Naast armoede, droogte en politieke onrust heeft de Afrikaanse bevolking op veel plaatsen te lijden onder toenemend islamistisch geweld. Vooral in de Sahel, hebben jihadisten hun aanwezigheid verder geconsolideerd. Ook het terrorisme vormt in toenemende mate een bedreiging voor de kerk. In 2021 was Afrika opnieuw het continent met het hoogste aantal vermoorde priesters, religieuzen en toegewijde leken mensen. Ondanks alle uitdagingen blijft Afrika een continent van hoop voor de Kerk.

Samen met Azië is Afrika het continent met de meeste groei in het aantal christenen. Daarmee is hun situatie er recent echter niet makkelijker op geworden. Diverse landen en streken in Afrika kennen een toename van agressieve uitwassen van de Islam. In de Sahel-landen, Kenia en het vasteland van Tanzania is dit fenomeen betrekkelijk nieuw. Landen als de Democratische Republiek Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek worden geplaagd door geweld en conflicten.











Het aantal aanvallen door gewapende islamisten is in vele delen van Afrika toegenomen. Van Mali en Burkina Faso tot Nigeria en Mozambique zijn er miljoenen christenen en moslims die op dit moment sterven, gewond raken en hun thuisland moeten inruilen voor troosteloze vluchtelingenkampen.
Met hulpprojecten voor in totaal ongeveer 28,5 miljoen euro (30,7% van de projecthulp) blijft Afrika een prioritaire regio voor Kerk in Nood. Toch blijft Afrika, ondanks alle uitdagingen, een continent van hoop voor de Kerk. Bijna één op de vijf katholieken in de wereld woont in Afrika. De Kerk is jong en groeit. Bijna één op de acht priesters, één op de acht zusters en meer dan een kwart van alle seminaristen wereldwijd wonen in Afrika. Kerk in Nood richt zich op de opleiding en training van deze priesters, religieuzen en leken, helpt bij de aanschaf van voertuigen die geschikt zijn voor off-road gebruik en ondersteunt de bouw van van kerken en kapellen.






De inwoners van Oost-Bukavu voelen zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. Toch blijven velen op hun plek. Want als zij vluchten, neemt rebellenbeweging M23 hun land en huizen in.
“We voelen ons niet geïsoleerd, we voelen ons verlaten”, zegt pater Floribert Bashimb, vicaris-generaal van het bisdom Bukavu. Het bisdom ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo, aan de grens met Rwanda.
Volgens de priester verbergt de strijd om coltan en goud de spiraal van geweld die de regio al jarenlang verwoest. Gewapende groepen vechten om grondstoffen. Ondertussen betaalt de bevolking de hoogste prijs.
Pater Floribert legt uit dat de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging M23 in 2021 de provincie Noord-Kivu binnentrok. In 2024 nam de groep de stad Goma in. Sindsdien gebruikt M23 de stad als operationeel hoofdkwartier. De parochies in Goma sloten hun deuren.
Op 15 februari 2025 bereikte de groep het naburige Bukavu. “De mensen lijden, omdat zij geen mineralen meer kunnen delven. Ook het werk op het land ligt stil door de onveiligheid”, vertelt pater Floribert.
“M23 controleert de mijnen en heeft een einde gemaakt aan de kleinschalige mijnbouw. Nu controleren zij de grondstoffen. Op sommige plaatsen, vooral in het noorden, vervangen zij de lokale bevolking.”
De Congolese priester sprak met Kerk in Nood (ACN) tijdens een bezoek aan het internationale hoofdkwartier van de stichting. Daar vertelde hij hoe M23 het werk van de Kerk in Oost-Congo ondermijnt. Ook sprak hij over de vele aanslagen, zoals het bloedbad waarbij enkele maanden geleden nog 64 doden vielen.
Na de gebeurtenissen in Goma kregen de priesters in Bukavu de opdracht om te blijven. De Kerk vreesde dat vreemden de kerken, pastorieën en huizen zouden bezetten.
“Als wij vertrekken, weten wij niet wie er komt”, zegt pater Floribert. “Zij zullen onze grond en onze huizen innemen.”
Van de 44 parochies in het bisdom verliezen 30 parochies gelovigen. Dat raakt de missie van de priesters diep. Toch blijven zij, omdat hun aanwezigheid hoop geeft. “Wanneer de mensen de kerkklokken horen, weten zij dat er leven is in het dorp”, zegt de priester. Zo wordt de priester een drager van hoop.
Die hoop is hard nodig. Het leven onder M23 blijft onzeker en onveilig. Alleen de systemen die geld opleveren, functioneren nog. “Ze hebben een belastingstelsel ingevoerd. Ze heffen douane en verzekeringen”, zegt pater Floribert. “Financieel loopt alles door, omdat zij de mijngebieden bezetten en goud en coltan delven.”
De inwoners van Bukavu leven ook afgesneden van de rest van het land. Voor veel seminaristen betekent dit dat zij tijdens vakanties niet kunnen terugkeren naar hun bisdom. Sommigen zien hun familie een heel jaar niet.
Veel seminaristen in Bukavu komen uit andere regio’s. Door de controle van M23 kunnen zij de stad niet verlaten. Daardoor hebben zij materiële hulp nodig, zoals toiletartikelen, schoolmateriaal en kleding.
“We zijn Kerk in Nood dankbaar voor de steun”, zegt pater Floribert. “ACN is onze belangrijkste weldoener. De stichting helpt ons vooral bij de vorming van toekomstige priesters, de organisatie van geestelijke retraites en de bouw van nieuwe kerken of het herstel van oudere gebouwen.”
De verhouding tussen de Kerk en de M23-strijders blijft voorlopig beleefd, zegt de priester. “Tot nu toe hebben zij onze infrastructuur gerespecteerd. Ze hebben onze voertuigen niet aangeraakt. Wanneer onze gelovigen willekeurig worden gearresteerd, grijpt de Kerk in. Dan vinden we een oplossing.”
Toch benadrukt pater Floribert dat de bevolking uitgeput is. “De mineralen van Congo worden al eeuwen uitgebuit. Maar ook de armen hebben recht op leven. Zij hebben recht om in vrede te leven.”
Volgens hem hebben de Congolezen zelf nooit geprofiteerd van de rijkdommen waarvoor zij vaak sterven. “Al jaren gaat de mijnbouw door. Maar de Congolese bevolking heeft nooit iets gezien van de grondstoffen waarvoor zij vaak de dood vindt.”
“Geweld brengt geweld voort”, zegt hij. “Wij zijn slachtoffers van oorlog en van een cyclus van geweld die ons hongerig en arm achterlaat.”
De Democratische Republiek Congo is een prioriteitsland voor Kerk in Nood. In 2025 financierde de stichting 258 projecten in het hele land. Het ging vooral om de bouw en renovatie van religieuze gebouwen, de vorming van seminaristen en de permanente vorming van priesters en religieuzen.
Ook veel priesters ontvingen steun via misintenties. Zo speelt Kerk in Nood een belangrijke rol in het versterken van de aanwezigheid van de Kerk in gebieden die door de overheid worden verwaarloosd.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De moslimgemeenschap van Mozambique heeft de aanhoudende jihadistische aanvallen in het noorden van het land scherp veroordeeld. Bij recente aanvallen richten de aanvallers zich steeds vaker op christenen en christelijke locaties.
De verklaring volgde kort nadat jihadisten een bekende katholieke kerk en parochiecomplex hadden verwoest in Meza, in de provincie Cabo Delgado. De jihadisten in Cabo Delgado, die trouw zweren aan de Islamitische Staat, brandden de kerk volledig af en vernietigden belangrijke infrastructuur.
In een officiële verklaring nam de moslimgemeenschap duidelijk afstand van het geweld. “De islamitische gemeenschap van Mozambique spreekt haar diepe bezorgdheid uit over de recente aanvallen in de provincie Cabo Delgado”, staat in de verklaring. De gemeenschap verwees daarbij specifiek naar de vernieling van infrastructuur en gebedshuizen in Meza.
Daarnaast veroordeelde zij “krachtig en ondubbelzinnig alle gewelddaden tegen burgers, evenals de vernietiging van religieuze ruimtes, ongeacht hun geloofsovertuiging.” Ook sprak de gemeenschap haar solidariteit uit met de katholieke gemeenschap en alle getroffen families. “Geloof mag nooit worden gebruikt om geweld, angst of verdeeldheid te rechtvaardigen”, vervolgt de verklaring.
De boodschap werd gestuurd naar bisschop António Juliasse van Pemba. Hij publiceerde de verklaring op de sociale media van het bisdom. De bisschop noemde de steunbetuiging “een teken van hoop en een symbool van menselijke broederschap”. “Ik wil onze moslimbroeders bedanken voor hun boodschap”, verklaarde bisschop Juliasse.
Volgens hem helpt de verklaring om onderscheid te maken tussen de islam als godsdienst en degenen die haar proberen te radicaliseren. Hij waarschuwde voor groepen die de religie misbruiken om haat, dood en vernietiging te verspreiden. Mozambique telt een christelijke meerderheid, al vormen moslims de grootste religieuze groep in het noorden van het land.
Het conflict in de provincie Cabo Delgado begon in november 2017. Sindsdien kwamen minstens 6.300 mensen om het leven. Daarnaast sloegen meer dan één miljoen mensen op de vlucht. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen die bredere geweldsgolf zijn volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken doelgericht vermoord. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, leken en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Bovendien vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie financiert onder meer humanitaire hulp, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur. Ook hielp de organisatie leiders samen te brengen voor dialoog en vrede.
Ook het Vaticaan blijft zich betrokken tonen bij de situatie in Cabo Delgado en roept herhaaldelijk op tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Een historische kerk in Meza, in de regio Cabo Delgado in het noorden van Mozambique, is op 30 april verwoest door jihadistische opstandelingen.
Bij de aanval op de parochie van St. Louis de Montfort vielen geen slachtoffers onder de missionarissen. Wel veroorzaakte de aanval grote paniek onder de christelijke bevolking.
Volgens bronnen ter plaatse, die informatie doorgaven aan Kerk in Nood (ACN), begon de aanval rond 16.00 uur. Gewapende militanten drongen de parochie van St. Louis de Montfort in Minhoene binnen en vernielden alles wat zij tegenkwamen. De aanvallers staken de kerk, de kantoren en de woning van de missionarissen in brand. Ook vernielden zij de kleuterschool.
“Het was een tafereel van terreur. Woningen en infrastructuur werden vernietigd en de historische parochie ligt in puin,” schreef bisschop António Juliasse van Pemba in een bericht aan Kerk in Nood (ACN). Volgens de bisschop namen de militanten burgers gevangen. Zij dwongen hen vervolgens om haatdragende toespraken aan te horen.
De parochie van St. Louis de Montfort werd opgericht in 1946. De kerk groeide uit tot een belangrijk symbool van de katholieke aanwezigheid in het overwegend islamitische noorden van Mozambique.
Kameroense missionarissen bedienen momenteel de gemeenschap. Zij waren gelukkig niet aanwezig toen de terroristen arriveerden. “De missionarissen zijn veilig, maar de gemeenschap verkeert nog altijd in shock nadat de aanvallers vertrokken,” aldus bisschop Juliasse.
Bisschop António Juliasse vraagt de wereldkerk om steun voor de getroffen christenen. “Wij vragen aandacht en solidariteit voor de slachtoffers van Meza. Al negen jaar zien wij hoe opstandelingen kapellen en kerken in brand steken in het bisdom Pemba,” verklaarde hij. “Toch zal het geloof van Gods volk nooit verbranden. Iedere dag wordt het opnieuw opgebouwd.”
Ook aartsbisschop Inácio Saure van Nampula reageerde op de aanval. Hij is tevens voorzitter van de bisschoppenconferentie van Mozambique. Volgens hem gaan de aanvallen op christenen en gebedshuizen “volledig in tegen onze cultuur van vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillende geloven”.
Hij riep bovendien op tot vrede en waarschuwde tegen islamofobie. “Laat de verwoesting en het doden stoppen. Laat ook het aanzetten tot haat tegen christenen stoppen. Tegelijk mogen wij geen ruimte geven aan islamofobie, want moslims zijn niet onze vijanden maar onze geliefde broeders.”
De opstand in Cabo Delgado richtte zich aanvankelijk vooral op militaire en staatsdoelen. De afgelopen jaren vallen terroristen echter steeds vaker bewust christenen aan. De extremisten zeggen trouw te zijn aan Islamitische Staat.
Sinds november 2017 heeft het conflict in de provincie Cabo Delgado minstens 6.300 doden geëist. Daarnaast sloegen meer dan een miljoen mensen op de vlucht en nog eens 50.000 na een recente aanslag. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen deze bredere geweldsgolf werden volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken vermoord bij gerichte aanvallen op christenen. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, gelovigen en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Daarnaast vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen. De verwoeste parochie in Meza is het nieuwste slachtoffer van dit geweld.
Kerk in Nood blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie helpt onder meer met humanitaire steun, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur.
Ook het Vaticaan blijft betrokken bij de situatie in Cabo Delgado. Vanuit Rome klinken voortdurend oproepen tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


De Kerk in Equatoriaal-Guinea is vervuld van diepe hoop nu het zich geestelijk voorbereidt op het aanstaande bezoek van Zijne Heiligheid Paus Leo XIV. Deze historische gebeurtenis valt samen met de viering van de 170e verjaardag van de eerste evangelisatie in het land, in 1855. De katholieke hulporganisatie Kerk in Nood (ACN) sprak erover met seminarie-rector Mba Nguema Mokuy.
Ruim 40 jaar na het bezoek van Paus Johannes Paulus II in 1982, bereiden gelovigen zich opnieuw voor om de Heilige Vader te verwelkomen. De twee reizen zijn echter heel verschillend. “Het apostolisch bezoek in 1982 maakte deel uit van een bredere reis door Afrika. Het was meer een tussenstop. Deze specifiek bedoeld voor Equatoriaal-Guinea. Dat laat de symbolische en pastorale relevantie van de gebeurtenis voor het land zien”, aldus pater Sebastián Mba Nguema Mokuy.
“Bij die gelegenheid liet de heilige Johannes Paulus II een boodschap achter die me echt bijgebleven is: ‘Equatoriaal-Guinea, sta op’. Vandaag klinkt die oproep nog krachtiger. Dat is de geest die we moeten terugvinden”, legt de rector van het grote interdiocesane seminarie “La Purísima” in Bata uit aan Kerk in nood (ACN). De paus blijft van 21 tot 23 april in het land.
Geestelijke voorbereiding
Elk bisdom in het land organiseert vormingsbijeenkomsten, catechese-sessies en pastorale activiteiten. “Dit weekend sprak ik op een conferentie ter spirituele voorbereiding van zo’n 500 tot 600 gelovigen in Mongomo. Allen waren afkomstig uit apostolische groepen en verenigingen. Zo bereidden we onze harten voor op de komst van de paus”, legt de priester uit.
Het motto van deze pauselijke reis is “Christus, licht van Equatoriaal-Guinea, op weg naar een toekomst van hoop.” Het is een uitnodiging om het geloof te herontdekken als morele gids en bron van sociale transformatie.
Pastorale uitdagingen
Equatoriaal-Guinea heeft een bevolking van ongeveer 1,5 miljoen mensen, waarvan meer dan 97% zich als christen identificeert, met 85% gedoopte katholieken. Wel zijn er nog steeds veel gevallen waarin het geloof vermengd is met praktijken van traditionele religies. Dit alles maakt het bezoek van de paus bijzonder belangrijk.
Volgens pater Sebastián vindt het bezoek plaats in een context van pastorale uitdagingen. Zo is sprake van de groei van sekten, secularisatie en zijn er sociale spanningen. “De mensen zijn een deel van de spirituele impuls kwijtgeraakt die ze in 1982 kregen. De komst van de paus zou dus een moment van ‘aggiornamento’ moeten zijn, van diepgaande transformatie. Er zou een voor en een na dit bezoek moeten zijn. Het is een moment van diepgaande innerlijke vernieuwing, van ontmoeting met Christus en versterking van ons geloof als gemeenschap.”
Ontmoeting met jongeren, gezinnen en kwetsbaren
Het programma van de reis bevat enkele onder meer een bijeenkomst met jongeren, gezinnen en apostolische bewegingen in het stadion van Bata. Voor de jongeren is het onderdeel van een recent initiatief van de lokale Kerk, de Nationale Jeugdbijeenkomst. Deze vond, met steun van weldoeners van Kerk in Nood (ACN), voor het eerst plaats in 2024 en wordt om de twee jaar gehouden. De editie van 2026 werd speciaal verplaatst naar Bata om niet te botsen met het bezoek van de Heilige Vader. Ook is het zo nog meer een kerkelijk en nationaal evenement.
Psychiatrisch centrum
De paus zal ook de meest kwetsbaren in een psychiatrisch centrum. Daarnaast zal hij een gebedsmoment leiden voor de slachtoffers van de explosies van 7 maart 2021 in Bata. Een reeks ontploffingen in een militaire kazerne kostte meer dan honderd mensen het leven en verwondde ongeveer 500 mensen. De tragedie werd veroorzaakt door de onbedoelde ontploffing van opgeslagen explosieven. Het liet diepe sporen achter in de samenleving en blijft een symbool van collectief leed.
De essentiële rol van kerk in Nood
De pauselijke stichting Kerk in Nood is een trouwe metgezel van de Kerk in Equatoriaal-Guinea. Weldoeners dragen bij aan de vorming van seminaristen en het pastoraal werk in een context van zeer beperkte middelen. “We zijn erg blij met de hulp, want die maakt onze missie mogelijk”, benadrukt pater Sebastian van het interdiocesane seminarie, waar 76 studenten verblijven. “Het is niet alleen de materiële hulp, maar ook het concrete teken van de naastenliefde van de universele Kerk.”
“God is dicht bij ons volk”, besluit pater Sebastian. “We hopen dat dit bezoek ons geloof nieuw leven zal inblazen en ons zal helpen om met hoop naar de toekomst te kijken. We moeten moeilijkheden niet als een onvermijdelijk lot beschouwen, maar als een kans om opnieuw op te bouwen. Vandaag blijven we gehoor geven aan de krachtige oproep: Equatoriaal-Guinea uit 1982: sta op!”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Paus Leo XIV is maandag in Algerije aangekomen voor een historisch bezoek aan het land. Een medewerker van Kerk in Nood (ACN), die momenteel in Algerije is om door de stichting gesteunde projecten te bezoeken, benadrukt de symbolische en geestelijke betekenis van de reis.
De Algerijnse hoofdstad verwelkomt de paus met een opvallende uitstalling van Vaticaanse vlaggen naast Algerijnse vlaggen. Ook de officiële afbeeldingen van president Abdelmadjid Tebboune met de paus weerspiegelen het belang dat het land hecht aan deze historische reis.
Tijdens zijn openingsrede richtte paus Leo XIV zijn boodschap op drie belangrijke pijlers: gebed, naastenliefde en eenheid. Vertegenwoordigers van Kerk in Nood benadrukken dat de Heilige Vader bijzondere nadruk legt op het gebed als fundament voor ontmoetingen tussen christenen en moslims. Daarbij verwees hij naar de historische toespraak van Johannes Paulus II in Casablanca in 1985.
Een ander belangrijk moment was de verwijzing van de paus naar Tibhirine, waar in 1996 trappistenmonniken de marteldood stierven. De Heilige Vader haalde specifiek de figuur van broeder Luc aan, de arts van de gemeenschap. Daarbij benadrukte hij zijn getuigenis van dienstbaarheid en nabijheid tot de lokale bevolking.
Bovendien gaf de paus tijdens zijn toespraak in de kathedraal van Onze-Lieve-Vrouw van Afrika een diepgaande reflectie over de heilige Charles de Foucauld. Even daarvoor had de bisschop van Ghardaïa hem relikwieën van deze heilige had aangeboden. Dit moment onderstreept de belangstelling van de paus voor de geestelijke geschiedenis van de Kerk in Noord-Afrika.
In de basiliek stak de paus een kaars aan en bad hij voor de icoon van de 19 martelaren van Algerije. Zij werden tussen 1994 en 1996 vermoord en in 2018 heilig verklaard. Onder hen bevinden zich – naast de zeven monniken van Tibhirin – ook bisschop Claverie, voormalig bisschop van Oran en een vooraanstaand figuur in de interreligieuze dialoog, en diens moslim chauffeur. Mohamed Bouchikhi werd op de icoon naast een moskee is afgebeeld. Het onderstreept het belang van godsdienstvrijheid en van broederschap in een context die vandaag de dag nog steeds gespannen is.
Het bezoek van de paus zelf werd ook gekenmerkt door veiligheidsuitdagingen in het land. Veiligheidstroepen hebben twee aanslagen verijdeld.
Christenen vormen een zeer kleine minderheid in Algerije. Het bezoek van de paus heeft een bijzondere betekenis voor de katholieke Kerk in het land – een kleine maar dynamische gemeenschap.
In het bisdom Oran leven volgens bisschop Davide Carraro tussen de 400 en 500 christenen op een bevolking van ongeveer 10 miljoen. Zij zijn afkomstig uit 20 tot 30 verschillende nationaliteiten. Deze diversiteit creëert een “mozaïekkerk” en een “kerk in transit”, grotendeels bestaande uit Afrikaanse migranten en studenten. Een “jonge Kerk”, die gekenmerkt wordt door culturele diversiteit, broederschap en dagelijks getuigenis binnen een moslimsamenleving. Volgens bisschop Nicolas Lhernould van Constantine-Hippo bestaat ongeveer 80% van zijn gelovigen uit studenten uit Sub-Sahara Afrika.
Naast het pausbezoek blijft de Kerk in Algerije talrijke sociale en culturele initiatieven ontwikkelen die voor iedereen toegankelijk zijn. In Oran biedt het Pierre Claverie Centrum bijvoorbeeld educatieve activiteiten, workshops voor vrouwen, zorg voor mensen in nood en culturele evenementen. Het merendeel daarvan staat ten dienste van de moslimbevolking.
Dit stille werk weerspiegelt de rol van de Kerk in broederschap en dialoog. Het is een missie die paus Leo XIV met zijn bezoek wilde benadrukken. Weldoeners van Kerk in Nood steunen de Kerk in Algerije met bijdragen aan projecten voor vorming, pastorale hulp en de renovatie van infrastructuur.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]



In het zuiden van Ethiopië strekt het apostolisch vicariaat van Hawassa zich uit over een immens gebied van maar liefst 118.000 km² – een regio zo groot dat pastorale zorg een dagelijkse uitdaging vormt. Slechts 20 parochies bedienen hier talloze dorpen, waarvan vele afgelegen liggen in moeilijk bereikbare gebieden. Voor veel gelovigen is de parochiekerk simpelweg te ver weg. In sommige dorpen is daarom een kleine kapel gebouwd, als plaats van gebed en hoop.
Priesters zijn schaars. Daardoor kan de Heilige Mis in veel van deze gemeenschappen slechts eens in de twee of drie weken worden gevierd. Toch blijft het geloof levend – dankzij de onmisbare inzet van catechisten. Deze toegewijde leken dragen een zware verantwoordelijkheid: zij begeleiden gebedsmomenten, geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen en leiden woorddiensten. Met toestemming van de bisschop reiken zij soms zelfs de Heilige Communie uit.
Zij zijn het kloppend hart van de Kerk in deze regio.
Om het katholieke geloof zuiver en levend door te geven, is een degelijke vorming van deze catechisten essentieel. Zeker voor jongeren is dit van levensbelang: zonder stevige geloofswortels dreigen zij te worden aangetrokken door agressief missionerende sekten. Toch ontbreekt het veel catechisten nog aan voldoende theologische, pedagogische en pastorale vorming.
Daarom heeft het vicariaat een dringend plan opgesteld: 300 catechisten willen deelnemen aan een intensieve vorming in het catechetisch centrum van Dongora. Hier zullen zij worden toegerust om hun belangrijke taak nog beter te vervullen – tot zegen van duizenden gelovigen.
De kosten per catechist bedragen slechts €58. Een klein bedrag, maar voor het vicariaat is het totaal van €17.500 onhaalbaar. De bisschop heeft daarom een beroep gedaan op Kerk in Nood.
Met uw hulp kunnen deze catechisten het geloof blijven doorgeven – zelfs in de meest afgelegen dorpen. Met €58 maakt u de opleiding van één catechist mogelijk. Met uw gift geeft u niet alleen kennis door, maar ook hoop, geloof en toekomst aan hele gemeenschappen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Benedictinessen doen vruchtbaar werk in Tsjaad: het eerste contemplatieve klooster in dit overwegend islamitische land in Centraal-Noord-Afrika is zelfvoorzienend én dienend.
De eerste benedictijnse zusters die vanuit de Democratische Republiek Congo in Tsjaad aankwamen, beschouwden het als een bijzondere genade om deel te mogen nemen aan het 'avontuur' van deze nieuwe stichting. Ook de lokale bevolking had hoge verwachtingen van dit nieuwe klooster, hoewel de meesten van hen weinig kennis hadden van het kloosterleven. De jonge zusters die naar Tsjaad kwamen, waren geïnspireerd door de nieuwe missie die hun was toevertrouwd. Ze gingen met veel moed en enthousiasme aan de slag om deze te vervullen.
In het dorp Lolo in het bisdom Mondou was aanvankelijk niets: geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis, en de meeste mensen konden niet eens lezen of schrijven. Sinds het klooster in mei 2005 werd gesticht, hebben de zes benedictinessen ook een geestelijk centrum, een kleuterschool en een basisschool opgericht. Ze zetten zich ook in om vrouwen en meisjes te leren lezen en schrijven en om meisjes en jonge vrouwen, die tot op de dag van vandaag vaak tot een vroeg huwelijk worden gedwongen, een praktische beroepsopleiding te bieden. Vooral voor deze vrouwen en meisjes is de aanwezigheid van de zusters een grote steun.
Maar Tsjaad is een van de armste landen ter wereld. Het is daarom voor het klooster moeilijk om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Zuster Victorine, de priorin, schreef ons eerder: “De weinige middelen die we van buitenaf ontvangen, zijn niet voldoende en we hebben moeite om in de basisbehoeften van het klooster te voorzien, zoals voedsel, medicijnen en kleding, maar ook in de geestelijke behoeften, zoals de opleiding van onze jongere zusters, retraites en geestelijke oefeningen.”
Met uw steun van 8560 euro hebben de Benedictinessen een klein landbouwproject opgezet om in hun eigen onderhoud te voorzien. Met het geld dat u heeft gegeven, konden zij landbouwwerktuigen, zaden en een paar koeien kopen. Zij hebben nu een stuk land van zes hectare. Op een stuk land van twee hectare verbouwen zij gierst en sesam voor eigen gebruik. Verder verbouwen zij aardnoten voor de verkoop. Een deel van de opbrengst wordt vervolgens opnieuw in het project geïnvesteerd, zodat het succesvol kan worden voortgezet.
Zuster Myriam komt oorspronkelijk uit de Democratische Republiek Congo. Zij vertelt ons: “Ik doe mijn eerste missionaire ervaring op in Tsjaad. De gemeenschap hier is jong en daarom moeten we heel hard werken, vooral met onze handen. Ik heb geleerd hoe ik de trekdieren moet leiden en de velden moet ploegen, en ook hoe ik gierst moet verbouwen.”
“We voorzien in ons eigen levensonderhoud. Ook ondersteunen we de lokale gemeenschap met sociale projecten, zoals onderwijs, toegang tot schoon drinkwater en gezondheidszorg. Ik wil de weldoeners van Kerk in Nood hartelijk bedanken voor deze belangrijke steun om ons zusters op deze manier in ons levensonderhoud te voorzien!” Lees ook dit artikel over christenen in Tsjaad.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland


COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD