Project

Op zijn reis naar Chili bezoekt paus Franciscus de stad Iquique in het noorden van het land. Veel migranten uit omliggende landen wonen hier. Kerk in Nood steunt er zusters die hen met liefde en zorg opvangen.

Doneer voor dit project

Door Maria Lozano

Het is drie uur ‘s morgens. De temperatuur bedraagt ongeveer tien graden onder het vriespunt. Een jonge vrouw uit Colombia stapt uit een bus. Ze is al acht dagen onderweg. Ecuador, Peru en Bolivia zijn maar tussenstops op een reis die haar uiteindelijk naar Chili moet brengen. Ze is afkomstig uit Buenaventura, een havenstad in Colombia, berucht om criminele drugsbendes en guerrilla´s. Geweld en armoede gaan er hand in hand. Ze heeft al haar hoop op Chili gesteld.. de weinige hoop die over is nadat ze werd beroofd en mishandeld bij de controleposten in Peru en Bolivia. Het beetje spaargeld dat ze bij zich droeg, werd haar bij een controle afgenomen. Ze kon weliswaar de grens oversteken, maar kreeg geen migrantenkaart voor de landen die het Andespact hebben ondertekend. Nu is ze een illegale migrant in Bolivia aan de grens met Chili.

Kloosterzusters verhoren hulpkreet
Het is slechts een van de vele verhalen die Fanny Lupa, een van de Dochters van Liefde van Vincentius de Paul, elke dag opnieuw te horen krijgt in het opvangcentrum. De kloosterzusters hebben in 2011 het centrum “Missie: aan de grens staan” geopend. Het huis ligt namelijk aan de grensovergang Pisiga-Colchane, op 3.800 meter hoogte en aan de Transoceánica, de verbindingsweg tussen Brazilië, Bolivia en Chili, tussen de Atlantische en de Stille Oceaan. Zuster Fanny: “De armen hebben ervoor gezorgd dat dit opvangcentrum werd opgericht. God heeft hun kreten en hulpgeroep verhoord. Want het waren de kreten van pijn van migranten, onze broeders en zusters, die drie “Dochters van Liefde” hoorden.” De meeste vluchtelingen die de overgang in Pisiga-Colchane aan de Boliviaans-Chileense grens oversteken, zijn eenzaam en worden uitgesloten. Ze beschikken niet over middelen om in hun levensonderhoud te voorzien.”

Hoogteziekte en koude
Ook de 44-jarige Esther is samen met haar vier kinderen gearriveerd en voelt zich in de steek gelaten. “De kinderen zijn op mij aangewezen. Voor hen ben ik moeder en vader tegelijk. Ik vecht voor hen. Alles wat ik doe, doe ik voor mijn kinderen”, zegt ze zonder dat ze haar tranen kan bedwingen. Net als 95% van de migranten die aan de deur van de “Missie: aan de grens staan” aankloppen is zij Colombiaanse van Afrikaanse afkomst. Zuster Fanny lijdt samen met hen: “Ze zijn al acht dagen onderweg zonder in een bed te hebben geslapen, zonder eten. Ze komen hier bijna doodgevroren aan hebben bovendien vaak last van hoogteziekte. Soms voelen ze zich alsof ze sterven, want op grote hoogte raken mensen in de war.” Ook voor de kloosterzusters zijn de omstandigheden waaronder ze moeten werken zeker niet gemakkelijk. Wegens het koude klimaat, de hevige wind en de grote hoogte moeten zij wegens ziekte vaak worden afgelost. Toch doen zij hun werk. “Eerst en vooral geven we hen warme mate-thee. Zodra ze het wat warmer hebben, bieden wij hen iets te eten aan en tonen we hen waar ze kunnen slapen. Vervolgens proberen wij ons in een gesprek een beeld te maken van hun situatie.”

Voorkomen van mensenhandel
Na al het leed dat ze hebben meegemaakt en de ervaringen tijdens de harde reis lijkt het centrum voor de vluchtelingen een stukje hemel. Zo vertelt Esther: “De zusters weten niet voor wie ze de deuren openen. Ze stellen twee of drie vragen en nodigen je uit om binnen te komen! Daar geven ze je een bed, voedsel en een dak boven het hoofd. Het is een zegen. Echt: die vrouwen zijn een ware zegen.” Zuster Fanny: “Voor de vluchtelingen is dit huis als een luxe hotel. Ze kunnen weer een bad nemen en hun kleren wassen, zaken die ze dagenlang niet konden. Wij moeten hen ook veel moed inspreken.” Behalve een dak boven het hoofd en warmte geven de kloosterzusters de migranten ook advies, in het bijzonder om te vermijden dat vrouwen - die vaak over weinig middelen beschikken en alleen reizen - niet in de klauwen van mensenhandelaars vallen of in de prostitutie terechtkomen. Ze geven hen ook advies over de mogelijkheden om Chili legaal binnen te komen. Ze waarschuwen hen voor de risico’s van een illegale binnenkomst in het land en geven de migranten meer uitleg over hun rechten en plichten.

Afgewezen vanwege huidskleur
Omdat de kloosterzusters ook bidden, samen met en voor de mensen die naar het opvangtehuis komen, voelen ze de pijn van de erbarmelijke situatie en slechte behandeling die de vluchtelingen moeten verduren. Ze vragen met aandrang om respect: “Het doet pijn om te zien hoe Colombianen, en voornamelijk niet-blanken, wegens hun huidskleur worden afgewezen of als tweederangsburgers worden behandeld. Ik droom ervan dat dit op een dag niet langer het geval is.” Zuster Fanny voelt zich gesterkt omdat paus Franciscus op zijn reis naar Chili een plaats bezoekt die de migranten tijdens hun verblijf vaak vermelden, namelijk Iquique. Migranten zullen er de Heilige Mis bijwonen die paus Franciscus daar op 18 januari zal opdragen. De Heilige Vader zal ook voor hen bidden.

Vanuit Pisiga zullen de Dochters van Liefde ook samen met hem bidden. Zij begonnen er hun werkzaamheden in een gehuurd huis, de eerste drie jaar zonder geschikte uitrusting. De badkamers, de keuken en de slaapzalen voldeden niet aan de behoeften. Vaak moesten ze op de grond slapen. In 2014 ondersteunde Kerk in Nood naast de bouw van het opvangcentrum voor migranten ook die van een woonhuis voor de kloosterzusters. Daar wordt met uw hulp nu een systeem met zonne-energie, watertanks en een pompinstallatie gebouwd. Zuster Fanny: “We weten dat we er niet alleen voor staan. Met uw ondersteuning voor onze gemeenschap maakt u deze missie voor de migranten mogelijk. Moge God u alle broeders en zusters van Kerk in Nood tot in eeuwigheid zegenen voor het werk dat u doet.”

Kerk in Nood steunt diverse congregaties en bisdommen die migranten opvangen in Zuid-Amerika. Wilt u hen steunen in dit belangrijke werk? Doneer dan online via onze website of maak uw gift over onder vermelding van “Migranten Zuid-Amerika.”

Doneer voor dit project