fbpx

Ontvoerde zuster Gloria: “Mijn ziel huiverde”

maandag, 10 januari 2022
Nieuws
Zuster Gloria Cecilia Narváez werd afgelopen oktober na ruim vier jaar ontvoerd te zijn geweest door jihadisten vrijgelaten in Mali. In een interview met Kerk in Nood sprak ze uitgebreid over haar missiewerk, haar gevangenschap en de oproep om een levende getuige te zijn. Een inspirerend interview.
Interview with Sister Gloria Cecilia Narvaez, December 2021

Zuster Gloria ontving Kerk in Nood in het klooster in Pasto, Colombia, haar geboorteplaats, waar ze eind november aankwam om haar familie te ontmoeten en te herstellen. Onmiddellijk vertelt ze over haar grootste passie: de missie in Afrika. “De Zusters Franciscanessen van Maria Onbevlekt Ontvangen zijn al meer dan 25 jaar in Mali. Een van onze voornaamste bekommernissen is de emancipatie van de vrouwen. Daartoe worden de plaatselijke vrouwen landbouwtechnieken en naaitechnieken bijgebracht, zodat zij geleidelijk aan hun onafhankelijkheid kunnen vergroten en zelfvoorzienend kunnen worden. Er is speciale nadruk op alfabetisering, want in dat land is onderwijs voor hen zo goed als onbestaande.”

De Colombiaanse zuster uit dat gezondheidswerkers hen ondersteunden door moeders en vaders te leren wat ze moesten doen in geval van zwangerschap. “Dit had zoveel invloed op mannen dat ze zelfs naar ons toe kwamen om hulp te vragen, zodat we hen konden leren hoe ze huishoudelijke taken moesten uitvoeren en voor hun jonge kinderen moesten zorgen als de vrouwen zouden sterven.” In Mali en andere Afrikaanse landen is de dood bij de bevalling of slechts enkele dagen erna aan de orde van de dag. “De ouders vertrouwden ons de zorg voor hun baby’s toe, wat we met veel plezier deden, maar we kregen de ouders ook zover dat ze zich voor hun kinderen inzetten, hen vaak bezoeken en tijd met hen doorbrengen,” zei de Colombiaanse missionaris. Dankzij het werk van de nonnen ontstond er een band van gedeelde verantwoordelijkheid.

Genegenheid zonder klok
In de Malinese cultuur is er geen haast, je kijkt niet op de klok, en de Zusters Franciscanessen van Maria Onbevlektheid pasten zich hier perfect bij aan door beschikbaar te zijn, tijd door te brengen met de mensen en met hen te praten. Ze ontmoetten hen op elk uur, dag of nacht, luisterden naar hen, probeerden hen te helpen met hun problemen, leerden hen om te gaan met de kleine kwaaltjes van kinderen. Ze organiseerden zelfs avonden met toneelstukken, zang- en dansvoorstellingen, die ook door sommige Moslim dorpshoofden werden bijgewoond. In Mali is ongeveer 90 procent van de bevolking Moslim. Zuster Gloria woonde in het noorden van het land. “Er waren geen gesloten poorten, geen muren,” zei zuster Gloria. Families verwelkomden haar in hun huizen en deelden hun eten met hen. Aan het einde van de Ramadan, bijvoorbeeld, werden ze uitgenodigd om bij hen thuis feest te vieren en er was altijd vriendelijkheid, zei ze in gesprek met Kerk in Nood.

Wees stil, zodat God je kan verdedigen
Tijdens haar lange gevangenschap, waarin ze het slachtoffer was van ernstige mishandeling, had ze tijd om na te denken. Zo ook over haar religieuze toestand en haar werk als missionaris. Uiteindelijk realiseerde ze zich dat haar ontvoering een echte kans bood. “Het was een kans die God mij gaf om mijn leven te bezien, mijn antwoord aan Hem… een soort exodus.” In deze uittocht werd zij begeleid door het voorbeeld van de heilige Franciscus, door het gebed van vrede, volmaakte vreugde en zegen voor allen. Zelfs toen ze mishandeld werd, herinnerde ze zich de woorden van de heilige: “Beschouw dit als een genade.”

Elke nieuwe dag was weer een gelegenheid om God te danken voor het leven, temidden van zoveel ontberingen en gevaren. “Hoe kan ik U niet loven, zegenen en danken, mijn God, omdat U mij vervuld hebt met vrede in het aangezicht van beledigingen en mishandeling.” Ze waardeert elk klein ding, hoe onbeduidend het ook leek, zei ze tijdens het interview met Kerk in Nood. Wat het lijden betreft, dacht ze vaak aan de lessen van de stichteres van haar orde, de zalige Caridad Brader: ‘Wees stil, zodat God je kan verdedigen’ en aan die van haar eigen moeder, Rosa Argoty ‘Wees altijd sereen, Gloria, wees altijd sereen.’ De geestelijke erfenis die ze van haar familie ontving, is duidelijk zeer sterk. Tijdens haar gevangenschap dacht ze vaal aan andere woorden van haar moeder, die vorig jaar overleed, die haar zei altijd kalm te blijven: “Als iemand een lucifer is, wees dan geen kaars.” Zelfs wanneer ze werd geslagen zonder reden, of omdat ze aan het bidden was, zei ze tegen zichzelf: “Mijn God, het is hard om geketend te zijn en klappen te ontvangen, maar ik leef dit moment zoals U het mij voorlegt… En ondanks alles zou ik niet willen dat een van deze mannen [haar ontvoerders] iets overkwam.”

“Mijn ziel huiverde”
Soms voelde zij de behoefte om even weg te gaan uit het kamp waar zij werd vastgehouden om de Almachtige hardop te loven. Als zij dat deed, reciteerde zij enkele psalmen en ook enkele gebeden van de heilige Franciscus. Op een keer werd een van de leiders van de groep die over haar waakte boos en nam haar mee naar achteren om haar en God te slaan en te beledigen: “Laten we eens kijken of die God je hieruit krijgt.” Zuster Gloria’s stem breekt als ze zich hem herinnert: “Hij sprak tot mij met zeer sterke, zeer lelijke woorden… Mijn ziel huiverde bij wat deze persoon zei, terwijl de andere bewakers hardop lachten om de beledigingen. Ik stapte op hem af en zei hem in alle ernst: ‘Kijk baas, toon alsjeblieft meer respect voor onze God; Hij is de Schepper, en het doet me echt veel pijn dat je zo over Hem praat’.” Toen staarden de gijzelnemers elkaar aan, alsof ze geraakt waren door de kracht van deze eenvoudige maar krachtige uitspraak, en een van hen zei: “Ze heeft gelijk. Praat niet zo over haar God.” En zij zwegen.

De missionaris is er zeker van dat bij minstens vijf gelegenheden God of de Heilige Maagd daadwerkelijk heeft ingegrepen om haar te beschermen. Zo cirkelde een grote adder enkele malen rond de plaats waar zij sliep zonder haar te benaderen; bij een andere gelegenheid stond een zeer grote en gedrongen wachter plotseling een andere man in de weg die op het punt stond haar aderen door te snijden.

Godsdienstvrijheid, sleutel tot het geloof
Zuster Gloria werd samen met twee andere vrouwen, een moslima en een protestante vrouw, vastgehouden. In haar werk als missionaris leefde zuster Gloria verdraagzaamheid en respect voor anderen, zich er duidelijk van bewust dat dit essentieel was om haar werk uit te voeren: “Als wij de vrijheid van anderen om hun godsdienst te beleven respecteren, dan kunnen wij datzelfde respect ontvangen.”

Ze kreeg echter geen respect toen ze ontvoerd werd. Maar haar gevangenschap bood haar een kans om haar geloof krachtig te verdedigen, vertelde ze Kerk in Nood. “Ze vroegen me stukjes van moslimgebeden te herhalen, islamitisch aandoende kleding te dragen, maar ik heb altijd laten weten dat ik in het katholieke geloof ben geboren, dat ik in die religie ben opgegroeid, en dat ik dat voor niets ter wereld zou veranderen, zelfs niet als het me mijn leven zou kosten,” wat een aantal keren bijna gebeurde. Maar meer dan met woorden moeten wij het geloof verdedigen met het getuigenis van het leven. Wij zijn geroepen om een getuige van ons geloof te zijn.” In dit verband herinnert zij zich dat onlangs een Malinese priester haar vertelde dat dankzij haar voorbeeld het geloof van zijn gemeenschap is toegenomen en sterker is geworden.

Terwijl vier jaar en acht maanden lang de genegenheid van velen werd opgeschort, ontvangt zuster Gloria nu overal waar ze komt genegenheid, een teken van Gods tederheid door de mensen heen. Zij kan door de gangen van het klooster in Colombia lopen waar zij tot religieuze is opgeleid en voelt er hoe de liefde die zij van mensen ontvangt van fundamenteel belang is voor het geleidelijke herstel van haar innerlijke vrede. Met dit krachtige getuigenis van haar geloof doet zij een oproep “om constant te zijn, te blijven bidden, niet moe te worden.”

Tenslotte aarzelt deze zuster met haar serene stem en kalme blik geen moment om te zeggen dat zij zo snel mogelijk terug zou keren naar de missie, “naar Afrika of naar waar God maar wil.” Ze gelooft dat zij geroepen is om te voorzien in de noden van de broeders en zusters die het meest te lijden hebben en “van hun gemeeschappen een stukje hemel op aarde te maken”, zoals hun stichteres, de zalige Caridad, hen op het hart drukte.