Naast armoede, droogte en politieke onrust heeft de Afrikaanse bevolking op veel plaatsen te lijden onder toenemend islamistisch geweld. Vooral in de Sahel, hebben jihadisten hun aanwezigheid verder geconsolideerd. Ook het terrorisme vormt in toenemende mate een bedreiging voor de kerk. In 2021 was Afrika opnieuw het continent met het hoogste aantal vermoorde priesters, religieuzen en toegewijde leken mensen. Ondanks alle uitdagingen blijft Afrika een continent van hoop voor de Kerk.

Samen met Azië is Afrika het continent met de meeste groei in het aantal christenen. Daarmee is hun situatie er recent echter niet makkelijker op geworden. Diverse landen en streken in Afrika kennen een toename van agressieve uitwassen van de Islam. In de Sahel-landen, Kenia en het vasteland van Tanzania is dit fenomeen betrekkelijk nieuw. Landen als de Democratische Republiek Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek worden geplaagd door geweld en conflicten.





Het aantal aanvallen door gewapende islamisten is in vele delen van Afrika toegenomen. Van Mali en Burkina Faso tot Nigeria en Mozambique zijn er miljoenen christenen en moslims die op dit moment sterven, gewond raken en hun thuisland moeten inruilen voor troosteloze vluchtelingenkampen.
Met hulpprojecten voor in totaal ongeveer 28,5 miljoen euro (30,7% van de projecthulp) blijft Afrika een prioritaire regio voor Kerk in Nood. Toch blijft Afrika, ondanks alle uitdagingen, een continent van hoop voor de Kerk. Bijna één op de vijf katholieken in de wereld woont in Afrika. De Kerk is jong en groeit. Bijna één op de acht priesters, één op de acht zusters en meer dan een kwart van alle seminaristen wereldwijd wonen in Afrika. Kerk in Nood richt zich op de opleiding en training van deze priesters, religieuzen en leken, helpt bij de aanschaf van voertuigen die geschikt zijn voor off-road gebruik en ondersteunt de bouw van van kerken en kapellen.





Een katholieke priester die in de Middle Belt van Nigeria werd ontvoerd, is na vijf dagen veilig bevrijd. Pater John Inalegwu Otache werd samen met zeven anderen vastgehouden. Zijn vrijlating zorgt voor grote dankbaarheid binnen de Kerk. Tegelijk onderstreept de zaak de aanhoudende veiligheidsproblemen in Nigeria.
Pater John Inalegwu Otache is pastoor van de St. Margaret-parochie in Ajegbe-Awume, in de staat Benue. Gewapende mannen ontvoerden hem daar op 13 oktober, samen met zeven andere personen.
De ontvoerders hielden de acht slachtoffers vijf dagen vast. Daarna volgde een reddingsoperatie door veiligheidstroepen en lokale burgerwachten.
Volgens lokale media bevrijdde de politie van de staat Benue alle acht slachtoffers op zondag 18 oktober. De politie arresteerde daarnaast twee verdachten in verband met de ontvoering.
Het bisdom Otukpo reageerde met grote dankbaarheid op de veilige terugkeer van pater Otache. De lokale katholieke gemeenschap had intensief voor hem gebeden en om zijn vrijlating gevraagd. Pater Joseph Itodo, kanselier van het bisdom, maakte de vrijlating bekend. “Met een hart vol vreugde en dankbaarheid jegens God kunnen wij de terugkeer van pater Otache bekendmaken”, zei hij. “Hij keert terug naar de parochie die voor zijn veilige terugkeer heeft gebeden en gepleit.”
“Hij keert terug naar de parochie die voor zijn veilige terugkeer heeft gebeden en gepleit.”
Ook bisschop Michael Apochi van Otukpo sprak zijn dank uit. “Terwijl wij alle eer aan God geven, dankt de bisschop oprecht alle priesters, religieuzen en gelovigen van het bisdom. Ook dankt hij alle mensen van goede wil.”
Volgens pater Itodo toonden zij grote solidariteit en baden zij vurig voor de ontvoerde priester. Die steun droeg volgens het bisdom bij aan zijn veilige terugkeer.
Gebed voor mensen die nog gevangen zitten
De vreugde over de vrijlating gaat samen met bezorgdheid om andere slachtoffers van ontvoering. Pater Itodo riep daarom op om voor hen te blijven bidden. “Wij blijven de levens van de vele mensen die door criminele bendes gevangen worden gehouden aan de Heer toevertrouwen.”
Deze mensen worden volgens hem in verschillende delen van Nigeria vastgehouden. De Kerk bidt dat ook zij veilig worden bevrijd. “Wij bidden dat God ons voor alle kwaad bewaart en de rust in ons land Nigeria herstelt”, zei pater Itodo.
De vrijlating maakte een einde aan dagen van onzekerheid voor de lokale katholieke gemeenschap. Tegelijk laat de ontvoering zien hoe kwetsbaar de veiligheid in delen van Nigeria blijft.
Ontvoeringen voor losgeld komen in verschillende gebieden van het land steeds vaker voor. Ook priesters en andere kerkelijke medewerkers worden daarvan slachtoffer. Ondanks deze moeilijke situatie noemt de Kerk de veilige terugkeer van pater Otache een reden voor dankbaarheid en hoop.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Ebola in Congo verspreidt zich terwijl geweld de bestrijding belemmert. Gedwongen ontheemding vergroot het risico op verdere besmettingen. De Kerk biedt opvang, noodhulp en voorlichting. Tegelijkertijd bemoeilijkt de onveiligheid de toegang tot getroffen gemeenschappen.
De nieuwe golf van ebola in Congo stelt de Democratische Republiek Congo (DRC) voor grote uitdagingen. Vooral in het oosten zijn de omstandigheden bijzonder moeilijk. Gewapende conflicten en rebellengroeperingen beperken daar de mogelijkheden van de regering en de Kerk om te reageren. Daardoor kunnen zij getroffen gebieden moeilijk bereiken.
Pater Olivier Ndondo lichtte de situatie toe tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkantoor van Kerk in Nood (Aid to the Church in Need / ACN) in Duitsland. Hij is provinciaal overste van de Congregatie van het Heilig Sacrament in de DRC en Oeganda. Volgens hem kampt het land opnieuw met de ziekte, die voor het eerst opdook in 1976. De autoriteiten kwamen snel in actie om ziektegevallen vast te stellen, besmettingen in te dammen en verdere verspreiding te voorkomen.
In grote delen van het land proberen de autoriteiten verdere verspreiding tegen te gaan. In het oosten bemoeilijkt de onveiligheid echter de toegang tot getroffen gebieden. “Het is erg moeilijk om daar te komen vanwege de oorlog”, legt pater Ndondo uit. De regering heeft daardoor moeite om bepaalde gebieden te bereiken en gezondheidszorg te verlenen.
“Het is erg moeilijk om daar te komen vanwege de oorlog.”
Bovendien dwingt het geweld mensen hun woonplaats te verlaten. Wanneer zij naar andere regio’s vluchten, neemt het risico op verspreiding van het virus toe. Zowel in het oosten als in het noordoosten vormt die voortdurende verplaatsing een grote uitdaging. Dat geldt ook voor het grensgebied met Oeganda.
Volgens pater Ndondo lijkt de situatie aan de Oegandese kant van de grens beter onder controle. De autoriteiten kunnen daar gemakkelijker ingrijpen. Toch blijft het verkeer tussen beide landen de bestrijding van de uitbraak bemoeilijken. “Aan de ene kant hebben ze te maken met het conflict. Maar daarnaast moeten ze ook de ziekte het hoofd bieden.”
Te midden van deze crisis speelt de Kerk een belangrijke rol. Met de beschikbare middelen vangt zij ontheemden op en verleent zij noodhulp. Daarnaast geeft zij voorlichting over ebola. Ook roept zij op tot solidariteit met de gemeenschappen in het oosten van de DRC.
De Katholieke Bisschoppenconferentie van de DRC publiceerde een verklaring om de kennis over ebola te vergroten. Daarin moedigen de bisschoppen mensen aan verantwoordelijk te handelen. Zij vragen iedereen de hygiëne- en gezondheidsmaatregelen te volgen. Zo willen zij verdere besmettingen helpen voorkomen.
“De Kerk in het oosten wordt geconfronteerd met beide noodsituaties, de oorlog en de epidemie. Met de middelen die zij heeft en alle steun die zij kan mobiliseren”, legt pater Ndondo uit. Tegelijkertijd bemoeilijken bepaalde lokale begrafenisrituelen de preventie. Bij deze gebruiken kan namelijk lichamelijk contact met overledenen plaatsvinden.
“Vrede en gezondheid” hangen volgens pater Ndondo nauw samen. Zonder vrede wordt het moeilijker om de gezondheid te beschermen. Zonder gezondheid wordt het vervolgens nog moeilijker om de hoop te herstellen. De bevolking draagt immers de sporen van tientallen jaren geweld.
Het geweld heeft bovendien ingrijpende psychologische en sociale gevolgen. Zonder vrede kunnen mensen niet werken, hun kinderen naar school sturen of voldoende gezonde leefomstandigheden waarborgen. “Door de oorlog verliezen we de hoop”, zegt pater Ndondo. Sommige Congolezen hebben hun hele leven in een conflictsituatie doorgebracht. “Er zijn mensen die dertig jaar geleden zijn geboren en niets anders dan oorlog hebben gekend.”
“Er zijn mensen die dertig jaar geleden zijn geboren en niets anders dan oorlog hebben gekend.”
De uitbraak van ebola in Congo en de aanhoudende onveiligheid treffen samen de gehele Congolese bevolking. Zelfs in de hoofdstad Kinshasa zijn de gevolgen duidelijk zichtbaar. De crises leggen een zware economische last op de regering. Daarnaast zijn er de menselijke gevolgen: sterfgevallen, ontvoeringen, honger en ontheemding.
Bid voor vrede voor de getroffen gemeenschappen in Congo
Daniel Castilla en Eugenia Urgellés
Bron: Kerk in Nood Internationaal
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De Kinderbijbel in kleurrijke kerkramen brengt Bijbelverhalen tot leven in Mbaïki, in het zuidwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Een lokale kunstenaar schilderde de ramen in de stijl van de bekende Kinderbijbel van Kerk in Nood. Zo kunnen ook mensen die niet kunnen lezen kennismaken met Gods liefde.
Met de Kinderbijbel in kleurrijke kerkramen kreeg de kathedraal een bijzondere Bijbel van gekleurd glas. Aanleiding was het eeuwfeest van de komst van de eerste missionarissen, dat het bisdom vorig jaar vierde. De 33 grote ramen tonen verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. Als voorbeeld diende de Kinderbijbel die Kerk in Nood al 47 jaar uitgeeft.
De afbeeldingen vertellen over de schepping, Mozes, de profeten en de koningen van het Oude Testament. Daarnaast tonen ze de geboorte van Christus, zijn gelijkenissen en wonderen, zijn lijden en verrijzenis. De reeks loopt door tot de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren.
Bisschop Jesús Ruiz Molina legt uit: “In oude kathedralen beitelde men het Evangelie in steen. Zo konden mensen die niet konden lezen en schrijven Gods liefde en zijn heilsgeschiedenis bekijken en begrijpen. Hier bij ons kan 75 procent van de bevolking niet lezen en schrijven. Daarom wilden wij iedereen toegang geven tot het geheim van Gods liefde. Zo kunnen zij tot God bidden en Hem loven.”
"Zo kunnen zij tot God bidden en Hem loven."
Kinderen en volwassenen bekijken verwonderd de stralende, kleurrijke afbeeldingen. Bovendien vinden in de kathedraal de voorbereidingen op het doopsel en het vormsel plaats. Ook volgen catechisten er hun opleiding. De afgebeelde Bijbelverhalen dienen daarbij als lesmateriaal. “Een beeld zegt immers meer dan duizend woorden”, benadrukt bisschop Molina.

“Een beeld zegt immers meer dan duizend woorden”
De twaalfjarige Yvon volgt onderwijs aan het kleinseminarie. Dat is een school voor jongens die later mogelijk priester willen worden. Dat hij naar school kan, is echter niet vanzelfsprekend. Yvon behoort tot de Aka, een inheems volk dat ook tot de zogenoemde pygmeeën wordt gerekend. Zij wonen in kleine hutten van bladeren en takken in het regenwoud. De overige bevolking keek altijd op hen neer.
De Blijde Boodschap van Christus laat de Aka ontdekken dat ook zij geliefde kinderen van God zijn. Yvon hoort graag over de wonderen en gelijkenissen van Jezus. Daarbij geniet hij van de mooie ramen. Zijn favoriete afbeelding toont Jezus die tegen de tollenaar Levi zegt: “Kom, volg Mij” (Lucas 5,27). Gefascineerd vertelt Yvon: “Levi volgde Hem om zijn missie te vervullen.”
Ook de afbeeldingen van het teruggevonden schaap en het wonder tijdens de bruiloft in Kana spreken hem bijzonder aan.
Voor de Kinderbijbel in kleurrijke kerkramen schonken donateurs van Kerk in Nood 10.000 euro. Dankzij hun hulp kunnen talloze mensen de Blijde Boodschap in deze ‘vensters naar de hemel’ lezen. Bisschop Molina werkt al veertig jaar als missionaris in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Hij zegt: “Dit mooie catechetische project zal rijke vruchten dragen. Ik dank u van harte dat u ons helpt het Evangelie aan dit volk te verkondigen. God zegene u!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Pater Luigi Maccalli leerde tijdens zijn gevangenschap zijn vijanden te vergeven en voor hen te bidden. Daarbij volgde hij het voorbeeld van Jezus. In een interview met Kerk in Nood vertelt hij over zijn ervaringen. Pater Pier Luigi Maccalli werkte als missionaris in Boamanga, Niger. Op 17 september 2018 ontvoerden gewapende mannen hem. Vervolgens brachten zij hem over de grens naar Mali.
Al snel besefte hij dat zijn ontvoerders geen gewone criminelen waren. Het waren islamitische fundamentalisten. Daarmee begon een beproeving die zijn leven zou veranderen. Dit interview met Pater Maccalli over gevangenschap gaat over wanhoop, vergeving, gebed en vrede. Aan Kerk in Nood (Aid to the Church in Need, ACN) vertelt hij openhartig over zijn lijden. Dat duurde 750 dagen, tot zijn vrijlating.
U schreef een boek met de titel “I Choose Not to Hate”. Daarin roept u op tot een einde aan oorlog en geweld. Is dit boek geïnspireerd door uw ervaringen in gevangenschap?
“Haat is een doodlopende weg.”
Ik voelde de behoefte om dit boek te schrijven als reactie op de talloze beelden en woorden op televisie en in de media. Daarin worden herbewapening en oorlog geprezen. Ik heb het ware gezicht van de oorlog van dichtbij gezien. Ik werd meer dan twee jaar lang als gijzelaar en gevangene geketend gehouden. Juist omdat ik zo’n onmenselijkheid aan den lijve heb ondervonden, voelde ik me gedwongen mijn stem te laten horen.
Vrede is mogelijk, maar niet op de manier waarop de wereld die aanbiedt. Niet met bommen en bloedbaden onder onschuldigen. Er is een alternatief voor oorlog. Dit boek beschrijft de twee oevers van de rivier van de vrede. Die zijn twee keer nee: nee tegen geweld en nee tegen het doden. Vanuit deze twee oevers kunnen we de rivier van de vrede voeden. Dat kan met allerlei creatieve daden en woorden. Die zijn in harmonie met het goede, geweldloosheid en het leven, maar nooit met de dood.
Op 17 september is het acht jaar geleden dat u werd ontvoerd. Welke herinneringen hebt u aan die dag? Wat schokte u het meest toen u besefte dat u waarschijnlijk lang gevangen zou blijven?
Toen ik me realiseerde dat mijn ontvoerders geen gewone criminelen waren, zoals ik aanvankelijk dacht, maar jihadisten, voelde dat als een klap. Er viel een zware steen op me en verpletterde me. Het gewicht was te zwaar. Ik huilde tranen van wanhoop. Ik herinner me dat we elke dag op een motorfiets vertrokken. We gingen steeds verder weg van de plaatsen die ik kende. Mijn angst groeide. Ik besefte dat het steeds moeilijker zou worden om te ontsnappen.
Hoe heeft deze ervaring u veranderd? Is er een pater Maccalli vóór en na de gevangenschap?
Deze beproeving heeft mijn kijk op het leven, de zending en God veranderd. Door deze ervaring heb ik mezelf beter leren kennen. Ook heb ik mijn eigen kwetsbaarheden leren begrijpen. Ik begreep hoe uitdagend en beslissend Jezus’ gebod werkelijk is om onze vijanden lief te hebben. Ik moet bekennen dat deze woorden mij tijdens mijn gevangenschap uitdaagden.
Ik vroeg mezelf af: “Hoe kan ik deze mensen liefhebben? Zij hebben mij mijn vrijheid ontnomen. Zij hebben mij elke dag geketend en met de dood bedreigd.” Pas toen kon ik, net als de man aan het kruis, zeggen: “Vader, vergeef het hun. Want zij weten niet wat zij doen.” Toen kon ik de nieuwe logica van de zaligsprekingen ten volle begrijpen. Mijn boek richt zich op de vrede die voortkomt uit de logica van Jezus’ Bergrede.
Hebt u ooit haat in uzelf gevoeld?
Nee! Haat is een doodlopende weg. Ik voelde diep medelijden met mijn ontvoerders. Het zijn jonge mannen die gehersenspoeld zijn door propagandavideo’s. Bovendien worden zij geplaagd door een enorme onwetendheid. Het maakte me verdrietig om die jonge mensen te zien. Voor hun betere toekomst had ik mijn leven gegeven.
Toch verspilden zij hun eigen leven aan een ideaal van dood en geweld. Ik voelde me als missionaris verslagen. Vervolgens reageerde ik mijn woede af op God. Ik voelde me net als Job, die ruzie maakte met God.
Hebt u ooit gedacht dat u zou kunnen sterven?
Ik werd zelfs expliciet bedreigd. Het was 23 mei. Ik herinner het me nog goed. Een jihadist zei tegen me: “Bij de eerste de beste gelegenheid schiet ik je een kogel door je voorhoofd." En hij maakte geen grapje.
Maar ik zei tegen mezelf dat hij mij plotseling van het leven zou kunnen beroven. Toch zou ik mijn leven als missionaris als volbracht kunnen beschouwen. Het jaar vóór de ontvoering hadden we een nieuwe kerk geopend in Boamanga. Ik had opdracht gegeven om de zeven geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid op de zeven deuren te schrijven. Die deuren leiden naar binnen.
Ik zei tegen mezelf dat dit mijn testament aan de gemeenschap was. Iedereen die die kerk binnenkomt, zal zich herinneren wat de weg naar het Koninkrijk is. Het gaat om het voeden van de hongerigen en het te drinken geven aan de dorstigen. Ook gaat het om het bezoeken van zieken en gevangenen.
Daarnaast moeten we de naakten en kwetsbaren kleden. Aan het einde van het leven zullen we worden beoordeeld op liefde.
Hoe was het om te bidden terwijl u gevangen zat, omringd door islamitische terroristen? Was bidden ook een vorm van verzet?
Het was geen verzet, maar een toewijding aan een koninkrijk van vrede. Ik maakte een rozenkrans van stof. Samen met spontane gebeden hield die mij verbonden met mijn familie. Ook bleef ik verbonden met de gemeenschappen voor wie ik bemiddelde.
Ik leerde een missionaris te zijn met mijn hart, niet met mijn voeten. Ik bad het gebed van het hart. Met mijn hart liep ik over de paden die ik vroeger aflegde. Vroeger deed ik dat te voet of met de auto. Misschien was bidden mijn manier om elke dag te bestaan.
“Misschien was bidden mijn manier om elke dag te bestaan.”
Tijdens die gevangenschap ontdekte ik dat bidden een antwoord is op eenzaamheid. Die eenzaamheid komt voort uit het gevoel door God verlaten te zijn. Het is het uitschreeuwen van mijn verlangen om me geliefd te voelen. Geliefd door een Vader die niet onverschillig staat tegenover Zijn kinderen.
Er is vandaag meer islamitisch terrorisme dan in september 2018, toen u werd ontvoerd. Jihadistische groeperingen blijven Mali en Niger bedreigen. Ook Nigeria, Burkina Faso, Kameroen en Cabo Delgado in Mozambique worden getroffen. Welke boodschap hebt u voor deze bevolkingsgroepen, vooral voor christelijke gemeenschappen die slachtoffer worden van aanvallen?
Ik wil hen bedanken voor hun getuigenis van trouw. Ook dank ik hen voor hun aanwezigheid in onveilige gebieden.
Tijdens mijn gevangenschap dacht ik aan deze woorden van Jezus: “Zalig zijn jullie wanneer mensen jullie beledigen, vervolgen en valselijk allerlei kwaad over jullie zeggen omwille van mij. Verheug je en wees blij, want groot is jullie beloning in de hemel.”
Ik geef toe dat het moeilijk voor mij was om mij te verheugen. Toch troostte het mij te weten dat ik in gemeenschap was met Jezus. Ik was op missie omwille van Hem. De beledigingen waren tegen mij gericht. Maar in werkelijkheid was ik daar omwille van Hem. Jezus was het doelwit.
En ik dacht: deze mensen geloven dat de heilige oorlog, jihad, bedoeld is om God te verheerlijken. Maar ze beseffen niet dat ze de God van Jezus tarten. Ik kon gerust zijn. Degene die mij had gezonden, stond samen met mij in de frontlinie. De zaak is van Hem, net zoals de missie van God is.
Kerk in Nood ondersteunt christelijke gemeenschappen die slachtoffer zijn van vervolging en geweld. Tijdens uw gevangenschap riep Kerk in Nood herhaaldelijk op tot uw vrijlating. Ook vroeg de stichting wereldwijd om gebed. Hoe kijkt u naar het werk van de pauselijke stichting?
Mijn dank gaat uit naar iedereen die voor mijn vrijlating heeft gebeden. Ik ben ervan overtuigd dat mijn vrijheid het resultaat is van de gebeden van velen. Kloosters, parochiegemeenschappen en vele gewone gelovigen hebben voor mij gebeden.
Het Vaticaan en zijn instellingen hebben mijn benarde situatie op de voet gevolgd. Dat mondde op 9 november 2020 uit in een speciale audiëntie bij paus Franciscus. Aan hen allen mijn oprechte dank. Ik hernieuw mijn oproep aan iedereen om te geloven en te hopen. Laten we bidden en werken voor vrede.
Lees hier het originele artikel
Lees hier meer over de Kerk in Afrika
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De katholieke Kerk in Mauritanië bevindt zich in een unieke situatie. Er zijn geen Mauritaanse christenen. De hele katholieke gemeenschap bestaat uit buitenlanders en expats. Daarom is de aanwezigheid van de Kerk zeer beperkt. Er zijn slechts twee priesters en één bisschop. Toch blijft haar missie duidelijk. De Kerk wil getuigen van Gods liefde voor iedereen, zowel christenen als moslims.
Pater Edmond Théodore komt oorspronkelijk uit Senegal en woont en werkt in Mauritanië. Onlangs bezocht hij het internationale kantoor van Kerk in Nood (Aid to the Church in Need). Volgens hem vindt interreligieuze dialoog in Mauritanië vooral plaats in het dagelijks leven. Formele bijeenkomsten spelen daarbij een kleinere rol.
“De Kerk verwelkomt zowel de migranten als de Mauritanen, maar laat zich tegelijkertijd verwelkomen door de lokale bevolking.”
Volgens hem moet de missie van de Kerk vanuit deze dubbele beweging worden bekeken. Het gaat om verwelkomen én verwelkomd worden. Christelijke waarden worden volgens de priester goed geaccepteerd. “Er is geen sprake van vervolging. We zijn vrij om onze religie te belijden”, zegt hij.
Zijn ervaring is dat moslims doorgaans diep respect tonen voor gelovigen, ongeacht hun religie. Wanneer iemand in God gelooft, ontstaat er volgens hem vanzelf een dialoog. Dat gebeurt ook wanneer iemand menselijke en religieuze waarden voorleeft. “Ondanks onze verschillen en de manier waarop we in de ene God geloven, slagen we erin om naast elkaar te leven”, legt hij uit.

Zijn eigen verhaal in Mauritanië begon als een werkervaringsstage. Hij zou er slechts kort blijven. Toch raakte hij diep onder de indruk van de missie van de Kerk. “De Heer doet buitengewone dingen met heel weinig”, herinnert hij zich. Die eerste ervaring bracht hem ertoe een definitieve overplaatsing naar deze missie aan te vragen.
Ook de woestijn neemt een centrale plaats in zijn geestelijk leven in. Pater Théodore ziet haar als een plek van onthechting en solidariteit. Mauritanen stoppen volgens hem altijd wanneer een auto langs de weg pech heeft. Ze helpen de gestrande reizigers. In zo’n veeleisende omgeving ervaren mensen hun eigen beperkingen sterker. Daardoor leren ze op anderen en op God te vertrouwen.
"De woestijn is een plaats van ontmoeting"
“De woestijn is een plaats van ontmoeting”, legt hij uit. Het is een plek waar iemand God, de naaste en zichzelf kan vinden. Ook in de evangeliën heeft de woestijn een bijzondere betekenis. Daar is de woestijn vaak een bevoorrechte plaats om dichter bij God te komen. Dat geldt onder anderen voor Jezus. Pater Théodore woonde zes jaar in een parochie naast de woestijn. Die ervaring versterkte zijn innerlijk leven en zijn spiritualiteit, vertelt hij.
Ook het gebed krijgt in deze omgeving een bijzondere invalshoek. “We bidden niet met elkaar; we bidden voor elkaar”, zegt hij. Volgens hem helpt dit om een innerlijke bereidheid tot bemiddeling voor anderen te ontwikkelen. Dat geldt ook voor mensen die een ander geloof belijden.
“We bidden niet met elkaar; we bidden voor elkaar.”
Een Mauritaanse eigenschap die veel indruk op hem maakt, is het vertrouwen in God. “Wat je ook zegt, ze antwoorden inshallah, wat als God het wil betekent”, zegt hij. Ook bij moeilijkheden geloven mensen volgens hem dat de volgende dag met Gods hulp beter zal zijn. Die houding geeft hem een diepe ervaring van geloof, hoop en vertrouwen. Bovendien herinnert ze hem eraan dat alles in Gods handen ligt.
De priester legt uit dat de Kerk in Mauritanië geen mensen mag bekeren. Ook mag zij geen Mauritaanse burgers dopen. De islam is namelijk de officiële godsdienst van het land. Toch is de Kerk ervan overtuigd dat God in ieder mensenhart werkt.
“Ons werk bestaat erin getuigenis af te leggen van de liefde van Christus”, stelt hij. De Kerk staat ten dienste van alle mensen, ongeacht hun nationaliteit of religie. Door die dienstbaarheid kunnen mensen Christus ontmoeten, geloven de christenen. De Kerk dient Christus immers in de mensen die zij begeleidt.
Daarom kan de missie van de Kerk in Mauritanië niet worden afgemeten aan efficiëntie of aantallen doopsels. Haar doel is vrucht te dragen voor het Rijk van God. Daarbij vertrouwt zij erop dat God het werk van zijn dienaren zal erkennen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Rechtvaardigheid en onderwijs in Nigeria staan centraal in de visie van bisschop Gerald Musa in Noord-Nigeria. Noord-Nigeria haalt vaak het nieuws door geweld, ontvoeringen en interreligieuze conflicten. Toch zijn er ook veel voorbeelden van vreedzaam samenleven tussen christenen en moslims. Volgens bisschop Gerald Musa ligt de grootste uitdaging niet bij religieuze verschillen. Onveiligheid en een gebrek aan gerechtigheid treffen volgens hem de hele samenleving.
Rechtvaardigheid en onderwijs in Nigeria staan centraal in de visie van bisschop Gerald Musa in Noord-Nigeria. Noord-Nigeria haalt vaak het nieuws door geweld, ontvoeringen en interreligieuze conflicten. Toch zijn er ook veel voorbeelden van vreedzaam samenleven tussen christenen en moslims. Volgens bisschop Gerald Musa ligt de grootste uitdaging niet bij religieuze verschillen. Onveiligheid en een gebrek aan gerechtigheid treffen volgens hem de hele samenleving.
Tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkantoor sprak hij met Aid to the Church in Need (ACN). Daar beschreef hij het leven in zijn bisdom Katsina, in een staat met ongeveer 98 procent moslims. Christenen vormen er een kleine minderheid.
In tegenstelling tot het beeld van voortdurende conflicten, ziet bisschop Musa dialoog als onderdeel van het dagelijks leven. “Er zijn veel gemengde gezinnen. Ze leven in vrede omdat familiebanden sterker zijn dan religieuze verschillen”, legt hij uit.
Dat samenleven is ook zichtbaar op markten, in wijken en op scholen. De onderwijsinstellingen van het bisdom richten zich voornamelijk op moslims. Daar studeren moslims en christenen zonder problemen naast elkaar.
Ook burgerlijke autoriteiten bevorderen wederzijds respect met publieke gebaren van vriendschap tijdens Kerstmis en Pasen.
Toch komen nog enkele vooroordelen voor. Van oudsher associëren veel mensen de Hausa sterk met de islam. Daarom zijn sommige mensen verbaasd dat er ook christelijke Hausa zijn.
“Sommige mensen denken nog steeds dat een Hausa geen christen kan zijn. Of dat hij, als hij dat wel is, van ergens anders moet komen”, zegt de bisschop.
Bisschop Musa herinnert eraan dat veel noordelijke staten sinds het begin van de jaren 2000 de sharia invoerden. Dat leidde tot spanningen en uitbarstingen van geweld.
Volgens hem vormt politieke manipulatie van religie echter het belangrijkste probleem.
“Zolang de aandacht op religie was gericht, pakten we kwesties als corruptie, straffeloosheid of onrechtvaardigheid niet aan”, vertelt hij aan ACN.
Volgens hem delen christendom en islam essentiële waarden. Die waarden zouden de basis moeten vormen voor een veiligere samenleving.
“Beide religies veroordelen diefstal, moord en overspel. Deze gemeenschappelijke principes zouden ons moeten helpen een land op te bouwen waarin we allemaal gelijk zijn voor de wet.”
Daarbij benadrukt hij: “Het menselijk leven is heilig. In een beschaafde samenleving mag er geen sprake zijn van lynchen.”
Hij herinnert zich ook gevallen waarin mensen werden vermoord zonder de kans zich te verdedigen. Hij betreurt dat zulke praktijken nog steeds voorkomen.
“Niemand mag worden veroordeeld zonder de kans te hebben gehad zich te verdedigen. Als iemand een misdaad begaat, is het aan de rechtbanken om daarover te oordelen.”
Naast religieuze conflicten groeit in het bisdom een ander probleem: criminele bendes breiden hun activiteiten uit. Zij houden zich bezig met ontvoeringen, veediefstal en aanvallen op plattelandsgemeenschappen.
“Ontvoeringen zijn een grote business geworden en een ernstig probleem”, stelt de bisschop.
Volgens bisschop Musa heeft dit geweld verschillende oorzaken. Economische belangen, strijd om natuurlijke hulpbronnen, politieke manipulatie en langdurige verwaarlozing van plattelandsgemeenschappen spelen allemaal een rol.
Ook gebrek aan onderwijs en kansen voor duizenden jongeren vergroot de onveiligheid. Die onveiligheid treft zowel christenen als moslims.
De Kerk reageert op deze uitdagingen met investeringen in dialoog en samenwerking met moslimleiders. Bisschoppen en imams pakken samen problemen aan die de hele bevolking raken. Een voorbeeld is het groeiende drugsgebruik onder jongeren.
Ook op onderwijsgebied is die samenwerking zichtbaar. De bisschop noemt een moslimgrondbezitter die een gebouw schonk als school voor mensen die door geweld ontheemd raakten. Dankzij dit gezamenlijke initiatief krijgen nu zowel kinderen als volwassenen onderwijs.
Voor het bisdom is onderwijs veel meer dan een sociale dienst. “Onderwijs is een van de krachtigste instrumenten om vrede te bewerkstelligen.”
Daarom heeft de Kerk haar scholen opengesteld voor ontheemde gezinnen, waarvan de meerderheid moslim is. Daarnaast stimuleert zij alfabetiseringsprogramma’s voor volwassenen zonder formeel onderwijs door de aanhoudende onveiligheid.
Voor bisschop Gerald Musa tonen deze initiatieven dat christenen en moslims samen kunnen werken voor het algemeen welzijn.
“Wanneer we de jeugd opleiden en degenen begeleiden die alles hebben verloren, zaaien we hoop voor de toekomst.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
In Kameroen blijven zusters dicht bij de mensen, ook waar onzekerheid en instabiliteit het dagelijks leven raken. Hun kracht vinden zij in gebed, gemeenschap en trouw aan hun roeping. Dankzij de liefdevolle steun van weldoeners konden 130 Tertiaire Zusters van Sint-Franciscus van Assisi deelnemen aan hun jaarlijkse retraite. Daar ontvingen zij nieuwe geestelijke kracht om Gods liefde te blijven brengen bij de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.
In Kameroen dragen de Tertiaire Zusters van Sint-Franciscus van Assisi dagelijks bij aan het leven van de Kerk. Hun congregatie telt een van de grootste aantallen geprofeste zusters van het land. Ook ontvangen zij veel nieuwe roepingen. Hun charisma richt zich op een contemplatief leven in het heden. Daarbij zoeken zij Gods wil in de tekenen en noden van deze tijd.
Juist daarom blijven de zusters dicht bij de mensen. Ook in delen van Kameroen waar onzekerheid en instabiliteit het dagelijks leven raken. Hun aanwezigheid is geen vanzelfsprekendheid. Toch blijven zij trouw aan hun missie, in gebed, dienstbaarheid en nabijheid.
Binnen hun congregatie horen dagelijkse meditatie en een jaarlijkse retraite bij het geestelijk leven. Door de onveiligheid in delen van Kameroen konden de zusters niet genoeg middelen bijeenbrengen voor hun jaarlijkse retraites.
Dankzij uw liefdevolle steun konden 130 zusters in 2026 toch deelnemen aan hun jaarlijkse retraite. Het thema was: “Effectiviteit van de missie door gebed”. De dagen boden ruimte voor geestelijke begeleiding, bezinning en hernieuwde verdieping van hun roeping.
De vruchten waren duidelijk zichtbaar. Zuster Camila schreef na afloop: “Ik ervoer opnieuw Gods liefde en roeping in mijn leven.” Ook vertelde zij: “Ik werd aangemoedigd om terug te keren naar de bron van mijn roeping. Zo herontdekte ik de vreugde om Gods volk te dienen.”
Zuster Anne Marie deelde eveneens hoe de retraite haar sterkte. “Ik vervul mijn verantwoordelijkheden nu met hernieuwd enthousiasme. Ook heb ik een sterker gevoel van doelgerichtheid.” Zij vertelde verder dat zij bewuster werkt aan positieve relaties. Ook wil zij mensen die worstelen bemoedigen en Gods liefde tonen door haar daden.
Uw betrokkenheid helpt deze zusters niet alleen om tot rust te komen. U helpt hen om vanuit gebed weer naar hun gemeenschappen terug te keren. Daar zetten zij hun dienst voort, met nieuwe kracht, geestelijke vernieuwing en trouw aan hun roeping.
Wilt u zusters zoals deze nabij blijven met uw gift? Met uw edelmoedige steun helpt u hen leven vanuit gebed. Zo kunnen zij Gods liefde blijven brengen bij de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Doneer veilig via onze doneerpagina of maak uw donatie over op NL27 ABNA 0503 0402 31 onder vermelding van code 113.05.00 Uw gift gaat naar dit project of soortgelijke projecten in de regio.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Het bisdom Fada N’Gourma ligt in het oosten van Burkina Faso. Het gebied is enorm uitgestrekt. Met ruim 46.800 vierkante kilometer is het bisdom groter dan landen als Nederland of Zwitserland. Dankzij u kunnen jonge priesters op motorfietsen hun gelovigen bereiken. Eén van hen schreef een brief om u te danken.
In het dunbevolkte bisdom wonen slechts 2 miljoen mensen. De ongeveer 100.700 katholieken in het bisdom leven verspreid over 16 grote parochies.
Priesters moeten daarom lange afstanden afleggen om de katholieke gelovigen te bereiken. Veel dorpen liggen 50, 60 of 70 kilometer van het parochiecentrum.
Zonder geschikt vervoermiddel wordt pastoraal werk daardoor buitengewoon moeilijk. Vaak wordt het zelfs onmogelijk. Een motorfiets vormt daarom een onmisbare basisvoorziening.
Bovendien biedt een motorfiets de priester ook enige veiligheid in deze gevaarlijke regio. Daarom vroeg de bisschop namens twee jonge priesters hulp aan Kerk in Nood (ACN).
Na hun wijding werkten deze priesters twee jaar zonder geschikt vervoermiddel. Die situatie belemmerde hun pastorale werk ernstig. Dankzij uw vrijgevigheid kon Kerk in Nood de benodigde 6.100 euro schenken. Daarmee ontvingen beide priesters een kleine motorfiets.
De twee motorfietsen maken een enorm verschil in het werk van de priesters. Een van hen, pater Séraphin Kiema, schreef een dankbrief aan Kerk in Nood. “Ik herinner me hoe ik vaak iemand moest vragen om mij een lift te geven”, schrijft hij. “Dat gebeurde wanneer ik mijn pastorale taken moest vervullen.”
Op een dag kwam iemand op de fiets naar hem toe. Die persoon vroeg hem om het sacrament van de zieken te brengen aan een ziek familielid. “Omdat ik geen motorfiets had, moest deze persoon iemand anders zoeken met een motorfiets. Pas daarna konden we naar de familie van de zieke gaan.”
Nu is zijn situatie veranderd. “Met de nieuwe motorfiets kan ik mij vrij bewegen. Eindelijk kan ik mijn pastorale werk met vreugde vervullen.”
Voor pater Séraphin Kiema is de motorfiets veel meer dan een vervoermiddel. Het is een hulpmiddel om dichtbij mensen te zijn, juist op kwetsbare momenten. Daarom verbindt hij de steun aan de woorden van Jezus. “Zoals Jezus zei: ‘Alles wat u hebt gedaan voor een van de geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan’. Uit de grond van mijn hart dank ik allen die mij hebben geholpen!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Benedictinessen doen vruchtbaar werk in Tsjaad: het eerste contemplatieve klooster in dit overwegend islamitische land in Centraal-Noord-Afrika is zelfvoorzienend én dienend.
De eerste benedictijnse zusters die vanuit de Democratische Republiek Congo in Tsjaad aankwamen, beschouwden het als een bijzondere genade om deel te mogen nemen aan het 'avontuur' van deze nieuwe stichting. Ook de lokale bevolking had hoge verwachtingen van dit nieuwe klooster, hoewel de meesten van hen weinig kennis hadden van het kloosterleven. De jonge zusters die naar Tsjaad kwamen, waren geïnspireerd door de nieuwe missie die hun was toevertrouwd. Ze gingen met veel moed en enthousiasme aan de slag om deze te vervullen.
In het dorp Lolo in het bisdom Mondou was aanvankelijk niets: geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis, en de meeste mensen konden niet eens lezen of schrijven. Sinds het klooster in mei 2005 werd gesticht, hebben de zes benedictinessen ook een geestelijk centrum, een kleuterschool en een basisschool opgericht. Ze zetten zich ook in om vrouwen en meisjes te leren lezen en schrijven en om meisjes en jonge vrouwen, die tot op de dag van vandaag vaak tot een vroeg huwelijk worden gedwongen, een praktische beroepsopleiding te bieden. Vooral voor deze vrouwen en meisjes is de aanwezigheid van de zusters een grote steun.
Maar Tsjaad is een van de armste landen ter wereld. Het is daarom voor het klooster moeilijk om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Zuster Victorine, de priorin, schreef ons eerder: “De weinige middelen die we van buitenaf ontvangen, zijn niet voldoende en we hebben moeite om in de basisbehoeften van het klooster te voorzien, zoals voedsel, medicijnen en kleding, maar ook in de geestelijke behoeften, zoals de opleiding van onze jongere zusters, retraites en geestelijke oefeningen.”
Met uw steun van 8560 euro hebben de Benedictinessen een klein landbouwproject opgezet om in hun eigen onderhoud te voorzien. Met het geld dat u heeft gegeven, konden zij landbouwwerktuigen, zaden en een paar koeien kopen. Zij hebben nu een stuk land van zes hectare. Op een stuk land van twee hectare verbouwen zij gierst en sesam voor eigen gebruik. Verder verbouwen zij aardnoten voor de verkoop. Een deel van de opbrengst wordt vervolgens opnieuw in het project geïnvesteerd, zodat het succesvol kan worden voortgezet.
Zuster Myriam komt oorspronkelijk uit de Democratische Republiek Congo. Zij vertelt ons: “Ik doe mijn eerste missionaire ervaring op in Tsjaad. De gemeenschap hier is jong en daarom moeten we heel hard werken, vooral met onze handen. Ik heb geleerd hoe ik de trekdieren moet leiden en de velden moet ploegen, en ook hoe ik gierst moet verbouwen.”
“We voorzien in ons eigen levensonderhoud. Ook ondersteunen we de lokale gemeenschap met sociale projecten, zoals onderwijs, toegang tot schoon drinkwater en gezondheidszorg. Ik wil de weldoeners van Kerk in Nood hartelijk bedanken voor deze belangrijke steun om ons zusters op deze manier in ons levensonderhoud te voorzien!” Lees ook dit artikel over christenen in Tsjaad.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD