Persoonlijk verhaal

Sinds 23 jaar is er een wapenstilstand in BosniŽ Herzegovina. Toch blijven volgens bisschop Franjo Komarica de spanningen aanwezig. Tobias Lehner van Kerk in Nood interviewde de bisschop.

De 72 jaar oude bisschop Komarica van het Banja Luka bisdom ten noorden van het land, praat graag duidelijke taal als het aankomt op de katholieke minderheid. Hij vindt namelijk dat hun terugkeer wordt verhinderd en dat zij economisch, sociaal en op grond van religie worden buitengesloten. Ook beschuldigt hij Europese politici ervan de ogen te sluiten voor discriminatie op grond van religie.

De oorlog in Bosnië kwam 1995 met het Daytonverdrag tot een einde. Maar hoe ziet de realiteit eruit?
Mgr. Franjo Komarica: hoewel de wapens zijn neergelegd, is er met andere middelen toch nog een oorlog gaande. Er heerst ‘gecontroleerde chaos’ in Bosnië-Herzegovina. Ik heb de indruk dat noch de overheid noch de internationale gemeenschap interesse heeft om van het land een rechtstaat te maken die de mensenrechten respecteert van etnische minderheden en gelijkwaardigheid garandeert tussen groeperingen.

Bosnië-Herzegovina is tot op heden nog steeds een semiprotectoraat van de Verenigde Naties. Een deel van de publieke macht wordt uitgeoefend door de Oostenrijker Valentin Inzko, een hoge vertegenwoordiger. Maar hij zegt met handen en voeten gebonden te zijn wat betreft de politieke ontwikkelingen. Het land is nog altijd onderverdeeld in drie etnische groepen: de Kroaten, de Serviërs en de Bosniërs, Het grootste deel van de Kroaten - de kleinste groep - is katholiek. Zij zijn op Europa georiënteerd. De Serviërs daarentegen zijn hoofdzakelijk Orthodox en staan onder Russische invloed. En de Bosniërs zijn overwegend Moslim en daarom meer op Turkije en de Islamitische wereld gericht. Het gevolg hiervan is een gevaarlijke mengelmoes en dat brengt niet alleen het land zelf maar ook Europa schade toe.

Wat wil dit zeggen?
De Servische en Bosnische bevolking staan vanwege buitenlandse invloed nog steeds als vijanden tegenover elkaar. Het land is nog altijd onrustig. De Kroaten staan er tussenin. Honderden duizenden Kroaten zijn tijdens de oorlog naar het buitenland vertrokken. Nu, twintig jaar later, kunnen zij nog steeds hun land niet in, ondanks dat het Daytonverdrag hun het recht op terugkeer garandeert. Het tegenovergestelde gebeurt daardoor; zij blijven het land verlaten. De bisschoppenconferentie heeft herhaaldelijk geëist dat het Daytonverdrag wordt geratificeerd, zodat de Kroatische minderheid, die nog steeds niet gelijkwaardig wordt behandeld, meer bescherming krijgt.

Waarom heeft de katholieke minderheid geen gelijke rechten ten aanzien van de rest van de bevolking?
In Bosnië worden de Kroaten niet als oorspronkelijke inwoners beschouwd. Ook zijn er veel politici die menen dat Bosnië-Herzegovina slechts uit twee groeperingen bestaat: de Servische en de Bosnische. Dit heeft nadelige gevolgen, zoals te zien is bij de Servische republiek. Slechts vijf procent van de Katholieken in deze regio is teruggekeerd naar de 69 parochies die er voor de oorlog bestonden. Ook in andere delen van het land vertrekken de katholieken nog steeds. De Kroaten krijgen vanuit de wet geen politieke of economische steun. Het is voor hen praktisch onmogelijk om hun huis te herbouwen of om werk te vinden. Ze worden systematisch gediscrimineerd. Dit heeft nadelige gevolgen voor het hele land. Ook de andere religies kijken er ook zo tegen aan. Zo vertelde een Bosnische Groomoefti me: ‘Het is belangrijk dat de Kroaten hier blijven.’

 

De hoogste moslim geestelijk erkent het probleem dus. Doen de andere moslims dat ook? De laatste tijd is te horen dat men ook in Bosnië Herzegovina radicaliseert.
Ja, dat gebeurt inderdaad, maar bedreigd worden in je bestaansrecht is nog erger dan discriminatie op grond van religie. Ook als we vervolgd worden, kunnen we ons geloof in God behouden. En dat hebben we ook altijd gedaan. Maar wanneer de Katholieken geen recht hebben op hun vaderland en bezittingen, is dat veel destructiever. Zo zei een burgemeester in een dorp in mijn bisdom laatst: ‘jullie mogen hier geen kerken bouwen.’ Maar voor de Kerk is hier altijd een parochie geweest! Hij mag dit eigenlijk niet zeggen, want de grondwet van Bosnië-Herzegovina garandeert het recht op vrijheid van religie. Ik ben uiteindelijk naar de OCDE [die de reconstructie coördineert] gestapt, maar ook hier werd de bouw van de kerk ons verboden. Ik heb foto’s laten zien van de oude kerk en de parochie van voor de oorlog maar de bouw van een nieuwe kerk werd niet toegestaan. Dit is een open gevecht tegen de Katholieke Kerk. Er werd me herhaaldelijk gezegd: ‘Jullie katholieken moeten verdwijnen uit dit land.’

Het buitenland is nauwelijks op de hoogte van deze dramatische situatie van Katholieken in Bosnië-Herzegovina. Wat vragen zij van de internationale gemeenschap?
Politici moeten de discriminatie in Centraal-Europa erkennen en veroordelen. Dit geldt vooral voor de christenen. Ik verwacht dat wie hun geloof serieus nemen actie ondernemen met woord en daad om mensen zonder burgerrechten in mijn land te helpen. Er is tot dusver niet naar ons geluisterd en we hebben vaak van ons laten horen. Quo vadis Europa? Quo vadis Christenen in Europa? Hoe kunnen we ons geloof aan anderen overbrengen als zoiets als dit bij onze voordeur gebeurt terwijl wij de andere kant op kijken?

In Bosnië-Herzegovina is veel haat gezaaid. Wat kan de Katholieke Kerk doen zich opnieuw te verbinden met de samenleving?
Wij Katholieken vormen de oudste geloofsgemeenschap in dit land. Wij voelen ons verplicht om een blijvende vrede te scheppen in ons vaderland. Het meeste verzoeningswerk verrichten we op sociaal gebied en in het onderwijs, op Katholieke scholen bijvoorbeeld, alhoewel de politiek ons hiervoor straft. Daarom ben ik stichtingen zoals Kerk in Nood zeer dankbaar omdat zij de aandacht richten op wat er in ons land aan de hand is en ons hierbij steunen. Ik blijf doorgaan met vertellen wat er hier aan de hand is, ook al ben ik hiervoor zelfs al fysiek aangevallen. Als wij zwijgen, winnen onze tegenstanders het van ons.

Kerk in nood helpt de katholieken in Bosnië-Herzegovina al tientallen jaren. De hulp richt zich vooral op de herbouw van kerken, seminaries en kloosters die in de oorlog zijn verwoest. Kerk in nood helpt ons ook bij de aankoop van voertuigen voor pastoraal werk, bij de opbouw van pastorale centra, het opleiden van priesters en gelovigen en met hulp aan kloosters om aan bestaansmiddelen te komen.

Doneer