fbpx

Beiroet: duizenden christelijke vrijwilligers bieden hulp

maandag, 10 augustus 2020
Nieuws
Duizenden jonge christelijke vrijwilligers zijn in Beiroet ter plaatse om hulp te bieden nu de stad de gevolgen ondervindt van de explosie die het hart van de hoofdstad raakte. Veel jongeren zijn ook betrokken bij het werk met vluchtelingen. Onder hen vooral veel Syrische moslims die eveneens helpen om de voornamelijk christelijke wijk Achrafieh op te ruimen.

Scholen, kloosters en parochiecentra zijn na de ontploffing van dinsdag 4 augustus opengesteld als opvangcentra. Toufic Bou-Hadir, directeur van de jongerencommissie van het Patriarchaat, vertelt hoe jongerenteams puin ruimen en alle noodzakelijke hulp bieden, met medicijnen, kleding, dekens en voedsel waar veel vraag naar is. De priester is onder de indruk van het “verbazingwekkende” antwoord van de jongeren op wat hij “een apocalyps” noemt, waarbij 300.000 gezinnen dakloos zijn geraakt.

Mgr. Bou-Hadir benadrukt de beproeving van mensen die wanhopig op zoek zijn naar nieuws over vermiste dierbaren “en het trauma van de pogingen om doden te identificeren nu de zwaar verminkte lichamen in een provisorisch mortuarium zijn geplaatst.” Te midden van berichten dat voornamelijk de christelijke wijk Achrafieh van Beiroet het ergst werd verwoest door de ontploffing, beschrijft de priester hoe het lichaam van één van de Maronitische jongeren, de 25-jarige Joe, diep in het puin werd ontdekt, met een kruis in zijn hand.

Mgr. Bou-Hadir zei dat katholieke jongeren zich ondanks de verleidingen van een vertrek naar het buitenland veelal hebben verzet tegen de druk om het land te verlaten. Hij haalt daarbij de woorden van Joe aan die vond dat hij moest blijven om de ceder, het nationale symbol van Libanon te besproeien. “Nu heeft Joe de ceder met zijn bloed bevloeid,” voegt mgr. Hadir eraan toe.

Overigenss zijn het niet alleen christelijke jongeren die de straten van het verwoeste Beiroet schoonmaken. Tienduizenden jongeren werken schouder aan schouder: schoolvrienden, universiteitsstudenten, padvinders, parochianen, moslims, christenen. Een groep jongeren uit Chouf weigert te zeggen wie van hen Druze is; een groep Armeniërs uit Bourj Hammoud, een andere verwoeste buurt, stelt het simpel: “Wij zijn Libanezen en dat is het.”

Zowel Mgr. Bou-Hadir als zuster Hanan Youssef, beiden verantwoordelijk voor hulpprojecten in Beiroet, benadrukken de tol van de explosie op alle mensen in de stad. “We zijn volledig afhankelijk van internationale hulp, omdat de economische crisis in Libanon het land hulpeloos heeft gemaakt.” Zuster Hanan: “Ik heb 15 jaar burgeroorlog overleefd. Toch kon ik me niet voorstellen dat er zoiets verschrikkelijks met onze mensen zou gebeuren. Meer dan ooit hebben de mensen hulp nodig. We zijn zo dankbaar voor het gebed en de steun van onze dierbare vrienden.”

De noodoproep voor Libanon heeft inmiddels geleid tot een genereuze reactie van weldoeners van Kerk in Nood wereldwijd: duizenden donateurs hebben hun solidariteit betuigd met Libanezen die lijden onder de tragische gebeurtenissen ten gevolgde van de explosie in de haven.