fbpx

Pakistaans echtpaar: “Acht jaar onschuldig in dodencel gezeten”

dinsdag, 10 mei 2022
Persoonlijk verhaal
In juli 2013 werden Shagufta en Shafqat Emmanuel, een katholiek echtpaar in Mian Channu, ten zuiden van Lahore, Pakistan, gearresteerd op valse beschuldiging van blasfemie. Na acht jaar in de dodencel te hebben gezeten, gescheiden van elkaar en van hun vier kinderen, werden zij op 3 juni 2021 eindelijk vrijgelaten door het Hooggerechtshof van Lahore. Eindelijk vrij, deelt Shagufta haar verhaal met Kerk in Nood, in haar eigen woorden.
I spent 8 years on death row after being falsely accused of blasphemy – the story of Shagufta and Shafqat Emmanuel from Pakistan

“Ik ben geboren in een gezin met een sterk christelijk geloof. Ik ging regelmatig naar de Mis en ontving de communie en ik was altijd erg enthousiast over de catechismus en het bidden van de rozenkrans. Mijn vader en mijn moeder leerden mij en mijn zes broers en zussen sterk te zijn in ons geloof en klaar te staan voor allerlei offers of vervolgingen.

De meeste gezinnen in ons dorp waren Moslim, maar er was ook een flink aantal Christenen. Wij hadden zeer hartelijke betrekkingen met de Moslims. Ik herinner me dat ik met Moslim meisjes speelde en wij bezochten elkaars huizen en wisselden groeten en snoepjes uit tijdens Kerstmis en Eid al-Fitr. Mijn broers hadden ook zeer goede Moslim vrienden. Ik herinner mij geen enkele ruzie of geschil in naam van de godsdienst.

Een paar jaar na ons huwelijk met Shafqat Emmanuel verhuisden wij naar Gojra, want mijn man kreeg daar een baan. Tragisch genoeg werd hij verlamd door een verdwaalde kogel, toen hij een gevecht probeerde te beëindigen, ongeveer 12 jaar geleden. Het leven was daarna hard, maar wij hadden het geluk dat wij werk kregen op de St John’s High School, in Gojra. Na schooltijd repareerde mijn man mobiele telefoons, om wat extra geld te verdienen voor de gezinsuitgaven.

Toen, op een dag in juli 2013, zagen wij tot onze grote schrik verschillende politiebusjes voorrijden, met tientallen agenten. Ze vielen ons huis binnen en arresteerden mijn man en mij op beschuldiging van godslastering in de vorm van een beledigend bericht over Mohammed, verstuurd via onze mobiele SIM-kaart. De telefoon stond op mijn naam geregistreerd en werd ook door mijn man gebruikt. Het beledigende bericht was geschreven in het Engels, een taal die noch mijn man noch ik spreken of lezen. We werden een nacht in politiebewaring gehouden; de volgende dag werden we overgebracht naar de gevangenis.

In de gevangenis werden we gemarteld. De agenten zeiden tegen mijn man dat als hij niet zou bekennen, zij mij voor zijn ogen zouden verkrachten, en dus bekende hij, hoewel wij beiden onschuldig waren. Wij zaten acht maanden in de gevangenis voordat een rechter ons schuldig verklaarde en ter dood veroordeelde. Onze advocaat mocht zijn slotpleidooi niet afmaken en geen van ons beiden werd gehoord. Ik viel flauw toen ik dit doodvonnis hoorde. De veroordeling was een grote klap voor ons en voor onze familie en schokte de hele christelijke gemeenschap in Pakistan en elders.

Shafqat werd naar de gevangenis van Faisalabad gebracht, terwijl ik naar een dodencel in Multan werd gebracht. Wij zaten acht lange jaren in de dodencel. U kunt zich voorstellen hoe zwaar dit voor mijn kinderen was, in die tijd waren mijn zonen 13, 10 en 7 jaar oud en dochter was pas 5 jaar oud. Zij moesten steeds verhuizen en brachten hun tijd door met zich te verbergen voor Moslim fundamentalisten die dreigden hen aan te vallen. Ze bezochten mij slechts om de vijf of zes maanden, voor ongeveer 20 tot 30 minuten. Ik huilde elke dag omdat ik niet bij mijn kinderen was. Mijn leven was angstaanjagend en ik bleef maar denken dat mijn man en ik op een dag opgehangen zouden worden.

Ondanks al deze beangstigende nachtmerries heb ik nooit de hoop of mijn geloof verloren. Ik bad dagelijks, zonder ophouden. Ik las de Bijbel en zong Psalmen en hymnen in het Urdu en Punjabi, en daar putte ik veel troost uit. Ik verloor nooit het geloof en de hoop dat, aangezien mijn man en ik onschuldig waren, mijn altijd levende Heer Jezus Christus – die de dood heeft verslagen en op de derde dag uit de dood is opgestaan – ons zou bevrijden en mij uit de dood zou doen opstaan.

Verscheidene malen werd mij gezegd dat, als ik mij tot de Islam zou bekeren, mijn doodvonnis zou worden omgezet in levenslang in de gevangenis en dat ik uiteindelijk zou worden vrijgelaten. Ik heb altijd nee gezegd. De opgestane Heer Jezus Christus is mijn leven en mijn Verlosser. Jezus Christus heeft Zijn leven voor mij opgeofferd, hoewel ik een zondaar ben. Ik zal nooit en te nimmer mijn godsdienst veranderen en mij tot de Islam bekeren. Ik zou nog liever opgehangen worden dan Jezus Christus te verloochenen.

Intussen kwam de goddelijke interventie op gang. Er gingen zeer krachtige stemmen op tegen ons oneerlijke proces en vonnis in het Europees Parlement, door mensenrechtenorganisaties over de hele wereld, en ook door de katholieke Kerk, en Kerk in Nood. Zij baden voor onze vrijlating en boden ons morele en geestelijke steun. Mijn man en ik zullen al onze medestanders altijd dankbaar zijn. Hartelijk dank! God zegene hen allen!

Een tijdlang was Asia Bibi, die ook ter dood veroordeeld was op grond van valse beschuldigingen van godslastering, mijn buurvrouw in de dodencel in Multan. Telkens als wij elkaar ontmoetten, plachten wij samen te bidden, elkaar te troosten en ons vast geloof in Jezus Christus te vernieuwen. Met Kerstmis deelden wij taart met andere Moslim- en Christengevangenen.

Toen ik hoorde dat Asia vrijgelaten was, was mijn hart vervuld van vreugde. Ik was ervan overtuigd dat ook ik op een dag vrijgelaten zou worden. Eindelijk gebeurde dat en werden mijn man en ik vrijgelaten. Maar hoe jammer is het dat Shafqat en ik, net als Asia Bibi, niet met ons gezin in Pakistan konden blijven, asiel moesten verkrijgen en ons in een ander land moesten vestigen, omdat fanatieke en extremistische moslims erop uit waren ons te doden als wij in Pakistan zouden blijven.

Wij zijn echter heel blij dat een Europees land ons asiel heeft verleend en nu is ons gezin herenigd. We zijn hier veilig, en we zijn vrij om onze godsdienst te belijden. Ik hoop en bid dat deze valse beschuldigingen van godslastering, die vaak worden geuit om persoonlijke rekeningen te vereffenen, in Pakistan zullen ophouden en dat degenen die schuldig worden bevonden aan het vals beschuldigen van anderen, gestraft zullen worden. Alle lof en glorie zij mijn levende Heer Jezus Christus en mijn barmhartige God, die een God van Gerechtigheid is.”

Op dit moment zijn er 23 Christenen in Pakistan die op verdenking van blasfemie in de cel zitten. Ook weten veel Christenen die bedreigd worden met de gevolgen van de blasfemiewet niet hoe ze zich weerbaarder kunnen maken tegen misbruik. Helpt u hen mee? Kijk wat u kunt doen op onze speciale actiesite.