. Zelf dacht hij eveneens dat zijn laatste uur had geslagen.
Tijdens de eerste beving zocht hij bescherming onder een deurpost. Vervolgens hoorde hij een bruut en allesverslindend geraas. Hij dacht dat het einde gekomen was. Later ontdekte hij dat vijf gebouwen naast het seminarie waren ingestort. Met grote moeite wist hij naar buiten te komen. Meerdere muren stortten in. Toch liep geen van de zestien seminaristen ernstige verwondingen op. Samen droegen zij zo goed mogelijk twee patiënten naar buiten. Het waren uiterst moeilijke momenten.
“De vraag is waarvoor ik leef”
“Uiteindelijk blijft het een wonder waarom wij het overleefden en anderen niet”, zegt bisschop Pablo. “Dat is moeilijk te begrijpen. Toch moeten wij zulke dingen in ons hart overwegen. Daarin kunnen wij Maria volgen. God gaf ons het leven als een geschenk. Dat geschenk ontvingen wij om anderen te dienen. Daarom mogen wij niet zomaar opgeven. De vraag luidt niet waarom ik leef, maar waarvoor.”
Veel mensen die anderen troosten, leden zelf eveneens zware verliezen. Zij helpen in opvangcentra, werken met Caritas en ondersteunen de parochies. Tegelijk verloren zij familieleden, vrienden, hun huis of hun baan. Toch verwelkomen zij de delegatie van Kerk in Nood met omhelzingen, dankbaarheid en een glimlach. Zij zijn dankbaar dat de delegatie naar hen toe kwam. Bovendien delen zij het weinige dat zij nog bezitten.
Dat is de andere kant van de rouw. Ondanks hun eigen pijn blijven gelovigen hun naasten dienen. Hun geloof toont veerkracht en dankbaarheid. Daarmee geeft het kleine bisdom La Guaira een indrukwekkend getuigenis aan de wereldkerk.
Wilt u geven voor de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela? Geef via onze speciale actiepagina, zodat de lokale Kerk de mensen juist op dit moment kan bijstaan.




