In grote delen van Azië en Oceanië maken armoede en natuurrampen het leven van de bevolking moeilijk. In het hele gebied vormt migratie vanaf het platteland een probleem. Communistisch totalitarisme, radicaal islamisme en religieus nationalisme behoren tot de grootste bedreigingen voor de godsdienstvrijheid in een groot deel van deze uitgestrekte regio.

Waar christenen op de Filipijnen en in Zuid-Korea volledige vrijheid van godsdienst genieten, worden in het atheïstische Noord-Korea mensen om hun geloof in werkkampen gestopt. Christenen in landen als India ervaren dagelijks onderdrukking door hindoefundamentalisten en in landen als Pakistan en Afghanistan door moslimextremisten. Zelfs in meer liberale landen is een tendens te bespeuren van controle over kerk en geloof, zoals zichtbaar in China en Maleisië.






Op het Filipijnse eiland Mindanao lijkt de terreurgroep Maute, vernoemd naar de broers die haar in 2013 oprichtten, weer de kop op te steken. De aan Islamitische Staat gelieerd groep bestaat voornamelijk uit oud-strijders die de slag om de stad Marawi in 2017 overleefden, waarbij ten minste 1.200 mensen omkwamen. Kerk in Nood steunt er de slachtoffers van de conflicten en de Sililah-beweging voor dialoog, een belangrijk middel om radicalisering door islamisten tegen te gaan.
Kerk in Nood helpt lokale kerken bij het uitvoeren van hun diverse taken en ondersteunt hen bijvoorbeeld bij het bouwen en onderhouden van hun infrastructuur en ook bij het opleiden van hun priesters en personeel. De Kerk heeft vaak het voortouw genomen bij de reactie op de coronapandemie en religieuze gemeenschappen hebben zelfs hun huizen beschikbaar gesteld als quarantaine-onderkomens. Tijdens de pandemie was onze aandacht daarom vooral gericht op het veiligstellen van het levensonderhoud van priesters en religieuzen, zodat zij hun dienst aan mensen in nood konden voortzetten. Inmiddels ligt de focus weer op het ondersteunen van het pastorale werk van de Kerk in Azië en Oceanië.

De katholieke hulp na overstromingen is in Nepal snel op gang gekomen. De katholieke Kerk zet zich in voor slachtoffers van de verwoestende overstromingen van 26 augustus. De ramp trof het Himalayaland zwaar. Hele dorpen verdwenen en duizenden mensen kwamen om of raakten vermist.
“Katholieke hulp na overstromingen is snel op gang gekomen. Op sommige plaatsen langs de rivier de Bhote Koshi zijn hele dorpen van de kaart geveegd. Veel huizen langs de rivier zijn weggevaagd. Tot nu toe zijn 624 doden bevestigd en worden er nog 2.400 vermist.” Dat vertelde pater Silas Bogati aan Kerk in Nood (Aid to the Church in Need). Hij is apostolisch administrator van het apostolisch vicariaat van Nepal.
Uit eerste onderzoeken blijkt dat plotseling water vrijkwam in een gletsjergebied in Tibet. Mogelijk brak een gletsjermeer door. Onderzoekers bestuderen de exacte oorzaken nog.
Pater Bogati bevestigt dat Rasuwa, aan de grens met Tibet, het zwaarst getroffen gebied is. Hij legt uit dat “er een belangrijke handelsroute met Tibet door deze regio loopt. En dat daar ook Syabrubesi ligt. Een van de belangrijkste vertrekpunten voor toeristen die naar de Langtang-vallei reizen”.
“Al deze hotels en nederzettingen zijn weggevaagd. Er zijn in dit gebied veel doden gevallen. En de rivier stroomde verder stroomafwaarts. Waarbij ze in vijf districten grote ravage aanrichtte.”
“De overstroming heeft enorme verwoestingen aangericht. Toen een enorme watermassa stroomafwaarts raasde en alles op haar pad vernietigde. Sommige gemeenschappen zijn nog steeds van de buitenwereld afgesneden. En zoek- en reddingsoperaties verlopen moeizaam”, vertelt hij aan Kerk in Nood.
De katholieke gemeenschap in Nepal is erg klein vergeleken met de totale bevolking. Volgens de apostolisch administrator “telt de katholieke Kerk 13 parochies en 10.000 katholieken. Maar zij heeft zich altijd ingezet voor de Nepalese bevolking, ongeacht hun religie. En dat zullen we blijven doen nu zij lijden in deze tijd van nood”.
Over de kleine katholieke gemeenschap spreekt pater Bogati ook met Kerk in Nood. Daarbij zegt hij dat “leden van een van de katholieke gemeenschappen naar Syabrubesi afdalen om te werken. Sommigen van hen zijn wellicht door het water meegesleurd. We hebben nog geen cijfers.”Wat gebouwen betreft: “er zijn geen katholieke kerken of kapellen verwoest”.
De Kerk verleent al noodhulp en brengt de behoeften in de getroffen gebieden in kaart. Caritas Nepal heeft gemeenschapskeukens opgezet en voedsel verzonden voor 300 getroffen gezinnen. Daarmee krijgen zij gedurende 15 dagen maaltijden. In gebieden die nog ontoegankelijk zijn, zal Caritas de hulp via lokale partners uitbreiden. Weersverwachtingen wijzen bovendien op meer regen. Veel mensen slapen nog steeds in de open lucht. Daarom behoren ook dekzeilen, dekens en slaapmatten tot de prioriteiten.
In Nepal leven katholieken verspreid en vaak geografisch zeer geïsoleerd. Daarom is het belangrijk dat de kleine Kerk voelt dat zij niet alleen staat, benadrukt pater Bogati. “De Heilige Vader, paus Leo, was de eerste die bad. En zijn medeleven en verbondenheid betuigde aan de slachtoffers van deze plotselinge overstromingen. Op dezelfde manier ontvangen wij gebeden en steun van de katholieke Kerk over de hele wereld”, legt hij uit.
Voor pater Bogati beperkt de missie van de Kerk zich echter niet tot materiële hulp. “Door er te zijn, nu hulp te bieden en later bij te dragen aan de wederopbouw, geven we hoop. Onze aanwezigheid onder degenen die lijden, zal hen hoop geven”, zegt hij. De apostolisch administrator vraagt speciaal om gebed voor de slachtoffers en iedereen die door de ramp is getroffen. Ook dankt hij Kerk in Nood en haar weldoeners voor hun nabijheid en solidariteit met de kleine katholieke gemeenschap in Nepal.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De katholieke gemeenschap op Flores rouwt. Na de zware aardbeving van zaterdag 15 augustus zijn zeker 72 mensen omgekomen. Bijna 900 mensen raakten gewond en ruim 82.000 inwoners moesten hun woning verlaten. Honderden woningen en gebouwen liepen schade op. De ramp trof Indonesië rond de viering van zijn 81ste onafhankelijkheidsdag.
De beving had een kracht van 7,7 en vond zaterdagochtend plaats op 10 kilometer diepte. Het epicentrum lag ten noordoosten van Mbay. De autoriteiten trokken een tsunamiwaarschuwing snel weer in. Sindsdien telden zij meer dan 1.500 naschokken.
Ruim 1.300 woningen raakten beschadigd. De beving verwoestte bijna 250 huizen volledig. Zo’n 5.000 mensen verblijven nu in tijdelijke opvang. Daarom riep de provincie de noodtoestand uit.
Voor veel bewoners bracht de ramp herinneringen terug aan de verwoestende aardbeving en tsunami van 1992. Die ramp kostte op Flores aan ongeveer 2.500 mensen het leven.
Bijna 1.500 militairen en agenten kwamen in actie. In Ruteng richtten hulpdiensten noodziekenhuizen op. Het afgelegen eiland Palue ligt dicht bij het epicentrum. Hulpverleners bereikten het eiland pas zondagavond na een tocht over wegen die aardverschuivingen hadden versperd. Daar kwam één persoon om. De beving verwoestte er bijna 150 huizen.
Indonesië is overwegend islamitisch. Op Flores vormen katholieken echter een overweldigende meerderheid. Dat is een erfenis van de Portugese en later Nederlandse kolonisatie vanaf de zestiende eeuw.
Daarom trof de aardbeving niet alleen woningen, maar ook veel kerkgebouwen. Kerk in Nood (Aid to the Church in Need) steunt al langer projecten op Flores. Daaronder vallen een dorpskapel in Golo Popa en een parochiekerk in Compang. Ook steunt Kerk in Nood de vorming van novicen en seminaristen in Larantuka en het bisdom Maumere. Hier is een voorbeeld van een project in Indonesië.
Ook de Indonesische Kerk kwam meteen in actie. Het Caritas-netwerk kondigde de hoogste interne noodfase af en zette hulpposten op in de getroffen bisdommen.
In het aartsbisdom Ende raakten minstens twintig kerken beschadigd. In het bisdom Ruteng liepen meer dan vijftig kerken schade op, waaronder de kathedraal. Daarom mogen gelovigen er voorlopig geen erediensten binnenshuis vieren.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Katholieke Kerk in China staat onder toenemende druk. De overheid controleert of sluit kerken en houdt priesters in de gaten. Daarnaast krijgen kinderen steeds minder ruimte om aan het kerkelijk leven deel te nemen.
NOS-correspondent Laura van Megen bezocht katholieke gemeenschappen in de Noord-Chinese provincie Shanxi om te zien hoe de katholieke kerk in China onder druk staat. Daar sprak zij met priesters en gelovigen.
Uit hun verhalen blijkt hoe ver de controle van de Chinese overheid inmiddels reikt. Tegelijkertijd laten zij zien dat het katholieke geloof er springlevend blijft.
Gelovigen blijven samenkomen, ondanks de druk. Kinderen ontvangen hun Eerste Communie. Bovendien nemen duizenden mensen deel aan bedevaarten.
De ervaringen sluiten aan bij het Rapport Vrijheid van Godsdienst in de Wereld 2025. Kerk in Nood noemt China daarin een van de landen waar de overheid onafhankelijke religieuze gemeenschappen controleert.
Daarbij zet de overheid de katholieke kerk in China onder meer surveillance, digitale censuur, beperkende wetgeving en detentie in.
Lees de volledige reportage van de NOS
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
De Kerk in India roept christenen op tot een Nationale Gebedsdag op zondag 28 juni. Kerkleiders maken zich er zorgen over een wetsvoorstel dat het kerkelijk liefdadigheidswerk onder druk kan zetten. Vooral het werk voor armen, zieken en kwetsbare gezinnen kan hierdoor geraakt worden.
Christenen in heel India bereiden zich voor op een dag van gebed. Zij bidden om bescherming van de missie van de Kerk. Die missie bestaat uit onderwijs, gezondheidszorg en sociale hulp aan miljoenen mensen.
De aanleiding is het wetsvoorstel Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de regulering van buitenlandse bijdragen (FCRA) 2026. Het federale parlement bespreekt dit voorstel naar verwachting tijdens de volgende zitting. Het voorstel wijzigt de bestaande FCRA-wet, die India in 1976 invoerde. De overheid wilde toen voorkomen dat buitenlandse organisaties geld naar India stuurden om het “nationaal belang” te ondermijnen.
In 2020 maakte de Indiase regering deze wet al veel strenger. Daardoor kreeg de overheid bredere mogelijkheden om registraties van goede doelen, zogeheten niet-gouvernementele organisaties, te weigeren. Ook kon zij bestaande registraties intrekken.
De criteria omvatten sindsdien onder meer “anti-ontwikkelingsactiviteiten”, “het aanzetten tot kwaadaardige protesten” en “gedwongen religieuze bekeringen”.
Sinds die wijzigingen misbruikte de overheid de wet om registraties van duizenden ngo’s in te trekken. Ook weigerde zij veel verlengingen van bestaande registraties.
Het nieuwe wetsvoorstel zou de criteria voor ngo’s nog verder aanscherpen. Bovendien zou de staat fondsen en bezittingen van ontbonden ngo’s kunnen overnemen.
Ook kan de wet met terugwerkende kracht worden toegepast. Daardoor kunnen particuliere instellingen in gevaar komen. Het gaat bijvoorbeeld om scholen, ziekenhuizen, klinieken en andere instellingen. Veel daarvan zijn in de afgelopen decennia gebouwd met buitenlandse steun.
Volgens het voorstel kunnen deze instellingen terechtkomen bij een nieuwe “aangewezen autoriteit”. Die autoriteit valt onder de centrale regering. In de praktijk zou dit kunnen betekenen dat de overheid deze bezittingen confisqueert.
Daarom maken kerken in India zich grote zorgen. Zij vrezen dat de nieuwe wet hun liefdadigheidswerk nog moeilijker maakt.
De christelijke gemeenschap vormt in India een minderheid. Toch dienen christelijke instellingen een veel groter deel van de bevolking.
Zo geven christelijke scholen onderwijs aan ongeveer 10% van alle Indiase leerlingen. Veel van hen komen uit kwetsbare gezinnen. Ook op het gebied van gezondheidszorg is de inzet groot.
De Katholieke Gezondheidsvereniging van India helpt jaarlijks ongeveer 21 miljoen arme en gemarginaliseerde mensen. Daarmee speelt zij een belangrijke rol in de zorg voor mensen die weinig andere hulp hebben.
Volgens een brief van de Katholieke Bisschoppenconferentie van India (CBCI) roept het wetsvoorstel daarom grote vragen op. De bisschoppen schrijven dat het voorstel zorgen oproept over de gevolgen voor “liefdadige, educatieve, medische en sociale diensten”. Die diensten voeren kerken en christelijke instellingen in heel India uit.
De bisschoppen benadrukken dat de Kerk in India de samenleving altijd heeft gediend. Vooral armen en gemarginaliseerden staan daarbij centraal. Dat werk komt voort uit de evangelische waarden van liefde, gerechtigheid en mededogen.
Kardinaal Anthony Poola, voorzitter van de CBCI, ondertekende de oproep tot gebed. Hij vraagt alle katholieken om zich aan te sluiten bij andere christenen.
“Ik verzoek daarom dat zondag 28 juni 2026 in de hele katholieke Kerk in India wordt gehouden als Nationale Gebedsdag”, schrijft hij. Tijdens de Eucharistieviering kunnen gelovigen bijzonder bidden voor het land, voor bestuurders en voor de vrijheid van de Kerk.
Die vrijheid is nodig om haar dienstwerk voort te zetten. Waar mogelijk kunnen parochies ook eucharistische aanbidding, de rozenkrans, gebedsdiensten en vrijwillig vasten organiseren.
Daarnaast vraagt de CBCI parochies en instellingen om oecumenische gebedsbijeenkomsten te overwegen. Dat kan gebeuren in samenwerking met andere christelijke gemeenschappen.
“As verantwoordelijke burgers moeten wij blijven werken aan vrede, gerechtigheid, harmonie en het algemeen welzijn van ons land”, staat in de verklaring. De bisschoppen moedigen gemeenschappen ook aan om hun volksvertegenwoordigers te schrijven. Daarin kunnen zij hun zorgen uitspreken over de mogelijke gevolgen van de voorgestelde wijzigingen.
Kerk in Nood (ACN) vraagt alle vrienden en weldoeners om christenen in India in hun gebed te gedenken. Dat geldt in het bijzonder rond deze Nationale Gebedsdag.
De organisatie bidt dat elke hervorming van de wet de vrijheid van de Kerk beschermt. Zo kan zij haar dienst aan armen, zieken en gemarginaliseerden blijven voortzetten.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Precies een jaar geleden, op 28 maart 2025, vond in Myanmar een aardbeving plaats. Aartsbisschop Marco Tin Win van Mandalay – een van de zwaarst getroffen gebieden – spreekt in een brief aan de donateurs van Kerk in Nood (ACN) zijn dankbaarheid uit voor de ontvangen hulp.
“De afgelopen jaren heeft de bevolking van Myanmar een reeks crises doorstaan: de COVID-19-pandemie, politieke onrust, conflicten en ontheemding, de ineenstorting van de economie en herhaaldelijke natuurrampen”, somt de prelaat op. “Deze ontberingen hadden de hoop van veel instellingen kunnen breken. Maar door Gods genade hebben de eenheid van de gelovigen en de vrijgevigheid van priesters, religieuzen en catechisten onze Kerk in stand gehouden.”
De aartsbisschop herinnert eraan dat de aardbeving “ingestorte huizen, verwoeste dorpen en vele gezinnen achterliet die dierbaren en al hun bezittingen verloren”, en benadrukt dat “velen de moeilijke weg van de wederopbouw van hun leven voortzetten”.
Hij wijst ook op de hulp die van donateurs Kerk in Nood is ontvangen: “Te midden van dit lijden is uw vrijgevigheid een krachtig teken van hoop geweest. Dankzij uw steun hebben voedsel, medicijnen, onderdak en troost vele gewonden en ontheemden bereikt. Meer nog dan materiële hulp herinnerde uw vriendelijkheid onze mensen eraan dat ze niet vergeten waren.”
Ondanks vooruitgang bij de wederopbouw, blijft de situatie voor veel gemeenschappen kwetsbaar vanwege het aanhoudende gewapende conflict en het gebrek aan basisvoorzieningen. “Nu we Palmzondag naderen, herinneren we ons hoe Jezus Jeruzalem binnenkwam met hoop. Zelfs al leidde Zijn weg naar het kruis. Ons volk kent deze reis goed – van lijden naar hoop.”
“Wij zijn inderdaad een Goede Vrijdag-volk, dat zich door de stilte en onzekerheid van Heilige Zaterdag beweegt, maar erop vertrouwt dat de dageraad van Pasen zal komen.” En hij voegt eraan toe: “Het kruis is niet het einde; het leidt naar de Verrijzenis.”
In gemeenschap met de wereldkerk en geleid door onze Heilige Vader paus Leo XIV, vertrouwt de aartsbisschop erop dat Myanmar ooit getuige zal zijn van de dageraad van vrede, verzoening en vernieuwing. “Door uw medeleven helpt u ons om gewonde genezers en pelgrims van hoop te blijven onder ons volk. Namens het aartsbisdom Mandalay, de Kerk en het volk van Myanmar, dank ik u oprecht en verzeker ik u van onze gebeden”, besluit hij.
Kerk in Nood nodigt alle weldoeners en vrienden van de liefdadigheidsorganisatie uit om deel te nemen aan de dag van gebed, boetedoening en vasten op 26 maart, waartoe de Bisschoppenconferentie van Myanmar heeft opgeroepen om te bidden voor vrede, met name in het Midden-Oosten en in Myanmar.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

De scholen zijn begonnen. In Nederland lezen we het op spandoeken langs scholen en boven wegen. Niet alleen in ons land krijgen kinderen en jongeren les. Van kleuterscholen tot universiteiten: veel leerlingen krijgen onderwijs dankzij door u gefinancierde programma's.
Nu in veel delen van de wereld het nieuwe schooljaar begint, worden duizenden kinderen in Burkina Faso, Nigeria, Syrië, Libanon en andere crisislanden geconfronteerd met grote obstakels om weer naar school te gaan. Voor hen wordt onderwijs vaak mogelijk gemaakt dankzij de steun van weldoeners van Kerk in Nood (ACN).
In het schooljaar 2024-2025 hebben 3.895 leraren een toelage ontvangen en hebben 12.373 leerlingen in acht landen een directe studiebeurs gekregen. Dit niet alleen om onderwijs te bevorderen, maar ook om christelijke gezinnen te helpen in hun vaderland te blijven ondanks vervolging, ontheemding en zelfs de dreiging van uitsterven.
Een school is dan ook meer dan een plek om te leren: het is een toevluchtsoord, een plaats van stabiliteit, een plaats waar u de lokale Kerk ondersteunt bij het dragen van de enorme uitdaging: hoop bieden voor christelijke gemeenschappen om te overleven waar hun toekomst ernstig wordt bedreigd.
De steun komt in vele vormen via Kerk in Nood (ACN): van materialen, zoals computers en printers aan de Christus Koning Basisschool in het bisdom Yei in Zuid-Sudan, tot het bouwen van schoolgebouwen in plaatsen als Erbil in Irak, en voor scholing aan christenen die hun huizen en dorpen hebben moeten ontvluchten in Burkina Faso.
Scholen in Pakistan hebben nu zonnepanelen, waardoor ze hun energiekosten kunnen verlagen en zelfvoorzienend zijn. Daarnaast hielp Kerk in Nood (ACN) bij de financiering van een programma om kinderen weer naar school te krijgen die om diverse redenen hun studie hadden opgegeven.
Er waren ook specifieke projecten voor vluchtelingen, zoals voor 200 Iraakse studenten in Jordanië. Zij kunnen hun opleiding voortzetten dankzij financiering voor het Messengers of Peace Center in Marka, Amman.
Syrië is een van de landen waar Kerk in Nood de meeste projecten heeft ondersteund. Zo hebben weldoeners met noodhulp onder meer 20 scholen opengehouden en bijgedragen aan het salaris van honderden leraren. Deze financiering is oecumenisch van aard en omvat ook scholen die de orthodoxe Kerk beheert.
Libanon is een ander voorbeeld van de toewijding van de weldoeners van Kerk in Nood om christelijke scholen te helpen. Het land heeft het afgelopen decennium te maken gehad met grote instabiliteit. Zo kent het een verlammende financiële crisis, langdurige politieke en sociale onrust en meerdere conflicten met Israël. Een explosie in de haven van Beiroet in 2020 heeft bovendien een hele wijk van de hoofdstad verwoest.
Zonder steun zouden veel gezinnen hun schoolgeld niet hebben kunnen betalen en zouden scholen hun leraren niet hebben kunnen betalen. In totaal geven donateurs financiële steun aan 191 scholen in Libanon. Deze worden door meer dan 170.000 leerlingen bezocht. Tussen leraren en leerlingen ontvangen meer dan 11.000 mensen directe hulp van de weldoeners van Kerk in Nood.
De afgelopen jaren hebben naar schatting meer dan 17.000 leerlingen christelijke scholen verlaten vanwege de instabiliteit in het land. Velen van hen zijn naar openbare scholen gegaan omdat ze het schoolgeld voor particuliere christelijke scholen niet meer konden betalen. Een groot aantal heeft het land met hun familie helemaal verlaten. De steun van de stichting is een belangrijke factor in het tegengaan van de uittocht van christenen uit Libanon.
De meeste activiteiten van Kerk in Nood op het gebied van onderwijs zijn gericht op kinderen. Maar de weldoeners hebben ook veel universiteitsstudenten geholpen hun studie af te ronden. De steun aan de Katholieke Universiteit van Erbil (CUE) is bijvoorbeeld van cruciaal belang geweest. Het stelt de Kerk in staat een broodnodige hoogwaardige dienstverlening te bieden in een land dat nog steeds herstellende is van jaren van moeilijkheden, bloedvergieten en vervolging.
Bijna 300 studenten van de CUE ontvangen een studiebeurs van weldoeners. Onder hen voornamelijk christenen, maar ook studenten uit de overwegend islamitische bevolking en uit andere minderheden, zoals de zwaar vervolgde yezidi's.
Nu scholen en universiteiten op het noordelijk halfrond weer een nieuw academisch jaar beginnen, zijn dit slechts enkele van de voorbeelden die laten zien hoe weldoeners van Kerk in Nood wereldwijd een toekomst geven via christelijk onderwijs.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD