In de Oost-Europese landen waar waar zij een minderheid vertegenwoordigt, blijft de katholieke Kerk nog steeds afhankelijk van hulp uit het buitenland. Als gevolg van de pandemie hebben veel religieuze gemeenschappen nog meer steun nodig dan in normale tijden. Bovendien is de economische situatie verslechterd door Covid - en zijn veel mensen werkloos geworden.

Al voor de oorlog kreeg Oekraïne van alle Europese landen de meeste hulp. Bovendien konden we talrijke projecten in Rusland en Wit-Rusland, en we hielpen ook de Kerk in Zuidoost-Europa landen zoals Roemenië, Albanië en Bosnië-Herzegovina. In Centraal-Europa, steunden we de Kerk in Slowakije en de Tsjechische Republiek. In Noord Europa was onze hulp voornamelijk gericht op de Baltische staten en landen zoals IJsland en Noorwegen, waar de katholieke kerk wordt gekenmerkt door een diaspora situatie.





Na de val van het communisme in de vroege jaren negentig werd rond vijftig procent van het budget van Kerk in Nood in Oostelijk en Centraal Europa besteed. De laatste 25 jaar is dat aandeel flink verminderd. Wel bleef Kerk in Nood investeren in de bouw en het herstel van seminaries, kerken, kloosters en priesterhuizen. Momenteel ligt de focus naast de opleiding van priesters en zusters vooral op het steunen van de Kerk in Oekraïne.

Aartsbisschop Richard Moth heeft zich aangesloten bij een wereldwijde oproep voor godsdienstvrijheid. Hij is aartsbisschop van Westminster en voorzitter van de Katholieke Bisschoppenconferentie van Engeland en Wales. De campagne roept de VN en regeringen wereldwijd op om met spoed maatregelen te nemen. Zij moeten de rechten beschermen van mensen die vanwege hun geloof worden aangevallen.
Kerk in Nood (Aid to the Church in Need) organiseert deze campagne. Aartsbisschop Moth sprak zijn steun ervoor uit.
Hij roept katholieken en mensen van goede wil namelijk op om een petitie te ondertekenen. Daarmee vragen zij wereldleiders om de godsdienstvrijheid in hun landen te waarborgen.
Die vrijheid staat vastgelegd in artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Volgens het recentste rapport 'Religious Freedom in the World' leven 5,4 miljard mensen in landen met ernstige problemen. Regeringen of extremistische groeperingen houden daar onderdrukking en discriminatie in stand.
“Al te vaak wordt artikel 18 genegeerd”, schreef aartsbisschop Moth.
“Mannen en vrouwen worden gevangengezet. Anderen worden uit hun huizen verdreven of zelfs vermoord, louter vanwege hun vreedzame geloofsovertuiging.”
“In sommige landen worden vrouwen en meisjes ontvoerd. Gedwongen afstand te doen van hun geloof en met hun ontvoerders te trouwen. En wordt kinderen het recht ontzegd om over hun geloof te leren.”
“Veel mensen – jong en oud – zijn het slachtoffer van religieuze haat. Zij worden op straat, op school en op het werk blootgesteld aan misbruik en discriminatie.”
De vrijheid van godsdienst of geloof staat steeds verder onder druk. Daarom roept aartsbisschop Moth katholieken in Engeland en Wales op tot actie.
Hij vraagt hen de Kerk in Nood-petitie over artikel 18 te ondertekenen.
Hij zei: “Ik nodig u vandaag uit om u aan te sluiten bij een cruciale oproep om actie te ondernemen. Ter ondersteuning van mensen over de hele wereld die vanwege hun geloof worden onderdrukt…”
“De rijk geschakeerde gemeenschappen die we hier in de katholieke bisdommen van Engeland en Wales hebben, bestaan uit zoveel mensen. Met hun eigen verhaal van vervolging en onderdrukking: mannen, vrouwen en kinderen die een nieuwe start hebben gezocht. In het besef dat schendingen van de godsdienstvrijheid in strijd zijn met de waarden van een rechtvaardige samenleving.”
“We moeten opkomen voor onze broeders en zusters in Christus. En onze steun betuigen aan al diegenen die lijden vanwege hun geloofsovertuiging. Daarbij erkennen we de godsdienstvrijheid als een universeel mensenrecht.”
De Artikel 18-campagne van Kerk in Nood volgt op een uitspraak van paus Leo XIV.
“Godsdienstvrijheid is niet louter een wettelijk recht of een voorrecht dat ons door regeringen wordt verleend. Het is een fundamentele voorwaarde die authentieke verzoening mogelijk maakt.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Het aantal kerken dat in Europa en Noord- en Zuid-Amerika wordt aangevallen of vernield, blijft stijgen. Ondertussen beschikken christenen vaak niet over de juridische middelen om zich te verzetten tegen discriminatie en vervolging. Expert José Luis Bazán geeft uitleg over deze zorgwekkende trend.
Christenen worden in veel delen van de wereld vervolgd en ondervinden beperkingen van hun godsdienstvrijheid. Vooral in Afrika en Azië is sprake van toenemend geweld en vijandigheid. Maar ook Europa en Amerika kampen met problemen. Opvallend is dat de autoriteiten er doorgaans geen actie ondernemen.
“Jaarlijks vinden er in Frankrijk gemiddeld 1.000 aanvallen op kerken plaats. Het betreft meestal vandalisme, maar hieronder vallen ook veel gevallen van brandstichting. Ook in de Verenigde Staten zijn honderden aanvallen geregistreerd, waarvan alleen al 371 sinds het Hooggerechtshof in 2022 Roe v. Wade vernietigde.”
Deze ontnuchterende statistieken werden gepresenteerd door José Luis Bazán. De academicus en expert op het gebied van mensenrechten en vervolging van christenen heeft onder meer bijgedragen aan het rapport ‘Vrijheid van Godsdienst wereldwijd van Kerk in Nood (ACN), gepubliceerd in oktober 2025.
Ook in diverse landen in Latijns-Amerika is de afgelopen jaren een toename van aanvallen op christelijke locaties waargenomen. “Bijna 300 kerken in Chili zijn tussen 2013 en 2024 doelwit geworden van brandstichting, meestal door extreemlinkse activisten”, zegt hij.
“Elk jaar, rond 8 maart, Internationale Vrouwendag, worden honderden kerken – ik herhaal, honderden – in Spanje en Latijns-Amerika beklad en vernield door radicale feministen met haatdragende uitingen zoals: ‘De kerk die het helderst schijnt, is degene die brandt’.”
In sommige gevallen is de vijandigheid structureel geworden nu het secularisme voet aan de grond krijgt in eens christelijke landen. Zo vinden in België jaarlijks 200 aanvallen plaats. In Duitsland zijn in 2024 111 aanvallen geregistreerd, een stijging van 20% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Ondanks het feit dat dit soort geweld tegen christenen zo gewoon aan het worden is dat het als een trend kan worden omschreven, doen de autoriteiten bijna niets om de slachtoffers te beschermen, zegt Bazán. “De Europese Unie heeft een coördinator voor antisemitisme en een andere voor anti-moslimhaat. Er is ook een recent gecreëerde functie bij de Verenigde Naties voor anti-moslimhaat, net zoals er al een was voor antisemitisme. Waarom geen VN-vertegenwoordiger voor haat tegen christenen? We missen politieke instrumenten op EU-niveau en bij de Verenigde Naties.”
“Er is een veronderstelling dat wij de meerderheid vormen, en daarom kunnen we per definitie niet onderdrukt worden, kunnen we niet aangevallen worden. Maar er zijn subcategorieën. Sommige mensen of instellingen worden aangevallen. We weten dat minderheden ook agressief kunnen zijn en meerderheden kunnen aanvallen.”
Bazán zegt echter ook dat de schuld deels bij de christenen zelf ligt, die geen officiële klachten indienen. “Uit een enquête onder katholieke priesters in Spanje bleek dat velen van hen fysiek of verbaal waren aangevallen. Maar de meesten van hen hebben dit niet gemeld, misschien omdat ze vinden dat ze dit moeten accepteren als onderdeel van het offer van hun ambt”, legt de professor uit.
“Het probleem is hetzelfde voor leken. Tenzij het om een zeer ernstig misdrijf gaat, doet de meerderheid van de christenen geen aangifte van haatzaaiende uitlatingen. Dit gebeurt niet bij andere religieuze gemeenschappen. De Britse moslimgemeenschap heeft bijvoorbeeld een handboek opgesteld over hoe aangifte moet worden gedaan, met voorbeelden van wat er moet worden gemeld, inclusief kleine overtredingen.”
“Ik denk dat we veel te leren hebben, omdat de politieke leiders wetten en beleid maken op basis van wat gepresenteerd wordt als gemelde gevallen, niet als beschuldigingen,” concludeert Bazán.
Het rapport ‘Vrijheid van Godsdienst wereldwijd, waaraan José Luis Bazán heeft meegewerkt, constateert dat ongeveer tweederde van de wereldbevolking in landen leeft met strenge beperkingen op de godsdienstvrijheid. Het rapport - waarvan u hier de samenvatting kunt aanvragen - wordt om de twee jaar gepubliceerd door Kerk in Nood (ACN).
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Verlaten meisjes vinden opnieuw veiligheid en geborgenheid.
Albanië draagt nog altijd de littekens van het communisme. Families werden vervolgd, vaders verdwenen in de gevangenis en gelovigen leerden zwijgen. Het getuigenis van de mensen die volhardden in hun geloof inspireerde echter velen... onder hen de religieuze zusters van vandaag.
Zo bieden zusters in Shköder een liefdevol thuis aan meisjes die niemand meer hebben om voor hen te zorgen. In dit huis vinden zij niet alleen onderdak, maar ook warmte, bescherming en nieuwe hoop voor de toekomst.
Veel van deze meisjes groeiden op in moeilijke omstandigheden van armoede en verlatenheid. Sommigen verloren hun familie, anderen hadden nooit een veilige plek om op te groeien. Zonder hulp zouden zij verstoken blijven van dagelijkse zorg, onderwijs en medische begeleiding. Vooral tijdens de koude wintermaanden zijn hun leefomstandigheden bijzonder zwaar.
Ook de jonge Christiana vond bij de zusters eindelijk een veilige plaats waar zij met zorg en liefde wordt omringd. Zuster Maria vertelt: “Wij zijn geroepen om moeders te zijn voor deze meisjes en hen te helpen groeien op alle gebieden.”
Over het belang van onderwijs zegt zij: “Ik geloof dat onderwijs de enige troef is, omdat opvoeding in integrale zin christelijke waarden ontwikkelt, een kritische intelligentie, een broederschap.”
De zusters zetten zich dagelijks in om de meisjes alles te geven wat zij nodig hebben: voedsel, kleding, onderwijs en medische zorg. Zij begeleiden hen met geduld en aandacht en proberen een omgeving te scheppen waarin de meisjes zich veilig en geliefd mogen voelen.
De moeilijke sociale omstandigheden in Albanië blijven een grote uitdaging. Zuster Maria zegt hierover:
“Men probeert onze hulpbronnen zoveel mogelijk uit te buiten, zonder het land echt te ontwikkelen.”
Voor meisjes zoals Christiana betekent dit huis veel meer dan alleen een dak boven hun hoofd. Het is een plaats waar zij zich geliefd en beschermd mogen voelen en waar zij stap voor stap vertrouwen in de toekomst terugvinden. Zuster Maria zegt: “De grootste liefde die je kunt hebben is je leven geven voor je naaste.”
In het eenvoudige maar warme huis van de zusters krijgen deze meisjes opnieuw de kans om op te groeien in veiligheid, rust en hoop.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

In deze film ziet u hoe zusters in Albanië zich wegcijferen voor meisjes die niemand anders hebben om voor hen te zorgen en hen te troosten. Vul het wachtwoord dat u in uw mailbox ontving in om hem te bekijken.
In Metanoia reist u naar Albanië, een land dat nog altijd de littekens draagt van het communisme. Families werden vervolgd, vaders verdwenen in de gevangenis en gelovigen leerden zwijgen.
Eén getuigenis van een zuster raakt meteen: “Mijn vader zat ook tijdens het communisme in de gevangenis.” Na twaalf jaar kwam hij vrij. Hij trouwde met mijn moeder, een vrouw die zelf werd vervolgd, maar bleef lesgeven in afgelegen dorpen. Hun geloof legde de basis voor de roeping van zuster Rosa.
Metanoia is dan ook geen film over wanhoop, maar over ommekeer. Over geloof dat blijft branden, juist waar mensen weinig toekomst zien.
Bekijk de film met het wachtwoord (vanwege internationale filmrechten) dat u heeft ontvangen of vraag toegang voor al onze films aan via deze pagina.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Directeur Peter Broeders is gevraagd voor een andere aansprekende functie binnen de Rooms-Katholieke Kerk, die aansluit bij zijn kennis, ervaring en roeping. |
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Bisschop David Tencer is al meer dan twintig jaar missionaris in IJsland, waar de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee elkaar ontmoeten. Sinds 2015 is de Slowaakse kapucijner met zijn brede glimlach verantwoordelijk voor het noordelijkste bisdom van Europa. Tijdens een bezoek aan Kerk in Nood (ACN) liet hij zien dat zijn gevoel voor humor goed past bij de uitdagingen van zijn missie.
Het bisdom Reykjavik werd in 1968 opgericht om slechts 1.000 katholieken te bedienen in een gebied ter grootte van Zuid-Korea. Vandaag de dag is dat aantal volgens officiële cijfers gestegen tot 15.500, hoewel de bisschop denkt dat de werkelijke gemeenschap dichter bij de 50.000 ligt.
De meeste gelovigen in IJsland komen uit Polen, Litouwen, de Filippijnen en Latijns-Amerika. Het begrijpen van het IJslands, een moeilijke en eeuwenoude taal, is slechts een van de uitdagingen waarmee een gemeenschap wordt geconfronteerd waar de Mis op zondag in vijf verschillende talen wordt gevierd: IJslands, Pools, Engels, Spaans en Litouws.
“Onze gemeenschappelijke taal is het geloof. We geloven in hetzelfde. De Kerk is onze moeder”, legt bisschop David Tencer uit. “Veel mensen komen hier werken omdat je goed geld kunt verdienen, maar hoe zit het met hun geloof? Daar moeten we extra aandacht aan besteden. De liturgie verschilt aanzienlijk van land tot land, maar het geloof is hetzelfde. Dat is wat ons verenigt.”
De Kerk van IJsland is volgens de bisschop ontstaan uit immigratie en vormt dus een gemeenschap die bovenal een culturele mozaïek is. “In 2023 hadden we 150 doopselvieringen, 200 vormselvieringen en slechts 14 begrafenissen. Dit toont aan dat onze Kerk de meest dynamische van Europa is”, legt hij uit, met een gezonde dosis trots: “Maar dit is niet onze verdienste, God stuurt deze mensen naar ons toe”.
De pastorale uitdaging is enorm: 18 priesters en een handvol religieuze zusters voorzien in de behoeften van een land waar de wegen maandenlang moeilijk begaanbaar kunnen zijn vanwege het strenge winterklimaat. Daarom steunen de weldoeners van Kerk in Nood het bisdom, onder meer met veilige voertuigen, zodat de priesters en religieuzen afgelegen gemeenschappen kunnen bereiken in de barre wintermaanden.
Theologische kennis alleen is niet voldoende om hier te kunnen werken. Je moet ook weten hoe je door stormen moet rijden, reizen moet plannen naar dorpen die honderden kilometers uit elkaar liggen. Je moet weten wanneer je binnen moet blijven vanwege de sterke wind uit het noorden, de sneeuw en de striemende regen. Die eisen hun tol van het apostolisch enthousiasme. “Je weet pas of je geschikt bent om hier missionaris te zijn als je twee of drie winters hebt doorstaan”, vertelt de bisschop aan Kerk in Nood. Ook een goed gevoel voor humor in deze omgeving kan levensreddend zijn: “Ik heb mijn gitaar ingeruild voor een ukelele. Die neemt minder ruimte in en ik hoef hem niet op mijn rug te dragen. Hij past gewoon in mijn rugzak, waardoor hij gemakkelijker te vervoeren is tijdens reizen door de sneeuw.”
Mensen die uit het zuiden komen, merken al snel hoe belangrijk licht – of het gebrek daaraan – kan zijn voor het moreel van mensen. In de winter is er maar een paar uur zonlicht, terwijl het in de zomer bijna nooit donker wordt. De Slowaakse bisschop zegt dat er meer expansieve culturen zijn dan deze. “ Sicilianen omhelzen je alleen al omdat je een kapucijnenhabijt draagt. Hier vragen ze me of ik een boeddhistische monnik of een moslim ben. In mijn eerste drie uur in Albanië leerde ik drie liedjes. In mijn eerste drie jaar hier heb ik er geen één geleerd.”
Het isolement en het barre klimaat hebben deze eilandcultuur gevormd, waardoor deze meer gereserveerd en autonoom is geworden. “Het is niet beter of slechter, het is gewoon anders. En het is noodzakelijk om te overleven”, voegt hij eraan toe.
IJsland ontvangt jaarlijks ongeveer drie miljoen toeristen. Dat is bijna acht keer de bevolking van het land. Dit levert enkele problemen op voor de lokale bevolking, omdat winkels vaak zonder voorraad komen te zitten. Het is ook een uitdaging voor de Kerk. Want een kapel die gebouwd is voor 50 mensen, kan plotseling overspoeld worden wanneer er een cruiseschip met 2000 passagiers in de stad ligt. Maar voor bisschop Tencer is het heel duidelijk dat dit niet zijn prioriteit is. “Natuurlijk dienen we toeristen, maar mijn prioriteit ligt bij degenen die dit leven delen. Mijn kudde is mijn volk, degenen die hier wonen.” Tussen de gletsjers en vulkanen voert bisschop Tencer zijn missie uit onder het motto: “Ons gletsjerland liefhebben.”
Het diepe secularisme van IJsland vormt ook een moeilijkheid voor de aanwezigheid van de Kerk. Aanwezig zijn alleen is niet genoeg. De Kerk moet het Woord verspreiden. “We moeten ons geloof kunnen uitleggen”, zegt de bisschop, wiens kathedraal in Reykjavik in 2029 haar honderdjarig bestaan viert. Een mooie gelegenheid om het Evangelie uit te dragen.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Herroepingsformulier
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD