Naast armoede, droogte en politieke onrust heeft de Afrikaanse bevolking op veel plaatsen te lijden onder toenemend islamistisch geweld. Vooral in de Sahel, hebben jihadisten hun aanwezigheid verder geconsolideerd. Ook het terrorisme vormt in toenemende mate een bedreiging voor de kerk. In 2021 was Afrika opnieuw het continent met het hoogste aantal vermoorde priesters, religieuzen en toegewijde leken mensen. Ondanks alle uitdagingen blijft Afrika een continent van hoop voor de Kerk.

Samen met Azië is Afrika het continent met de meeste groei in het aantal christenen. Daarmee is hun situatie er recent echter niet makkelijker op geworden. Diverse landen en streken in Afrika kennen een toename van agressieve uitwassen van de Islam. In de Sahel-landen, Kenia en het vasteland van Tanzania is dit fenomeen betrekkelijk nieuw. Landen als de Democratische Republiek Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek worden geplaagd door geweld en conflicten.





Het aantal aanvallen door gewapende islamisten is in vele delen van Afrika toegenomen. Van Mali en Burkina Faso tot Nigeria en Mozambique zijn er miljoenen christenen en moslims die op dit moment sterven, gewond raken en hun thuisland moeten inruilen voor troosteloze vluchtelingenkampen.
Met hulpprojecten voor in totaal ongeveer 28,5 miljoen euro (30,7% van de projecthulp) blijft Afrika een prioritaire regio voor Kerk in Nood. Toch blijft Afrika, ondanks alle uitdagingen, een continent van hoop voor de Kerk. Bijna één op de vijf katholieken in de wereld woont in Afrika. De Kerk is jong en groeit. Bijna één op de acht priesters, één op de acht zusters en meer dan een kwart van alle seminaristen wereldwijd wonen in Afrika. Kerk in Nood richt zich op de opleiding en training van deze priesters, religieuzen en leken, helpt bij de aanschaf van voertuigen die geschikt zijn voor off-road gebruik en ondersteunt de bouw van van kerken en kapellen.



De crisis in de Democratische Republiek Congo (DRC) verdiept zich. In het noorden van het land is een nieuw terreurfront ontstaan. Ondanks het gevaar en de dreiging van hongersnood blijven missionarissen bij de mensen. Zij willen hun gemeenschappen niet in de steek laten. Volgens hen zijn zij “levende tekenen van Gods aanwezigheid”.
In de noordelijke regio Opper-Uele hebben honderden mensen alles achtergelaten. Zij vluchtten uit hun dorpen, nadat onbekende terroristen het platteland teisterden.
Missionarissen in de DRC stuurden getuigenissen naar Kerk in Nood (ACN). Daaruit blijkt dat de situatie een humanitaire crisis veroorzaakt. Dorpsbewoners trekken massaal naar grotere steden. Die zijn echter slecht voorbereid op zo’n toestroom van intern ontheemden.
Volgens pater Claudino Gomes werd de stad Isiro onlangs “wakker door de massale aankomst van ontheemden”. Het ging om mensen uit “tientallen dorpen in de bush”. Sommigen legden ongeveer 125 kilometer te voet af om een veilig heenkomen te vinden.
"De situatie overviel iedereen", zegt de Comboni-missionaris. "Veel mensen dachten dat de gevechten in de DRC vooral in het oosten plaatsvonden. Daarbij ging het met name om de provincies Noord-Kivu en Zuid-Kivu."
De gemelde niveaus van geweld zijn schrijnend. Volgens de Comboni-missionaris doodden terroristen in Elimba meerdere mensen. Elimba is de gemeenschap van de parochie die het meest ver weg ligt. De slachtoffers waren bezig met kleinschalige goudwinning.
Ook het grote dorp Ndubala kreeg te maken met geweld en dood. “Iedereen vraagt zich af hoe lang dit geweld nog zal duren”, zegt de priester.
Toch reageerden lokale families in Isiro volgens pater Claudino bewonderenswaardig. Zij openden hun huizen voor de nieuwkomers. Sommige gezinnen namen tussen de tien en twintig mensen op. Ook de autoriteiten bouwen hulpstructuren op, onder meer in scholen. Daarnaast is de Kerk vanzelfsprekend betrokken geraakt.
“De ontheemden zijn opgevangen in kloosters en in katholieke en protestantse parochies in Isiro”, legt pater Claudino uit. “In de katholieke parochie van Sint-Anna, waar ik werk, vangen wij mensen op die onderdak nodig hebben. Ook ondersteunen wij de gezinnen die hun hart en hun deuren hebben geopend voor mensen die bijna met lege handen aankwamen. Op dit moment verblijven er 140 mensen bij ons. Daarnaast ondersteunen wij 40 gezinnen met rijst en bonen.”
Bijna alle katholieken uit de 40 gemeenschappen in de bush en de savanne verblijven nu in Isiro. Daarom vindt pater Claudino het vanzelfsprekend dat de Kerk hen helpt waar dat kan. Die hulp bestaat uit medische en pastorale ondersteuning. Soms dienen priesters de sacramenten toe. Op andere momenten luisteren zij vooral naar de mensen.
“We hebben ook voetbal, catechese en gebed voor de kinderen. De parochie van Sint-Anna is het geestelijke thuis geworden van alle ontheemden”, zegt pater Claudino. Hoewel iedereen op dit moment doet wat mogelijk is, blijven de noden groeien.
“De lokale economie is ingestort. Op de velden zijn de bonen- en pindaplantages verlaten, net toen ze klaar waren om geoogst te worden en met rijst ingezaaid te worden. Al het vee is verloren gegaan. Huizen zijn in brand gestoken. Alles is weg. Het spook van de honger is al zichtbaar”, waarschuwt de priester.
Kerk in Nood (ACN) ontving vergelijkbare verhalen van andere missionarissen. Pater Bienvenu Clemy is eveneens Comboni-missionaris. Hij is verantwoordelijk voor de parochie van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten in Mungbere. Volgens hem heersen overal angst en onzekerheid.
“Mungbere is een kleine stad in de provincie Opper-Uele. Het is hier altijd vreedzaam geweest. Maar sinds ongeveer een maand bevinden wij ons in een moeilijke situatie. Dat komt door de onveiligheid die wordt veroorzaakt door de gevechten tussen het leger en de rebellen”, legt hij uit.
De meeste mensen sloegen op de vlucht. Toch besloot zijn gemeenschap te blijven. “De meeste mensen zijn gevlucht, maar onze gemeenschap besloot dat wij bij de armen moesten blijven. Er zijn hier mensen die geen familie hebben. Daarom zijn wij bij hen gebleven.”
Volgens pater Bienvenu is voedsel nu het grootste probleem. Mensen kunnen niet langer de bush in om hun akkers te verzorgen. “Wij proberen het vol te houden. We delen wat wij hebben en we bidden dat de situatie tot rust komt”, zegt de priester in een videoboodschap aan Kerk in Nood (ACN).
Ook pater Marcelo Oliveira, een derde Comboni-missionaris, deed via Kerk in Nood (ACN) een dringende oproep tot solidariteit. Hij verblijft momenteel in Kinshasa.
De missionarissen zullen volgens hem bij de mensen blijven, wat er ook gebeurt. “God laat zijn volk niet in de steek. Hij gaat met hen mee. Daarom zullen wij, missionarissen, het volk blijven begeleiden, ondanks vervolging, zelfs in lijden, zelfs wanneer wij niet genoeg hebben. Wij zullen bij de mensen blijven. Wij zijn levende tekenen van Gods aanwezigheid”, besluit hij.
Die aanwezigheid is mede mogelijk dankzij de hulp van projecten van Kerk in Nood (ACN) in de regio. De stichting financiert pastorale initiatieven, zoals retraites en vorming voor catechisten. Ook helpt Kerk in Nood (ACN) de plaatselijke clerus met misintenties.
Kerk in Nood (ACN) roept al haar vrienden en weldoeners op om in deze moeilijke tijd te bidden voor de Kerk in de DRC.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
De Katholieke Kerk in Sudan rouwt om de dood van pater Youhanna Al-Amin. De pastoor van de St. Vincentiusparochie in Kauda weigerde zijn mensen in het onveilige gebied te verlaten. Hij werd op vrijdag 19 juni gedood. Twee andere mensen kwamen bij dezelfde aanval om het leven. De moord vond plaats in het Nuba-gebergte, een regio die al tientallen jaren lijdt onder oorlog en instabiliteit.
Priester Youhanna Al-Amin stierf in Kauda, in een regio waar spanningen toenemen. Volgens lokale bronnen spelen tribale conflicten en interne twisten tussen gewapende groepen een grote rol. Zij melden aan Kerk in Nood (ACN) dat de moord vermoedelijk een vergeldingsactie was.
De pastoor had eerder de diefstal gemeld van medicijnen. De Kerk bewaarde deze medicijnen voor de lokale bevolking. Juist in afgelegen en arme gebieden vormt de Kerk vaak een belangrijke steunpilaar. Zij helpt daar niet alleen geestelijk, maar ook praktisch.
Kauda is het belangrijkste centrum van de gebieden in het Nuba-gebergte die onder controle staan van de SPLM-N, een politieke partij en militante organisatie in Soedan. De veiligheidssituatie verslechterde de afgelopen maanden sterk. Daarom moesten enkele religieuzen de regio verlaten. Toch koos Youhanna ervoor om bij zijn gemeenschap te blijven.
Daardoor behoorde hij tot de weinige priesters die hun dienstwerk nog voortzetten in dit door geweld getroffen gebied. Mensen die hem kenden, zeggen dat hij zijn volk niet in de steek kon laten. Ook niet toen de omstandigheden steeds moeilijker werden.
Het werk van priester Youhanna ging verder dan geestelijke zorg. Zoals vaker in gebieden waar Kerk in Nood projecten steunt, bood de Kerk ook gezondheidszorg en hulp aan kwetsbare mensen. In Kauda speelde die hulp een levensbelangrijke rol.
De medicijnen die de Kerk bewaarde, waren bestemd voor de lokale bevolking. Volgens lokale bronnen lijkt de moord verband te houden met zijn melding van de diefstal daarvan. De volledige omstandigheden van het misdrijf moeten nog worden opgehelderd.
Het nieuws over zijn dood heeft diepe schok veroorzaakt in het bisdom El Obeid. Bijna dertig jaar lang begeleidde de priester generaties gelovigen. Daardoor werd hij een geliefde figuur, binnen én buiten de katholieke gemeenschap.
In een condoleancebericht aan Kerk in Nood herdacht de Sint-Petrusparochie in Babnusa zijn jarenlange dienstbaarheid. Pastoor Youhanna diende daar van 1997 tot 2021. Eerst kwam hij als seminarist. Daarna werd hij diaken, vervolgens priester en uiteindelijk pastoor van de gemeenschap.
De parochie schreef in haar eerbetoon: “Hij was een vriend van de jongeren en de kinderen.” Ook klonk grote waardering voor zijn trouw. “Hij hield van zijn werk tot het einde.”
Zijn dood voegt zich bij een reeks gewelddadige incidenten die de Kerk in Sudan hebben getroffen. In juni 2025 kwam priester Luka Jomo om het leven. Hij was priester van het bisdom El Obeid. Tijdens een aanval op El Fasher, de hoofdstad van Noord-Darfur, werd hij geraakt door een verdwaalde kogel.
Enkele maanden eerder mishandelden gewapende mannen bisschop Yunan Tombe zwaar. Dat gebeurde toen hij terugreisde naar zijn bisdom. Hij liep daarbij ernstige verwondingen op.
De lokale Kerk vraagt om volledige opheldering over de moord op pater Youhanna Al-Amin. Ook wil zij duidelijkheid over de omstandigheden rond de dood van de andere slachtoffers.
Kerk in Nood sluit zich aan bij het bisdom El Obeid in gebed. De organisatie bidt voor de eeuwige rust van pater Youhanna Al-Amin en van de andere slachtoffers van de aanval.
Vorig jaar nog bracht aartsbisschop Séamus Patrick Horgan een diplomatiek bezoek het gebied dat het zwaarst getroffen is door de huidige burgeroorlog in Soedan. Tegenover Kerk in Nood (ACN) beschreef pater Jorge Naranjo, een Spaanse missionaris met een lange staat van dienst in de regio, de diepe impact van dit bezoek.
De tiendaagse reis, die pastorale steun aan de Soedanese gelovigen combineerde met diplomatie op hoog niveau, begon op 11 september in Port Sudan. Het bezoek vormde een symbolische inspanning van het Vaticaan in een land dat wordt geteisterd door geweld. De burgeroorlog, die sinds 2023 wordt, heeft geleid tot de ineenstorting van de politieke, civiele en kerkelijke infrastructuur.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Bisschop Osório Citora is doodgeschoten in de vroege ochtend van 6 juni. Hij was bisschop van Quelimane in Mozambique, Zijn lichaam werd aangetroffen in een gang van de bisschoppelijke residentie. De dader is nog onbekend.
In een eerste officiële verklaring aan Kerk in Nood (ACN) meldde de voorzitter van de Bisschoppenconferentie van Mozambique dat de bisschop “levenloos en onder vreemde omstandigheden die nog moeten worden opgehelderd” werd aangetroffen. Bisschop Osório Citora is doodgeschoten op 6 juni. Hij riep iedereen op tot “de sereniteit van het geloof en broederlijke solidariteit” vanwege deze “trieste gebeurtenis”.
Bisschop Osório Citora Afonso, een missionaris van de Consolata-congregatie en bisschop van het bisdom Quelimane, kwam in de vroege uren van zaterdag 6 juni om het leven.
Op dit moment zijn slechts weinig details over de misdaad bekend. Wel staat vast dat iemand de bisschop in de borst schoot, vlak bij het hart. Vervolgens vonden mensen zijn lichaam in een gang van de bisschoppelijke residentie.
Het nieuws heeft de Kerk in Mozambique volgens betrokkenen “in een staat van shock” achtergelaten.
Aartsbisschop Inácio Saure van Nampula, voorzitter van de Bisschoppenconferentie van Mozambique, stuurde een eerste officiële verklaring naar Kerk in Nood. Daarin meldde hij “met diepe droefheid” het overlijden van bisschop Osório.
Volgens de aartsbisschop trof men de bisschop “levenloos aan onder vreemde omstandigheden die nog moeten worden opgehelderd”. Daarnaast riep hij de katholieke gemeenschap en het Mozambikaanse volk op tot “de sereniteit van het geloof en broederlijke solidariteit”.
Ook het presidentschap van Mozambique reageerde op het overlijden. In een officiële verklaring sprak het zijn “diepe verdriet en ontzetting” uit.
President Daniel Chapo noemde het verlies “onherstelbaar” voor de Mozambikaanse samenleving en voor de christelijke gemeenschap. Daarbij benadrukte hij dat bisschop Osório zich “zijn hele leven had onderscheiden door zijn nederigheid, pastorale toewijding en zijn prediking van de waarden van vrede en verzoening”.
In april van dit jaar benoemde de Kerk bisschop Osório ook tot administrator (plaatsvervangend bisschop) van het aartsbisdom Beira. Hij nam die taak op zich nadat aartsbisschop Cláudio Zunna om gezondheidsredenen was afgetreden.
De moord op de bisschop van Quelimane werpt opnieuw een donkere schaduw over de Kerk in Mozambique.
Het land kampt al jarenlang met terroristisch geweld in het noorden, vooral in de provincie Cabo Delgado. Daardoor leven veel gezinnen in onzekerheid en zijn honderdduizenden mensen ontheemd geraakt.
Mozambique is daarom een prioriteitsland voor Kerk in Nood. De stichting ondersteunt de lokale Kerk op verschillende manieren. Dat gebeurt niet alleen via humanitaire hulp, maar ook door psychosociale begeleiding en de wederopbouw van infrastructuur mogelijk te maken.
auteur: Paulo Aido (Kerk in Nood Portugal)
bron foto: Comissão das Comunicações da Conferência Episcopal de Moçambique
Klik hier voor het bericht op de website van de Portugese bisschoppenconferentie
Meer nieuws op deze website over Mozambique
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Het bisdom Fada N’Gourma ligt in het oosten van Burkina Faso. Het gebied is enorm uitgestrekt. Met ruim 46.800 vierkante kilometer is het bisdom groter dan landen als Nederland of Zwitserland. Dankzij u kunnen jonge priesters op motorfietsen hun gelovigen bereiken. Eén van hen schreef een brief om u te danken.
In het dunbevolkte bisdom wonen slechts 2 miljoen mensen. De ongeveer 100.700 katholieken in het bisdom leven verspreid over 16 grote parochies.
Priesters moeten daarom lange afstanden afleggen om de katholieke gelovigen te bereiken. Veel dorpen liggen 50, 60 of 70 kilometer van het parochiecentrum.
Zonder geschikt vervoermiddel wordt pastoraal werk daardoor buitengewoon moeilijk. Vaak wordt het zelfs onmogelijk. Een motorfiets vormt daarom een onmisbare basisvoorziening.
Bovendien biedt een motorfiets de priester ook enige veiligheid in deze gevaarlijke regio. Daarom vroeg de bisschop namens twee jonge priesters hulp aan Kerk in Nood (ACN).
Na hun wijding werkten deze priesters twee jaar zonder geschikt vervoermiddel. Die situatie belemmerde hun pastorale werk ernstig. Dankzij uw vrijgevigheid kon Kerk in Nood de benodigde 6.100 euro schenken. Daarmee ontvingen beide priesters een kleine motorfiets.
De twee motorfietsen maken een enorm verschil in het werk van de priesters. Een van hen, pater Séraphin Kiema, schreef een dankbrief aan Kerk in Nood. “Ik herinner me hoe ik vaak iemand moest vragen om mij een lift te geven”, schrijft hij. “Dat gebeurde wanneer ik mijn pastorale taken moest vervullen.”
Op een dag kwam iemand op de fiets naar hem toe. Die persoon vroeg hem om het sacrament van de zieken te brengen aan een ziek familielid. “Omdat ik geen motorfiets had, moest deze persoon iemand anders zoeken met een motorfiets. Pas daarna konden we naar de familie van de zieke gaan.”
Nu is zijn situatie veranderd. “Met de nieuwe motorfiets kan ik mij vrij bewegen. Eindelijk kan ik mijn pastorale werk met vreugde vervullen.”
Voor pater Séraphin Kiema is de motorfiets veel meer dan een vervoermiddel. Het is een hulpmiddel om dichtbij mensen te zijn, juist op kwetsbare momenten. Daarom verbindt hij de steun aan de woorden van Jezus. “Zoals Jezus zei: ‘Alles wat u hebt gedaan voor een van de geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan’. Uit de grond van mijn hart dank ik allen die mij hebben geholpen!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De inwoners van Oost-Bukavu voelen zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. Toch blijven velen op hun plek. Want als zij vluchten, neemt rebellenbeweging M23 hun land en huizen in.
“We voelen ons niet geïsoleerd, we voelen ons verlaten”, zegt pater Floribert Bashimb, vicaris-generaal van het bisdom Bukavu. Het bisdom ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo, aan de grens met Rwanda.
Volgens de priester verbergt de strijd om coltan en goud de spiraal van geweld die de regio al jarenlang verwoest. Gewapende groepen vechten om grondstoffen. Ondertussen betaalt de bevolking de hoogste prijs.
Pater Floribert legt uit dat de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging M23 in 2021 de provincie Noord-Kivu binnentrok. In 2024 nam de groep de stad Goma in. Sindsdien gebruikt M23 de stad als operationeel hoofdkwartier. De parochies in Goma sloten hun deuren.
Op 15 februari 2025 bereikte de groep het naburige Bukavu. “De mensen lijden, omdat zij geen mineralen meer kunnen delven. Ook het werk op het land ligt stil door de onveiligheid”, vertelt pater Floribert.
“M23 controleert de mijnen en heeft een einde gemaakt aan de kleinschalige mijnbouw. Nu controleren zij de grondstoffen. Op sommige plaatsen, vooral in het noorden, vervangen zij de lokale bevolking.”
De Congolese priester sprak met Kerk in Nood (ACN) tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkwartier van de stichting. Daar vertelde hij hoe M23 het werk van de Kerk in Oost-Congo ondermijnt. Ook sprak hij over de vele aanslagen, zoals het bloedbad waarbij enkele maanden geleden nog 64 doden vielen.
Na de gebeurtenissen in Goma kregen de priesters in Bukavu de opdracht om te blijven. De Kerk vreesde dat vreemden de kerken, pastorieën en huizen zouden bezetten.
“Als wij vertrekken, weten wij niet wie er komt”, zegt pater Floribert. “Zij zullen onze grond en onze huizen innemen.”
Van de 44 parochies in het bisdom verliezen 30 parochies gelovigen. Dat raakt de missie van de priesters diep. Toch blijven zij, omdat hun aanwezigheid hoop geeft. “Wanneer de mensen de kerkklokken horen, weten zij dat er leven is in het dorp”, zegt de priester. Zo wordt de priester een drager van hoop.
Die hoop is hard nodig. Het leven onder M23 blijft onzeker en onveilig. Alleen de systemen die geld opleveren, functioneren nog. “Ze hebben een belastingstelsel ingevoerd. Ze heffen douane en verzekeringen”, zegt pater Floribert. “Financieel loopt alles door, omdat zij de mijngebieden bezetten en goud en coltan delven.”
De inwoners van Bukavu leven ook afgesneden van de rest van het land. Voor veel seminaristen betekent dit dat zij tijdens vakanties niet kunnen terugkeren naar hun bisdom. Sommigen zien hun familie een heel jaar niet.
Veel seminaristen in Bukavu komen uit andere regio’s. Door de controle van M23 kunnen zij de stad niet verlaten. Daardoor hebben zij materiële hulp nodig, zoals toiletartikelen, schoolmateriaal en kleding.
“We zijn Kerk in Nood dankbaar voor de steun”, zegt pater Floribert. “ACN is onze belangrijkste weldoener. De stichting helpt ons vooral bij de vorming van toekomstige priesters, de organisatie van geestelijke retraites en de bouw van nieuwe kerken of het herstel van oudere gebouwen.”
De verhouding tussen de Kerk en de M23-strijders blijft voorlopig beleefd, zegt de priester. “Tot nu toe hebben zij onze infrastructuur gerespecteerd. Ze hebben onze voertuigen niet aangeraakt. Wanneer onze gelovigen willekeurig worden gearresteerd, grijpt de Kerk in. Dan vinden we een oplossing.”
Toch benadrukt pater Floribert dat de bevolking uitgeput is. “De mineralen van Congo worden al eeuwen uitgebuit. Maar ook de armen hebben recht op leven. Zij hebben recht om in vrede te leven.”
Volgens hem hebben de Congolezen zelf nooit geprofiteerd van de rijkdommen waarvoor zij vaak sterven. “Al jaren gaat de mijnbouw door. Maar de Congolese bevolking heeft nooit iets gezien van de grondstoffen waarvoor zij vaak de dood vindt.”
“Geweld brengt geweld voort”, zegt hij. “Wij zijn slachtoffers van oorlog en van een cyclus van geweld die ons hongerig en arm achterlaat.”
De Democratische Republiek Congo is een prioriteitsland voor Kerk in Nood. In 2025 financierde de stichting 258 projecten in het hele land. Het ging vooral om de bouw en renovatie van religieuze gebouwen, de vorming van seminaristen en de permanente vorming van priesters en religieuzen.
Ook veel priesters ontvingen steun via misintenties. Zo speelt Kerk in Nood een belangrijke rol in het versterken van de aanwezigheid van de Kerk in gebieden die door de overheid worden verwaarloosd.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De moslimgemeenschap van Mozambique heeft de aanhoudende jihadistische aanvallen in het noorden van het land scherp veroordeeld. Bij recente aanvallen richten de aanvallers zich steeds vaker op christenen en christelijke locaties.
De verklaring volgde kort nadat jihadisten een bekende katholieke kerk en parochiecomplex hadden verwoest in Meza, in de provincie Cabo Delgado. De jihadisten in Cabo Delgado, die trouw zweren aan de Islamitische Staat, brandden de kerk volledig af en vernietigden belangrijke infrastructuur.
In een officiële verklaring nam de moslimgemeenschap duidelijk afstand van het geweld. “De islamitische gemeenschap van Mozambique spreekt haar diepe bezorgdheid uit over de recente aanvallen in de provincie Cabo Delgado”, staat in de verklaring. De gemeenschap verwees daarbij specifiek naar de vernieling van infrastructuur en gebedshuizen in Meza.
Daarnaast veroordeelde zij “krachtig en ondubbelzinnig alle gewelddaden tegen burgers, evenals de vernietiging van religieuze ruimtes, ongeacht hun geloofsovertuiging.” Ook sprak de gemeenschap haar solidariteit uit met de katholieke gemeenschap en alle getroffen families. “Geloof mag nooit worden gebruikt om geweld, angst of verdeeldheid te rechtvaardigen”, vervolgt de verklaring.
De boodschap werd gestuurd naar bisschop António Juliasse van Pemba. Hij publiceerde de verklaring op de sociale media van het bisdom. De bisschop noemde de steunbetuiging “een teken van hoop en een symbool van menselijke broederschap”. “Ik wil onze moslimbroeders bedanken voor hun boodschap”, verklaarde bisschop Juliasse.
Volgens hem helpt de verklaring om onderscheid te maken tussen de islam als godsdienst en degenen die haar proberen te radicaliseren. Hij waarschuwde voor groepen die de religie misbruiken om haat, dood en vernietiging te verspreiden. Mozambique telt een christelijke meerderheid, al vormen moslims de grootste religieuze groep in het noorden van het land.
Het conflict in de provincie Cabo Delgado begon in november 2017. Sindsdien kwamen minstens 6.300 mensen om het leven. Daarnaast sloegen meer dan één miljoen mensen op de vlucht. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen die bredere geweldsgolf zijn volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken doelgericht vermoord. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, leken en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Bovendien vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie financiert onder meer humanitaire hulp, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur. Ook hielp de organisatie leiders samen te brengen voor dialoog en vrede.
Ook het Vaticaan blijft zich betrokken tonen bij de situatie in Cabo Delgado en roept herhaaldelijk op tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



Het bisdom Fada N’Gourma ligt in het oosten van Burkina Faso. Het gebied is enorm uitgestrekt. Met ruim 46.800 vierkante kilometer is het bisdom groter dan landen als Nederland of Zwitserland. Dankzij u kunnen jonge priesters op motorfietsen hun gelovigen bereiken. Eén van hen schreef een brief om u te danken.
In het dunbevolkte bisdom wonen slechts 2 miljoen mensen. De ongeveer 100.700 katholieken in het bisdom leven verspreid over 16 grote parochies.
Priesters moeten daarom lange afstanden afleggen om de katholieke gelovigen te bereiken. Veel dorpen liggen 50, 60 of 70 kilometer van het parochiecentrum.
Zonder geschikt vervoermiddel wordt pastoraal werk daardoor buitengewoon moeilijk. Vaak wordt het zelfs onmogelijk. Een motorfiets vormt daarom een onmisbare basisvoorziening.
Bovendien biedt een motorfiets de priester ook enige veiligheid in deze gevaarlijke regio. Daarom vroeg de bisschop namens twee jonge priesters hulp aan Kerk in Nood (ACN).
Na hun wijding werkten deze priesters twee jaar zonder geschikt vervoermiddel. Die situatie belemmerde hun pastorale werk ernstig. Dankzij uw vrijgevigheid kon Kerk in Nood de benodigde 6.100 euro schenken. Daarmee ontvingen beide priesters een kleine motorfiets.
De twee motorfietsen maken een enorm verschil in het werk van de priesters. Een van hen, pater Séraphin Kiema, schreef een dankbrief aan Kerk in Nood. “Ik herinner me hoe ik vaak iemand moest vragen om mij een lift te geven”, schrijft hij. “Dat gebeurde wanneer ik mijn pastorale taken moest vervullen.”
Op een dag kwam iemand op de fiets naar hem toe. Die persoon vroeg hem om het sacrament van de zieken te brengen aan een ziek familielid. “Omdat ik geen motorfiets had, moest deze persoon iemand anders zoeken met een motorfiets. Pas daarna konden we naar de familie van de zieke gaan.”
Nu is zijn situatie veranderd. “Met de nieuwe motorfiets kan ik mij vrij bewegen. Eindelijk kan ik mijn pastorale werk met vreugde vervullen.”
Voor pater Séraphin Kiema is de motorfiets veel meer dan een vervoermiddel. Het is een hulpmiddel om dichtbij mensen te zijn, juist op kwetsbare momenten. Daarom verbindt hij de steun aan de woorden van Jezus. “Zoals Jezus zei: ‘Alles wat u hebt gedaan voor een van de geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan’. Uit de grond van mijn hart dank ik allen die mij hebben geholpen!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Benedictinessen doen vruchtbaar werk in Tsjaad: het eerste contemplatieve klooster in dit overwegend islamitische land in Centraal-Noord-Afrika is zelfvoorzienend én dienend.
De eerste benedictijnse zusters die vanuit de Democratische Republiek Congo in Tsjaad aankwamen, beschouwden het als een bijzondere genade om deel te mogen nemen aan het 'avontuur' van deze nieuwe stichting. Ook de lokale bevolking had hoge verwachtingen van dit nieuwe klooster, hoewel de meesten van hen weinig kennis hadden van het kloosterleven. De jonge zusters die naar Tsjaad kwamen, waren geïnspireerd door de nieuwe missie die hun was toevertrouwd. Ze gingen met veel moed en enthousiasme aan de slag om deze te vervullen.
In het dorp Lolo in het bisdom Mondou was aanvankelijk niets: geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis, en de meeste mensen konden niet eens lezen of schrijven. Sinds het klooster in mei 2005 werd gesticht, hebben de zes benedictinessen ook een geestelijk centrum, een kleuterschool en een basisschool opgericht. Ze zetten zich ook in om vrouwen en meisjes te leren lezen en schrijven en om meisjes en jonge vrouwen, die tot op de dag van vandaag vaak tot een vroeg huwelijk worden gedwongen, een praktische beroepsopleiding te bieden. Vooral voor deze vrouwen en meisjes is de aanwezigheid van de zusters een grote steun.
Maar Tsjaad is een van de armste landen ter wereld. Het is daarom voor het klooster moeilijk om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Zuster Victorine, de priorin, schreef ons eerder: “De weinige middelen die we van buitenaf ontvangen, zijn niet voldoende en we hebben moeite om in de basisbehoeften van het klooster te voorzien, zoals voedsel, medicijnen en kleding, maar ook in de geestelijke behoeften, zoals de opleiding van onze jongere zusters, retraites en geestelijke oefeningen.”
Met uw steun van 8560 euro hebben de Benedictinessen een klein landbouwproject opgezet om in hun eigen onderhoud te voorzien. Met het geld dat u heeft gegeven, konden zij landbouwwerktuigen, zaden en een paar koeien kopen. Zij hebben nu een stuk land van zes hectare. Op een stuk land van twee hectare verbouwen zij gierst en sesam voor eigen gebruik. Verder verbouwen zij aardnoten voor de verkoop. Een deel van de opbrengst wordt vervolgens opnieuw in het project geïnvesteerd, zodat het succesvol kan worden voortgezet.
Zuster Myriam komt oorspronkelijk uit de Democratische Republiek Congo. Zij vertelt ons: “Ik doe mijn eerste missionaire ervaring op in Tsjaad. De gemeenschap hier is jong en daarom moeten we heel hard werken, vooral met onze handen. Ik heb geleerd hoe ik de trekdieren moet leiden en de velden moet ploegen, en ook hoe ik gierst moet verbouwen.”
“We voorzien in ons eigen levensonderhoud. Ook ondersteunen we de lokale gemeenschap met sociale projecten, zoals onderwijs, toegang tot schoon drinkwater en gezondheidszorg. Ik wil de weldoeners van Kerk in Nood hartelijk bedanken voor deze belangrijke steun om ons zusters op deze manier in ons levensonderhoud te voorzien!” Lees ook dit artikel over christenen in Tsjaad.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland


COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD