Hoewel zich steeds meer sekten verspreiden over Latijns-Amerika, wordt het nog steeds beschouwd als het "katholieke continent". Met 500 miljoen katholieken woont hier 44% van de katholieke wereldbevolking. Maar de Kerk in Latijns-Amerika staat voor grote uitdagingen. Armoede, sociale ongelijkheid, lage lonen, veel geweld en de gevolgen van de pandemie maken het leven van de gelovigen en het werk van de Kerk op veel plaatsen moeilijk.

Criminaliteit is in Latijns-Amerika een van de voornaamste zorgen van de Kerk. Regelmatig zijn religieuzen slachtoffer van beroving en veel christenen wonen in wijken waar benden met buitensporig veel geweld hun macht consolideren. In landen als Cuba, Venezuela en Bolivia heeft de Kerk vanwege de politieke situatie een kwetsbare positie. Het Latijns-Amerikaanse continent - en daarmee de Kerk - werd ook zwaar getroffen door de pandemie. Talrijke bisschoppen, priesters, religieuzen en catechisten stierven als gevolg van Covid-19. Toch zette de Kerk haar missie voort om de zieken te begeleiden en de lijdende gelovigen te troosten.






Rolisson Afonso studeert aan het grootseminarie van San José in Manaus. Toen hij werd geboren in Manaus, was zijn moeder te jong om voor hem te zorgen. Ze had financiële moeilijkheden, dus hij naar zijn grootouders in Santa Isabel do Rio Negro gestuurd om bij hen te wonen. Zijn grootouders waren vrome katholieken. Zij konden nauwelijks lezen en schrijven, maar elke dag baden ze de rozenkrans en dachten na over het Evangelie. Elke zondag gingen ze naar de Mis. Het bleek de basis voor een roeping tot het priesterschap.
Het probleem van de plattelandsvlucht blijft alomtegenwoordig op het continent. Door de armoede op het platteland trekken velen naar de steden op zoek naar betere werkgelegenheid. Als gevolg daarvan groeien de steden snel, evenals het aantal gelovigen in de stedelijke gebieden. Door geldgebrek kan de Kerk hier vaak niet snel genoeg nieuwe parochies stichten om te voorzien in de groeiende behoefte aan geestelijke en pastorale zorg. In 2021 kon Kerk in Nood de katholieke Kerk in Latijns-Amerika steunen met een totaalbedrag van 12,8 miljoen euro.


In een van de armste en dichtstbevolkte wijken van Caracas zorgt de Kerk voor gewonden uit La Guaira. Kerk in Nood (ACN) heeft 100.000 euro noodhulp toegezegd. Daarmee ondersteunt de stichting de kerkelijke hulp na deze ramp.
Toen Venezuela onlangs door dodelijke aardbevingen werd getroffen, was bisschop Juan Carlos Bravo Salazar van Petare in Mérida. Dat ligt meer dan 600 kilometer verderop. Omdat alle vluchten waren geannuleerd, begon hij aan een reis van 16 uur over land naar zijn bisdom. Daar trof hij een onverwacht beeld aan.
“Petare is een van de armste en dichtstbevolkte gebieden van Caracas”, zegt de bisschop tegen Kerk in Nood (ACN). “Ze noemen het de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Je zou denken dat de armere wijken als eerste zouden instorten bij een aardbeving. Maar Petare bleef intact.”
Het bisdom Petare ligt ten oosten van Caracas. Het beslaat 177 vierkante kilometer en telt ongeveer twee miljoen inwoners. Zij wonen verspreid over 2.000 wijken.
“We hadden geen doden of gewonden als direct gevolg van de aardbeving”, zegt bisschop Bravo. “Dat komt doordat wij op massief gesteente wonen. Wel leden kerken, kapellen, pastorieën en enkele huizen structurele schade.”
Volgens de bisschop leeft ongeveer 90 procent van zijn bisdom in armoede. Toch werd juist Petare in deze noodsituatie een belangrijk vertrekpunt voor hulp aan gewonden uit La Guaira. Die regio werd het zwaarst getroffen. De Kerk heeft er de deuren voor slachtoffers van de aardbeving, maar is zelf ook zwaar geraakt door de aardbeving en het lijden.
Petare huisvest ook vier van de belangrijkste ziekenhuizen van Venezuela. Daardoor ontvangt de wijk het grootste deel van de gewonden. Daarom richt de lokale Kerk zich vooral op hulp aan de ziekenhuizen. Daar verergert een tekort aan medische middelen de toch al kwetsbare situatie.
Via de diocesane afdeling van Caritas heeft de Kerk in Petare vier inzamelpunten geopend. Ook mobiliseerde zij meer dan 250 vrijwilligers. “Wij geven medicijnen, chirurgisch materiaal, schoonmaakmiddelen en voedsel”, zegt de bisschop. “Maar ook kleding, omdat veel mensen zonder iets aankomen.”
De bisschop noemt de vrijgevigheid van de mensen enorm. “Het is een ware zegen van God. Hun bereidheid om te helpen, samen te werken en aanwezig te zijn, is bewonderenswaardig. Dat geldt ook voor het sorteren van kleding en medicijnen. Of gewoon voor het vervoeren en dragen van de hulpgoederen. Wij zien Gods voetsporen en zijn aanwezigheid in alles wat wij doen.”
Bisschop Bravo herinnert zich een vrouw die uit La Guaira aankwam. Zij had familieleden in het ziekenhuis, maar was verward en verdwaald. Ook wist zij niet waar zij medicijnen, medische onderzoeken of kleding kon krijgen.
Vrijwilligers begeleidden haar en regelden alles wat zij nodig had. Daarna bleven zij bij haar. Op een gegeven moment stortte zij in. “Wij dachten dat zij was overleden”, zegt bisschop Bravo. Artsen, verpleegkundigen en enkele jongeren schoten haar te hulp.
“Maar toen begrepen wij tussen tranen, gelach en opluchting wat er was gebeurd. Het was niet alleen opgehoopte uitputting of angst. Zij vertelde ons dat zij overweldigd was door dankbaarheid. Zij was ontvangen en geholpen op een plek die zij niet kende. En dat door mensen die niets terugverwachtten. Angst kan een mens breken, maar liefde breekt die angst af.”
“De armen blijven ons verrassen. Zij zijn de grootste schat van de Venezolaanse Kerk”, zegt bisschop Bravo. “Twee mannen kwamen naar ons toe. Zij zijn schoenmakers. Zij verzamelen oude schoenen, herstellen die en verkopen ze om in hun levensonderhoud te voorzien. Zij brachten ons 50 paar schoenen die zij hadden hersteld om te verkopen. Maar in plaats daarvan besloten zij die te schenken aan mensen die alles hadden verloren. Zelfs wie niets heeft, geeft alles.”
Volgens bisschop Bravo laat dit gebaar een diepere waarheid zien. Ook God werkt uit het niets. Er zijn misschien nauwelijks middelen. Toch ontbreekt het niet aan menselijke en geestelijke rijkdom.
Een ander teken van hoop ziet de bisschop bij de jongeren. “Velen van hen hebben met ons samengewerkt. Zij laadden vrachtwagens uit, sorteerden kleding, bereidden voedsel en vervoerden hulpgoederen.”
Op een avond arriveerde een grote vrachtwagen bij een van de inzamelpunten. Die was geladen met water, matrassen, voedsel en medicijnen. Het was laat en de jongeren moesten worden opgeroepen om te helpen.
“Zij aarzelden niet”, zegt de bisschop. “Binnen 15 minuten hadden wij de vrachtwagen volledig uitgeladen. Zij helpen met vreugde en discipline, zonder aandacht te zoeken. Het belangrijkste voor hen is om daar als broeders te zijn. Zij willen begeleiden en helpen.”
Naast materiële hulp biedt het bisdom ook geestelijke en menselijke nabijheid. Die steun is bedoeld voor mensen die door de aardbeving zijn getroffen. Ook vrijwilligers en zorgverleners krijgen begeleiding.
“Wij kunnen ons niet alleen richten op psychologische hulp”, zegt bisschop Bravo. “Wij moeten ook geestelijke hulp bieden. Maar dat betekent niet dat wij de ervaring vergeestelijken. Het betekent dat wij haar vermenselijken, vanuit het perspectief van Jezus.”
De bisschop van Petare reikt zijn gemeenschap drie woorden aan voor deze noodsituatie: voorzichtigheid, kalmte en geduld.
“In tijden als deze moeten wij voorzichtig zijn”, legt hij uit. “Zo zorgen wij voor onszelf en voor anderen. Wij hebben kalmte nodig, omdat men in tijden van pijn niet overhaast moet handelen. En wij hebben geduld nodig om een proces te beginnen dat meer dan enkele dagen vraagt. Zelfs als je dingen wilt versnellen, moet je soms weten wanneer en hoe je verdergaat.”
Kerk in Nood (ACN) heeft 100.000 euro noodhulp toegezegd. Daarmee ondersteunt de stichting de plaatselijke Kerk na deze ramp. De doelstelling is een flexibeler antwoord op de dringendste noden in de getroffen bisdommen. Het omvat directe zorg aan getroffenen, maar ook pastorale, menselijke en geestelijke steun aan gemeenschappen die door de aardbeving zijn geraakt.
Bovenal vraagt bisschop Bravo de vrienden en weldoeners van Kerk in Nood om gebed en nabijheid. “Voor ons betekent Kerk in Nood dat wij kunnen rekenen op broeders die altijd bereid zijn ons de hand te reiken”, zegt hij. “Meer dan om materiële zaken te vragen, zou ik willen dat Kerk in Nood trouw blijft aan haar charisma. Zij moet voorkomen dat zij nog een bureaucratische of sociale hulpinstelling wordt. Zij moet een gemeenschap blijven die broederschap voortbrengt.”
Wilt u geven voor de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela? Geef via onze speciale actiepagina, zodat de lokale Kerk de mensen juist op dit moment kan bijstaan.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Terwijl zoek- en reddingsteams verder werken na de verwoestende aardbeving in Venezuela, staat de Kerk voor een grote uitdaging. Aartsbisschop Raúl Biord van Caracas zegt dat de Kerk slachtoffers van de aardbevingen in Venezuela blijft begeleiden die zwaar getraumatiseerd zijn. Hij spreekt over priesters die de ziekenzalving gaven aan mensen die benen en zelfs hun kinderen of ouders verloren.
“Voor wie het heeft overleefd, was het een wonder,” zegt aartsbisschop Raúl Biord van Caracas. De Kerk in Venezuela opent de deuren voor slachtoffers van de aardbeving, maar is zelf ook zwaar geraakt door de aardbeving en het lijden. Hij sprak met de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood (ACN) over de tragedie die het land heeft geraakt. “We hebben veel mensen verloren.”
De omvang van de tragedie blijft groeien. Volgens de laatste officiële cijfers van zaterdag 27 juni zijn meer dan 1.400 mensen omgekomen. Daarnaast raakten meer dan 3.000 mensen gewond. Toch blijven tienduizenden mensen vermist.
Meerdere regio’s hebben nog altijd geen elektriciteit. Veel gebouwen zijn volledig ingestort. Andere gebouwen liepen zulke zware schade op dat mensen er niet kunnen terugkeren. Kerkelijke bronnen die met Kerk in Nood (ACN) spraken, schatten dat ongeveer 250.000 mensen dakloos zijn geraakt.
Ook blijven veel banken gesloten. Daardoor kunnen mensen geen contant geld opnemen voor hun meest noodzakelijke behoeften.
“We moeten de tijd nemen om de hulp te organiseren die wij nodig hebben,” zegt de aartsbisschop. “De noden zijn immens. Natuurlijk is de belangrijkste prioriteit nu om levens opnieuw op te bouwen.”
Het bisdom La Guaira werd het zwaarst getroffen door de aardbeving. Vooral de kustregio bij Caracas kreeg zware klappen. Ook het seminarie van Sint-Petrus en Sint-Paulus liep ernstige schade op.
“De seminaristen waren in het gebouw toen de aarde beefde,” zegt aartsbisschop Biord. “Er vielen enkele lichtgewonden, maar niemand kwam om. Zowel de seminaristen als de mensen die hen vormen, konden het gebouw verlaten. We kunnen zeggen dat het een wonder was.”
Toch blijft de schade groot. “Het gebouw is onbereikbaar en kan niet meer worden gebruikt,” zegt hij. “Het is zwaar beschadigd. Zij zijn alles kwijtgeraakt, zelfs hun kleding en schoenen. Er bleef niets over.”
In de eerste dagen vonden de seminaristen onderdak in een sportcentrum in La Guaira. Inmiddels zijn zij overgebracht naar Caracas. Daar krijgen zij psychologische zorg om het trauma te verwerken dat zij hebben meegemaakt.
Volgens aartsbisschop Biord kan de Kerk juist nu veel betekenen door emotionele zorg te bieden. “Een van de belangrijkste dingen nu is luisteren,” zegt hij. “Wij kennen veel families die hun doden zelf onder het puin vandaan moesten halen.”
Priesters die de gewonden in ziekenhuizen begeleiden, zien het immense lijden van dichtbij. In een tekstbericht dat Kerk in Nood (ACN) heeft ingezien, beschrijft een priester een recent bezoek aan een ziekenhuis in Caracas.
“Voordat ik een moeder de ziekenzalving gaf, vroeg ik hoe zij zich voelde,” schreef de priester. “Zij glimlachte en antwoordde: ‘Ik leef.’ Daarna voegde zij eraan toe: ‘Alles komt goed. Mijn beide benen zijn net geamputeerd, maar wij gaan verder.’”
Een andere moeder vroeg hem voor het sacrament: “Bid voor mijn kleine kinderen, die gestorven zijn.” Ook sprak de priester met een jong meisje dat huilde. Zij had haar ouders, grootouders, broers en zussen verloren. “De werkelijkheid is verwoestend,” concludeerde de priester.
Juist tegenover dit grote lijden ziet aartsbisschop Biord een urgente opdracht voor de Kerk. Zij moet de overlevenden blijven nabij zijn.
“We hebben zoveel verloren,” zegt hij. “Wij moeten zorgen voor wie het heeft overleefd. Priesters, religieuzen, Caritas-vrijwilligers en pastorale medewerkers moeten duizenden zwaar getraumatiseerde mensen bijstaan.”
Volgens de aartsbisschop wordt dit in de komende maanden een van de grootste prioriteiten voor het bisdom. Daarom wil de Kerk mensen ondersteunen en trainen die vooraan staan in deze pastorale begeleiding.
Midden in de catastrofe noemt aartsbisschop Biord de Heilige Vader een bron van grote troost. “De paus schreef mij een prachtige boodschap,” zegt hij. “Dat heeft mij diep geraakt.”
Ook spreekt hij zijn dank uit aan Kerk in Nood (ACN) en andere internationale hulporganisaties. “Wij hebben uw steun echt nodig,” zegt hij. “Die helpt ons om samen onze levens en ons land weer op te bouwen.”
Kerk in Nood (ACN) heeft een eerste hulppakket van 100.000 euro goedgekeurd. Daarmee helpen weldoeners de Kerk in Venezuela om op de tragedie te reageren. De eerste hulp gaat naar priesters, religieuze gemeenschappen en andere pastorale medewerkers. Zij blijven families opvangen, slachtoffers begeleiden en geestelijke steun bieden na de ramp - ondanks dat zij vaak ook zelf zwaar zijn getroffen. Samen met de lokale Kerk onderzoekt Kerk in Nood (ACN) de noden ter plaatse. Ook is reeds steun voor de wederopbouw op langere termijn toegezegd.
Wilt u geven voor de slachtoffers van de aardbeving in Venezuela? Geef via onze speciale actiepagina, zodat de lokale Kerk de mensen juist op dit moment kan bijstaan.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Reddingsteams zoeken nog altijd naar overlevenden onder het puin na de verwoestende aardbevingen die Venezuela op 24 juni trof. Tegelijk blijft de katholieke Kerk centraal staan in de noodhulp. Zij opent haar deuren voor mensen die alles verloren hebben. Ook begeleidt zij duizenden mensen die leven in onzekerheid, verdriet en angst. Priesters vieren de Mis op straat, terwijl kerken opvang bieden na de dodelijke aardbevingen.
Volgens de laatste officiële cijfers zijn minstens 235 mensen omgekomen. Meer dan 4.300 mensen raakten gewond. Daarnaast wachten ongeveer 200 mensen nog op redding uit ingestorte gebouwen. Duizenden mensen worden nog vermist of zijn niet geregistreerd.
De nationale autoriteiten hebben officieel meer dan 2.200 getroffen gezinnen geregistreerd. Toch schatten regionale autoriteiten in La Guaira dat alleen al in die staat ongeveer 70.000 gezinnen zijn getroffen. Daarom gaan de reddingsoperaties dag en nacht door. De volledige omvang van de ramp blijft nog onbekend.
Als eerste reactie op de ramp heeft Kerk in Nood (ACN) €100.000 aan directe hulp goedgekeurd voor de Kerk in Venezuela. De pauselijke stichting wil daarmee het werk steunen van priesters en religieuze gemeenschappen.
Ook zij hebben ernstige schade hebben geleden, blijven zij slachtoffers begeleiden, gezinnen opvangen en gemeenschappen geestelijk ondersteunen. Veel mensen leven in angst, rouw en onzekerheid.
“De Kerk in Venezuela heeft ervaring, omdat het land al vele jaren lijdt”, zegt Luis Vildoso, projectmanager voor Venezuela bij ACN. “Zij blijft bij de mensen. Zij troost wie rouwen. Zij begeleidt families die naar geliefden zoeken. En zij opent haar deuren voor iedereen die onderdak nodig heeft.”
Volgens Vildoso kijkt ACN verder dan de eerste noodhulp. “Naast deze pastorale reactie brengen wij de schade al in kaart. Zo kunnen wij bepalen hoe ACN de Kerk het beste kan steunen. Niet alleen in deze noodsituatie, maar ook bij de langetermijnheropbouw van haar missie.”
Een van de meest aangrijpende getuigenissen kwam van pater Ignatio Caleya uit het bisdom Petare. Hij vierde de Mis op het feest van Sint-Jan toen de aardbeving begon.
De kerk zat vol gelovigen. Tijdens de tweede lezing begon de grond hevig te schudden. De aanwezigen verlieten daarop het gebouw. Eenmaal buiten onderbrak de priester de Eucharistieviering niet. Hij zette de Mis voort in de open lucht.
Binnen enkele minuten veranderde een noodgedwongen evacuatie in een buitengewone geloofsdaad. Bewoners die uit nabijgelegen flatgebouwen waren gevlucht, sloten zich aan bij de viering. Ook patiënten en personeel uit een naburig ziekenhuis kwamen erbij, nadat zij waren geëvacueerd.
Midden in dodelijke angst werd de liturgie een plaats van troost en kracht. Voor een hele gemeenschap bood zij houvast. Voor Kerk in Nood laat deze gebeurtenis zien welke grote taak de Kerk vervult in deze catastrofe. Zij blijft aanwezig waar mensen het meest behoefte hebben aan hoop.
Een andere priester uit La Guaira deelde met ACN een veel persoonlijker tragedie. Hijzelf en de pastorie bleven ongedeerd. Toch worden meerdere familieleden van hem nog vermist, onder wie een nichtje van drie jaar.
Ondertussen blijft hij voor zijn parochianen zorgen. Hij gaat de straten op om dakloze mensen te troosten. Hij spreekt met hen en bidt met hen.
Tegelijk draagt hij zelf de angst van duizenden Venezolaanse families. Velen wachten nog altijd op nieuws over geliefden die onder ingestorte gebouwen vastzitten. Dit is op dit moment een van de pijnlijkste wonden in Venezuela.
Vooral in La Guaira is die pijn groot. Deze staat werd in 1999 al getroffen door een enorme natuurramp. Bij “de Vargas-tragedie” veroorzaakte een modderstroom duizenden doden. Ook Caracas is zwaar getroffen door de huidige aardbevingen.
Maria Lozano, hoofd pers en media van ACN International, kent de getroffen bisdommen goed. “Wij hebben door deze straten gelopen. Wij hebben in deze kerken gebeden. En wij hebben tijd doorgebracht met de priesters en families die nu deze nachtmerrie meemaken.”
“Daarom komt deze tragedie zo dichtbij”, zegt Lozano. “Bij iedere grote catastrofe komt er een moment waarop statistieken niet meer genoeg zijn. Zij kunnen dan niet meer beschrijven wat mensen werkelijk meemaken.”
Volgens Lozano blijft de hoop op redding levend. “Op dit moment hopen wij dat nog veel meer mensen levend worden gered. Maar iedereen vreest dat de werkelijke omvang van de tragedie pijnlijk duidelijk wordt. Zeker naarmate de uren verstrijken en meer gebouwen worden bereikt.”
“Nu wachten ouders op nieuws over hun kinderen”, zegt zij. “Kinderen zoeken naar hun ouders. En families weten nog altijd niet of hun geliefden onder het puin nog in leven zijn. Alleen God en het geloof kunnen dat lijden verlichten.”
Kerk in Nood (ACN) staat voortdurend in contact met de Venezolaanse Kerk. De stichting bereidt steun voor noodhulp en wederopbouw voor. Daarbij gaat het ook om beschadigde kerkelijke infrastructuur. Zo kunnen lokale gemeenschappen de komende maanden geestelijke, pastorale en humanitaire steun blijven ontvangen.
Meehelpen kan via onze actiepagina kerkinnood.nl/venezuela.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Kerk in Nood (ACN) rouwt om het overlijden van bisschop Silvano Herminio Pedroso Montalvo. De bisschop van Guantánamo-Baracoa in Cuba stond bekend om zijn eenvoud, warmte en liefde voor het gebed.
Bisschop Silvano overleed op 13 juni op 73-jarige leeftijd aan een ernstige ziekte. Zijn dood betekent een groot verlies voor de katholieke Kerk in Cuba. Vorige maand nog legde de voorzitter van de bisschoppenconferentie van Cuba uit dat zijn land door een trieste tijd gaat.
Bisschop Silvano schreef geschiedenis in de Cubaanse Kerk. Hij werd de eerste bisschop van Afrikaanse afkomst in meer dan vijf eeuwen katholieke geschiedenis op Cuba.
Paus Franciscus benoemde hem in 2018 tot bisschop van Guantánamo-Baracoa. Dit is een van de armste en meest uitdagende bisdommen van het eiland. Het bisdom kampt met een gebrek aan middelen, isolement en toenemende moeilijkheden.
Kerk in Nood werkte de afgelopen jaren nauw samen met het bisdom Guantánamo-Baracoa. Daarbij ging het om pastorale en humanitaire hulp. Alleen al in de afgelopen vijf jaar steunde de stichting dertien projecten in het bisdom.
Die steun bestond onder meer uit misintenties voor priesters, hulp voor vervoer en onderhoud van voertuigen. Ook ondersteunde Kerk in Nood pastorale mobiliteit en noodhulp voor gemeenschappen na natuurrampen.
Iedereen die bisschop Silvano ontmoette, herinnert zich zijn eenvoud, warmte en blijvende zorg voor anderen. Tijdens haar laatste bezoek aan Guantánamo-Baracoa trok Verónica Katz meerdere dagen met hem op.
Katz is al vijf jaar projectcoördinator voor Cuba bij Kerk in Nood. Zij bezocht samen met de bisschop gemeenschappen verspreid over het hele bisdom.
“Hij was een heel eenvoudige man, blijmoedig en met een groot gevoel voor humor”, herinnert Katz zich. “Zelfs in de moeilijkste omstandigheden had hij altijd een glimlach en een grap.”
“Wat mij het meest bijblijft, is hoe dicht hij bij de mensen stond. Ook dacht hij vanzelfsprekend eerst aan de noden van anderen, vóór die van zichzelf.”
Eén gebeurtenis staat haar bijzonder helder voor de geest. De bisschop ontving een doos met medicijnen, schoolmateriaal en andere hulp van Kerk in Nood. Die hulp was bestemd voor kwetsbare gemeenschappen.
Hij opende de doos onmiddellijk. “Nog voordat hij alles had uitgepakt, zei hij al: ‘dit is voor deze gemeenschap, dit is voor die parochie, en dit voor deze gezinnen.’”
“Zijn innerlijke vreugde kwam voort uit de wetenschap dat anderen er baat bij zouden hebben”, legt Katz uit. “Alles wat hij ontving, veranderde meteen in een manier om zijn mensen te helpen.”
Katz herinnert zich ook de diepe band van de bisschop met het gebed. Volgens haar stond die band in het hart van zijn leven.
“Hij vertelde mij dat hij altijd heel vroeg opstond om te bidden, voordat hij aan zijn dag begon”, zegt Katz. “Hij legde uit dat de uitdagingen en verantwoordelijkheden van de dag hem anders zouden opslokken.”
“Dan bleef er geen tijd meer over voor de Heer. Dat maakte diepe indruk op mij, omdat het liet zien wat werkelijk centraal stond in zijn leven.”
Maria Lozano, directeur Pers en Public Relations bij Kerk in Nood, reisde de afgelopen twintig jaar vaak naar Cuba. Ook volgt zij het leven en de missie van de lokale Kerk op de voet. Zij benadrukt de grote impact van dit verlies.
“Wij zijn diep bedroefd door het overlijden van bisschop Silvano”, zegt Lozano. “Het is extra pijnlijk op een moment waarop Cuba herders nodig heeft die hoop kunnen geven te midden van zoveel moeilijkheden.”
“De Kerk in Cuba heeft een dierbare herder verloren. Hij was een man die zich sterk met zijn volk verbonden voelde. Bovendien stond hij bijzonder dicht bij wie lijden.”
Volgens Lozano had zijn benoeming grote betekenis voor de Kerk en voor Cuba. Toch herinneren mensen zich vooral zijn menselijkheid.
“Zijn benoeming tot eerste bisschop van Afrikaanse afkomst in Cuba was een mijlpaal voor de Kerk en voor het eiland”, zegt Lozano. “Toch herinneren vooral degenen die hem kenden zich zijn menselijkheid.”
“Hij was nederig, vreugdevol en stond heel dicht bij gewone mensen.”
Als bisschop van Guantánamo-Baracoa kreeg Silvano Pedroso te maken met veel uitdagingen. Die vloeiden vooral voort uit de economische situatie in Oost-Cuba.
Brandstoftekorten, gebrek aan vervoer en beperkte middelen maakten het pastorale werk vaak moeilijker. Toch bleef hij gericht op de voortgang van de missie. Hij wilde dat priesters, religieuzen en leken de gemeenschappen konden blijven dienen.
Die gemeenschappen liggen verspreid over het hele bisdom. Daardoor vraagt pastorale nabijheid veel inzet, creativiteit en volharding.
Lozano ziet in het leven van bisschop Silvano een weerspiegeling van de Cubaanse Kerk. Vooral zijn nabijheid, volharding en vertrouwen in God blijven volgens haar spreken.
“Bisschop Silvano belichaamde het beste van de Cubaanse Kerk”, zegt Lozano. “Nabijheid tot de mensen, volharding te midden van moeilijkheden en een diep vertrouwen in God.”
“Zijn leven weerspiegelt de stille trouw van zoveel bisschoppen, religieuzen, priesters en leken. Zij blijven de Kerk dienen in moeilijke omstandigheden.”
Cuba gaat momenteel door een diepe economische en sociale crisis en heeft grote behoefte aan pastorale en materiële steun. Uw liefde, gebed en trouw aan de Wereldkerk waren voor de bisschop en zijn veel kerkelijk werkers een lichtpuntje in deze droevige tijden.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Nu het secularisme in het Caribisch gebied groeit, drijven meer jongeren weg van de Kerk. Daarom roept aartsbisschop Gabriel Malzaire van Saint Lucia christenen op om een dieper en veerkrachtiger geloof te herontdekken. Volgens hem moet geloof verder gaan dan emoties en voorbijgaande trends. Hij wijst op de omgang met de vele orkanen als bewijs dat die veerkracht er is.
De Caribische eilanden van de Antillen lijken het grootste deel van het jaar een paradijs. Maar wie er woont, zoals aartsbisschop Gabriel Malzaire van Saint Lucia, kent de gevaren van het orkaanseizoen.
“Ik herinner me een orkaan in 1980, toen ik op het seminarie zat”, vertelt hij. “Ik was in mijn thuisparochie geplaatst. Toen de orkaan naderde, ging ik naar het huis van mijn familie. Ik bleef niet in de pastorie. Toen ik terugkwam, was het dak verdwenen.”, vertelt de aartsbisschop van Castries aan Kerk in Nood (ACN).
Hij maakte later opnieuw een verwoestende orkaan mee. Toen was hij bisschop op het eiland Dominica. “Ik was weg toen de orkaan toesloeg. Maar toen ik per boot terugkeerde, zag ik een stuk grijze en bruine rots. Toen besefte ik dat het het eiland was. Het was verwoest. Ik kon nauwelijks door mijn hek komen door al het puin. Het plafond in mijn kamer was ingestort.”
Van het ene op het andere moment veranderde zijn hele pastorale plan. “Toen ging het erom manieren te vinden om mensen te voeden. Om voor mensen te zorgen. En om hen pastoraal nabij te zijn.”
Volgens aartsbisschop Malzaire maken Caribische mensen dit bijna ieder jaar mee. Het hangt af van welk eiland wordt getroffen. “Daarom zou ik de mensen in het Caribisch gebied omschrijven als veerkrachtig. We worden hier voortdurend mee geconfronteerd. Maar we hebben het overleefd!”
Opgroeien op Saint Lucia betekende voor hem daarom twee dingen tegelijk. Hij kende de rust van een eenvoudig leven. Tegelijk leefde hij met het voortdurende gevaar van natuurrampen.
Aartsbisschop Gabriel Malzaire groeide op als een van elf kinderen. Daardoor was hij nooit alleen en zelden zonder werk. “Ik zou mijn jeugd omschrijven als heel plezierig. Ook spannend, want deel uitmaken van een groot gezin is een bijzondere ervaring. Ik groeide op met beide ouders. En ik kwam uit een zeer religieus gezin.”
Naast zijn dagelijkse taken op de bananenboerderij van de familie hield hij van sport. Ook school speelde een belangrijke rol. Toch stond vooral de Kerk centraal in zijn leven.
“Ik was tien jaar oud toen ik voor het eerst een vermoeden kreeg. Ik kreeg interesse in het priesterschap. Op een maandagochtend kwam de plaatselijke priester in een kleine auto. Ik vertelde hem dat ik misdienaar wilde worden. Vanaf dat moment begon ik aan het altaar te dienen.”
Hij bleef misdienaar tot ongeveer zijn achttiende, kort nadat hij de middelbare school had verlaten.
Toch kende hij ook momenten van twijfel. Hij vroeg zich af of een geboren eilandbewoner en zwarte man wel tot het seminarie zou worden toegelaten. “Het beeld van het priesterschap in onze cultuur was dat een priester van ver kwam. Ik twijfelde of ik wel zou worden aangenomen.”
Die vrees bleek ongegrond. Inmiddels is deze geboren Saint Luciaan een van de hoogste geestelijken van de Antillen. Ook was hij twee termijnen voorzitter van de bisschoppenconferentie, die verschillende eilandstaten omvat.
Het religieuze landschap veranderde sterk sinds aartsbisschop Gabriel naar het seminarie ging. Saint Lucia was vroeger bijna volledig katholiek. Nu vormen katholieken nog iets meer dan 50 procent van de bevolking. Secularisme en evangelicale kerken winnen terrein.
De aartsbisschop ziet vooral het werken met jongeren als een grote uitdaging. “Veel jongeren gaan tegenwoordig naar de universiteit. Dat betekent dat zij Saint Lucia verlaten. Daardoor is de manier van denken veranderd.”
Volgens hem probeert de Kerk jongeren vaak te bereiken via spanning, gevoelens en trends. “Vaak zeggen we dat we dingen aantrekkelijk voor hen moeten maken. We richten ons op hun gevoelens. Op wat in de mode is. Op wat hen bevalt.”
“Maar die dingen zijn vaak heel oppervlakkig. Veel kerkelijk werk is tegenwoordig op die filosofie gebaseerd. Het draait om hoe we mensen laten voelen. Voor mij is dat gewoon niet genoeg.”
Aartsbisschop Malzaire pleit daarom voor meer diepgang. “Ik blijf erbij dat het zal gebeuren als we goed doen wat we doen. En als we het zo communiceren dat het diepte brengt in het leven van mensen. Want als we echt nadenken over wat Christus voor ons deed, ging het niet om gevoel. Hij ging helemaal tot het einde.”
Wanneer hem wordt gevraagd naar de noden van de lokale Kerk op Saint Lucia, noemt aartsbisschop Malzaire vooral betere catechese. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren. Daarnaast ziet hij behoefte aan een beter communicatiesysteem voor evangelisatie. Zo’n systeem kan volgens hem ook helpen om roepingen te bevorderen.
Zijn houding vat hij samen met een herinnering uit zijn jeugd. Iedere keer dat hij Castries bezocht, de hoofdstad van Saint Lucia, ging hij eerst naar de kathedraal. “Ik herinner me dat ik elke keer knielde en een heel eenvoudig gebed bad: ‘Heer, laat uw wil geschieden.’ Zo eenvoudig was het. Heer, uw wil geschiede. Dat is bij mij gebleven. En ik heb altijd gevoeld dat God mij leidde.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De Kerk in Cuba blijft dicht bij een bevolking die leeft met angst, armoede en onzekerheid. Volgens bisschop Arturo González Amador, voorzitter van de Cubaanse bisschoppenconferentie, bevindt het land zich in een dramatische crisis. Dankzij uw steun brengt de Kerk hoop waar mogelijk.
“Cuba lijdt”, zegt de bisschop van Santa Clara in gesprek met Kerk in Nood (ACN). “Dit is de meest trieste en moeilijkste tijd die ik me kan herinneren in de geschiedenis van mijn volk. Alles is een strijd om te overleven. Het heden is onzeker en de toekomst is volkomen onbekend.”
De crisis raakt elk deel van het dagelijks leven. Vooral armen, ouderen, gepensioneerden en alleenstaande moeders voelen de gevolgen. “Met elke dag die voorbijgaat, merken we dat het moeilijker wordt om te leven”, zegt bisschop González. Parochies zien die wanhoop van dichtbij. “Er zijn mensen die naar ons toekomen en ons vertellen dat ze al dagen niet hebben gegeten. Ze weten niet bij wie ze terechtkunnen voor hulp.”
Ook voedsel bewaren lukt vaak niet. Door het gebrek aan elektriciteit bederft eten snel. “We hebben onlangs mensen zien instorten tijdens vieringen omdat ze niets hadden gegeten”, vertelt de bisschop.
De gezondheidssituatie baart de Kerk grote zorgen. Volgens bisschop González hebben sommige belangrijke ziekenhuizen operaties stopgezet. Zij beschikken niet eens over water, laat staan over chirurgische apparatuur.
Veel families zoeken daarom zelf naar medische basisbenodigdheden. Soms moeten zij hulp vragen aan familie of vrienden in het buitenland. “Ik ken meer dan één geval waarin iemand alles zelf moest regelen voor een ingreep. Zelfs de hechtdraad moest uit het buitenland komen”, zegt hij.
Naast armoede en tekorten leeft de bevolking in sociale en psychologische onrust. “In gesprekken met mensen merk je verdriet, wanhoop en onzekerheid”, zegt de bisschop. Veel Cubanen vrezen een militair conflict met de Verenigde Staten. “Het dagelijks leven van de mensen wordt gekenmerkt door grote angst. Ze hebben het er voortdurend over. Vooral kinderen en ouderen worden hierdoor bang.”
Op straat hoort de bisschop mensen zeggen dat zij deze pijn niet langer kunnen verdragen. “Ze zeggen dat er niemand is om hen te helpen.” De bisschop wil niet speculeren. Toch wijst hij erop dat de moderne wereld veel middelen kent om angst te zaaien. Ook waarschuwt hij voor depressies, verslaving en de gevolgen van massale migratie. “Iedereen die kan vertrekken, doet dat. We blijven achter met een land vol ouderen zonder middelen en met kleine pensioenen.”
De onveiligheid neemt ondertussen toe. “Er is in veel huizen ingebroken en gestolen. Dat draagt bij aan een gevoel van grote kwetsbaarheid”, zegt bisschop González.
Daar komt de zware energiecrisis bij. In veel regio’s hebben mensen nog maar drie uur elektriciteit per dag. Ook het religieuze leven lijdt daaronder. “We hebben nauwelijks nog nachtelijke aanbidding”, zegt de bisschop. Op sommige plaatsen vierde de Kerk de paaswake overdag. Door stroomuitval, criminaliteit en geweld werd het ’s nachts te gevaarlijk.
Te midden van deze pijnlijke situatie blijven religieuzen, priesters en leken zich inzetten. Zij helpen vooral de mensen die het zwaarst lijden. “Het is de taak van de Kerk om de geest levend te houden”, zegt bisschop González. “Wij willen hoop brengen waar die ontbreekt, luisteren en begeleiden.”
Veel gelovigen zetten kleine initiatieven op. Zo ontstaan gaarkeukens en maaltijddiensten voor mensen met een handicap of bedlegerige ouderen. Volgens de bisschop slagen zij erin “uit het niets voedsel en middelen tevoorschijn te toveren”.
Hij noemt het voorbeeld van een gaarkeuken die maaltijden verzorgt voor meer dan 300 mensen. Onlangs moesten de zusters improviseren omdat er te weinig eten was. “De zusters zeiden dat ze alles zouden gebruiken wat ze nog over hadden. Ze mengden enkele blikken zwarte en witte bonen om meer porties te kunnen serveren. De mensen merken dit op. Zij zien dat de Kerk deelt wat zij heeft.”
Voor bisschop González toont deze stille naastenliefde de kracht van het geloof. “Dit toont alleen maar aan wat Gods voorzienigheid en christelijke naastenliefde kunnen bereiken.” Volgens hem heeft deze eenvoudige hulp ook grote waarde voor de evangelisatie. De Kerk preekt niet alleen met woorden, maar ook met daden.
“Op de dag dat een religieuze zuster of een priester sterft van de honger of door gebrek aan medicijnen, weet je dat er niemand meer in leven is. Want iedereen deelt het weinige dat hij heeft.” De bisschop ziet daarin een krachtig getuigenis. “Het is prachtig om te zien dat deze hulp wordt verleend zonder enige manipulatie. Mensen helpen simpelweg omdat zij willen helpen. En wij zien ook de dankbaarheid van degenen die deze hulp ontvangen.”
Toch kent ook de Kerk enorme beperkingen. Door prijsstijgingen en brandstoftekorten kan zij haar pastorale werk moeilijk uitvoeren. “We bevinden ons in een pastorale overlevingsmodus”, zegt bisschop González. “De prijzen zijn vervijfvoudigd. Vaak kunnen we niet eens meer naar landelijke gebieden reizen om daar de mis te vieren.” De bisschop noemt de begrafenis van bisschop Enrique Serpa Pérez als voorbeeld. Door het gebrek aan brandstof konden slechts vier andere bisschoppen aanwezig zijn.
In sommige regio’s is het isolement bijzonder groot. Daardoor worden mensen nog kwetsbaarder. Ook religieuze gemeenschappen komen in gevaar. “Er zijn congregaties die erg kwetsbaar zijn. Zij beschikken niet over voldoende middelen om hun aanwezigheid op het eiland in stand te houden”, zegt de bisschop. Toch benadrukt hij de trouw van de Kerk. “Hoewel velen het eiland verlaten, blijft de Kerk. De mensen erkennen dit en zijn dankbaar.”
Bisschop Arturo González Amador vraagt de vrienden en weldoeners van Kerk in Nood om Cuba niet te vergeten. “Ik geloof heilig in de kracht van het gebed”, zegt hij. Hij vraagt om steun voor het geestelijke leven van religieuzen en priesters. Ook vraagt hij hulp voor liefdadigheidswerken, pastoraal werk, evangelisatie, drukwerk en vervoer. “We kunnen niet alles oplossen, maar elke hulp telt. Het Cubaanse volk lijdt, en de Kerk maakt deel uit van dat volk.”
Wilt u de Kerk in Cuba helpen? Geef dan via onze speciale actiepagina voor Cuba:
Namens bisschop González Amador en de zusters veel dank voor uw steun!
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Onvermoeibaar zetten de paters Kapucijnen zich in voor de inheemse bevolking in het Amazonegebied van Brazilië.
Probeert u zich eens voor te stellen hoe ondoordringbaar de jungle is.
De dagelijkse reizen gaan hier per boot. Krokodillen, giftige slangen, plotselinge, hevige stormen maken deze dagelijkse reizen gevaarlijk. Toch zegt pater Paolo, één van de Kapucijnen, blijmoedig: “De enorme uitdagingen hier zijn niet groter dan die van onze inheemse broers en zussen. We danken God eindeloos dat we hier zijn!”
Maar nu hebben de paters zélf dringend uw hulp en medeleven nodig, omdat hun huis en daarmee het kloppend hart van hun missie volledig vervallen is.
De onvermoeibare inspanningen van de Kapucijnen onder de Ticuna bevolking werpen vruchten af. Hun huis is het ‘hart’ van de missie, een centrum voor pastorale roepingen voor jonge inheemse mensen.
Het is nu echter volledig vervallen. Het hout is verrot en het tinnen dak is roestig en lekt. Het is al een paar keer provisorisch opgelapt, maar dat heeft niet veel geholpen. “Jarenlang hebben we prioriteit gegeven aan de missie. Maar nu moet er dringend iets gebeuren. We worden vaak ziek omdat de staat van het huis schadelijk is voor onze gezondheid.”
Uw geloof en gulheid van hart kunnen het verschil maken: het graven en vullen van de fundering kost € 20,00 per m3. Voor € 65 kan een betonnen zuil gestort worden. Het metselwerk kost € 110,00 per m2. Doet u mee met deze Amazone-missie?
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Eva Luz, komt uit het prachtige Andesgebergte in Bolivia. Met haar bontgekleurde kleding, lange zwarte vlechten en door de zon getekende gezicht is ze een levendige vertegenwoordigster van de inheemse bevolking. Een sterke vrouw met een sprekend gezicht, maar haar gezichtsuitdrukking toont haar zorgen. Achter de uiterlijke schoonheid schuilt een realiteit die we niet kunnen negeren.
Het leven in de Andes is hard en voor velen betekent het een dagelijkse strijd tegen extreme armoede.
De gemeenschap waartoe Eva behoort, woont verspreid over afgelegen nederzettingen. Slechts enkele keren per jaar lukt het een priester deze onherbergzame plekken te bezoeken. Basisvoorzieningen zoals een winkel om eten te kopen, ziekenhuizen en scholen zijn simpelweg afwezig. Dit dwingt steeds meer mensen, zoals Eva, om hun families en het platteland achter te laten en werk te zoeken in de grote stad of zelfs in het buitenland.
Bisschop Ortiz, zelf behorend tot het inheemse Aymara-volk, begrijpt als geen ander de uitdagingen waarmee Eva en haar lotgenoten in de regio La Paz worden geconfronteerd. Hij ziet dat er geen toekomstperspectief is en dat de overheid de mensen niet de nodige hulp biedt. Zijn hart gaat in het bijzonder uit naar de jongeren. De jongeren vormen de toekomst van de Kerk, maar momenteel hebben ze geen enkele hoop. Voor hen lijkt de enige uitweg: hun geboorteland verlaten.
Gelukkig is het jeugdpastoraat, dat bisschop Ortiz vorig jaar het heeft opgezet, een groot succes.
Met uw hulp wil hij dit belangrijke werk voortzetten en uitbreiden. Hij heeft een specifiek doel voor ogen: 300 jongeren tussen de 15 en 29 jaar een algehele vorming bieden die hen leert over het geloof, christelijke waarden en leiderschap.
Dit wil hij bereiken met maandelijkse bijeenkomsten, één meerdaags congres en een driedaagse retraite. Hij wil een plek creëren waar jongeren hun talenten en capaciteiten kunnen ontwikkelen op het gebied van muziek en sport. Een plek waar ze trots kunnen zijn op hun etnische afkomst en waar ze de roepstem van God voor hun leven kunnen horen.
Om dit mogelijk te maken, vraagt bisschop Ortiz om uw steun.
Wilt en kunt u helpen? Met een donatie van slechts € 37,00 euro kan één jongere een heel jaar deelnemen aan het vormingsprogramma van bisschop Ortiz.
“Mijn verlangen is om deze jongeren verliefd te laten worden op een leven in vriendschap met Jezus Christus,” schrijft bisschop Otiz.
Bij voorbaat dank ik u voor uw gebed en gulle zegeningen. U biedt deze jongeren geloof, hoop, en toekomstperspectief en geeft u de gemeenschap van Eva Luz de kans om in voorspoed te leven in het gebied dat hen zo dierbaar is.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD