Burgeroorlog, economische crisis, politieke instabiliteit en de pandemie hebben de bevolking van het Midden-Oosten geteisterd. Velen zien geen toekomstperspectief meer en honderdduizenden zijn naar het buitenland gevlucht of leiden een miserabel leven als binnenlandse ontheemden. De regio blijft een prioriteit voor Kerk in Nood. Het primaire doel van onze hulp is om de Christenen er hoop te geven en hen te steunen om in hun thuisland te blijven, de bakermat van het christendom.

Veel Christenen in het Midden-Oosten lijden nog steeds onder de gevolgen van oorlog en IS-terreur. Ook de economische en politieke situatie boezemt de mensen angst in, zodat velen een betere toekomst in het buitenland blijven overwegen. Regelmatig ontvangen we berichten over aanslagen, intimidatie door milities en verhalen over de misère die het gevolg is van een mengeling van sancties, verwoesting en corruptie.






Een documentaire over de jarenlange genocide op Christenen in Irak en hun dilemma: blijven in wat eens de bakermat van het Christendom was... of vertrekken. Vanwege internationale filmrechten is deze film van CRTN, onderdeel van Kerk in Nood, alleen met een wachtwoord te zien. Meld u aan en krijg gratis toegang.
Een lichtpuntje voor de christenen in het Midden-Oosten was de reis van de paus naar Irak in maart 2021. Het bezoek bemoedigde de gelovigen en bood hen nieuw zelfvertrouwen - niet alleen in Irak zelf, maar in het hele Midden-Oosten. Christenen nieuwe hoop geven is ook ons doel in de regio. Zo konden we in 2021 voor meer dan 10,8 miljoen euro projecthulp verlenen in de prioritaire landen Syrië en Libanon. Dit omvatte noodhulp voor voedsel en medicijnen, steun voor senioren en studenten, materiële hulp voor zusters, Misintenties voor priesters en fondsen voor de wederopbouw van pastorale structuren, alsmede noodhulp voor kerkelijke scholen en ziekenhuizen.





Sinds de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten is de zuidgrens van Libanon opnieuw een oorlogsgebied geworden. Pastoor Maroun Youssef Ghafari van Alma Sha'b, aan de grens met Israël, verloor zijn broer bij een aanval op het dorp. Toch besloot hij, ondanks het gevaar, bij zijn gemeenschap te blijven.
Afgelopen maandag, 9 maart, werd een medepriester gedood bij een Israëlische luchtaanval op zijn dorp. Vier burgers raakten ook gewond. Onder de slachtoffers bevinden zich inwoners en leden van de reddingsteams die na een eerste explosie te hulp waren gekomen.
Pierre al-Raï, een maronitische medepriester van pater Marouan uit het christelijke dorp Qlayaa was niet het laatste slachtoffer. Zijn vastberadenheid werd op dramatische wijze op de proef gesteld toen zijn broer Sami Ghafari (70) in de tuin van zijn huis, in hetzelfde dorp, omkwam bij een luchtaanval.
Hoewel Zuid-Libanon overwegend sjiitisch-islamitisch is, zijn er in de regio ook dorpen met een christelijke meerderheid, zoals Qlayaa, Marjayoun en Alma Sha'b. Het laatste dorp ligt op slechts twee kilometer van de Israëlische grens. Voordat de gevechten weer oplaaiden, telde het bijna 350 inwoners. Momenteel is dat aantal gedaald tot 100, waaronder volwassenen, kinderen en ouderen.
Ondanks de intensivering van de gevechten en de Israëlische evacuatiebevelen hebben veel inwoners ervoor gekozen om op hun land, in hun dorpen en kerken te blijven. Ze vrezen dat hun eigendommen en hun velden vernietigd worden als ze vertrekken. In een gesprek met de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN) vertelt Ghafari: "Wij steunen hen in deze beslissing. Wij blijven ondanks de oorlog.”
De pastoor van Alma Sha’b voegde eraan toe dat de gemeenschap een hoge prijs heeft betaald vanwege het conflict. “Ongeveer 90% van de huizen werd verwoest toen we eind december 2024 gedwongen moesten vertrekken. Wij denken dat als we weer vertrekken, om welke reden dan ook, we niet mogen terugkeren. Wat er over is, wordt dan opnieuw verwoest.”
De priester vertelde Kerk in Nood (ACN) dat andere christelijke dorpen in de buurt van de grens hetzelfde hebben besloten. “We hebben de nodige maatregelen genomen in overleg met de apostolische nuntius, de lokale kerk en de civiele autoriteiten en met de United Nations Interim Forces in Lebanon (UNIFIL). We hebben hen laten weten dat we niet vertrekken, ook al weten we dat er in oorlogstijd geen garanties zijn.”
De moord op zijn eigen broer op 8 maart heeft uiteraard diepe indruk op hem gemaakt en op de hele christelijke gemeenschap: “Het verlies van een Libanese burger die van zijn dorp Alma Sha’b hield, die totaal niets met het conflict te maken had en die bovendien mijn broer was, heeft ons in diepe droefheid achtergelaten. Oorlog brengt niets dan vernieling, dood en ontheemding.”
Ghafari voegde eraan toe: “Als priester en als christen beschouw ik Sami als een martelaar. Ze hebben hem vermoord. Ook pastoor Al-Raï werd vermoord terwijl hij zijn parochie diende. We bidden dat hun zielen in vrede mogen rusten en dat hun nagedachtenis een bron van troost en kracht mag zijn voor onze gemeenschappen.” Voor pater Ghafari is de beslissing om te blijven dan ook een daad van geloof. “Wij vertrouwen op de goddelijke voorzienigheid en op de voorspraak van de Maagd Maria, onze beschermster.”
De christenen in Libanon zijn het levende bewijs dat het christendom in het Midden-Oosten niet alleen een demografische realiteit is, maar ook een levende aanwezigheid, belichaamd door mannen en vrouwen die getuigen van hun gehechtheid aan hun geloof en aan hun land.
In die zin benadrukte de pastoor van Alma Sha'b het belang van gebed en praktische steun. “Als de universele Kerk zich niet bekommert om deze gemeenschappen die verspreid liggen langs de grens – en die zijn teruggebracht tot niet meer dan 15 beschadigde christelijke dorpen – lopen ze het risico hetzelfde lot te ondergaan als de christenen in het Heilige Land”, waarschuwt hij. “We hopen dat ze niet in de loop van de tijd verdwijnen. Door hun verbondenheid met hun heilige land geven ze het mooiste getuigenis van trouw en volharding.”
Pr. Ghafari is van mening dat het op dit moment prioriteit heeft om de veiligheid te waarborgen en de vrede te herstellen, en bedankt Kerk in Nood voor haar steun. “Namens de parochie, en in het bijzonder namens de armen – die het dichtst bij Jezus staan – wil ik onze oprechte dankbaarheid betuigen aan allen die ons steunen, in het bijzonder aan de weldoeners van Kerk in Nood, die ons terzijde heeft gestaan met materiële hulp, voedsel en medische benodigdheden.”
“Wij christenen hebben niets met deze oorlog te maken. We blijven toegewijd aan een cultuur van leven, dialoog en vrede. Wij bidden voor deze intentie in al onze dagelijkse missen en elke zondag. We blijven verenigd in gebed, met de katholieke kerk, christenen van over de hele wereld en alle mensen met gezond verstand, voor een einde aan deze ramp”, besluit hij.
Volgens de laatste informatie die na het schrijven van dit artikel is ontvangen, zal het dorp Alma Sha’b naar verwachting worden geëvacueerd vanwege de verslechterende veiligheidssituatie in het gebied.
Helpt u kwetsbare christenen in het Midden-Oosten nu zij uw steun nodig hebben? Kijk dan hier wat u kunt doen?

Een aanval met een drone beschadigde woensdag gebouwen van de kerk in de overwegend christelijke wijk van Erbil in Noord-Irak. Lokale christenen zijn er bang voor hun toekomst nu spanningen in het Midden-Oosten escaleren. Een interview met bisschop Warda van Erbil.
"Als er oorlog uitbreekt in het Midden-Oosten, worden we geconfronteerd met een nieuwe erosie, snel of langzaam. Blijven we? Hebben onze kinderen een toekomst?", aldus de Chaldeeuwse katholieke aartsbisschop Bashar Warda van Erbil in een verklaring aan Kerk in Nood (ACN). "We zijn bang voor bommen en onzekerheid. Onze hoop in Jezus is niet gebaseerd op politiek, maar op Gods trouwe aanwezigheid", voegde hij eraan toe.
De aanval beschadigde een gebouw dat eigendom is van het Chaldeeuwse aartsbisdom Erbil en het nabijgelegen klooster van de Chaldeeuwse Dochters van Maria Onbevlekt. Het complex diende als accommodatie voor jonge stellen en studenten van de Katholieke Universiteit in Erbil, die gedeeltelijk wordt gefinancierd door Kerk in Nood (ACN). Gelukkig vielen er geen slachtoffers.
Het appartementencomplex was enkele dagen eerder ontruimd vanwege dreigingen dat de nabijgelegen Amerikaanse militaire basis en de internationale luchthaven van Erbil doelwit zijn. De waarschuwingen volgden op Amerikaanse en Israëlische luchtaanvallen op Iran. Deze leidden tot het uitbreken van een oorlog in de regio.
Volgens John Neill, assistent en projectcoördinator van aartsbisschop Warda, is de gemeenschap diep geschokt door de aanslag: “We zijn erg bezorgd en geschokt. Oorlog is zo willekeurig. Het is een wonder dat niemand gewond lijkt te zijn geraakt. We bidden tot de Heilige Geest om iedereen te beschermen.”
Fadi Issa, de internationale vertegenwoordiger van Kerk in Nood in Noord-Irak, waarschuwde dat de veiligheidssituatie in het land snel verslechtert nu door Iran gesteunde milities raketten afvuren op Amerikaanse militaire bases. Sommige van die projectielen komen in bevolkte gebieden terecht.
Volgens Issa is het tempo van de raket- en drone-aanvallen op Erbil de afgelopen dagen toegenomen. Luchtverdedigingssystemen hebben sommige onderschept. Andere zijn neergestort in Ankawa, onder meer in de buurt van een kerk en woongebouwen.
Het nabijgelegen klooster – dat weldoeners van Kerk in Nood ook ondersteunen – maakt deel uit van een complex met een catechesecentrum en de kerk van St. Petrus en Paulus. Op drukke momenten krijgen er wel 1.000 jongeren les over het christendom.
Volgens Issa zijn christelijke gemeenschappen in de nabijgelegen Nineveh-vlakte steeds bezorgder over de mogelijkheid van een verdere escalatie. “Vandaag bidden gezinnen nog intenser. Ze hopen dat de vrede zal zegevieren en dat er een einde komt aan deze chaotische en zinloze oorlog”, zei hij. “Deze oorlog roept herinneringen op aan de gedwongen ontheemding van 2014. Mensen denken misschien opnieuw na over emigratie.”
Sommige christenen uit de Nineveh-vlakte, die in Erbil woonden, keren mogelijk terug naar hun geboorteplaatsen. Veel van de gezinnen die in Noord-Irak bleven nadat ze in 2014 waren gevlucht voor de invasie van Mosul en de Nineveh-vlakte door Islamitische Staat (ISIS) behielden hun huizen op de Vlakte van Nineveh.
De donateurs van Kerk in Nood (ACN) blijven de gemeenschap steunen. Zo dragen zij bij aan studiebeurzen voor studenten aan de Katholieke Universiteit in Erbil, catechese en andere christelijke onderwijsprogramma's, en het pastorale werk van de Kerk.

In het zuiden van Libanon is de maronitische priester Pierre El Rai omgekomen. De projectpartner van Kerk in Nood (ACN) hielp mensen die getroffen waren door een bombardement in een nabijgelegen gebied toen er opnieuw een aanval plaatsvond. De precieze omstandigheden van zijn dood worden nog onderzocht.
Pastoor Pierre El Rai werkte samen met kerk in Nood bij de ondersteuning van de pastorale activiteiten van de parochie Klayaa. De parochie in het Maronitische bisdom Tyrus bedient ongeveer 3.000 parochianen.
Kerk in Nood heeft ook berichten ontvangen dat Sami Ghafari (70) bij hetzelfde geweld om het leven omkwam. Hij was de broer van een andere Libanese priester. Ghafari werd vermoord in de tuin van zijn huis in het dorp Aalma el Chaab, een christelijk dorp dichtbij de grens.
Vertegenwoordigers van Kerk in Nood bezochten het dorp tijdens de wapenstilstand, vóór de huidige escalatie van het geweld. Ze vierden daar de Eucharistie met de plaatselijke parochiegemeenschap, onder wie Sami Ghafari.
De onveiligheid in Zuid-Libanon neemt de afgelopen dagen toe. Toch hebben veel priesters en religieuze zusters ervoor gekozen om bij hun gemeenschappen te blijven. Ook veel christelijke gezinnen zijn in hun dorpen gebleven, omdat ze hun huizen, land en middelen van bestaan niet willen opgeven.
Priester Pierre El Rai stond bekend om zijn inzet voor de lokale gemeenschappen en om zijn pastorale dienstbaarheid in een regio die bijzonder gekenmerkt wordt door instabiliteit en spanning.
Kerk in Nood vraagt om gebed voor zijn zielenrust, voor zijn familie en voor allen die door het geweld getroffen zijn. De stichting nodigt gelovigen over de hele wereld uit om ook te bidden voor vrede in Libanon en voor bescherming van de toch al kwetsbare christelijke gemeenschappen in de regio.

Volgens de Libanese regering zijn bijna 30.000 mensen ontheemd geraakt na een golf van aanvallen op maandag 2 maart door de Israëlische luchtmacht. De aanvallen hebben de fragiele rust verstoord die de afgelopen maanden heerste. De Kerk biedt reeds opvang aan families die hun huizen ontvluchten.
Gedurende de hele dag bleef de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN) in direct contact met projectpartners van de Kerk – bisschoppen en religieuze gemeenschappen – om de veiligheidssituatie en de dringende humanitaire behoeften te beoordelen.
In Saida beschreef de Grieks-Melkitische bisschop Elie Haddad de gespannen sfeer: “Er vliegen raketten over onze hoofden.” Het gebied zelf is niet direct getroffen, maar openbare scholen zijn opengesteld om ontheemde gezinnen op te vangen en parochiecentra zijn begonnen met het opvangen van mensen die de bombardementen ontvluchten.
Verder naar het zuiden, in Tyrus, vertelde de Grieks-Melkitische bisschop Georges Iskandar aan Kerk in Nood (ACN) dat kerkelijke instellingen al christelijke gezinnen opvangen. Hij schat dat ongeveer 800 christelijke gezinnen in zijn bisdom binnenkort hulp nodig zullen hebben als de escalatie voortduurt.
Hij beschreef de menselijke tol van het hernieuwde geweld als volgt: “De mensen zijn uitgeput; ze vrezen voor hun kinderen en hun toekomst; ze verlangen naar een eenvoudig en gewoon leven: dat een kind zonder angst naar school kan gaan, dat een bejaarde rustig in zijn huis kan slapen, dat een vader en moeder in waardigheid kunnen werken voor hun dagelijks brood.”
“Als herder van deze lokale kerk is het mijn voornaamste zorg om dicht bij deze onschuldige mensen te blijven: onder hen aanwezig te zijn, naar hun lijden te luisteren, met hen te bidden en hen eraan te herinneren dat hun waardigheid in Gods ogen gewaarborgd is en dat de christelijke hoop niet gebaseerd is op machtsverhoudingen, maar op het geloof in de Heer van de geschiedenis, die vrede wil voor Zijn volk.”
Maronitische bisschop Charbel Abdallah van Tyrus meldde dat veel inwoners van de stad Tyrus voorlopig in hun huizen blijven, maar dat christenen uit grensdorpen zijn begonnen met evacueren.
In de Bekavallei verloopt de crisis op een manier die doet denken aan de oorlog van 2024. Maronitische bisschop Hanna Rahme van Baalbek-Deir El Ahmar meldde dat moslim- en christelijke families uit Baalbek opnieuw hun toevlucht zoeken in Deir El Ahmar – onder hen veelal dezelfde families die daar tijdens het vorige conflict ook onderdak vonden. Openbare scholen zijn heropend om ontheemde families op te vangen, en ook de St. Nohra-kerk biedt onderdak.
Ondanks de uiterst beperkte middelen benadrukte bisschop Rahme dat de Kerk de mensen in nood niet in de steek zal laten: “Het zijn onze mensen; we zullen voor hen zorgen met wat we hebben.”
In het nabijgelegen dorp Zboud hebben ongeveer 100 mensen hun toevlucht gezocht in een school die wordt gerund door de Zusters van Goede Werken. Meer mensen passen er niet in. Zuster Jocelyne Joumaa waarschuwde: “We zijn voorlopig veilig, maar het zal zeker snel onze beurt zijn.”
Hoewel de Libanese regering openbare opvangcentra en noodhulplijnen heeft opgezet, blijft de situatie zeer onstabiel. Verschillende bisdommen hebben aangegeven dat als de escalatie voortduurt, zij wellicht gedwongen zullen zijn internationale hulp in te roepen om voedsel, noodpakketten en basisondersteuning te bieden aan ontheemde gezinnen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en staat klaar om te reageren zodra de behoeften de komende dagen duidelijker worden. De stichting roept ook op tot gebed voor vrede en stabiliteit in Libanon en het hele Midden-Oosten.

Nu de spanningen in het Midden-Oosten opnieuw oplopen, waarschuwt de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood (ACN) dat een verdere escalatie van het geweld verwoestende gevolgen kan hebben voor de christelijke gemeenschappen in de hele regio.
"De christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten mag niet uitsterven", aldus Regina Lynch, uitvoerend voorzitter van Kerk in Nood (ACN) International. "Een nieuwe spiraal van geweld zou de toch al kwetsbare gemeenschappen over het punt van overleven heen kunnen duwen."
Vrijheid ja – oorlog nee.
Zelfs in landen als Iran, waar christenen worden gediscrimineerd en aan beperkingen worden onderworpen, blijven kleine gemeenschappen hun geloof belijden, vaak onder zeer moeilijke omstandigheden. Vooral bekeerlingen blijven bijzonder kwetsbaar. “Het verlangen naar vrijheid en waardigheid onder de volkeren in de regio is legitiem”, aldus Lynch. “Maar de prijs van een nieuwe oorlog zou extreem hoog zijn. Burgers lijden altijd het meest, en christenen behoren vaak tot de meest weerlozen.”
Irak: fragiel herstel in gevaar
In Irak neemt de angst toe. Christelijke dorpen die de afgelopen jaren door extremistisch geweld zijn verwoest, zijn nog maar net herbouwd. De situatie blijft fragiel en berust op de hoop dat de wederopbouw standhoudt en dat terugkerende christelijke families hun leven weer kunnen opbouwen. "Een nieuwe golf van verwoesting zou voor deze gemeenschappen bijna onmogelijk te doorstaan zijn", waarschuwt Lynch. "Veel christenen zijn al geëmigreerd en zullen bij een nieuwe oorlog waarschijnlijk niet terugkeren. Degenen die achterblijven zijn vaak ouderen, armen en zeer bezorgd over de toekomst.”
Syrië en Libanon: minderheden blijven kwetsbaar
In Syrië blijft de onzekerheid bestaan terwijl het land een politieke transitie doormaakt. Extremistische ideologieën zijn niet verdwenen en blijven een risico vormen voor minderheden die als ‘westers’ worden beschouwd, waaronder christenen.
In Zuid-Libanon zijn christelijke gemeenschappen herhaaldelijk in een spiraal van geweld terechtgekomen, ondanks dat zij niets anders dan vrede verlangen. “Ze willen vrede en zijn onschuldig, maar toch worden ze herhaaldelijk het slachtoffer van conflicten”, aldus Lynch. Medewerkers ter plaatse melden toenemende onrust nu al duizenden mensen ontheemd zijn geraakt.
Gaza en Westelijke Jordaanoever
In Gaza blijft de humanitaire situatie rampzalig. Elke verdere verstoring van de hulpverlening zou het voortbestaan van de kleine overgebleven katholieke parochie en de duizenden mensen die van haar hulp afhankelijk zijn, in gevaar brengen.
Op de Westelijke Jordaanoever hadden veel christelijke gezinnen gehoopt op een toename van het aantal pelgrims en bezoekers tijdens de paasperiode. De hernieuwde instabiliteit bedreigt hun levensonderhoud, aangezien toerisme een belangrijke bron van inkomsten blijft.
Ondanks de onveiligheid en ontberingen zetten parochies en religieuze gemeenschappen hun werk voort: ze delen voedsel uit, runnen scholen, bieden onderdak aan ontheemde gezinnen en bevorderen waar mogelijk verzoening.
Al tientallen jaren ondersteunt Kerk in Nood (ACN) christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten en zal dat blijven doen. “We roepen op tot gebed en solidariteit”, concludeerde Lynch. “Wat de politieke ontwikkelingen ook mogen zijn, de christelijke aanwezigheid en de missie van de Kerk in het Midden-Oosten moeten voortduren.”
Na een periode van strijd, is in Aleppo de rust enigszins teruggekeerd. Dat betekent echter niet dat het land in vrede verkeert. Mariëlle Boutros van Kerk in Nood (ACN) vertelt over de blijvende spanningen, trauma’s en de moeizame wederopbouw in de op één na belangrijkste stad van Syrië.
Dagenlang vocht een door Koerden geleide coalitie - die twee wijken bezet hield - tegen troepen van de Syrische regering. Hoewel geen van beide partijen in het conflict iets tegen de christelijke gemeenschap had, verloren veel christenen bezittingen.
“Veel christelijke huizen zijn verbrand of anderszins beschadigd. We zijn bezig met het verzamelen van cijfers, maar uit mijn hoofd kan ik zeggen dat we ongeveer 25 volledig verwoeste huizen hebben en ongeveer 350 die lichte, middelbare of zware schade hebben opgelopen”, aldus Mariëlle Boutros. Voor Kerk in Nood (ACN) begeleidt de Libanese projecten in Beiroet en in Syrië.
“De Kerk inventariseert momenteel de schade. Ook bekijken we hoe we de christenen kunnen helpen terug te keren naar hun huizen en deze weer op te bouwen”, legt Boutros uit.
Helaas heeft het geweld ook slachtoffers geëist, met zowel doden als gewonden die in het kruisvuur terecht zijn gekomen. “Op dit moment is alles weer normaal. Maar wat echt is aangetast, is de psychologie van de mensen. Er is een nieuw trauma als gevolg van deze minioorlog in Aleppo. Het bracht herinneringen aan de burgeroorlog terug, trauma's die waarschijnlijk lange tijd verborgen waren gebleven. De winkels zijn open en de lessen op school zijn begonnen. Maar de emotionele toestand van de mensen is nog niet normaal.”
Dit is volgens haar vooral tragisch omdat ze de laatste keer dat ze in Syrië was, voor een conferentie in december van christelijke liefdadigheidsinstellingen die in het land werkzaam zijn, een ontluikend optimisme in de lokale gemeenschap constateerde.
“Ik kwam eigenlijk met een positief gevoel vanwege de mensen. Omdat de christenen vrijer beginnen te denken, zijn ze meer in staat om te dromen en weer in zichzelf te investeren, om weer van hun land te houden, ook al blijven er ernstige problemen bestaan”, legt ze uit. Ze benadrukt dat hetzelfde misschien niet geldt voor andere religieuze of etnische minderheden, zoals de druzen of de alawieten. Zij hebben het afgelopen jaar met ernstigere vervolging te maken gehad.
De terugkeer van de rust in Aleppo betekent echter niet dat het land in vrede verkeert. De door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten blijven een groot deel van het noordoosten van het land controleren. Nu de onderhandelingen tussen hen en de nieuwe regering vastlopen, rukken de troepen van Damascus op naar grote steden als Al-Hassakeh en Qamishli. Beide hebben belangrijke christelijke gemeenschappen.
“We hebben contact opgenomen met de lokale bisschoppen. Zij zijn voorzichtig en roepen op tot gebed. Ik hoop dat er een wapenstilstand wordt gesloten en dat er geen bloed meer wordt vergoten”, zegt Marielle Boutros, die waarschuwt voor mogelijke instabiliteit die zich uitbreidt naar de Iraakse regio's aan de andere kant van de grens, waar ook christelijke gemeenschappen wonen.
Weldoeners van Kerk in Nood (ACN) steunen verschillende projecten in het noordoosten van Syrië. Zo worden zomerkampen voor kinderen gesteund, krijgen lokale geestelijken misintenties en is er financiële steun voor christelijke scholen. “Het is tijd dat Syrië een punt zet achter jaren van conflict. Het Syrische volk wil gewoon in vrede leven”, besluit Mariëlle Boutros.

Libanon is een land met een rijke christelijke traditie, maar de situatie van christelijke gezinnen staat onder zware druk. De diepe economische crisis, politieke spanningen en blijvende onzekerheid maken het leven voor velen uitzichtloos. Prijzen rijzen de pan uit, en werkloosheid is wijdverspreid. Vooral voor gezinnen met kinderen zijn het zware tijden.
Toch blijft de Kerk aanwezig. In het zuiden van het land, in het bisdom Sidon, zetten priesters, religieuzen en vrijwilligers zich onvermoeibaar in voor kinderen en jongeren. Ze organiseren al meer dan dertig jaar een zomerkamp voor kinderen – veilige en hoopvolle momenten midden in de chaos. Voor veel kinderen is het kamp het enige uitje dat ze het hele jaar meemaken.
“Het zomerkamp voor kinderen is hét hoogtepunt van het jaar,” vertelt bisschop Maroun Ammar. “Een zomer met God helpt hen daardoor wortel te schieten in hun land en hun geloof.”
De kampen zijn kleinschalig, gedragen door lokale parochies en vrijwilligers. Maar toch zijn ze kostbaar: vervoer, maaltijden, begeleiding, materiaal en soms ook overnachting moeten allemaal bekostigd worden. Door de hoge inflatie en toenemende armoede kunnen ouders dat vaak niet meer zelf betalen.
Met steun van Kerk in Nood hoopt het bisdom dit jaar minstens vijf zomerkampen voor kinderen mogelijk te maken, verspreid over het zuiden van Libanon. De vraag is groot, de middelen schaars.
Een kamp kost per kind relatief weinig: voor slechts € 34 kunnen twee kinderen deelnemen. Toch is dat bedrag voor veel Libanese gezinnen onbereikbaar. Daarom ondersteunt Kerk in Nood deze kampen, zodat ook de armste kinderen een plek krijgen.
Uw steun maakt het mogelijk dat kinderen hoopvol de toekomst tegemoet kunnen gaan – geworteld in geloof, gedragen door de liefde van Christus, en omringd door mensen die naar hen omzien. Zoals kinderen in Nederland naar een zomerkamp kunnen (klik bijvoorbeeld hier) zo gunt u dat toch ook aan kinderen in Libanon?
Met uw gebed én een concrete bijdrage zorgt u ervoor dat kinderen in Libanon deze zomer mogen lachen, spelen en groeien in geloof. Een geschenk dat verder reikt dan één week: het raakt harten en draagt vrucht voor de toekomst.
Meer weten over het nieuws uit het Midden-Oosten? Klik dan hier

De economische crisis in Libanon heeft geleid tot een schrijnend tekort aan medicijnen, vooral voor kwetsbare kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. In het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet ziet zuster Marie Makhlouf dagelijks hoe kinderen lijden door het gebrek aan essentiële medicatie. Uw steun kan het verschil maken: met een gift van €19,45 voorziet u een kind van levensreddende medicijnen.
Ik zou willen dat u zuster Marie Makhlouf kon ontmoeten. U zou haar begrijpen, hoewel zij een ander leven in een ander land heeft. U zou haar zorgen begrijpen. De zorgen die zij heeft omdat ze een kind niet de hulp kan geven die het verdient. Zonder medicijnen krijgen sommige kinderen in haar ziekenhuis ernstige gedragsproblemen.
Zo begint een jongen zich ineens in zijn eigen arm te bijten, tot bloedens toe, wanhopig. Gelukkig liep het dit keer goed af voor het kind en onze zuster. Het treurige is dat dit had kunnen worden voorkomen. Heel eenvoudig eigenlijk: door het kind medicijnen te geven met uw donatie. En daarom kom ik bij u.
Iedere dag hopen de zusters van het El-Saleeb ziekenhuis in Beiroet dat u die persoon voor ‘hun’ kinderen wilt zijn. Kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap die hen beperkt en verdrietig of onhandelbaar maakt. Deze kinderen hebben vaak niemand meer. Behalve de zusters in het ziekenhuis. Zusters die de kinderen alle liefde en aandacht geven die ze in zich hebben.
Als u in het ziekenhuis kon zijn, zou u met eigen ogen zien hoe de kinderen opbloeien en hoe dankbaar ze zijn. Maar al die liefde kan helaas niet voorkomen dat de kinderen in El-Saleeb lijden. Dat komt door de medicijncrisis in Libanon.
De mensen in Libanon voelen de economische crisis elke dag. Er was die vreselijke explosie in de haven van Beiroet die u zich misschien nog herinnert. De werkloosheid is enorm. Banktegoeden zijn bevroren. Salarissen zijn niet eens voldoende om naar het werk te reizen of om de huur te betalen. Onder hen Georgette, die voor haar kleinkinderen zorgt. Kerk in Nood sprak eerder met haar over haar situatie en de steun die ze nodig heeft in deze roerige tijden. Ontelbaar veel mensen lijden honger. In het bijzonder de gehandicapte kinderen.
Voor deze kinderen voeren de zusters in El-Saleeb een dagelijkse strijd voor hun bestaan. Een strijd om de kinderen die zij onder hun hoede hebben eten en drinken te geven. Én om hen van hun dagelijkse medicijnen te voorzien. Kinderen met epilepsie die elk moment een aanval kunnen krijgen. Hyperactieve tieners, afhankelijk van hun tabletten omdat ze anders niet eens in slaap vallen. De zusters zien deze arme kinderen lijden, dag in dag uit. Ze voelen zich machteloos. Want geld voor medicijnen - dat hebben ze niet.
Daarom vragen de zusters om steun. En daarom richt ik mij vandaag tot u, in de verwachting dat ik bij u aan het goede adres ben.
Wilt u deze kinderen met hun beperkingen helpen door vandaag een doos met levensreddende medicijnen te kopen? Een doos kost € 19,45. Daarmee verzacht u hun pijn, geeft u ze rust, laat u ze weer lachen, doet u ze hun ellende vergeten. Daarnaast verlicht u met uw gift de zorgen van de zusters. U helpt ze de kinderen zo goed mogelijk te verzorgen. Meer mag natuurlijk ook!
Weet in elk geval dat de zusters en de gehandicapte kinderen in El-Saleeb u onbeschrijfelijk dankbaar zijn voor uw steun en dat u om hen geeft. U bent echt hun reddende engel.

Voor veel ouders in Libanon is de toekomst van hun kinderen een grote zorg. Is er nog wel genoeg geld om het schoolgeld te betalen? U kunt hen helpen!
Want helaas is de economische situatie in Libanon zo slecht dat leraren door de overheid niet of te weinig betaald krijgen. Zij doen hun werk met veel liefde en brengen grote offers, maar hebben thuis ook kinderen die moeten eten.
Scholen hangt sluiting boven het hoofd omdat ze de leraren niet kunnen betalen of omdat ouders het schoolgeld niet kunnen opbrengen. U kunt ervoor zorgen dat kinderen op katholieke scholen onderwijs blijven krijgen! Geeft de kinderen vrede, vreugde en waardigheid.
Met uw bijdrage van € 41 kan een kind een maand naar school. En met uw bijdrage van € 145 kan een leraar ook thuis de eindjes aan elkaar knopen.
Helpt u mee, zodat christelijke gezinnen in dit land van de Bijbel blijven wonen?
U kunt hier doneren of hier:

Honderdduizenden jonge katholieken uit de hele wereld (ook uit Nederland) bereiden zich voor op de Wereldjongerendagen in Lissabon. Jongeren uit Syrië en Libanon kunnen er niet bij zijn. De situatie in deze landen is te kritiek.
Maar de bisschoppen zitten niet bij de pakken neer.
De bisschoppen willen in beide landen eigen Wereldjongerendagen oragniseren voor in totaal 2100 jongeren.
Helaas hebben de jongeren en de Kerk niet het geld om de organisatie te betalen.
Alleen met uw hulp kunnen deze evenementen doorgaan. Deze jonge mensen zijn de hoop van het christendom in het Midden-Oosten!
De jonge katholieken in Syrië en Libanon verdienen uw hulp. Klik op de donatiebutton en help mee.
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD