De wederopbouw van een afgelegen dorp in Nigeria laat zien dat hoop sterker kan zijn dan wanhoop. Ook toont de manier waarop Adama Dutse herrijst na de terreuraanval dat geweld - dankzij u - niet het laatste woord hoeft te hebben.
Op 27 mei 2026 bezocht aartsbisschop Matthew N'dagoso van Kaduna het afgelegen dorp Adama Dutse. Hij vierde daar de heilige Mis met de gelovigen. Toch ging het niet om een gewoon pastoraal bezoek. Het werd een viering van overwinning op dood, haat en discriminatie.
Iets meer dan twee jaar eerder verwoestten terroristen het dorp volledig. Dankzij hulp van Kerk in Nood (ACN) konden de inwoners meer dan twintig huizen herbouwen. Ook de gemeenschappelijke infrastructuur is inmiddels voltooid. De Mis bracht daarom vreugde, maar ook herinnering aan wie er niet meer zijn.
Dertien mensen gedood
Op 18 februari 2024 vielen terroristen het katholieke dorp Adama Dutse aan. Het dorp ligt in de Middle Belt van Nigeria. Om 06.10 uur arriveerden de gewapende criminelen. Op dat moment maakten de inwoners zich klaar voor de Mis.
Kort daarna waren dertien mensen gedood. Veel huizen brandden volledig af. Het dorp veranderde in een plek van rouw, puin en zwarte ruïnes.
Twee maanden later bezocht een delegatie van Kerk in Nood de ruïnes van Adama Dutse. Aartsbisschop Matthew Ndagoso begeleidde hen. Voor Kinga Schierstaedt, projectcoördinator Afrika van ACN, maakte vooral de militaire escorte diepe indruk. Die escorte liet duidelijk zien hoe gevaarlijk het gebied was.
„Ik denk dat het de eerste keer was dat ik door zo’n grote militaire aanwezigheid werd begeleid”, zei Kinga Schierstaedt. „Ik herinner me twee militaire auto’s voor ons, twee auto’s achter ons, en een aantal politie- of militaire motorfietsen die de weg vrijmaakten. Zij zorgden ervoor dat er niemand achter de bomen verstopt zat.”
Groot leed in het verwoeste dorp
De inwoners ontvingen de aartsbisschop met vreugde. Tegelijk zag de delegatie overal de sporen van de aanval. Volgens Schierstaedt droegen vrijwel alle inwoners zichtbaar leed met zich mee.
„De mensen waren blij de aartsbisschop te zien”, zei zij. „Maar je kon zo’n groot leed op de gezichten van alle inwoners zien. We hebben een rondgang door het dorp gemaakt en bijna alle huizen waren verbrand. Er waren alleen nog zwarte ruïnes over van de brand. Alles was verwoest, gesmolten, en elke inwoner was getroffen.”
Ook de gewonden stonden Schierstaedt nog helder voor ogen. „Ik herinner me een jongen die de littekens droeg van twee kogels in zijn arm. Hij zal die arm nooit meer kunnen gebruiken, omdat hij niet onmiddellijk in een ziekenhuis werd behandeld.”
Meisje van drie met brandwonden
Daarnaast noemt ze een jong slachtoffer. „Ik herinner me een heel klein meisje, van ongeveer drie jaar oud. Zij had brandwonden op haar armen en op een deel van haar gezicht. Zij huilde voortdurend van de pijn die ze nog steeds leed.”
Aartsbisschop Ndagoso bracht de ACN-delegatie daarna naar de rand van het dorp. Daar lag het massagraf waar de slachtoffers haastig waren begraven.
„Sommige inwoners gingen met ons mee om te bidden”, vertelde Schierstaedt. „Maar de meesten deden dat niet; hun pijn was te groot. Meestal als je een dorp bezoekt, gaat iedereen met je mee. Maar daar waren we grotendeels alleen.”
Inwoners weigeren hun land te verlaten
Ondanks de ontberingen weigerden de inwoners hun dorp te verlaten. Zij wisten dat vertrek naar een ontheemdenkamp grote risico’s met zich meebracht. Waarschijnlijk zouden zij dan hun land verliezen.
Daarom kozen zij voor terugkeer en wederopbouw. Zij hadden weinig meer dan hun geloof en vastberadenheid. Toch besloten zij te blijven. Kerk in Nood beloofde hen daarbij te helpen. Recent kwam ook op andere plaatsen uit Nigeria nieuws dat gelovigen massaal terugkeren naar plaatsen vanwaar zij verjaagd werden.
„De aartsbisschop vertelde ons dat hij de mensen wilde helpen”, zei Schierstaedt. „Hoewel hij de doden niet weer tot leven kon wekken, dacht hij dat hij in ieder geval de levenden kon helpen in hun wens om daar te blijven. Hij wilde hen helpen om de huizen en de kerk te herbouwen.”
Volgens haar besloot Kerk in Nood daarom steun te bieden. „Wij wilden hen een teken geven dat er ten minste enkele mensen in de wereld zijn die hun lijden erkennen en hen willen helpen.”
Adama Dutse herrijst na terreur dankzij steun
Twee jaar later is de wederopbouw voltooid. Dankzij steun van ACN-donateurs beschikt Adama Dutse nu over een nieuwe, moderne waterput. Ook kwamen er latrines en beveiligingsalarmen op zonne-energie.
Toen aartsbisschop Ndagoso op 27 mei 2026 terugkeerde voor de dankmis, voelde hij een duidelijke verandering. De gezichten van de inwoners straalden van trots. Hun dorp was niet langer alleen een plek van verlies. Het was opnieuw een plek van leven geworden.
„Het was een prachtige ceremonie”, vertelde aartsbisschop Ndagoso aan Kerk in Nood. „De gemeenschap was zo blij en gelukkig dat we dit voor hen hadden gedaan.”
Volgens de aartsbisschop betekent de hulp veel voor de inwoners. „Ze zijn niet alleen dankbaar, maar ook veel verschuldigd aan degenen die het voor hen mogelijk hebben gemaakt om een permanente schuilplaats te hebben.”
Daarom sprak hij zijn dank uit aan de weldoeners van Kerk in Nood. „We kunnen de weldoeners van ACN nooit genoeg bedanken voor wat ze hebben gedaan om mensen in nood te helpen. We kunnen alleen maar hopen dat God degenen die hebben bijgedragen zal zegenen. Het is echt geweldig. De gemeenschap is heel, heel dankbaar.”
Adama Dutse draagt nog altijd de littekens van de aanval. Toch getuigt de wederopbouw van iets groters. Waar terroristen het dorp wilden breken, kozen de inwoners voor geloof, volharding en hoop.




