fbpx

Chinese bisschop, voormalig dwangarbeider, overleden

donderdag, 28 mei 2020
Nieuws
Mgr. Joseph Zhu Baoyu, een Chinese ondergrondse bisschop die in de jaren tachtig veroordeeld werd tot 10 jaar dwangarbeid omdat hij katholieken op bedevaart naar het Mariaheiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Sheshan had gebracht, stierf deze maand op 98-jarige leeftijd.

De emeritus bisschop van Nanyang, haalde in februari nog de krantenkoppen omdat hij naar verluidt de oudste persoon was die van het coronavirus herstelde. Drie maanden na zijn ontslag uit het ziekenhuis is Zhu op 7 mei alsnog in zijn slaap overleden.

Weeshuis
Zhu werd geboren in Pushan, Henan, in 1921, in een tijd van buitengewone groei van het Christendom in China. Dit was ook het jaar dat de Chinese Communistische Partij in Shanghai werd opgericht. Na de dood van zijn vader nam Zhu’s moeder hem op zesjarige leeftijd mee naar een katholiek weeshuis in Jingang. Twee jaar later werden hij en zijn moeder gedoopt. Zhu volgde daar het kleinseminarie. Tijdens de Chinese Burgeroorlog in 1946 verhuisde hij naar het regionale seminarie om er filosofie en theologie te studeren in het Aartsbisdom Kaifeng. Hij werd echter pas na de communistische revolutie in 1949 tot priester gewijd.

Ontberingen
In de jaren na de oprichting van de Volksrepubliek China werden veel katholieken gearresteerd omdat ze weigerden zich te houden aan overheidscampagnes om buitenlandse invloed uit te schakelen en particuliere scholen te nationaliseren. Paus Pius XII benadrukte dit lijden in zijn encycliek Evangelii praecones in 1951: “Wij hebben vernomen dat veel gelovigen en ook zusters, missionarissen, inheemse priesters en zelfs bisschoppen, uit hun huizen zijn verdreven, van hun bezittingen zijn beroofd en als ballingen wegkwijnen of zijn gearresteerd, in de gevangenis of in concentratiekampen zijn gegooid, of soms op wrede wijze zijn gedood, omdat zij devoot aan hun geloof gehecht waren. Ons hart is overweldigd door verdriet als we denken aan de ontberingen, het lijden en de dood van onze geliefde kinderen”, schreef de paus.

Dwangarbeid
Zhu werd in 1957 tot priester gewijd, het jaar voordat Mao Zedong de ‘Grote sprong voorwaarts’ lanceerde, een vijfjarig collectief landbouwplan dat resulteerde in een hongersnood die tussen 1959 en 1962 aan meer dan 20 miljoen mensen het leven kostte. Zeven jaar na zijn wijding werd hij veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid vanwege zijn geloof. Bij zijn vrijlating in 1967 diende hij in het geheim als priester in zijn geboortestad. Zhu werd in 1981 opnieuw veroordeeld tot tien jaar dwangarbeid als “antirevolutionair” nadat hij was gearresteerd omdat hij katholieken op bedevaart had meegenomen naar het Mariaheiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Sheshan in Sjanghai. Een rapport van Human Rights Watch documenteerde hem en honderden religieuze en politieke gevangenen die in die tijd in China vastzaten. Na zijn vrijlating in 1988 mocht Zhu zijn parochiewerk hervatten.

Paus Johannes Paulus II benoemde Zhu in 1995 tot coadjutor bisschop van Nanyang en hij werd in het geheim gewijd op het feest van Sint Jozef. In 2002 werd hij de ondergrondse bisschop van Nanyang, tot hij in 2010 zijn pensioen aan de paus voorlegde. Nanyang is een Chinese stad met meer dan 10 miljoen inwoners. Volgens de verklaring van het Vaticaan heeft het bisdom Nanyang 20.000 katholieken en 20 priesters.

De begrafenis van Zhu werd voorgegaan door Mgr. Peter Jin Lugang van Nanyang, de eerste ondergrondse bisschop van na het akkoord tussen China en de Heilige Stoel van september 2018 over de benoeming van bisschoppen.

Bron: KNA