Naast armoede, droogte en politieke onrust heeft de Afrikaanse bevolking op veel plaatsen te lijden onder toenemend islamistisch geweld. Vooral in de Sahel, hebben jihadisten hun aanwezigheid verder geconsolideerd. Ook het terrorisme vormt in toenemende mate een bedreiging voor de kerk. In 2021 was Afrika opnieuw het continent met het hoogste aantal vermoorde priesters, religieuzen en toegewijde leken mensen. Ondanks alle uitdagingen blijft Afrika een continent van hoop voor de Kerk.

Samen met Azië is Afrika het continent met de meeste groei in het aantal christenen. Daarmee is hun situatie er recent echter niet makkelijker op geworden. Diverse landen en streken in Afrika kennen een toename van agressieve uitwassen van de Islam. In de Sahel-landen, Kenia en het vasteland van Tanzania is dit fenomeen betrekkelijk nieuw. Landen als de Democratische Republiek Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek worden geplaagd door geweld en conflicten.









Het aantal aanvallen door gewapende islamisten is in vele delen van Afrika toegenomen. Van Mali en Burkina Faso tot Nigeria en Mozambique zijn er miljoenen christenen en moslims die op dit moment sterven, gewond raken en hun thuisland moeten inruilen voor troosteloze vluchtelingenkampen.
Met hulpprojecten voor in totaal ongeveer 28,5 miljoen euro (30,7% van de projecthulp) blijft Afrika een prioritaire regio voor Kerk in Nood. Toch blijft Afrika, ondanks alle uitdagingen, een continent van hoop voor de Kerk. Bijna één op de vijf katholieken in de wereld woont in Afrika. De Kerk is jong en groeit. Bijna één op de acht priesters, één op de acht zusters en meer dan een kwart van alle seminaristen wereldwijd wonen in Afrika. Kerk in Nood richt zich op de opleiding en training van deze priesters, religieuzen en leken, helpt bij de aanschaf van voertuigen die geschikt zijn voor off-road gebruik en ondersteunt de bouw van van kerken en kapellen.








Bisschop Osório Citora is doodgeschoten in de vroege ochtend van 6 juni. Hij was bisschop van Quelimane in Mozambique, Zijn lichaam werd aangetroffen in een gang van de bisschoppelijke residentie. De dader is nog onbekend.
In een eerste officiële verklaring aan Kerk in Nood (ACN) meldde de voorzitter van de Bisschoppenconferentie van Mozambique dat de bisschop “levenloos en onder vreemde omstandigheden die nog moeten worden opgehelderd” werd aangetroffen. Bisschop Osório Citora is doodgeschoten op 6 juni. Hij riep iedereen op tot “de sereniteit van het geloof en broederlijke solidariteit” vanwege deze “trieste gebeurtenis”.
Bisschop Osório Citora Afonso, een missionaris van de Consolata-congregatie en bisschop van het bisdom Quelimane, kwam in de vroege uren van zaterdag 6 juni om het leven.
Op dit moment zijn slechts weinig details over de misdaad bekend. Wel staat vast dat iemand de bisschop in de borst schoot, vlak bij het hart. Vervolgens vonden mensen zijn lichaam in een gang van de bisschoppelijke residentie.
Het nieuws heeft de Kerk in Mozambique volgens betrokkenen “in een staat van shock” achtergelaten.
Aartsbisschop Inácio Saure van Nampula, voorzitter van de Bisschoppenconferentie van Mozambique, stuurde een eerste officiële verklaring naar Kerk in Nood. Daarin meldde hij “met diepe droefheid” het overlijden van bisschop Osório.
Volgens de aartsbisschop trof men de bisschop “levenloos aan onder vreemde omstandigheden die nog moeten worden opgehelderd”. Daarnaast riep hij de katholieke gemeenschap en het Mozambikaanse volk op tot “de sereniteit van het geloof en broederlijke solidariteit”.
Ook het presidentschap van Mozambique reageerde op het overlijden. In een officiële verklaring sprak het zijn “diepe verdriet en ontzetting” uit.
President Daniel Chapo noemde het verlies “onherstelbaar” voor de Mozambikaanse samenleving en voor de christelijke gemeenschap. Daarbij benadrukte hij dat bisschop Osório zich “zijn hele leven had onderscheiden door zijn nederigheid, pastorale toewijding en zijn prediking van de waarden van vrede en verzoening”.
In april van dit jaar benoemde de Kerk bisschop Osório ook tot administrator (plaatsvervangend bisschop) van het aartsbisdom Beira. Hij nam die taak op zich nadat aartsbisschop Cláudio Zunna om gezondheidsredenen was afgetreden.
De moord op de bisschop van Quelimane werpt opnieuw een donkere schaduw over de Kerk in Mozambique.
Het land kampt al jarenlang met terroristisch geweld in het noorden, vooral in de provincie Cabo Delgado. Daardoor leven veel gezinnen in onzekerheid en zijn honderdduizenden mensen ontheemd geraakt.
Mozambique is daarom een prioriteitsland voor Kerk in Nood. De stichting ondersteunt de lokale Kerk op verschillende manieren. Dat gebeurt niet alleen via humanitaire hulp, maar ook door psychosociale begeleiding en de wederopbouw van infrastructuur mogelijk te maken.
auteur: Paulo Aido (Kerk in Nood Portugal)
bron foto: Comissão das Comunicações da Conferência Episcopal de Moçambique
Klik hier voor het bericht op de website van de Portugese bisschoppenconferentie
Meer nieuws op deze website over Mozambique
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



Het bisdom Fada N’Gourma ligt in het oosten van Burkina Faso. Het gebied is enorm uitgestrekt. Met ruim 46.800 vierkante kilometer is het bisdom groter dan landen als Nederland of Zwitserland. Dankzij u kunnen jonge priesters op motorfietsen hun gelovigen bereiken. Eén van hen schreef een brief om u te danken.
In het dunbevolkte bisdom wonen slechts 2 miljoen mensen. De ongeveer 100.700 katholieken in het bisdom leven verspreid over 16 grote parochies.
Priesters moeten daarom lange afstanden afleggen om de katholieke gelovigen te bereiken. Veel dorpen liggen 50, 60 of 70 kilometer van het parochiecentrum.
Zonder geschikt vervoermiddel wordt pastoraal werk daardoor buitengewoon moeilijk. Vaak wordt het zelfs onmogelijk. Een motorfiets vormt daarom een onmisbare basisvoorziening.
Bovendien biedt een motorfiets de priester ook enige veiligheid in deze gevaarlijke regio. Daarom vroeg de bisschop namens twee jonge priesters hulp aan Kerk in Nood (ACN).
Na hun wijding werkten deze priesters twee jaar zonder geschikt vervoermiddel. Die situatie belemmerde hun pastorale werk ernstig. Dankzij uw vrijgevigheid kon Kerk in Nood de benodigde 6.100 euro schenken. Daarmee ontvingen beide priesters een kleine motorfiets.
De twee motorfietsen maken een enorm verschil in het werk van de priesters. Een van hen, pater Séraphin Kiema, schreef een dankbrief aan Kerk in Nood. “Ik herinner me hoe ik vaak iemand moest vragen om mij een lift te geven”, schrijft hij. “Dat gebeurde wanneer ik mijn pastorale taken moest vervullen.”
Op een dag kwam iemand op de fiets naar hem toe. Die persoon vroeg hem om het sacrament van de zieken te brengen aan een ziek familielid. “Omdat ik geen motorfiets had, moest deze persoon iemand anders zoeken met een motorfiets. Pas daarna konden we naar de familie van de zieke gaan.”
Nu is zijn situatie veranderd. “Met de nieuwe motorfiets kan ik mij vrij bewegen. Eindelijk kan ik mijn pastorale werk met vreugde vervullen.”
Voor pater Séraphin Kiema is de motorfiets veel meer dan een vervoermiddel. Het is een hulpmiddel om dichtbij mensen te zijn, juist op kwetsbare momenten. Daarom verbindt hij de steun aan de woorden van Jezus. “Zoals Jezus zei: ‘Alles wat u hebt gedaan voor een van de geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan’. Uit de grond van mijn hart dank ik allen die mij hebben geholpen!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De inwoners van Oost-Bukavu voelen zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. Toch blijven velen op hun plek. Want als zij vluchten, neemt rebellenbeweging M23 hun land en huizen in.
“We voelen ons niet geïsoleerd, we voelen ons verlaten”, zegt pater Floribert Bashimb, vicaris-generaal van het bisdom Bukavu. Het bisdom ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo, aan de grens met Rwanda.
Volgens de priester verbergt de strijd om coltan en goud de spiraal van geweld die de regio al jarenlang verwoest. Gewapende groepen vechten om grondstoffen. Ondertussen betaalt de bevolking de hoogste prijs.
Pater Floribert legt uit dat de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging M23 in 2021 de provincie Noord-Kivu binnentrok. In 2024 nam de groep de stad Goma in. Sindsdien gebruikt M23 de stad als operationeel hoofdkwartier. De parochies in Goma sloten hun deuren.
Op 15 februari 2025 bereikte de groep het naburige Bukavu. “De mensen lijden, omdat zij geen mineralen meer kunnen delven. Ook het werk op het land ligt stil door de onveiligheid”, vertelt pater Floribert.
“M23 controleert de mijnen en heeft een einde gemaakt aan de kleinschalige mijnbouw. Nu controleren zij de grondstoffen. Op sommige plaatsen, vooral in het noorden, vervangen zij de lokale bevolking.”
De Congolese priester sprak met Kerk in Nood (ACN) tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkwartier van de stichting. Daar vertelde hij hoe M23 het werk van de Kerk in Oost-Congo ondermijnt. Ook sprak hij over de vele aanslagen, zoals het bloedbad waarbij enkele maanden geleden nog 64 doden vielen.
Na de gebeurtenissen in Goma kregen de priesters in Bukavu de opdracht om te blijven. De Kerk vreesde dat vreemden de kerken, pastorieën en huizen zouden bezetten.
“Als wij vertrekken, weten wij niet wie er komt”, zegt pater Floribert. “Zij zullen onze grond en onze huizen innemen.”
Van de 44 parochies in het bisdom verliezen 30 parochies gelovigen. Dat raakt de missie van de priesters diep. Toch blijven zij, omdat hun aanwezigheid hoop geeft. “Wanneer de mensen de kerkklokken horen, weten zij dat er leven is in het dorp”, zegt de priester. Zo wordt de priester een drager van hoop.
Die hoop is hard nodig. Het leven onder M23 blijft onzeker en onveilig. Alleen de systemen die geld opleveren, functioneren nog. “Ze hebben een belastingstelsel ingevoerd. Ze heffen douane en verzekeringen”, zegt pater Floribert. “Financieel loopt alles door, omdat zij de mijngebieden bezetten en goud en coltan delven.”
De inwoners van Bukavu leven ook afgesneden van de rest van het land. Voor veel seminaristen betekent dit dat zij tijdens vakanties niet kunnen terugkeren naar hun bisdom. Sommigen zien hun familie een heel jaar niet.
Veel seminaristen in Bukavu komen uit andere regio’s. Door de controle van M23 kunnen zij de stad niet verlaten. Daardoor hebben zij materiële hulp nodig, zoals toiletartikelen, schoolmateriaal en kleding.
“We zijn Kerk in Nood dankbaar voor de steun”, zegt pater Floribert. “ACN is onze belangrijkste weldoener. De stichting helpt ons vooral bij de vorming van toekomstige priesters, de organisatie van geestelijke retraites en de bouw van nieuwe kerken of het herstel van oudere gebouwen.”
De verhouding tussen de Kerk en de M23-strijders blijft voorlopig beleefd, zegt de priester. “Tot nu toe hebben zij onze infrastructuur gerespecteerd. Ze hebben onze voertuigen niet aangeraakt. Wanneer onze gelovigen willekeurig worden gearresteerd, grijpt de Kerk in. Dan vinden we een oplossing.”
Toch benadrukt pater Floribert dat de bevolking uitgeput is. “De mineralen van Congo worden al eeuwen uitgebuit. Maar ook de armen hebben recht op leven. Zij hebben recht om in vrede te leven.”
Volgens hem hebben de Congolezen zelf nooit geprofiteerd van de rijkdommen waarvoor zij vaak sterven. “Al jaren gaat de mijnbouw door. Maar de Congolese bevolking heeft nooit iets gezien van de grondstoffen waarvoor zij vaak de dood vindt.”
“Geweld brengt geweld voort”, zegt hij. “Wij zijn slachtoffers van oorlog en van een cyclus van geweld die ons hongerig en arm achterlaat.”
De Democratische Republiek Congo is een prioriteitsland voor Kerk in Nood. In 2025 financierde de stichting 258 projecten in het hele land. Het ging vooral om de bouw en renovatie van religieuze gebouwen, de vorming van seminaristen en de permanente vorming van priesters en religieuzen.
Ook veel priesters ontvingen steun via misintenties. Zo speelt Kerk in Nood een belangrijke rol in het versterken van de aanwezigheid van de Kerk in gebieden die door de overheid worden verwaarloosd.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De moslimgemeenschap van Mozambique heeft de aanhoudende jihadistische aanvallen in het noorden van het land scherp veroordeeld. Bij recente aanvallen richten de aanvallers zich steeds vaker op christenen en christelijke locaties.
De verklaring volgde kort nadat jihadisten een bekende katholieke kerk en parochiecomplex hadden verwoest in Meza, in de provincie Cabo Delgado. De jihadisten in Cabo Delgado, die trouw zweren aan de Islamitische Staat, brandden de kerk volledig af en vernietigden belangrijke infrastructuur.
In een officiële verklaring nam de moslimgemeenschap duidelijk afstand van het geweld. “De islamitische gemeenschap van Mozambique spreekt haar diepe bezorgdheid uit over de recente aanvallen in de provincie Cabo Delgado”, staat in de verklaring. De gemeenschap verwees daarbij specifiek naar de vernieling van infrastructuur en gebedshuizen in Meza.
Daarnaast veroordeelde zij “krachtig en ondubbelzinnig alle gewelddaden tegen burgers, evenals de vernietiging van religieuze ruimtes, ongeacht hun geloofsovertuiging.” Ook sprak de gemeenschap haar solidariteit uit met de katholieke gemeenschap en alle getroffen families. “Geloof mag nooit worden gebruikt om geweld, angst of verdeeldheid te rechtvaardigen”, vervolgt de verklaring.
De boodschap werd gestuurd naar bisschop António Juliasse van Pemba. Hij publiceerde de verklaring op de sociale media van het bisdom. De bisschop noemde de steunbetuiging “een teken van hoop en een symbool van menselijke broederschap”. “Ik wil onze moslimbroeders bedanken voor hun boodschap”, verklaarde bisschop Juliasse.
Volgens hem helpt de verklaring om onderscheid te maken tussen de islam als godsdienst en degenen die haar proberen te radicaliseren. Hij waarschuwde voor groepen die de religie misbruiken om haat, dood en vernietiging te verspreiden. Mozambique telt een christelijke meerderheid, al vormen moslims de grootste religieuze groep in het noorden van het land.
Het conflict in de provincie Cabo Delgado begon in november 2017. Sindsdien kwamen minstens 6.300 mensen om het leven. Daarnaast sloegen meer dan één miljoen mensen op de vlucht. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen die bredere geweldsgolf zijn volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken doelgericht vermoord. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, leken en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Bovendien vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie financiert onder meer humanitaire hulp, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur. Ook hielp de organisatie leiders samen te brengen voor dialoog en vrede.
Ook het Vaticaan blijft zich betrokken tonen bij de situatie in Cabo Delgado en roept herhaaldelijk op tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Een historische kerk in Meza, in de regio Cabo Delgado in het noorden van Mozambique, is op 30 april verwoest door jihadistische opstandelingen.
Bij de aanval op de parochie van St. Louis de Montfort vielen geen slachtoffers onder de missionarissen. Wel veroorzaakte de aanval grote paniek onder de christelijke bevolking.
Volgens bronnen ter plaatse, die informatie doorgaven aan Kerk in Nood (ACN), begon de aanval rond 16.00 uur. Gewapende militanten drongen de parochie van St. Louis de Montfort in Minhoene binnen en vernielden alles wat zij tegenkwamen. De aanvallers staken de kerk, de kantoren en de woning van de missionarissen in brand. Ook vernielden zij de kleuterschool.
“Het was een tafereel van terreur. Woningen en infrastructuur werden vernietigd en de historische parochie ligt in puin,” schreef bisschop António Juliasse van Pemba in een bericht aan Kerk in Nood (ACN). Volgens de bisschop namen de militanten burgers gevangen. Zij dwongen hen vervolgens om haatdragende toespraken aan te horen.
De parochie van St. Louis de Montfort werd opgericht in 1946. De kerk groeide uit tot een belangrijk symbool van de katholieke aanwezigheid in het overwegend islamitische noorden van Mozambique.
Kameroense missionarissen bedienen momenteel de gemeenschap. Zij waren gelukkig niet aanwezig toen de terroristen arriveerden. “De missionarissen zijn veilig, maar de gemeenschap verkeert nog altijd in shock nadat de aanvallers vertrokken,” aldus bisschop Juliasse.
Bisschop António Juliasse vraagt de wereldkerk om steun voor de getroffen christenen. “Wij vragen aandacht en solidariteit voor de slachtoffers van Meza. Al negen jaar zien wij hoe opstandelingen kapellen en kerken in brand steken in het bisdom Pemba,” verklaarde hij. “Toch zal het geloof van Gods volk nooit verbranden. Iedere dag wordt het opnieuw opgebouwd.”
Ook aartsbisschop Inácio Saure van Nampula reageerde op de aanval. Hij is tevens voorzitter van de bisschoppenconferentie van Mozambique. Volgens hem gaan de aanvallen op christenen en gebedshuizen “volledig in tegen onze cultuur van vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillende geloven”.
Hij riep bovendien op tot vrede en waarschuwde tegen islamofobie. “Laat de verwoesting en het doden stoppen. Laat ook het aanzetten tot haat tegen christenen stoppen. Tegelijk mogen wij geen ruimte geven aan islamofobie, want moslims zijn niet onze vijanden maar onze geliefde broeders.”
De opstand in Cabo Delgado richtte zich aanvankelijk vooral op militaire en staatsdoelen. De afgelopen jaren vallen terroristen echter steeds vaker bewust christenen aan. De extremisten zeggen trouw te zijn aan Islamitische Staat.
Sinds november 2017 heeft het conflict in de provincie Cabo Delgado minstens 6.300 doden geëist. Daarnaast sloegen meer dan een miljoen mensen op de vlucht en nog eens 50.000 na een recente aanslag. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen deze bredere geweldsgolf werden volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken vermoord bij gerichte aanvallen op christenen. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, gelovigen en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Daarnaast vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen. De verwoeste parochie in Meza is het nieuwste slachtoffer van dit geweld.
Kerk in Nood blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie helpt onder meer met humanitaire steun, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur.
Ook het Vaticaan blijft betrokken bij de situatie in Cabo Delgado. Vanuit Rome klinken voortdurend oproepen tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



Het bisdom Fada N’Gourma ligt in het oosten van Burkina Faso. Het gebied is enorm uitgestrekt. Met ruim 46.800 vierkante kilometer is het bisdom groter dan landen als Nederland of Zwitserland. Dankzij u kunnen jonge priesters op motorfietsen hun gelovigen bereiken. Eén van hen schreef een brief om u te danken.
In het dunbevolkte bisdom wonen slechts 2 miljoen mensen. De ongeveer 100.700 katholieken in het bisdom leven verspreid over 16 grote parochies.
Priesters moeten daarom lange afstanden afleggen om de katholieke gelovigen te bereiken. Veel dorpen liggen 50, 60 of 70 kilometer van het parochiecentrum.
Zonder geschikt vervoermiddel wordt pastoraal werk daardoor buitengewoon moeilijk. Vaak wordt het zelfs onmogelijk. Een motorfiets vormt daarom een onmisbare basisvoorziening.
Bovendien biedt een motorfiets de priester ook enige veiligheid in deze gevaarlijke regio. Daarom vroeg de bisschop namens twee jonge priesters hulp aan Kerk in Nood (ACN).
Na hun wijding werkten deze priesters twee jaar zonder geschikt vervoermiddel. Die situatie belemmerde hun pastorale werk ernstig. Dankzij uw vrijgevigheid kon Kerk in Nood de benodigde 6.100 euro schenken. Daarmee ontvingen beide priesters een kleine motorfiets.
De twee motorfietsen maken een enorm verschil in het werk van de priesters. Een van hen, pater Séraphin Kiema, schreef een dankbrief aan Kerk in Nood. “Ik herinner me hoe ik vaak iemand moest vragen om mij een lift te geven”, schrijft hij. “Dat gebeurde wanneer ik mijn pastorale taken moest vervullen.”
Op een dag kwam iemand op de fiets naar hem toe. Die persoon vroeg hem om het sacrament van de zieken te brengen aan een ziek familielid. “Omdat ik geen motorfiets had, moest deze persoon iemand anders zoeken met een motorfiets. Pas daarna konden we naar de familie van de zieke gaan.”
Nu is zijn situatie veranderd. “Met de nieuwe motorfiets kan ik mij vrij bewegen. Eindelijk kan ik mijn pastorale werk met vreugde vervullen.”
Voor pater Séraphin Kiema is de motorfiets veel meer dan een vervoermiddel. Het is een hulpmiddel om dichtbij mensen te zijn, juist op kwetsbare momenten. Daarom verbindt hij de steun aan de woorden van Jezus. “Zoals Jezus zei: ‘Alles wat u hebt gedaan voor een van de geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan’. Uit de grond van mijn hart dank ik allen die mij hebben geholpen!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Benedictinessen doen vruchtbaar werk in Tsjaad: het eerste contemplatieve klooster in dit overwegend islamitische land in Centraal-Noord-Afrika is zelfvoorzienend én dienend.
De eerste benedictijnse zusters die vanuit de Democratische Republiek Congo in Tsjaad aankwamen, beschouwden het als een bijzondere genade om deel te mogen nemen aan het 'avontuur' van deze nieuwe stichting. Ook de lokale bevolking had hoge verwachtingen van dit nieuwe klooster, hoewel de meesten van hen weinig kennis hadden van het kloosterleven. De jonge zusters die naar Tsjaad kwamen, waren geïnspireerd door de nieuwe missie die hun was toevertrouwd. Ze gingen met veel moed en enthousiasme aan de slag om deze te vervullen.
In het dorp Lolo in het bisdom Mondou was aanvankelijk niets: geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis, en de meeste mensen konden niet eens lezen of schrijven. Sinds het klooster in mei 2005 werd gesticht, hebben de zes benedictinessen ook een geestelijk centrum, een kleuterschool en een basisschool opgericht. Ze zetten zich ook in om vrouwen en meisjes te leren lezen en schrijven en om meisjes en jonge vrouwen, die tot op de dag van vandaag vaak tot een vroeg huwelijk worden gedwongen, een praktische beroepsopleiding te bieden. Vooral voor deze vrouwen en meisjes is de aanwezigheid van de zusters een grote steun.
Maar Tsjaad is een van de armste landen ter wereld. Het is daarom voor het klooster moeilijk om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Zuster Victorine, de priorin, schreef ons eerder: “De weinige middelen die we van buitenaf ontvangen, zijn niet voldoende en we hebben moeite om in de basisbehoeften van het klooster te voorzien, zoals voedsel, medicijnen en kleding, maar ook in de geestelijke behoeften, zoals de opleiding van onze jongere zusters, retraites en geestelijke oefeningen.”
Met uw steun van 8560 euro hebben de Benedictinessen een klein landbouwproject opgezet om in hun eigen onderhoud te voorzien. Met het geld dat u heeft gegeven, konden zij landbouwwerktuigen, zaden en een paar koeien kopen. Zij hebben nu een stuk land van zes hectare. Op een stuk land van twee hectare verbouwen zij gierst en sesam voor eigen gebruik. Verder verbouwen zij aardnoten voor de verkoop. Een deel van de opbrengst wordt vervolgens opnieuw in het project geïnvesteerd, zodat het succesvol kan worden voortgezet.
Zuster Myriam komt oorspronkelijk uit de Democratische Republiek Congo. Zij vertelt ons: “Ik doe mijn eerste missionaire ervaring op in Tsjaad. De gemeenschap hier is jong en daarom moeten we heel hard werken, vooral met onze handen. Ik heb geleerd hoe ik de trekdieren moet leiden en de velden moet ploegen, en ook hoe ik gierst moet verbouwen.”
“We voorzien in ons eigen levensonderhoud. Ook ondersteunen we de lokale gemeenschap met sociale projecten, zoals onderwijs, toegang tot schoon drinkwater en gezondheidszorg. Ik wil de weldoeners van Kerk in Nood hartelijk bedanken voor deze belangrijke steun om ons zusters op deze manier in ons levensonderhoud te voorzien!” Lees ook dit artikel over christenen in Tsjaad.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland


COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD