fbpx

Kirgistan – kleine katholieke gemeenschappen tussen hoge bergen

woensdag, 10 maart 2021
Nieuws
De Jezuïet Johannes Kahn heeft de afgelopen decennia pastoraal werk verricht in verschillende landen in Oost-Europa, Centraal-Azië en Rusland. Bijna tien jaar lang diende hij een kleine katholieke minderheid in Kirgistan. In februari 2021 was hij enkele dagen te gast in Zwitserland bij Kerk in Nood (ACN) om verslag uit te brengen over de projecten die de internationale katholieke pastorale organisatie in Centraal-Azië uitvoert. Een interview door Ivo Schürmann.
Existence aid for 5 nuns and 1 Jesuit brother of the Apostolic Administrator in Kyrgyzstan in 2019

Hoe bent u tot geloof gekomen in de Sovjettijd?
Het geloof werd mij bijgebracht door mijn moeder en grootmoeder. We baden vaak in ons gezin, voor het eten, voor het naar bed gaan, maar ook tussendoor. Er waren geen priesters in het noorden van Kazachstan, waar wij woonden. Dat veranderde toen mijn familie in 1978 naar Centraal-Kazachstan verhuisde. De Heilige Mis werd daar regelmatig gevierd en mijn geloof werd sterker. Ik kwam tot het besef dat ik priester wilde worden. Nadat ik de twee jaar van de verplichte militaire dienst in het Sovjetleger had volbracht, kon ik in het seminarie gaan.

Het geloof en het leger: hoe ging dat samen?
In het leger was het niet zonder risico om gelovig te zijn, maar ik had geluk: Ik heb in die tijd veel kunnen bidden. Bovendien mocht ik als etnische Duitser die in Rusland woonde, tijdens mijn diensttijd niet met wapens omgaan, wat ik prima vond. Ik werkte niet alleen op kantoor, maar ook als vrachtwagenchauffeur. Ze stelden me vaak opzettelijk aan om op christelijke feestdagen te werken.

Wat gebeurde er nadat je je dienstplicht had vervuld?
Na mijn ontslag ging ik naar het enige katholieke seminarie in de voormalige Sovjet-Unie, dat in Letland was gevestigd. De seminaristen uit alle republieken van de Sovjet-Unie traden toe tot het seminarie. Op 1 maart 1991 besloot ik Jezuïet te worden. Ik verbleef enkele jaren in Letland voordat de orde mij naar Innsbruck (Oostenrijk) stuurde om aan de universiteit te studeren. Nadat ik mijn diploma had behaald, werd ik terug naar het Oosten gestuurd. Eerst naar Tadzjikistan, daarna naar Siberië (Novosibirsk), later naar Kazachstan en tenslotte voor een langere periode naar Kirgistan.

Waarom Kirgizstan?
Mijn oudere broer Alexander Kahn, die ook theoloog en Jezuïet is, was overste in Kirgistan. Hij was op zoek naar priesters omdat er daar niet genoeg van waren. Zo kwam ik terecht in dat prachtige land met bergen tot 7000 meter hoogte en veel zon. De katholieken leven verspreid over het hele land als een kleine minderheid van ongeveer 1000 gezinnen. Zij vormen een heterogene groep waartoe ook Koreaanse en Russische katholieken behoren. In totaal zijn er acht priesters, een religieuze broeder en zes religieuze zusters. Het zouden er meer zijn, maar zij mogen Kirgistan al maanden niet meer binnen vanwege de inreisbeperkingen vanwege het coronavirus. Tot nu toe zijn er in het land zelf geen roepingen geweest.

Bestaat er godsdienstvrijheid?
In theorie, ja. In werkelijkheid, niet altijd. Er zijn grote administratieve hindernissen die overwonnen moeten worden om erkend te worden als religieuze gemeenschap. Je moet bewijzen dat de gemeenschap voldoet aan de minimale lidmaatschapseis, wat de katholieken niet doen. Pastoraal werkers van buiten het land moeten er altijd op voorbereid zijn dat hun verblijfsvergunning kan worden ingetrokken. De vrijheid om kerkdiensten te vieren is ook beperkt, wat niets te maken heeft met de beschermende maatregelen die vanwege corona van kracht zijn. Katholieken worden getolereerd, maar er worden veel obstakels op ons pad gelegd. Er is slechts één katholieke kerk in heel Kirgistan, de kapel van broeder Klaus in Talas. Tot op heden zijn extra kerken niet goedgekeurd. De tekenen lijken er echter steeds meer op te wijzen dat de Kerk binnenkort toestemming zal krijgen om een kerk te bouwen in de hoofdstad Bisjkek. Moslims, die 80% van de bevolking uitmaken, en Russisch-orthodoxe christenen ondervinden geen beperkingen. Rusland oefent nog steeds veel invloed uit in de landen van de voormalige Sovjet-Unie; een feit dat zeer in het voordeel is van de Russisch-orthodoxe Kerk.

Waarom de voorbehouden tegen katholieken?
De katholieke Kerk neemt in Rusland en dus ook in Kirgistan een moeilijke positie in. Zij wordt niet gewaardeerd, omdat zij zich actief inzet voor de sociale voorzieningen. Dit maakt Rusland boos en dus oefent de Russische staat druk uit op de katholieke Kerk, ook via Kirgistan. Bovendien zijn er in Kirgistan radicale Moslims die zich verzetten tegen alles en iedereen wat niet islamitisch is. Vanuit Turkije en Pakistan wordt geld in het land gepompt om een radicalere interpretatie van de Islam te bevorderen. Tot nu toe werd Kirgistan altijd als vreedzaam en tolerant beschouwd.

Wat voor werk doet Kerk in Nood er?
De liefdadigheidsorganisatie steunt de pastoraal werkers met hulp voor hun levensonderhoud. Nieuwe voertuigen zijn regelmatig nodig omdat de priesters lange afstanden moeten afleggen. In de winter kunnen de temperaturen dalen tot -40°C, waardoor goede en robuuste auto’s absoluut noodzakelijk zijn.

Hoe beoordeelt u de politieke situatie?
Begin januari 2021 zijn er presidentsverkiezingen gehouden. De nieuwe president, Sadyr Shaparov, heeft 79% van de stemmen behaald. Niemand weet wat we van hem kunnen verwachten. In het verleden was Kirgistan een vreedzaam en gastvrij land. Wij hopen dat dit niet zal veranderen zolang Shaparov aan de macht is.