Naast armoede, droogte en politieke onrust heeft de Afrikaanse bevolking op veel plaatsen te lijden onder toenemend islamistisch geweld. Vooral in de Sahel, hebben jihadisten hun aanwezigheid verder geconsolideerd. Ook het terrorisme vormt in toenemende mate een bedreiging voor de kerk. In 2021 was Afrika opnieuw het continent met het hoogste aantal vermoorde priesters, religieuzen en toegewijde leken mensen. Ondanks alle uitdagingen blijft Afrika een continent van hoop voor de Kerk.

Samen met Azië is Afrika het continent met de meeste groei in het aantal christenen. Daarmee is hun situatie er recent echter niet makkelijker op geworden. Diverse landen en streken in Afrika kennen een toename van agressieve uitwassen van de Islam. In de Sahel-landen, Kenia en het vasteland van Tanzania is dit fenomeen betrekkelijk nieuw. Landen als de Democratische Republiek Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek worden geplaagd door geweld en conflicten.






Het aantal aanvallen door gewapende islamisten is in vele delen van Afrika toegenomen. Van Mali en Burkina Faso tot Nigeria en Mozambique zijn er miljoenen christenen en moslims die op dit moment sterven, gewond raken en hun thuisland moeten inruilen voor troosteloze vluchtelingenkampen.
Met hulpprojecten voor in totaal ongeveer 28,5 miljoen euro (30,7% van de projecthulp) blijft Afrika een prioritaire regio voor Kerk in Nood. Toch blijft Afrika, ondanks alle uitdagingen, een continent van hoop voor de Kerk. Bijna één op de vijf katholieken in de wereld woont in Afrika. De Kerk is jong en groeit. Bijna één op de acht priesters, één op de acht zusters en meer dan een kwart van alle seminaristen wereldwijd wonen in Afrika. Kerk in Nood richt zich op de opleiding en training van deze priesters, religieuzen en leken, helpt bij de aanschaf van voertuigen die geschikt zijn voor off-road gebruik en ondersteunt de bouw van van kerken en kapellen.



In het noordoosten van Nigeria keren duizenden katholieken terug naar de Kerk – ondanks meer dan 15 jaar van geweld, terreur en vervolging. Wat begon als een periode van angst en massale vlucht, groeit nu uit tot een krachtig getuigenis van hoop en geloof. Volgens bisschoppen uit het zwaar getroffen bisdom Maiduguri komen gelovigen terug “met duizenden, niet met honderden”.
Het bisdom Maiduguri, gelegen in de deelstaat Borno, is de bakermat van de jihadistische groepering Boko Haram. Sinds 2009 voerde deze extremistische beweging een bloedige opstand uit. Naar schatting werden 20.000 mensen gedood en meer dan twee miljoen mensen verdreven.
Meer dan 90.000 katholieken sloegen op de vlucht. Meer dan 1.000 gelovigen kwamen om het leven. Kerken, parochies, woningen en klinieken werden verwoest. Toch is het beeld vandaag opmerkelijk anders. Volgens bisschop Oliver Doeme is het aantal katholieken in het bisdom nu zelfs hoger dan vóór de Boko Haram-crisis: “Het aantal huwelijken neemt toe. Het aantal kinderen dat de Eerste Heilige Communie ontvangt is sterk gestegen. Het aantal dopen loopt op tot 1.000. Het verschil zit in duizenden, niet in honderden.”
Het Whuabazhi Pelgrimsoord – mede mogelijk gemaakt door hulp van Kerk in Nood – ziet recordaantallen bezoekers. Bisschop John Bakeni: “Mensen keren genezen terug… Het is een krachtig centrum van geestelijke en sociale versterking, vooral voor jongeren.” Juist op een plaats waar terreur heerste, groeit nu nieuw kerkelijk leven.
Hoewel de situatie in Maiduguri iets is verbeterd, blijft christenvervolging in Nigeria een ernstig probleem. Dagelijks vinden ontvoeringen, moorden en aanvallen plaats in andere regio’s van het land. Bisschop Bakeni spreekt over “een wolk van angst en onzekerheid die boven ons land hangt.” Vorige maand kwam naar buiten dat Nigeriaanse priesters het afgelopen decennium het meest leden onder ontvoeringen en geweld van alle priesters wereldwijd.
Toch is het opmerkelijk: waar geweld toeneemt, groeit ook het geloof. “Wanneer de Kerk vervolgd wordt, wordt het geloof van de mensen levendiger. Ondanks schoten en bomaanslagen blijven zij naar de Mis gaan.” Dit is het mysterie van een geloof dat beproefd wordt – en sterker tevoorschijn komt.
Weldoeners van Kerk in Nood ondersteunen het bisdom Maiduguri al jarenlang met de wederopbouw van kerken en parochies, pastorale zorg voor ontheemden, hulp aan priesters en religieuzen en jeugd- en geloofsvormingsprojecten. Bisschop Bakeni is duidelijk: “Zonder Kerk in Nood zou het verhaal van Maiduguri er heel anders uitzien.” Dankzij de steun van weldoeners kunnen families hun leven weer opbouwen – en blijft de Kerk aanwezig waar zij het hardst nodig is.

De Kerk in Mauritanië vierde onlangs haar zestigjarig bestaan. In dit uitgestrekte West-Afrikaanse land, waar de islam staatsgodsdienst is, leeft een kleine katholieke gemeenschap van ongeveer 6.000 gelovigen. Vrijwel allen zijn buitenlanders, afkomstig uit buurlanden als Senegal, Gambia, Mali en Guinee-Bissau.
Mgr. Victor Ndione, bisschop van het enige bisdom van het land, Nouakchott, beschrijft hoe het is om herder te zijn in een land dat vooral bekendstaat als doorgangsroute voor migranten. Zijn Kerk is klein, arm en voortdurend in beweging – maar zij blijft een teken van hoop.
Een kleine katholieke Kerk zonder officiële erkenning
Het bisdom Nouakchott werd opgericht in december 1965 en omvat het hele land. De Kerk geniet goodwill van de bevolking en de autoriteiten dankzij haar sociale en caritatieve inzet. Toch is zij juridisch nog geen erkende rechtspersoon. Dat beperkt haar mogelijkheden om zelfstandig inkomsten te genereren en haar pastorale werk duurzaam te organiseren.
Hoewel er geen sprake is van openlijke christenvervolging, groeit de invloed van strengere islamitische stromingen. De traditionele islam in Mauritanië is gematigd en sterk beïnvloed door het soefisme, maar salafistische invloeden nemen toe. In deze context kiest de katholieke Kerk nadrukkelijk voor dienstbaarheid en respect. Zij verkondigt het Evangelie door haar daden, zonder proselitisme.
Mauritanië als transitland: hoop en tragedie
Mauritanië is voor velen een tussenstation op weg naar Europa. Mannen en vrouwen verlaten hun land uit gebrek aan perspectief en wagen de gevaarlijke overtocht over zee. Regelmatig eisen deze pogingen mensenlevens.
In de kustplaats Nouadhibou was een jonge parochiaan verantwoordelijk voor het begraven van lichamen die aanspoelden na schipbreuken. Ondanks dat hij dagelijks de gevolgen van illegale migratie zag, besloot hij zelf de overtocht te wagen. Hij verdronk. Zijn dood liet diepe sporen na in de kleine gemeenschap.
Achter elk migratieverhaal schuilt armoede, gebrek aan opleiding en een schrijnend tekort aan toekomstperspectief. Juist daar probeert de Kerk aanwezig te zijn.
De Kerk als teken van naastenliefde
De katholieke Kerk in Mauritanië helpt iedereen, ongeacht afkomst of religie. Vanuit het geloof in Christus zet zij zich in voor basisbehoeften zoals voedsel, gezondheidszorg, onderwijs en onderdak.
Daarnaast investeert het bisdom sterk in beroepsopleiding. In Nouakchott is een centrum waar jongeren en volwassenen praktische vaardigheden leren. Ook in Nouadhibou worden opleidingen aangeboden die mensen helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen. Door opleiding en vorming wil de Kerk een alternatief bieden voor de wanhoop die tot gevaarlijke migratie leidt.
Een gemeenschap die voortdurend verandert
Voor bisschop Ndione is mobiliteit de grootste pastorale uitdaging. De gemeenschap verandert voortdurend doordat migranten komen en gaan. Hij vergelijkt zijn taak met die van Sisyphus: steeds opnieuw mensen vormen en begeleiden, wetend dat zij enkele maanden later misschien weer vertrekken.
Ook de priesters en religieuzen zijn allen buitenlanders. Zij kunnen op elk moment worden teruggeroepen naar hun congregatie. Onlangs sloot een religieuze gemeenschap haar aanwezigheid in het bisdom, wat de pastorale druk verder vergrootte. De bisschop vraagt daarom dringend om gebed voor roepingen en voor nieuwe werkers in de wijngaard van de Heer.
De steun van Kerk in Nood is onmisbaar
Omdat de Kerk geen rechtspersoon is en de gelovigen arm zijn, kan zij nauwelijks eigen middelen genereren. Strengere migratiemaatregelen hebben bovendien geleid tot een afname van het aantal katholieken en daarmee van de collecte-inkomsten.
De hulp van Kerk in Nood is daarom van levensbelang. Dankzij deze steun kon in Nouakchott een pastoraal centrum worden herbouwd waar tweehonderd mensen samen kunnen komen voor catechese, huwelijksvoorbereiding en geestelijke retraites. Ook ontvangen religieuze zusters ondersteuning in hun levensonderhoud, zodat zij hun dienst aan de gemeenschap kunnen voortzetten.
Voor de kleine Kerk in Mauritanië is de solidariteit van de Wereldkerk een ware balsem en een teken dat zij niet vergeten wordt.
Help de Kerk in Mauritanië
Met uw gebed en uw gift helpt u de katholieke Kerk in Mauritanië om aanwezig te blijven tussen migranten en armen. U ondersteunt pastorale zorg, opleiding en concrete noodhulp in een land waar de Kerk klein en kwetsbaar is, maar van grote betekenis. Wilt u deze geloofsgemeenschap versterken? Steun dan het werk van Kerk in Nood in Afrika en bid voor de Kerk in Mauritanië.
Het geweld in Nigeria neemt opnieuw dramatisch toe. De katholieke Kerk in het noorden van het land heeft de afgelopen dagen de publieke druk op de regering opgevoerd na een nieuwe golf van aanslagen in het noorden en midden van Nigeria. Daarbij zijn honderden mensen om het leven gekomen en zijn nog veel meer burgers ontvoerd. Kerkelijke leiders spreken van een nationaal falen om burgers te beschermen.
Op 3 februari werden meer dan 160 mensen afgeslacht in Woro, in de staat Kwara, in de zogenoemde Middle Belt van Nigeria. Volgens berichten in de media waren de slachtoffers overwegend moslims. Zij werden door jihadistische militanten vermoord omdat zij weigerden hun extremistische versie van de islam te omarmen. Deze aanval volgt op meerdere gewelddadige incidenten in de eerste weken van 2026, onder meer in de staten Niger, Katsina, Kaduna en Borno.
In afzonderlijke verklaringen hebben het Katholiek Secretariaat van Nigeria, verschillende kerkelijke provincies in het noorden en het bisdom Kontagora de regering opgeroepen om de veiligheidstroepen onmiddellijk te versterken en nieuwe militaire bases op te richten in de zwaarst getroffen gebieden.
Het Katholiek Secretariaat van Nigeria (CSN), de administratieve en uitvoerende tak van de Nigeriaanse Katholieke Bisschoppenconferentie, publiceerde op 7 februari een verklaring waarin het de “aanhoudende golf van moorden en ontvoeringen die onze natie blijft teisteren” krachtig veroordeelde.
“Het terugkerende bloedbad is een smet op het geweten van onze natie geworden. Hoe kan het gerechtvaardigd worden dat, buiten een oorlogssituatie, meer dan 160 onschuldige burgers zijn afgeslacht in één gecoördineerde aanval in Woro, in de staat Kwara?”, vragen de bisschoppen zich af.
“Hoe kunnen we de herhaalde moorden en ontvoeringen in Agwara en Tungan Gero in de staat Niger verklaren, de uitroeiing van hele boerengemeenschappen in Katsina en Kaduna, en het aanhoudende geweld in Borno? Dit is geen ‘instabiliteit’, maar een bloedbad dat mogelijk wordt gemaakt door stilzwijgen en een verraad aan het recht van elke Nigeriaan om in vrede te leven”, aldus het document dat naar Kerk in Nood (ACN) is gestuurd.
De CSN roept de regering op de inspanningen te intensiveren om veiligheidstroepen in te zetten aan de frontlinies waar burgers worden belegerd. Ook vraagt zij om de sponsors en facilitators van terreur te identificeren en te vervolgen, ongeacht hun politieke, religieuze of sociale status. Daarnaast dringt het secretariaat aan op arrestatie en bestraffing van alle daders van geweld en op dringende hulp, psychosociale zorg en compensatie voor slachtoffers en hun families. Verwoeste gemeenschappen moeten worden bewaakt en herbouwd om hoop en waardigheid te herstellen. Ten slotte roept de CSN alle Nigerianen op om haat en geweld te verwerpen en standvastig in solidariteit met elkaar te blijven.
De kerkelijke provincies Kaduna, Abuja en Jos, die samen meer dan twintig bisdommen in het noorden van Nigeria omvatten, hebben eveneens een gezamenlijke oproep gedaan.
Zij wijzen erop dat ontvoeringen voor losgeld, moorden op onschuldige burgers, invasies van boerengemeenschappen en wijdverbreide ontheemding diepe angst en trauma veroorzaken. Landbouwgrond, bedoeld om in het levensonderhoud te voorzien, is in toenemende mate een gevaarlijke plek geworden. Veel boeren worden gedwongen hun middelen van bestaan op te geven, wat honger en armoede verder verergert.
“Een samenleving kan niet floreren als het menselijk leven voortdurend wordt bedreigd. Wij roepen daarom alle overheidsinstanties en veiligheidsdiensten op om hun inspanningen ter bescherming van levens en eigendommen te intensiveren, want vrede kan alleen bestaan als gerechtigheid wordt gehandhaafd.”
In 2026 vonden daarnaast andere ernstige veiligheidsincidenten plaats, waaronder een aanval in het dorp Kasuwan-Daji in de staat Niger. Daarbij kwamen ongeveer 30 mensen om en vele anderen werden ontvoerd. Gewapende bandieten hebben bovendien een nabijgelegen katholiek complex ontheiligd.
Bisschop Bulus Yohanna van Kontagora, wiens bisdom een aanzienlijk deel van de staat Niger beslaat, heeft in een eigen verklaring gevraagd om de oprichting van een volledig uitgeruste militaire basis in de regio. In november 2025 werden in zijn bisdom 320 mensen ontvoerd uit een katholieke school in Papiri. Hij roept de regering op voldoende veiligheidspersoneel en middelen beschikbaar te stellen en samen te werken met lokale belanghebbenden om de vrede te herstellen.
In dezelfde verklaring bedankt de bisschop de regering voor de samenwerking die heeft geleid tot de veilige terugkeer van alle kinderen en medewerkers die uit de St. Mary’s School in Papiri waren ontvoerd. Ook meldde de gouverneur van de staat Kaduna dat 183 christenen die bij drie verschillende incidenten waren ontvoerd, inmiddels zijn vrijgelaten of gered.
De ernst van het geweld in Nigeria was voor Paus Leo XIV aanleiding om tijdens het Angelusgebed in Rome het geweld te veroordelen. Hij sprak zijn gebedsvolle verbondenheid uit met alle slachtoffers van geweld en terrorisme en hoopte dat de autoriteiten vastberaden zullen blijven werken aan de bescherming van het leven van iedere burger.
Kerk in Nood (ACN) beschouwt Nigeria al lange tijd als een prioritair land en ondersteunt verschillende projecten om de lokale Kerk te versterken, vooral in het noorden van het land. De organisatie roept haar weldoeners en vrienden op om te blijven bidden voor Nigeria, opdat vrede en gerechtigheid mogen terugkeren.
In het oude christelijke land Ethiopië zijn er nomadische groepen die nog nooit het evangelie hebben gehoord. De Spiritijnen, de paters van de Heilige Geest, werken samen met deze gemeenschappen. Om het goede nieuws te verspreiden en de cultuur te evangeliseren. Dat gaat gepaard met een dialoog over controversiële tradities.
“Elke gemeenschap heeft haar eigen cultuur. Natuurlijk is hun cultuur prachtig”, zegt pater Kilimpe Garbicha over het nomadische Hamar-volk. Zij leven in de Omo-vallei in het zuidwesten van Ethiopië. Pater Kilimpe, die in 2013 werd gewijd, is sinds 2022 provinciaal overste in zijn geboorteland. Tijdens een recent bezoek aan Kerk in Nood (ACN) sprak hij over het werk van de Spiritijnen als missionarissen onder het Hamar-volk.
“De Spiritijnen kwamen voor het eerst naar Ethiopië in 1972”, zegt pater Kilimpe. “Het charisma van de congregatie is om te gaan waar de Kerk personeel tekort komt of waar niemand anders naartoe gaat. “ Om deze reden zijn de Spiritijnen aanwezig in afgelegen plattelandsgebieden in Ethiopië. Daar staan ze nomaden bij die nog nooit van Jezus hebben gehoord. “We willen een dialoog aangaan met hun cultuur”, zegt pater Kilimpe over de Hamar.
Sommige aspecten van die cultuur kunnen voor buitenstaanders vreemd lijken, legt hij uit. Hij geeft als voorbeeld het stierenspringen. “Dit stieren springen is een soort overgangsrite voor jonge mannen. Ze zetten vier of vijf koeien naast elkaar. Dan springt hij erop en loopt eroverheen, een aantal keer, afhankelijk van zijn kracht.” Het ritueel is een toeristische attractie geworden. Dat levert geld op voor deze zeer arme regio van Ethiopië.
Er is echter één aspect van het ritueel dat pater Kilimpe verontrustend vindt. Wanneer de jongeman deze mijlpaal in zijn leven heeft bereikt, vieren de vrouwen en meisjes – familieleden en dorpsgenoten – dit samen met hem. "Als onderdeel van de viering zien we hoe vrouwen door de jongeman met takken worden geslagen”, zegt pater Kilimpe. “Voor hen is het een manier om hun vreugde te uiten, maar het slaan is erg wreed. Het verwondt de lichamen van de vrouwen en meisjes. Je ziet de vrouwen bloeden en ze houden er grote littekens aan over.”
Pr. Kilimpe legt uit dat de vrouwen en meisjes vaak vragen om geslagen te worden. Het wordt namelijk gezien als een uiting van vreugde en een manier om deel te nemen aan de ritus. “Ik zag een klein meisje van negen of tien jaar dat geslagen wilde worden. Haar moeder zei nee, maar de rest van haar familie stond het toe. Ze werd geslagen en ze glimlachte. Voor mij was dat onaanvaardbaar. Ik zag het litteken op haar lichaam. Dat raakte me. Het heeft bijna een blijvende indruk op me gemaakt.”
“Als missionaris voel ik me geroepen om iets te doen. Het maakt deel uit van evangelisatie. Het maakt deel uit van deze dialoog met de cultuur”, legt de Spiritijn uit. "Dat vereist veel gevoeligheid en respect. Het gaat om kleine gesprekken, zonder hen te veroordelen. Ze kunnen hun gewoonten behouden. Maar kunnen we het op een alternatieve manier doen die zachter is en geen schade toebrengt aan het lichaam van mensen? Het is een langzaam proces dat veel dialoog vereist.”
Ethiopië heeft een rijke en oude christelijke traditie, voornamelijk oosters-orthodox. Het is vrij zeldzaam dat er een aanzienlijk aantal katholieken in een gebied woont. Volgens pater Kilimpe brengt de kleine katholieke Kerk vooral integrale menselijke ontwikkeling in het land. “We brengen een holistische benadering van evangelisatie. Hart, geest en lichaam moeten worden gevoed”, legt hij uit. Dit omvat niet alleen kwesties zoals die rond het stierenspringen, maar ook andere onderwerpen. Zo gaat het ook over de watervoorziening en het stimuleren van onderwijs voor meisjes.
Pater Kilimpe heeft veel respect voor de cultuur van het Hamar-volk. “Ik wil niet dat mensen hun cultuur als slecht zien”, zegt hij. “We ondermijnen die niet. We gaan in dialoog met de cultuur en evangeliseren die. Als katholieken creëren we geen verdeeldheid. We creëren eenheid, respecteren de cultuur en gaan ermee om. Ook leren we hun taal en leven volgens hun levenswijze. We vinden belangrijke dingen in de cultuur die mensen kunnen helpen het evangelie te leren.”
Dit missionaire werk met de nomaden in de Omo-vallei is slechts een deel van het werk van de Spiritijnen in Ethiopië. Ook leiden zij parochies, het gevangenispastoraat en scholen. Daarnaast zijn ze betrokken bij humanitair werk en treden ze op als kapelaans voor het kantoor van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba. Pater Kilimpe vertelt dat de Spiritijnen de weldoeners van Kerk in Nood zeer dankbaar zijn voor hun steun. Zo is zijn congregatie de afgelopen vijf jaar bij meer dan tien projecten geholpen, waaronder de renovatie en bouw van kerken en andere gebouwen, vervoer, het verstrekken van misintenties en de vertaling van teksten in lokale talen.
Voor het tiende jaar op rij zal Kerstmis in het noorden van Burkina Faso zonder nachtmis worden gevierd. Door aanhoudende terroristische dreiging vinden de kerstvieringen noodgedwongen overdag plaats. Toch blijft het geloof onder de christelijke gemeenschappen opmerkelijk levend. In een gesprek met bisschop Théophile Naré (Kaya en Ouahigouya) en bisschop Justin Kientega (Dori) vertellen zij over angst en hoop, geweld en veerkracht – en over de cruciale rol van Kerk in Nood (ACN).
“In de avond en nacht verplaatsen is te gevaarlijk,” legt bisschop Théophile Naré uit. Daarom beginnen de kerstvieringen al vroeg op de dag. In zowel het bisdom Kaya als Ouahigouya geldt maximale voorzichtigheid. Sinds een kerkelijk veiligheidsforum in 2021 werken gelovigen, scouts, lokale vrijwilligers en veiligheidstroepen samen om grote religieuze feesten zo veilig mogelijk te laten verlopen. Deze maatregelen onderstrepen hoe diep de terreurdreiging ingrijpt in het kerkelijk leven – zelfs tijdens het hoogfeest van Kerstmis.
Toch weigert de Kerk zich te laten verlammen door angst. “Het bloed van de martelaren is het zaad van de Kerk,” zegt bisschop Naré, verwijzend naar Tertullianus. “Het sleutelwoord is veerkracht: volharden in gebed, hoop en het goede blijven doen.”
Een krachtig teken daarvan was de 125e verjaardag van de evangelisatie van Burkina Faso, die in maart werd gevierd in het Mariaheiligdom van Yagma. Ondanks de onveiligheid kwamen daar ongeveer twee miljoen gelovigen samen. Ook het seminarie van Koumi, in het westen van het land, zit vol – een opvallende paradox in een context waarin priesters doelwit zijn van aanslagen.
De levende Kerk toont zich ook in het pastorale werk in gevangenissen. Bisschop Justin Kientega viert regelmatig de Mis in de civiele gevangenis van Ouahigouya. Katholieken, moslims en protestanten nemen hier samen deel aan vieringen en bezoeken aan gevangenen. Dankzij de steun van Kerk in Nood (ACN) is recent een project goedgekeurd om het gevangenispastoraat verder uit te bouwen. “Deze pastorale aanwezigheid leidt tot veel bekeringen,” zegt bisschop Kientega.
De bisdommen Kaya, Dori en Ouahigouya zijn rijk aan stille heldenverhalen. In Pibaoré vormden vrouwen van een parochie afgelopen zomer een menselijk schild rond hun priester toen hij tijdens de Mis werd aangevallen. “Deze heldendaad haalde de media niet,” zegt bisschop Naré, “maar blijft een krachtig symbool van geloof en solidariteit.” De parochie zelf moest kort daarna worden verlaten: de bevolking sloeg op de vlucht en de priester woont sindsdien in Kaya.
Het noorden van Burkina Faso behoort tot de zwaarst getroffen regio’s van het land. In het bisdom Dori zijn nog slechts twee parochies open, die alleen met militaire escorte of per helikopter bereikbaar zijn. In Ouahigouya is de parochie van Thiou, nabij de grens met Mali, gesloten. Christelijke gemeenschappen zijn massaal verdreven naar steden, die daardoor explosief groeien. In Kaya en Kougoussi is de bevolking in tien jaar tijd verdrievoudigd. Ontheemden komen vaak aan met verwondingen, ziekten en diepe trauma’s.
De Kerk probeert te voorzien in de meest elementaire noden: voedsel, onderdak, medische zorg en onderwijs. Met steun van Kerk in Nood worden catechisten en seminaristen geholpen en wordt psychologische begeleiding geboden. Een priester uit Ouahigouya, opgeleid in Kenia, ondersteunt traumapatiënten samen met leken. “ACN houdt rekening met alle dimensies van de mens,” benadrukt bisschop Kientega. “Wij kunnen de weldoeners alleen maar danken en aanmoedigen om door te gaan.”
Ondanks de omvang van de crisis blijft internationale aandacht grotendeels uit. “Of men weet het en reageert niet, of men weet het niet,” verzucht bisschop Naré. Om deze stilte te doorbreken zullen, met steun van Kerk in Nood (ACN), twee priesters uit Kaya in het buitenland worden opgeleid in communicatie. Zo hoopt de Kerk haar stem te laten horen – ook met Kerstmis, wanneer de nacht stil blijft, maar het geloof blijft spreken.
Sommige parochies in het noorden van Mozambique kunnen honderden gemeenschappen omvatten, en priesters en religieuzen zijn niet in staat om ze allemaal te bereiken. Catechisten staan vaak in de frontlinie van de Kerk in de moeilijkste regio's en omstandigheden.
Ongeveer 300 gezinnen leven in moeilijke omstandigheden in het hervestigingskamp van Ntele in Mozambique. Ze zijn gevlucht voor het geweld dat delen van de provincie Cabo Delgado teistert. Al meer dan acht jaar lijden zij er onder een jihadistische opstand. Velen zijn getraumatiseerd door het geweld dat ze hebben ondergaan en het verlies van vrienden en familieleden. Omdat geestelijken in het bisdom overbelast zijn, wordt hun geloof levend gehouden door catechisten zoals Adérito Monteiro.
“Dit zijn mensen die hebben gezien hoe hun zonen, moeders, echtgenoten en familieleden werden onthoofd en anderen werden ontvoerd door jihadistische groeperingen. Ze werden gedwongen alles achter te laten, hun huizen, hun boerderijen en al hun bezittingen, en zijn hier hervestigd”, vertelt Adérito aan Kerk in Nood (ACN) over de aanslagen op christelijke dorpen in het land.
Midden in Ntele, tussen de geïmproviseerde huizen en hutten, staat de kapel van Sint-Antonius. Ook deze is gemaakt van natuurlijke en gerecyclede materialen, waaronder oude USAID-zakken die de regen en de zon buiten houden, maar hij is groter en heeft een groot kruis dat bestaat uit twee takken.
Hier komen de catechisten bijeen om hun werk te plannen. Sommigen onderwijzen de basisbeginselen van het geloof, anderen bereiden groepen voor op de doop of het vormsel, maar ze hebben allemaal hetzelfde doel, zegt Adérito Monteiro. “Te midden van de verschrikkingen en het trauma proberen we de vlam van de hoop weer aan te wakkeren, dat Christus leeft, dat Christus bij ons is.”
De families in het kamp van Ntele hebben bijna niets. Er is een tekort aan voedsel, water en medische zorg. Hetzelfde geldt voor catechetisch materiaal. “We hebben niet genoeg handboeken voor de catechisten, dus hetzelfde boek wordt door twee of drie van ons gebruikt. De ene gebruikt het 's ochtends, de andere 's middags. Dit is slechts een van de moeilijkheden waarmee we te maken hebben.”
Een ander probleem is het gebrek aan priesters, wat nog meer werk voor de catechisten betekent. “Onze parochie bestaat uit 17 zones. Elk van deze kan meer dan vijf gemeenschappen herbergen. We hebben dus veel gemeenschappen, maar slechts twee priesters. En die kunnen niet overal komen. Daar komen wij in beeld: wij gaan waar zij niet kunnen komen”, vertelt Adérito Monteiro aan Kerk in Nood. Te midden van zoveel leed, trauma’s en geweld zijn de vrijgevigheid en de toewijding van de catechisten tekenen van hoop en genegenheid.
Adério Monteiro deelt namens zijn collega's een boodschap voor de weldoeners van Kerk in Nood: “Hartelijk dank aan iedereen die ons helpt om onze gemeenschappen en onze gelovigen in Cabo Delgado bij te staan. Ik vraag u om voor ons te blijven bidden, om te bidden voor de missie van de catechisten. Bid voor vrede in Cabo Delgado en voor vrede in Mozambique in het algemeen.”
Naast de financiering van de geestelijke zorg voor de slachtoffers en de verwerking van trauma's, helpt uw bijdrage noodhulp en pastorale bijstand te geven aan ontheemden. Ook zijn voertuigen aangeschaft om pastorale werkers te ondersteunen bij hun werk.

Benedictinessen doen vruchtbaar werk in Tsjaad: het eerste contemplatieve klooster in dit overwegend islamitische land in Centraal-Noord-Afrika is zelfvoorzienend én dienend.
De eerste benedictijnse zusters die vanuit de Democratische Republiek Congo in Tsjaad aankwamen, beschouwden het als een bijzondere genade om deel te mogen nemen aan het 'avontuur' van deze nieuwe stichting. Ook de lokale bevolking had hoge verwachtingen van dit nieuwe klooster, hoewel de meesten van hen weinig kennis hadden van het kloosterleven. De jonge zusters die naar Tsjaad kwamen, waren geïnspireerd door de nieuwe missie die hun was toevertrouwd. Ze gingen met veel moed en enthousiasme aan de slag om deze te vervullen.
In het dorp Lolo in het bisdom Mondou was aanvankelijk niets: geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis, en de meeste mensen konden niet eens lezen of schrijven. Sinds het klooster in mei 2005 werd gesticht, hebben de zes benedictinessen ook een geestelijk centrum, een kleuterschool en een basisschool opgericht. Ze zetten zich ook in om vrouwen en meisjes te leren lezen en schrijven en om meisjes en jonge vrouwen, die tot op de dag van vandaag vaak tot een vroeg huwelijk worden gedwongen, een praktische beroepsopleiding te bieden. Vooral voor deze vrouwen en meisjes is de aanwezigheid van de zusters een grote steun.
Maar Tsjaad is een van de armste landen ter wereld. Het is daarom voor het klooster moeilijk om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Zuster Victorine, de priorin, schreef ons eerder: “De weinige middelen die we van buitenaf ontvangen, zijn niet voldoende en we hebben moeite om in de basisbehoeften van het klooster te voorzien, zoals voedsel, medicijnen en kleding, maar ook in de geestelijke behoeften, zoals de opleiding van onze jongere zusters, retraites en geestelijke oefeningen.”
Met uw steun van 8560 euro hebben de Benedictinessen een klein landbouwproject opgezet om in hun eigen onderhoud te voorzien. Met het geld dat u heeft gegeven, konden zij landbouwwerktuigen, zaden en een paar koeien kopen. Zij hebben nu een stuk land van zes hectare. Op een stuk land van twee hectare verbouwen zij gierst en sesam voor eigen gebruik. Verder verbouwen zij aardnoten voor de verkoop. Een deel van de opbrengst wordt vervolgens opnieuw in het project geïnvesteerd, zodat het succesvol kan worden voortgezet.
Zuster Myriam komt oorspronkelijk uit de Democratische Republiek Congo. Zij vertelt ons: “Ik doe mijn eerste missionaire ervaring op in Tsjaad. De gemeenschap hier is jong en daarom moeten we heel hard werken, vooral met onze handen. Ik heb geleerd hoe ik de trekdieren moet leiden en de velden moet ploegen, en ook hoe ik gierst moet verbouwen.”
“We voorzien in ons eigen levensonderhoud. Ook ondersteunen we de lokale gemeenschap met sociale projecten, zoals onderwijs, toegang tot schoon drinkwater en gezondheidszorg. Ik wil de weldoeners van Kerk in Nood hartelijk bedanken voor deze belangrijke steun om ons zusters op deze manier in ons levensonderhoud te voorzien!” Lees ook dit artikel over christenen in Tsjaad.

Zuster Gianna heeft een glimlach op haar gezicht als ze spreekt over haar missie in Kambia, een plaats in Sierra Leone zonder elektriciteit of andere basisvoorzieningen. Met haar Zusters van de Barmhartige Jezus, een congregatie die gesteund wordt door Kerk in Nood (ACN), doet zij essentieel werk in een land dat nog herstellende is van de verschrikkingen van de oorlog.
Gianna is een van de drie zusters van haar congregatie die momenteel in Kambia, Sierra Leone, wonen. De mensen hebben er geen basisvoorzieningen zoals badkamers en elektriciteit, maar bovenal hebben ze geen hoop op een betere toekomst. In het land, dat nog steeds worstelt met de geesten van een burgeroorlog tussen 1991 en 2002, vielen meer dan 50 duizend doden. Ruim een half miljoen mensen moesten hun huizen ontvluchten.
Ebola en corona
Na de oorlog kwam Ebola en vervolgens de covid-pandemie. In zo'n tragische omgeving is het moeilijk om dromen levend te houden. “Overal waar we komen proberen we te laten zien dat God liefde is. We zijn hier nog niet zo lang, maar door onze manier van leven proberen we te laten zien wat het betekent dat God barmhartig en liefdevol is”, zegt zuster Gianna. De Poolse zuster arriveerde in 2016 in Sierra Leone en begon al snel grote plannen te maken. Het onderwijsniveau was erg laag en kinderen en jongeren hadden moeite met schrijven en lezen. De zusters wilden een lokale kleuterschool en een pastoraal centrum voor jongeren openen.
Respect voor katholieke scholen
Met de hulp van Kerk in Nood (ACN) zijn deze dromen nu uitgekomen. “We hebben dit gebouw kunnen renoveren, zodat de kinderen er kunnen komen leren. We hebben het dak gerepareerd en een badkamer gebouwd. Nu kunnen we ze leren hoe ze deze dingen moeten gebruiken om hun levensniveau te verbeteren. De kinderen komen elke dag en ze leren, studeren en spelen, maar ze krijgen ook een warme maaltijd, wat voor hen zeldzaam is. Ze zijn gelukkig en ze hebben geluk”, zegt zuster Gianna, die haar diepste dank betuigt aan alle weldoeners die dit mogelijk hebben gemaakt.
Gewoonlijk steunt Kerk in Nood (ACN) geen kleuterscholen. Maar Sierra Leone is een heel speciaal geval, omdat scholen en kleuterscholen meestal de enige mogelijkheid bieden voor evangelisatie. De meerderheid van de bevolking is moslim, maar er is een wijdverbreid respect voor christelijke waarden, aangezien de meeste opgeleide inwoners zijn opgevoed in katholieke scholen. Ouders hebben er daarom geen probleem mee om hun kinderen in aanraking te laten komen met het Christendom, inclusief het gebed.
Centrum voor retraites
Een andere plaats voor evangelisatie is het Centrum voor Goddelijke Barmhartigheid. “Dit is een plek waar we weekendretraites kunnen organiseren. We willen de mensen helpen om geestelijk te groeien in het geloof. Wij, de zusters, willen iedereen eraan herinneren dat wij allen kostbaar zijn in Gods ogen omdat Jezus zijn leven aan het kruis gaf voor iedereen”, legt de zuster aan Kerk in Nood (ACN).
Volgens de plaatselijke Kerk heeft de aanwezigheid van de zusters een zeer positieve invloed gehad op het leven in de wijk, vooral voor de jeugd en de kinderen. Er zitten nu ongeveer 100 kinderen op de kleuterschool. Hoewel ze nog jong zijn, hopen de zusters dat hun voorbeeld hen de rest van hun leven bij zal blijven. “De meeste families komen uit de omgeving van de compound. Op zondag kleden ze hun kinderen vaak in hun mooiste kleren en sturen ze hen om met ons te bidden. Deze vorm van evangelisatie werkt. Wij kunnen niet veel evangeliseren met woorden, maar door ons voorbeeld geloof ik dat veel van deze kinderen in de toekomst dicht bij Christus zullen komen.”
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD