De crisis in de Democratische Republiek Congo (DRC) verdiept zich. In het noorden van het land is een nieuw terreurfront ontstaan. Ondanks het gevaar en de dreiging van hongersnood blijven missionarissen bij de mensen. Zij willen hun gemeenschappen niet in de steek laten. Volgens hen zijn zij “levende tekenen van Gods aanwezigheid”.
Missionarissen in Noord-Congo zien nieuwe vluchtelingenstroom
In de noordelijke regio Opper-Uele hebben honderden mensen alles achtergelaten. Zij vluchtten uit hun dorpen, nadat onbekende terroristen het platteland teisterden.
Missionarissen in de DRC stuurden getuigenissen naar Kerk in Nood (ACN). Daaruit blijkt dat de situatie een humanitaire crisis veroorzaakt. Dorpsbewoners trekken massaal naar grotere steden. Die zijn echter slecht voorbereid op zo’n toestroom van intern ontheemden.
Massale aankomst van ontheemden
Volgens pater Claudino Gomes werd de stad Isiro onlangs “wakker door de massale aankomst van ontheemden”. Het ging om mensen uit “tientallen dorpen in de bush”. Sommigen legden ongeveer 125 kilometer te voet af om een veilig heenkomen te vinden.
"De situatie overviel iedereen", zegt de Comboni-missionaris. "Veel mensen dachten dat de gevechten in de DRC vooral in het oosten plaatsvonden. Daarbij ging het met name om de provincies Noord-Kivu en Zuid-Kivu."
Mensen openen huizen voor nieuwkomers
De gemelde niveaus van geweld zijn schrijnend. Volgens de Comboni-missionaris doodden terroristen in Elimba meerdere mensen. Elimba is de gemeenschap van de parochie die het meest ver weg ligt. De slachtoffers waren bezig met kleinschalige goudwinning.
Ook het grote dorp Ndubala kreeg te maken met geweld en dood. “Iedereen vraagt zich af hoe lang dit geweld nog zal duren”, zegt de priester.
Toch reageerden lokale families in Isiro volgens pater Claudino bewonderenswaardig. Zij openden hun huizen voor de nieuwkomers. Sommige gezinnen namen tussen de tien en twintig mensen op. Ook de autoriteiten bouwen hulpstructuren op, onder meer in scholen. Daarnaast is de Kerk vanzelfsprekend betrokken geraakt.
Missionarissen in Noord-Congo bieden pastorale en medische steun
“De ontheemden zijn opgevangen in kloosters en in katholieke en protestantse parochies in Isiro”, legt pater Claudino uit. “In de katholieke parochie van Sint-Anna, waar ik werk, vangen wij mensen op die onderdak nodig hebben. Ook ondersteunen wij de gezinnen die hun hart en hun deuren hebben geopend voor mensen die bijna met lege handen aankwamen. Op dit moment verblijven er 140 mensen bij ons. Daarnaast ondersteunen wij 40 gezinnen met rijst en bonen.”
Bijna alle katholieken uit de 40 gemeenschappen in de bush en de savanne verblijven nu in Isiro. Daarom vindt pater Claudino het vanzelfsprekend dat de Kerk hen helpt waar dat kan. Die hulp bestaat uit medische en pastorale ondersteuning. Soms dienen priesters de sacramenten toe. Op andere momenten luisteren zij vooral naar de mensen.
Noden blijven groeien
“We hebben ook voetbal, catechese en gebed voor de kinderen. De parochie van Sint-Anna is het geestelijke thuis geworden van alle ontheemden”, zegt pater Claudino. Hoewel iedereen op dit moment doet wat mogelijk is, blijven de noden groeien.
“De lokale economie is ingestort. Op de velden zijn de bonen- en pindaplantages verlaten, net toen ze klaar waren om geoogst te worden en met rijst ingezaaid te worden. Al het vee is verloren gegaan. Huizen zijn in brand gestoken. Alles is weg. Het spook van de honger is al zichtbaar”, waarschuwt de priester.
Onveiligheid breidt uit
Kerk in Nood (ACN) ontving vergelijkbare verhalen van andere missionarissen. Pater Bienvenu Clemy is eveneens Comboni-missionaris. Hij is verantwoordelijk voor de parochie van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten in Mungbere. Volgens hem heersen overal angst en onzekerheid.
“Mungbere is een kleine stad in de provincie Opper-Uele. Het is hier altijd vreedzaam geweest. Maar sinds ongeveer een maand bevinden wij ons in een moeilijke situatie. Dat komt door de onveiligheid die wordt veroorzaakt door de gevechten tussen het leger en de rebellen”, legt hij uit.
De meeste mensen sloegen op de vlucht. Toch besloot zijn gemeenschap te blijven. “De meeste mensen zijn gevlucht, maar onze gemeenschap besloot dat wij bij de armen moesten blijven. Er zijn hier mensen die geen familie hebben. Daarom zijn wij bij hen gebleven.”
Volgens pater Bienvenu is voedsel nu het grootste probleem. Mensen kunnen niet langer de bush in om hun akkers te verzorgen. “Wij proberen het vol te houden. We delen wat wij hebben en we bidden dat de situatie tot rust komt”, zegt de priester in een videoboodschap aan Kerk in Nood (ACN).
“God laat zijn volk niet in de steek”
Ook pater Marcelo Oliveira, een derde Comboni-missionaris, deed via Kerk in Nood (ACN) een dringende oproep tot solidariteit. Hij verblijft momenteel in Kinshasa.
De missionarissen zullen volgens hem bij de mensen blijven, wat er ook gebeurt. “God laat zijn volk niet in de steek. Hij gaat met hen mee. Daarom zullen wij, missionarissen, het volk blijven begeleiden, ondanks vervolging, zelfs in lijden, zelfs wanneer wij niet genoeg hebben. Wij zullen bij de mensen blijven. Wij zijn levende tekenen van Gods aanwezigheid”, besluit hij.
Kerk blijft aanwezig ondanks gevaar
Die aanwezigheid is mede mogelijk dankzij de hulp van projecten van Kerk in Nood (ACN) in de regio. De stichting financiert pastorale initiatieven, zoals retraites en vorming voor catechisten. Ook helpt Kerk in Nood (ACN) de plaatselijke clerus met misintenties.
Kerk in Nood (ACN) roept al haar vrienden en weldoeners op om in deze moeilijke tijd te bidden voor de Kerk in de DRC.




