De inwoners van Oost-Bukavu voelen zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. Toch blijven velen op hun plek. Want als zij vluchten, neemt rebellenbeweging M23 hun land en huizen in.
“We voelen ons niet geïsoleerd, we voelen ons verlaten”, zegt pater Floribert Bashimb, vicaris-generaal van het bisdom Bukavu. Het bisdom ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo, aan de grens met Rwanda.
Volgens de priester verbergt de strijd om coltan en goud de spiraal van geweld die de regio al jarenlang verwoest. Gewapende groepen vechten om grondstoffen. Ondertussen betaalt de bevolking de hoogste prijs.
Strijd om grondstoffen verwoest dorpen
Pater Floribert legt uit dat de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging M23 in 2021 de provincie Noord-Kivu binnentrok. In 2024 nam de groep de stad Goma in. Sindsdien gebruikt M23 de stad als operationeel hoofdkwartier. De parochies in Goma sloten hun deuren.
Op 15 februari 2025 bereikte de groep het naburige Bukavu. “De mensen lijden, omdat zij geen mineralen meer kunnen delven. Ook het werk op het land ligt stil door de onveiligheid”, vertelt pater Floribert.
“M23 controleert de mijnen en heeft een einde gemaakt aan de kleinschalige mijnbouw. Nu controleren zij de grondstoffen. Op sommige plaatsen, vooral in het noorden, vervangen zij de lokale bevolking.”
De Congolese priester sprak met Kerk in Nood (ACN) tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkwartier van de stichting. Daar vertelde hij hoe M23 het werk van de Kerk in Oost-Congo ondermijnt. Ook sprak hij over de vele aanslagen, zoals het bloedbad waarbij enkele maanden geleden nog 64 doden vielen.
Priesters blijven bij hun mensen
Na de gebeurtenissen in Goma kregen de priesters in Bukavu de opdracht om te blijven. De Kerk vreesde dat vreemden de kerken, pastorieën en huizen zouden bezetten.
“Als wij vertrekken, weten wij niet wie er komt”, zegt pater Floribert. “Zij zullen onze grond en onze huizen innemen.”
Van de 44 parochies in het bisdom verliezen 30 parochies gelovigen. Dat raakt de missie van de priesters diep. Toch blijven zij, omdat hun aanwezigheid hoop geeft. “Wanneer de mensen de kerkklokken horen, weten zij dat er leven is in het dorp”, zegt de priester. Zo wordt de priester een drager van hoop.
Die hoop is hard nodig. Het leven onder M23 blijft onzeker en onveilig. Alleen de systemen die geld opleveren, functioneren nog. “Ze hebben een belastingstelsel ingevoerd. Ze heffen douane en verzekeringen”, zegt pater Floribert. “Financieel loopt alles door, omdat zij de mijngebieden bezetten en goud en coltan delven.”
Seminaristen kunnen niet naar huis
De inwoners van Bukavu leven ook afgesneden van de rest van het land. Voor veel seminaristen betekent dit dat zij tijdens vakanties niet kunnen terugkeren naar hun bisdom. Sommigen zien hun familie een heel jaar niet.
Veel seminaristen in Bukavu komen uit andere regio’s. Door de controle van M23 kunnen zij de stad niet verlaten. Daardoor hebben zij materiële hulp nodig, zoals toiletartikelen, schoolmateriaal en kleding.
“We zijn Kerk in Nood dankbaar voor de steun”, zegt pater Floribert. “ACN is onze belangrijkste weldoener. De stichting helpt ons vooral bij de vorming van toekomstige priesters, de organisatie van geestelijke retraites en de bouw van nieuwe kerken of het herstel van oudere gebouwen.”
De verhouding tussen de Kerk en de M23-strijders blijft voorlopig beleefd, zegt de priester. “Tot nu toe hebben zij onze infrastructuur gerespecteerd. Ze hebben onze voertuigen niet aangeraakt. Wanneer onze gelovigen willekeurig worden gearresteerd, grijpt de Kerk in. Dan vinden we een oplossing.”
“De armen hebben recht op vrede”
Toch benadrukt pater Floribert dat de bevolking uitgeput is. “De mineralen van Congo worden al eeuwen uitgebuit. Maar ook de armen hebben recht op leven. Zij hebben recht om in vrede te leven.”
Volgens hem hebben de Congolezen zelf nooit geprofiteerd van de rijkdommen waarvoor zij vaak sterven. “Al jaren gaat de mijnbouw door. Maar de Congolese bevolking heeft nooit iets gezien van de grondstoffen waarvoor zij vaak de dood vindt.”
“Geweld brengt geweld voort”, zegt hij. “Wij zijn slachtoffers van oorlog en van een cyclus van geweld die ons hongerig en arm achterlaat.”
De Democratische Republiek Congo is een prioriteitsland voor Kerk in Nood. In 2025 financierde de stichting 258 projecten in het hele land. Het ging vooral om de bouw en renovatie van religieuze gebouwen, de vorming van seminaristen en de permanente vorming van priesters en religieuzen.
Ook veel priesters ontvingen steun via misintenties. Zo speelt Kerk in Nood een belangrijke rol in het versterken van de aanwezigheid van de Kerk in gebieden die door de overheid worden verwaarloosd.



