fbpx

Zwaar beschadigde centra bieden noodhulp

vrijdag, 14 augustus 2020
Nieuws
Kerk in Nood werkt samen met projectpartners om slachtoffers van de explosie in Beiroet te helpen. Daarbij ontvangt de organisatie steeds meer verhalen over materiële en persoonlijke verliezen bij de centra en de religieuzen die zelf getroffen zijn.

Kerk in Nood heeft in Libanon in samenwerking met diverse organisaties de hulp aan door de explosie getroffen gezinnen opgevoerd. Samen met de Catholic Near East Welfare Association (CNEWA), de Pontifical Mission en Caritas Libanon en hun netwerken van projectpartners biedt de pauselijke stichting voedselpakketten aan 5.880 gezinnen die leven in het gebied van Gemmayze in Beiroet tot Dbayeh op de berg Libanon.

“De explosie heeft ons geschokt”, vertelt zuster Rita Khoury van de Daughters of Charity, een van de congregaties die door het project worden gesteund. De zusters hebben sinds 1959 een kliniek voor de bescherming van moeders en kinderen in de kuststad Achrafieh, Beiroet, in de arme buitenwijk van Karm el Zeitou , waar ze basiszorg en medische diensten leveren.

Zuster Rita en een groep medewerkers en vrijwilligers lopen sinds de explosie door de smalle straten van de dichtbevolkt wijk Karm el Zeitoun. Ze proberen de noden te beoordelen en mensen waar mogelijk te helpen. “De huizen van onze medewerkers en veel bewoners die in het gebied leven, zijn beschadigd. Ook de vijf centra van onze congregatie, waaronder twee  scholen in Achrafieh, zijn zwaar beschadigd. Helaas hebben we bij de explosie een zuster verloren.”

Ashrafieh is een van de oudste wijken van Beiroet met duizenden oude gebouwen. Op slechts 2 kilometer afstand van de haven van Beiroet werden de gebouwen beschadigd, ramen en deuren verbrijzelde en meubels en apparatuur vernield. Ten noorden van Ashrafieh liggen ook twee arme en dichtbevolkte wijken die hun aandeel in de schade hebben gehad – Bourj Hammoud en Nabaa, waar achtergestelde Libanezen, kwetsbare vluchtelingen en gemarginaliseerde migrantenarbeiders leven. Twee aan de kerk gerelateerde klinieken die Kerk in Nood ondersteunt en die normaal gesproken al medische en sociale hulp bieden aan meer dan 7.000 hulpbehoevenden, zullen er nu de noodhulp distribueren.

“Het centrum is zwaar beschadigd. Mijn kantoor is volledig vernield. Er zijn 25 ramen, 15 deuren, een vals plafond, verschillende laptops en een kopieermachine gesneuveld”, vertelt Serop Ohanian, directeur van het Karagheusische sociaal-medische centrum in een interview met Kerk in Nood. “Godzijdank dat de explosie om 18 uur plaatsvond! Als het 3 uur eerder was gebeurd, zouden onze patiënten, mijn personeel en ik nu dood zijn! We verwelkomden in de ochtend nog 250 patiënten met een team van 50 personeelsleden. Ik kan me niet voorstellen wat de situatie dan zou zijn geweest.”

Ook zuster Marie Justine el Osta van de Maronitische congregatie van de Heilige Familie, directeur van de sociaal-medische centrum Intercommunale, werd verrast door de explosie. “In alle 15 jaar burgeroorlog ben ik nooit getuige geweest van zo’n verwoesting in één oogopslag. Geen enkel huis, geen enkele winkel, geen enkele instelling is gespaard gebleven van schade. Drie van onze medewerkers hebben verwondingen opgelopen terwijl ze in hun huizen waren.”

Vanuit de apotheek van het centrum, gelegen in de arme Nabaa-wijk in Oost-Beiroet, zullen ook voedselpakketten worden gedistribueerd. De wijk heeft gemengde gemeenschappen; Christenen die tijdens de burgeroorlog uit Libanon en andere delen van het land zijn verdreven, maar ook een groot aantal buitenlandse vluchtelingen en arbeiders (Syrisch, Egyptisch, Iraaks, Sri Lankaans, Filippijns, enz.)  De apotheek is getroffen en bijna alle ramen, houten deuren en zelfs stalen deuren zijn beschadigd, maar geld en tijd om te repareren is er niet. “Godzijdank is het weer nu goed, maar over een paar maanden hebben we misschien regen en dan zal het een ramp zijn. Deze mensen hebben dringend steun nodig, want ze kunnen de reparaties niet alleen uitvoeren en zitten zonder werk, geld en voedsel”, aldus zuster Marie Justine.