Hoewel zich steeds meer sekten verspreiden over Latijns-Amerika, wordt het nog steeds beschouwd als het "katholieke continent". Met 500 miljoen katholieken woont hier 44% van de katholieke wereldbevolking. Maar de Kerk in Latijns-Amerika staat voor grote uitdagingen. Armoede, sociale ongelijkheid, lage lonen, veel geweld en de gevolgen van de pandemie maken het leven van de gelovigen en het werk van de Kerk op veel plaatsen moeilijk.

Criminaliteit is in Latijns-Amerika een van de voornaamste zorgen van de Kerk. Regelmatig zijn religieuzen slachtoffer van beroving en veel christenen wonen in wijken waar benden met buitensporig veel geweld hun macht consolideren. In landen als Cuba, Venezuela en Bolivia heeft de Kerk vanwege de politieke situatie een kwetsbare positie. Het Latijns-Amerikaanse continent - en daarmee de Kerk - werd ook zwaar getroffen door de pandemie. Talrijke bisschoppen, priesters, religieuzen en catechisten stierven als gevolg van Covid-19. Toch zette de Kerk haar missie voort om de zieken te begeleiden en de lijdende gelovigen te troosten.






Rolisson Afonso studeert aan het grootseminarie van San José in Manaus. Toen hij werd geboren in Manaus, was zijn moeder te jong om voor hem te zorgen. Ze had financiële moeilijkheden, dus hij naar zijn grootouders in Santa Isabel do Rio Negro gestuurd om bij hen te wonen. Zijn grootouders waren vrome katholieken. Zij konden nauwelijks lezen en schrijven, maar elke dag baden ze de rozenkrans en dachten na over het Evangelie. Elke zondag gingen ze naar de Mis. Het bleek de basis voor een roeping tot het priesterschap.
Het probleem van de plattelandsvlucht blijft alomtegenwoordig op het continent. Door de armoede op het platteland trekken velen naar de steden op zoek naar betere werkgelegenheid. Als gevolg daarvan groeien de steden snel, evenals het aantal gelovigen in de stedelijke gebieden. Door geldgebrek kan de Kerk hier vaak niet snel genoeg nieuwe parochies stichten om te voorzien in de groeiende behoefte aan geestelijke en pastorale zorg. In 2021 kon Kerk in Nood de katholieke Kerk in Latijns-Amerika steunen met een totaalbedrag van 12,8 miljoen euro.


Volgens een reportage van USA Today zoeken steeds meer Cubanen steun bij de katholieke Kerk. In Havana gebeurt dat midden in een zware economische en humanitaire crisis. Parochies bieden er niet alleen gebed, maar ook voedsel, water, medicijnen en praktische hulp. Daarmee is de Kerk voor veel inwoners een belangrijk sociaal vangnet geworden.
USA Today beschrijft die werkelijkheid vanuit de parochie Onze-Lieve-Vrouw van de Barmhartigheid in Havana. Daar werkt pater Ariel Suárez Jáuregui. Na iedere mis neemt hij tijd om naar parochianen te luisteren. Die traditie houdt hij al 27 jaar vol.
De vragen zijn volgens USA Today de laatste tijd echter veel dringender geworden. Mensen zoeken medicijnen, woonruimte, voedsel of hulp voor familieleden. Sommigen krijgen een zegen. Anderen ontvangen luiers, vitamines of andere goederen die de parochie beschikbaar heeft.
Suárez vertelt USA Today dat hij zijn land door verschillende moeilijke perioden heeft zien gaan. De huidige omstandigheden ervaart hij als uitzonderlijk zwaar. Stroom valt soms langdurig uit. Sommige gezinnen zitten weken zonder stromend water. Ook medicijnen en voedsel zijn moeilijk verkrijgbaar.
“Het is de zwaarste – en waarschijnlijk de meest trieste – periode van alles wat ik heb meegemaakt.”
De parochie probeert daarom steeds meer praktische taken op zich te nemen. Zo organiseert zij tweemaal per week maaltijden. Daarnaast beschikt de kerk over een gratis wasserette. Die helpt gezinnen die thuis door stroomuitval hun kleding niet kunnen wassen.
Vrijwilligers bereiden ook maaltijden voor mensen zonder vaste verblijfplaats. Bovendien bezoeken medewerkers zieken en andere kwetsbare bewoners. Volgens USA Today begint Suárez zijn dag vroeg met gebed. Daarna volgen gesprekken, huisbezoeken en overleg over de hulpverlening. Soms moet hij water regelen voor de parochie. Op andere momenten zoekt hij voedsel voor de keuken.
USA Today meldt ook dat de Verenigde Staten 100 miljoen dollar voor humanitaire hulp beschikbaar stelden. Kerkelijke organisaties spelen een belangrijke rol bij de distributie. De eerste hulpvluchten vertrokken in juli met voedsel en hygiëneproducten. Catholic Relief Services werkt daarbij samen met Caritas Cuba.
Volgens USA Today blijft de verdeling ingewikkeld. Brandstoftekorten en beperkte opslagmogelijkheden maken vervoer over het eiland moeilijk. Daardoor kunnen kerkelijke hulporganisaties lang niet iedere Cubaan bereiken. Toch proberen parochies hulp naar de kwetsbaarste groepen te brengen.
USA Today beschrijft de Amerikaanse maatregelen rond olie als een olie-embargo. De officiële Amerikaanse order gebruikt een andere formulering. Die order maakt extra importtarieven mogelijk voor landen die olie aan Cuba leveren. De maatregel werd op 29 januari 2026 afgekondigd.
USA Today kijkt ook terug naar een hoopvollere periode. Suárez werd in 1999 priester en leidt de parochie sinds 2015. Datzelfde jaar bezocht paus Franciscus Cuba. Kort daarna verbeterden ook de betrekkingen tussen Washington en Havana. In 2016 bezocht president Barack Obama het eiland. Volgens Suárez bracht die periode bij veel Cubanen een nieuw gevoel van hoop.
Na de coronapandemie veranderde de situatie volgens hem sterk. Het toerisme viel terug en de economische problemen namen toe. Inmiddels richt zijn parochie zich daarom steeds sterker op directe hulp. De pastorale en materiële taken lopen daarbij steeds meer door elkaar.
USA Today beschrijft daarnaast Suárez’ zorgen over jongeren in Havana. Hij ziet steeds vaker drugsgebruik onder jongeren zonder duidelijk toekomstperspectief. Hij noemt daarbij el químico, een synthetische drug die in Cuba wordt gebruikt. Volgens hem zoeken sommige jongeren daarmee een uitweg. De priester maakt zich ook zorgen over de grote emigratie. Veel jongere parochianen en vrijwilligers hebben Cuba verlaten.
USA Today verwijst daarbij naar onderzoek van de Universiteit van Navarra. Dat onderzoek schat de recente uittocht op bijna 1,8 miljoen mensen. Ongeveer driekwart van deze migranten behoort tot de leeftijdsgroep van 15 tot 49 jaar. Daardoor blijven relatief veel oudere Cubanen achter. Hun pensioenen zijn volgens de reportage vaak onvoldoende voor dagelijkse uitgaven.
De parochie van Suárez ontvangt daarom iedere woensdag en vrijdag meer dan tweehonderd ouderen voor een maaltijd. Daarnaast brengen kerkelijke medewerkers maaltijden naar ruim honderd mensen in verschillende delen van Havana. Volgens Suárez blijft de groep hulpbehoevenden groeien.
Ook de parochie zelf heeft met de energiecrisis te maken. Suárez liet daarom zestien zonnepanelen op het kerkgebouw installeren. Dankzij dat systeem beschikt de kerk volgens USA Today vrijwel voortdurend over elektriciteit. Dat maakt hulpverlening en andere activiteiten mogelijk. Veel andere kerken hebben die mogelijkheid niet. Medewerkers koken daar soms op houtvuur.
Na hun werkzaamheden keren zij bovendien terug naar woningen zonder elektriciteit. Vooral tijdens de hitte maakt dat het leven zwaar.
Een belangrijk moment voor Cubaanse katholieken is de jaarlijkse processie voor La Virgen de la Caridad del Cobre. Zij geldt als beschermheilige van Cuba. Tijdens de processie dragen gelovigen een Mariabeeld door de straten. USA Today beschrijft hoe op 8 september meer dan duizend mensen deelnamen aan de processie in Havana.
Sommigen droegen geel, de traditionele kleur die met de Maagd wordt verbonden. Anderen namen hun eigen Mariabeeldjes mee. De processie heeft volgens USA Today ook een bijzondere historische betekenis. Na de Cubaanse revolutie verslechterde de verhouding tussen de regering en de katholieke Kerk sterk. Priesters werden uitgezet en kerkelijke instellingen kwamen onder staatscontrole. Openbare religieuze activiteiten werden sterk beperkt.
Een niet-toegestane processie in 1961 eindigde met politiegeweld en een dodelijk slachtoffer, aldus USA Today. Daarna verdween deze processie bijna vier decennia uit het openbare leven. Het bezoek van paus Johannes Paulus II in 1998 hielp de betrekkingen tussen Kerk en overheid verbeteren. Sindsdien vindt de processie weer plaats.
De katholieke Kerk vervult volgens USA Today ook al jaren een diplomatieke rol. Kerkelijke vertegenwoordigers hielpen bij contacten tussen Cuba en de Verenigde Staten. Die droegen bij aan de diplomatieke toenadering van 2015. Later draaide de Amerikaanse regering delen van dat beleid terug.
In 2026 kwam de Kerk opnieuw centraal te staan door de humanitaire hulp. Ook paus Leo XIV en minister Marco Rubio bespraken de situatie. De Cubaanse bisschoppen spraken zich eveneens uit over het toenemende leed. Zij waarschuwden voor verdere sociale spanningen. Tegelijk benadrukten zij volgens USA Today dat Cuba zelf dringend veranderingen nodig heeft.
Daarmee probeert de Kerk volgens de reportage tussen verschillende posities te blijven staan. Haar aandacht richt zich vooral op de bevolking.
Juist die rol lijkt volgens USA Today ook geestelijke gevolgen te hebben. Barbara Díaz uit Havana bezocht als kind regelmatig de kerk. Later raakte zij betrokken bij organisaties van de communistische partij. In de jaren negentig keerde zij terug naar de Kerk. Nu ziet zij hetzelfde gebeuren binnen haar eigen familie.
“Veel mensen die niet meer naar de kerk kwamen, keren nu terug.”
Ook andere Cubanen wenden zich volgens de reportage opnieuw tot parochies.Soms zoeken zij geloof en gebed. Soms hebben zij vooral voedsel, medicijnen of onderdak nodig. Vaak komen beide vormen van nood samen.
USA Today beschrijft bijvoorbeeld een vrouw uit Matanzas. Zij stond na het vertrek van haar familie vrijwel alleen. Omdat zij weinig andere mogelijkheden zag, vroeg zij de Kerk om hulp. Voor pater Suárez betekent dat vrijwel iedere dag nieuwe vragen. Vaak kan hij geen volledige oplossing bieden.
Toch probeert hij verder te gaan. Juist daarin ligt de kern van de reportage van USA Today. De crisis heeft de mogelijkheden van de Kerk niet groter gemaakt. De nood is juist veel groter geworden. Toch blijven priesters, religieuzen en vrijwilligers aanwezig. Ze koken, luisteren, bidden, bezoeken zieken en delen wat beschikbaar is. Zo biedt de Kerk Cubanen hoop, juist wanneer veel andere zekerheden wegvallen.
Klik hier voor het oorspronkelijke artikel
Klik hier en laat de Kerk in Cuba hoop geven
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Opnieuw is er een priester vermoord in Mexico. Priester Román de la Cruz werd langs de kant van de weg gevonden, met schotwonden. De regio Huejutla kampt met criminele organisaties. Deze houden zich bezig met verschillende vormen van smokkel, waaronder smokkel van gestolen brandstof.
Pater Román de la Cruz droeg verantwoordelijkheid voor een kleine gemeenschap in een regio met actieve criminele groeperingen. Die groepen strijden er om routes voor brandstofsmokkel. Sinds 2024 was hij pastoor van de Santa Cruz-gemeenschap in Huejutla. Daarnaast coördineerde hij de diocesane Commissie voor Profetische Pastorale Zorg.
Zijn lichaam werd achtergelaten langs de kant van een weg. Volgens de pers lag naast zijn lichaam een dreigbriefje. De inhoud daarvan is echter niet openbaar gemaakt.
De Mexicaanse bisschoppenconferentie stuurde een verklaring aan Kerk in Nood (Aid to the Church in Need ACN). Daarin spreken de bisschoppen hun “verontwaardiging en verdriet” uit over de misdaad. Ook eisen zij dat de autoriteiten een “uitgebreid onderzoek” instellen. Dat onderzoek moet duidelijkheid geven over dit zoveelste geval van extreem geweld tegen de Kerk. De bisschoppen spreken daarmee opnieuw over geweld tegen de Kerk in dit Noord-Amerikaanse land.
Volgens het Mexicaanse Katholieke Multimediacentrum is het Openbaar Ministerie naar verluidt al een onderzoek gestart. Ook het bisdom Huejutla stuurde een verklaring aan Kerk in Nood. Bisschop José Acosta Beltrán wijst daarin op “de alarmerende situatie van geweld” in Mexico.

Hij vraagt dat “recht wordt gedaan” en dat deze zaak niet onbestraft blijft. Hetzelfde geldt volgens hem voor andere misdaden die het land hebben getroffen.
Verschillende regio’s in Mexico kampen al jaren met extreem veel geweld. Ook de Kerk is niet gespaard gebleven van aanslagen en moorden. Criminele organisaties en drugskartels hebben verschillende priesters vermoord. De regio waar pater Román woonde, kent rivaliserende criminele organisaties. Zij strijden er om smokkelroutes. Zij bijvoorbeeld ook dit artikel.
Het laatste rapport van Kerk in Nood over godsdienstvrijheid in de wereld verscheen in oktober 2025. Het rapport bevat een belangrijk hoofdstuk over Mexico. Toch moet de situatie volgens het rapport op regionaal niveau worden bekeken. Daarbij zijn ook andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied betrokken.
Het rapport stelt: “In 2023 en 2024 werden ten minste 13 religieuze leiders vermoord in Mexico, Colombia, Ecuador, El Salvador, Guatemala en Honduras.”
“In 2023 en 2024 werden ten minste 13 religieuze leiders vermoord in Mexico, Colombia, Ecuador, El Salvador, Guatemala en Honduras.”
Vervolgens staat in het rapport: “Daarnaast werden nog eens 16 missionarissen en leken vermoord in pastorale omgevingen in Ecuador, Haïti, Honduras en Mexico.”
Het document voegt eraan toe: “Hieraan moeten de sterfgevallen van nog eens negen leken in Mexico begin 2025 worden toegevoegd.”
Het rapport benadrukt dat er geen bewijs is dat “al deze misdaden werden ingegeven door haat tegen het geloof”. Tegelijk weerspiegelen deze misdaden volgens het rapport “de onveiligheid rond het pastoraat in conflictgebieden en onstabiele regio’s”. Daarom nemen religieuze leiders volgens het rapport een belangrijke plaats in binnen hun gemeenschappen. Hun invloed maakt hen daardoor tot doelwit van aanvallen en intimidatie.
Het rapport vervolgt: “Hetzelfde geldt voor degenen die het aandurven om autoritaire regimes te bekritiseren. Zij worden als een bedreiging gezien en kunnen het slachtoffer worden van represailles.”
“Zij worden als een bedreiging gezien en kunnen het slachtoffer worden van represailles.”
In Mexico zijn ook gevallen geregistreerd van “afpersing van kerken en religieuze leiders”. Daarbij eisen criminelen betalingen voor zogenaamde bescherming tegen rivaliserende criminele organisaties. De internationale bron van Kerk in Nood bevestigt de kerngegevens over de moord, de verklaringen en de passages uit het rapport godsdienstvrijheid.
Link naar het oorspronkelijke artikel
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Twee maanden nadat een aardbeving hun kerk onbruikbaar maakte, ontvingen 62 jongeren uit een kleine berggemeenschap in Venezuela het vormsel. De viering vond plaats in de open lucht.
Bisschop Pablo Modesto González Pérez van La Guaira ging de Mis voor. De viering vond plaats voor de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Candelaria in het dorp Tarmas. Het altaar stond vlak bij het beschadigde kerkgebouw. Gelovigen vulden het plein en de zijstraat om familieleden te begeleiden die het vormsel ontvingen. Anderen stonden voor hun huisdeur en namen zo deel aan de Mis.
Tarmas kampt nog steeds met de gevolgen van de dubbele aardbeving van 24 juni. De historische kerk dateert uit de 18e eeuw. Het hele dak stortte in. Daardoor kan de gemeenschap het gebouw niet gebruiken. Pater Daniel Acosta, de parochiepriester, vertelde Kerk in Nood (Aid to the Church in Need) over de viering. Hij zei dat “ondanks de moeilijke omstandigheden en de intense hitte de jongeren en hun families samenkwamen. In een sfeer van gebed, vreugde en hoop”.
Daarnaast voegde hij eraan toe dat “tijdens de meest emotionele momenten van de viering de sterke spirituele verbondenheid en de hernieuwde toewijding voelbaar waren. Van degenen die in hun geloof werden bevestigd. Als pastoor ben ik dankbaar dat ik dit belangrijke sacrament heb mogen vieren. En ik vertrouw erop dat, ondanks de uitdagingen, het geloof van onze gemeenschap zal blijven groeien. En sterker zal worden in Jezus Christus”, verklaarde hij.
De priester ziet de openluchtviering als meer dan een praktische oplossing. De eigen kerk is onbruikbaar, maar samen vieren kreeg ook een bredere betekenis. “Ondanks de tegenslag werd de viering een ervaring van eenheid en doorzettingsvermogen, die de gemeenschapszin en de onderlinge steun versterkte.” De vormselviering werd zo een concreet teken van continuïteit. De parochie verloor haar kerk, maar blijft getroffen gezinnen begeleiden. Zij ondersteunt families die dierbaren, huizen en banen verloren.
Twee weken na de aardbeving bezocht een delegatie van Kerk in Nood het dorp Tarmas. Daar spraken de bezoekers met twee misdienaars, Luis en Alejandro. Na de Mis hadden zij de gemeenschap weggezonden en waren zij de deuren aan het sluiten. Toen sloegen de aardbevingen toe. Het dak van de kerk stortte vervolgens in.
De pastorie en parochiezaal bleven intact. Kerk in Nood had de bouw van beide gebouwen gesteund. Sindsdien ontvangt pater Acosta daar zijn parochianen. Volgens hem dwong de begeleiding van de bevolking hem ook zijn eigen pijn te verwerken.
“’s Ochtends worden we vervuld van de kracht van de Heer, de Geest van God. Om onze gemeenschappen zo goed mogelijk te dienen. Maar als de nacht valt, krimpt het hart ineen. En, aangezien we slechts mensen zijn, stromen de tranen.”
In zijn toespraak verzekerde bisschop Modesto de gemeenschap van blijvende steun. De Kerk laat mensen met de gevolgen van de ramp niet in de steek. “Ik wil tegen elke persoon, elk gezin dat momenteel moeilijkheden en momenten van onzekerheid doormaakt. Vanuit het diepst van mijn hart zeggen. Jullie zijn niet alleen”, zei hij.
De viering in Tarmas maakte die continuïteit zichtbaar. Het kerkgebouw blijft gesloten, maar de gemeenschap blijft samenkomen om de sacramenten te vieren. “Ons bisdom blijft standvastig, actief en dicht bij zijn mensen. Niets zal onze missie in de weg staan”, concludeerde de bisschop.
De aardbeving trof Venezuela terwijl het land al jarenlang in een diepe economische en sociale crisis verkeert. In La Guaira verloren veel kwetsbare gezinnen hun huizen en bestaansmiddelen. De verwoesting trof ook kerken en parochie-infrastructuur. Daardoor raakten plekken beschadigd waar de Kerk geestelijke en materiële steun bood.
Vanaf de eerste dagen gingen priesters, religieuzen, seminaristen en vrijwilligers de straat op. Zij hielpen slachtoffers en bleven dicht bij de bevolking. Ook liturgische vieringen moesten buiten plaatsvinden. Kerk in Nood stuurde noodhulp naar priesters, religieuzen en leken in de bisdommen La Guaira en Caracas. Zij stonden slachtoffers van de aardbeving bij.
Een delegatie van de stichting is zojuist teruggekeerd van een tweede reis. Tijdens die reis evalueerde zij een nieuw steunpakket. Dat pakket is bedoeld voor het herstel van beschadigde kerkelijke infrastructuur.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Terwijl Haïti in crisis wegzakt, blijft de Kerk standhouden. Te midden van gewapend geweld blijft zij hoop zaaien.
De parlements- en presidentsverkiezingen in Haïti zouden op 30 augustus plaatsvinden. Het zouden de eerste verkiezingen zijn sinds de moord op president Jovenel Moïse in 2021. De autoriteiten hebben de verkiezingen echter uitgesteld tot december. Toch blijft zelfs die datum onzeker. Het idee van verkiezingen lijkt een verre droom. Gewapende bendes hebben grote delen van het land in hun greep.
Eind 2025 waarschuwde de voorzitter van de Voorlopige Kiesraad al voor de situatie. “Het herstel van de veiligheid is een voorwaarde voor het houden van de eerste ronde.” Sindsdien is de zogenaamde 'Parel van de Antillen' elke dag dieper in chaos weggezakt. Daarom blijft onzeker of de verkiezingen daadwerkelijk plaatsvinden.

Gewapende bendes controleren nu tussen de 70% en 90% van de hoofdstad, Port-au-Prince. Ook hebben zij grote invloed in de strategische departementen Artibonite en Centre. Bovendien blijven ze hun macht uitbreiden. De bendes heffen illegale tol op belangrijke wegen. Daardoor zijn zij feitelijk de heersers van grote delen van het land. Tegelijkertijd zaaien ze terreur onder de bevolking.
Gewapende bendes zijn niet nieuw in Haïti. Hun aanwezigheid gaat al enkele decennia terug. In de jaren negentig werden ze echter bijzonder machtig. President Aristide vreesde toen een staatsgreep. Daarom ontmantelde hij het leger en richtte hij een parallelle militie op. Die militie moest de bevolking intimideren.
Een belangrijk keerpunt volgde in 2018. De regering deed toen een beroep op de bendes om een grote volksopstand neer te slaan. Daarmee opende de regering de doos van Pandora. Sindsdien breidden de bendes hun invloed vrijwel straffeloos uit. Ze gebruiken daarvoor moorden, ontvoeringen en allerlei illegale activiteiten. Bovendien profiteren ze van de politieke en economische crisis. Zo versterken zij hun macht steeds verder.
In deze sfeer van angst blijven de instellingen verder instorten. Toch blijft de Kerk het lijdende volk bijstaan. De bendes hebben tegelijkertijd een verwoestende invloed op de tien bisdommen van het land.
In Port-au-Prince hebben veertig parochies hun deuren moeten sluiten. Op het centrale plateau zijn ongeveer vijftien parochies gesloten. In Artibonite gaat het om nog eens tien parochies. De andere bisdommen blijven voorlopig relatief onaangetast. Toch leven ook zij voortdurend met de angst dat het geweld zich uitbreidt.
De Kerk stelt als enige instelling openlijk de controle van de bendes aan de kaak. Daardoor is zij een belangrijk doelwit geworden. “Wij zijn de laatste resterende steunpilaar: moreel, ethisch, spiritueel en profetisch... Daarom willen ze ons uit de weg ruimen.” Dat zegt bisschop Joseph Gontrand Décoste van het bisdom Jérémie. Hij sprak hierover met Kerk in Nood (Aid to the Church in Need).

Op 31 maart 2025 sloeg het geweld opnieuw hard toe in Mirebalais, in het centrum van Haïti. Gewapende bendes vermoordden daar de zusters Evanette en Jeanne tijdens hun missiewerk. Beiden behoorden tot de Kleine Zusters van Sint-Thérèse van het Kind Jezus. De herinnering aan hun dood is nog altijd vers. Ook in de eerste zeven maanden van 2026 ging het geweld door. Een seminarist werd vermoord en twee priesters werden ontvoerd. Maar 2024 was misschien een van de moeilijkste jaren. Toen ontvoerden bendes negen religieuze zusters, vijf broeders en vier priesters.
Ook talrijke religieuze instellingen zijn aangevallen en gedwongen te sluiten. Bendes bestormden gebouwen en staken die vervolgens in brand. Soms maakten ze van de gebouwen hun eigen uitvalsbasis. Veel katholieke scholen ondergingen hetzelfde lot. Sommige van die scholen hadden een geschiedenis van meer dan een eeuw. Niemand weet of de Kerk deze gebouwen ooit terugkrijgt. Evenmin weet iemand in welke staat ze dan zullen verkeren.
Te midden van deze dramatische situatie zet de Kerk haar werk voort. Ze past zich voortdurend aan en houdt vast aan haar vertrouwen.
Bisschop Décoste vertelt daarover aan Kerk in Nood. “In het Creools zeggen we: Pitit Manman Marie pa janm pèdi batay.” Hij vervolgt: “Dat betekent: De kinderen van de Maagd Maria verliezen nooit een strijd! Daarom gaan we door.”
De Kerk heeft inmiddels online onderwijsprogramma’s opgezet. Ook vangt zij duizenden ontheemden op in de zuidelijke en westelijke bisdommen. Daarnaast zenden diocesane radiostations missen en religieuze programma’s uit. Waar mogelijk houdt de Kerk bedevaarten en processies in stand. Vaak trotseren gelovigen de onveiligheid om deel te nemen aan belangrijke vieringen. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens de kruisweg of tijdens de grote Mariafeesten.
Af en toe gebeuren er zelfs kleine wonderen. In Port-au-Prince ligt een gebied dat bekendstaat als 'Village de Dieu'. Gewapende bendes controleren dit gebied. Daar moest de parochie van Sint-Bernadette haar deuren sluiten. Rond het patroonsfeest gebeurde echter iets onverwachts. De bendes eisten zelf dat de parochie weer zou opengaan. Ook wilden zij dat de feestelijkheden zouden plaatsvinden.
Bijna 200 diocesane seminaristen zetten hun studie zo goed mogelijk voort. Tegelijkertijd lopen zij iedere dag gevaar. Het Interdiocesane Groot-Seminarie van Onze-Lieve-Vrouw van de Altijddurende Bijstand staat namelijk in Port-au-Prince. Soms moeten de seminaristen zich op de grond werpen. Daarna zoeken zij bescherming onder hun bed. Zo proberen zij te voorkomen dat een verdwaalde kogel hen raakt. Ook de reizen tussen het seminarie en de parochies zijn uiterst gevaarlijk. Soms zijn die reizen zelfs volledig onmogelijk.

Toch weigert de Kerk de hoop op te geven. “We blijven bidden, zingen en dansen. In Haïti zeggen we: Zolang ze ons hoofd nog niet hebben afgehakt, hebben we nog hoop om een hoed te dragen. Daarom verliezen we nooit de hoop”, besluit bisschop Décoste met een glimlach.
Vervolgens benadrukt hij het belang van internationale steun. “Dit vermogen tot veerkracht is mogelijk dankzij de grote steun die we voelen. Van organisaties als Kerk in Nood. Jullie gebeden geven ons enorm veel kracht. Zonder die gebeden zouden we niet door kunnen gaan. Hartelijk dank, uit de grond van mijn hart!”
Kerk in Nood ondersteunt de Kerk in Haïti via verschillende projecten. Daaronder vallen diocesane radiostations en initiatieven op het gebied van zonne-energie. Ook helpt Kerk in Nood bij de opleiding en het levensonderhoud van priesters, religieuze zusters en catechisten.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Op maandag 10 augustus trof een zware aardbeving grote delen van West- en Centraal-Colombia. De beving had een kracht van 7,4 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag in de gemeente San José del Palmar, in het departement Chocó. De hulp na de aardbeving in Colombia komt nu op gang.
Volgens het meest recente officiële rapport zijn 281 mensen omgekomen. Daarnaast raakten 3.971 mensen gewond en gelden 379 mensen als vermist. De aardbeving trof meer dan 53.000 mensen en verwoestte minstens 257 gebouwen. Cali, Pereira, Quibdó, Manizales en Armenia blijven daarom in staat van hoge paraatheid.
Daarom zal een team van Kerk in Nood Colombia (Aid to the Church in Need) naar drie getroffen bisdommen reizen. Directeur María Inés Espinosa Calle leidt het team. Het team bezoekt de bisdommen Quibdó, Istmina-Tadó en Buenaventura.
Tijdens het bezoek brengt het team schade aan de kerkelijke infrastructuur in kaart. Daarnaast helpt het lokale gemeenschappen en verzamelt het getuigenissen van pastorale werkers. Deze werkers zijn bij de getroffen bevolking gebleven.
Het nationale kantoor van Kerk in Nood in Colombia houdt voortdurend contact met de bisschoppen in de getroffen gebieden. Zij melden grote verwoestingen.
Bisschop Mario de Jesús Álvarez Gómez van Istmina-Tadó doorkruiste de afgelopen dagen zijn bisdom. De toestand van de wegen beperkte echter zijn mogelijkheden. Voor zover de wegen het toelieten, reisde hij door het gebied.
Daarbij uitte hij tegenover Kerk in Nood zijn bezorgdheid: “De situatie is verschrikkelijk. Er is veel meer schade dan men zich kan voorstellen.”
Ook bisschop Winston Mosquera van Quibdó schetst een zorgelijk beeld. Volgens hem zijn “de ziekenhuizen overbelast”.
In een gesprek met Kerk in Nood legde Mosquera de situatie verder uit. De aardbeving viel samen met een periode van parochieoverdrachten in zijn bisdom. In die periode dragen vertrekkende pastoors hun gemeenschappen over aan hun opvolgers.
Veel priesters zagen hoe hun moeizaam opgebouwde investeringen in één klap verloren gingen. Zij hadden veel moeite gedaan om kerken, pastorieën en andere kerkelijke gebouwen te renoveren. Nu betekent die tegenslag dat men “bijna helemaal opnieuw moet beginnen”.
Zoals gebruikelijk bij rampen vormde de katholieke kerk vanaf de eerste uren een van de eerste toevluchtsoorden. Daar vonden gezinnen onderdak, troost en geestelijke steun.
De internationale hulp en aanwezigheid van de stichting ondersteunen de bisdommen bij hun humanitaire en pastorale werk. Lokale geestelijken verwelkomden het bezoek van Kerk in Nood.
Pater Harold Romaña, econoom van het bisdom Buenaventura, verwoordde die waardering in enkele woorden: “Dank u wel dat u zoveel van ons houdt.”
Klik hier voor meer nieuws over Colombia
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

"Godsdienstvrijheid in Mexico bedreigd", aldus de katholieke bisschoppen van Mexico bij de herdenking van de honderdste verjaardag van de 'Wet-Calles'. Deze wet beperkte het leven van de Kerk. Ook plaatste zij het priesterambt in Mexico onder staatscontrole.
De bisschoppen publiceerden daarbij de boodschap 'De kerkklokken zwegen; hun bloed sprak'. De ondertitel luidt 'Ter nagedachtenis aan onze martelaren, godsdienstvrijheid en vredesopbouw'.
De wet trad op 31 juli 1926 in werking. De Mexicaanse bisschoppen herinneren aan de gevolgen voor de Kerk. Hun voorgangers werden "geconfronteerd met de onmogelijkheid om hun ambt vrij uit te oefenen“. Daarom schortten zij de openbare eredienst in alle kerken op. Nu is nog steeds de godsdienstvrijheid in Mexico bedreigd.
De bisschoppen leggen uit: "Bij zonsopgang op 1 augustus 1926 ontwaakte Mexico zonder openbare missen." Vervolgens bleven "de kerken open en stil, bewaakt door de gelovigen zelf“. Zij vervolgen: "Zo begon een van de meest pijnlijke hoofdstukken in onze geschiedenis“.
De tekst brengt vervolgens hulde aan de martelaren. Zij stierven terwijl zij hun beulen vergaven. Volgens de bisschoppen leerden zij dit "tegen een zeer hoge prijs“. Zij leerden "dat godsdienstvrijheid geen voorrecht is van de geestelijkheid, maar een recht van ieder mens“. Bovendien leerden zij "dat het ontzeggen ervan altijd uiteindelijk bloed kost“.
De bisschoppen erkennen de wetshervormingen en positieve stappen die sindsdien zijn gezet. Toch kent Mexico volgens hen vandaag nog geen volledige godsdienstvrijheid.
Volgens de bisschoppen "blijven er beperkingen bestaan die een volwassen democratie onwaardig zijn“. Zo noemen zij "beperkingen op de gewone godsdienstbeoefening buiten gebedshuizen“. Ook wijzen zij op "het onvermogen van religieuze verenigingen om radio- en televisievergunningen te verkrijgen“.
Daarnaast noemen zij "beperkingen op de vrijheid van ouders om de godsdienstige opvoeding van hun kinderen te kiezen". De bisschoppen stellen dat dit gebeurt, "terwijl hen onderwijsmodellen worden opgelegd waarvoor zij geen toestemming hebben gegeven“.
Verder hekelen zij "een houding van de politieke klasse die de nieuwe constitutionele cultuur van godsdienstvrijheid niet heeft omarmd". Volgens hen ontstaat zo een situatie "waardoor een klimaat van wantrouwen blijft bestaan". Bovendien stellen zij dat "gelovigen worden belet hun geloof in de openbare ruimte te verdedigen en na te leven".
Volgens hen is het "nog ernstiger wanneer de staat toestaat". Zij waarschuwen "dat de georganiseerde misdaad uitgroeit tot een parallelle regering die gebieden controleert". Daar "worden alle mensenrechten geschonden".
Over de georganiseerde misdaad schrijven zij: "zij ontvoert, perst geld af, vermoordt en vervormt het geweten van jongeren". "Dit klimaat van wijdverbreid geweld treft de hele samenleving", schrijven de bisschoppen. Het klimaat "belemmert ook sommige gemeenschappen om hun geloof vrijelijk te belijden".
De bisschoppen verwijzen naar priesters die tijdens de uitoefening van hun ambt zijn vermoord. Zij noemen "onze jezuïetenbroeders uit Cerocahui, pater Marcelo Pérez in San Cristóbal de las Casas en anderen". Hun bloed toont volgens hen aan "dat de lijst van martelaren niet in 1929 is geëindigd".
Deze bezorgdheid komt ook terug in het Rapport over godsdienstvrijheid uit 2025, gepubliceerd door Kerk in Nood (Aid to the Church in Need).
Het rapport wijst specifiek op een toename van religieuze discriminatie in Mexico door georganiseerde misdaad. "Priesters zijn vermoord omdat ze zich uitspraken tegen geweld of weigerden samen te werken met gewapende groeperingen", aldus het rapport.
Alleen al tussen 2023 en 2024 werden drie priesters vermoord. Daarnaast waren er vijf gevallen van zware mishandeling.
Tijdens de ambtstermijn van president Andrés Manuel López Obrador werden tien priesters vermoord. Deze ambtstermijn liep van december 2018 tot september 2024. Nog eens tien priesters werden in die periode slachtoffer van geweld.
In dezelfde periode registreerden instanties bijna 900 gevallen van afpersing tegen leden van de katholieke kerk. Daaronder vielen ontvoeringen, berovingen en intimidatie. Bovendien vonden gemiddeld 26 aanvallen en schendingen van heiligdommen per week plaats.
Het rapport beschrijft de situatie "bij gebrek aan overheidsoptreden". Het gaat om "gebieden die worden gedomineerd door de georganiseerde misdaad".
Het rapport stelt dat "religieuze leiders zich uitspreken tegen het geweld". Ook beschrijft het hoe zij "de rol van beschermers van hun gemeenschappen op zich nemen". Het rapport stelt: "Dit maakt hen tot doelwitten".
Het doel is "angst aan te jagen en de inwoners van deze plaatsen het zwijgen op te leggen". Zo ontstaat een situatie "waardoor criminele groeperingen op hun beurt kunnen doorgaan met de handel in wapens en drugs".
Het bevorderen en verdedigen van godsdienstvrijheid is een van de hoekstenen van het werk van Kerk in Nood. Daarom staat de stichting achter de oproep van de Mexicaanse bisschoppen aan de regering.
Kerk in Nood heeft momenteel een lopende petitie met de titel "Bescherm het recht om te geloven: een wereldwijde oproep voor godsdienstvrijheid". Deze petitie is gericht aan wereldleiders, want niet alleen de godsdienstvrijheid in Mexico is bedreigd.
Daarin roept Kerk in Nood op tot betere bescherming en bevordering van dit fundamentele mensenrecht. De petitie kan hier worden ondertekend.
Foto: Society of Jesus (Jesuits) Mexico
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Onvermoeibaar zetten de paters Kapucijnen zich in voor de inheemse bevolking in het Amazonegebied van Brazilië.
Probeert u zich eens voor te stellen hoe ondoordringbaar de jungle is.
De dagelijkse reizen gaan hier per boot. Krokodillen, giftige slangen, plotselinge, hevige stormen maken deze dagelijkse reizen gevaarlijk. Toch zegt pater Paolo, één van de Kapucijnen, blijmoedig: “De enorme uitdagingen hier zijn niet groter dan die van onze inheemse broers en zussen. We danken God eindeloos dat we hier zijn!”
Maar nu hebben de paters zélf dringend uw hulp en medeleven nodig, omdat hun huis en daarmee het kloppend hart van hun missie volledig vervallen is.
De onvermoeibare inspanningen van de Kapucijnen onder de Ticuna bevolking werpen vruchten af. Hun huis is het ‘hart’ van de missie, een centrum voor pastorale roepingen voor jonge inheemse mensen.
Het is nu echter volledig vervallen. Het hout is verrot en het tinnen dak is roestig en lekt. Het is al een paar keer provisorisch opgelapt, maar dat heeft niet veel geholpen. “Jarenlang hebben we prioriteit gegeven aan de missie. Maar nu moet er dringend iets gebeuren. We worden vaak ziek omdat de staat van het huis schadelijk is voor onze gezondheid.”
Uw geloof en gulheid van hart kunnen het verschil maken: het graven en vullen van de fundering kost € 20,00 per m3. Voor € 65 kan een betonnen zuil gestort worden. Het metselwerk kost € 110,00 per m2. Doet u mee met deze Amazone-missie?
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD