fbpx

Ontvoerde pater Maccalli: “Maria dankbaar voor voorspraak”

donderdag, 19 augustus 2021
Nieuws
In een exclusief interview met de katholieke hulporganisatie Kerk in Nood (ACN), vertelt pater Pierluigi, die 2 jaar lang gevangen werd gehouden door jihadisten in de Sahel regio in Afrika, over zijn moeilijkste momenten.
Photos of Father Pierluigi Maccalli from before his abduction in September 2018

De SMA missionaris bezocht dit weekend het heiligdom van Fatima samen met zijn broer, pater Walter Maccalli, en de Portugese missionaris zuster Alexandra Almeida – beiden eveneens missionarissen in Liberia. Hij bad er onder meer voor zuster Gloria Narváez Argoti, de religieuze zuster die na meer dan vier jaar nog steeds gevangen wordt gehouden door de jihadisten.

Tijdens het interview met Kerk in Nood sprak pater Pierluigi zijn bezorgdheid uit over de gezondheid van de Colombiaanse zuster. “Elke dag bid ik voor deze religieuze zuster, die na vier en een half jaar nog steeds in de handen van haar ontvoerders is. Ik heb twee jaar gevangen gezeten, en dat was een lange tijd. Zij heeft twee keer zo lang gezeten; zij is een vrouw, en zij is alleen. Ik geloof dat ze heel veel gebeden nodig heeft. Ik vraag iedereen om elke dag voor haar te bidden en voor andere gevangenen zoals zij, dat haar bevrijding spoedig moge komen.”

Moeilijkste moment
“Ik denk dat het moeilijkste moment voor mij was toen ze me in de boeien sloegen. Ik herinner me de datum: het was op 5 oktober 2018, nadat ze me per motorfiets dwars door Burkina Faso hadden gereden. Op die bewuste dag kwamen we aan bij een grot, en het was daar dat ze me aan een boom vastboeiden. Het was een zeer ongemakkelijk moment. Ik huilde, en ik riep tot God: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”

“Ik geloof dat ze [de terroristen] goed georganiseerd waren, want mijn ontvoerders in Niger waren jonge Fulani mannen uit een gebied dicht bij Burkina Faso. De dag nadat ik ontvoerd was, kon ik ze zien telefoneren. Ongetwijfeld gaven zij inlichtingen over mij en kregen zij de opdracht mij in de richting van Mali te brengen. Toen ik vroeg waarheen ze me brachten, zeiden ze: “Naar de Arabieren.” De ‘Arabieren’ waren mensen die in Mali woonden. En ze hebben me inderdaad aan deze Arabieren uitgeleverd, die me vervolgens met de auto de Sahara-woestijn in hebben gebracht. Een jaar later brachten ze me naar een ander gebied waar Toearegs woonden. In de eerste video die ze maakten, op 28 oktober, vertelden ze me dat de eerste groep die me had ontvoerd, de “Groep voor de Steun aan de Islam en de Moslims” heette. Dit is een groep die verschillende andere verenigingen omvat die gelinkt zijn aan Al’Qaeda.”

Waarom ontvoerd?
“Ik heb mezelf vele malen afgevraagd waarom ze me ontvoerd hebben; wat ik gedaan had, wat ik gezegd had om dit te veroorzaken. Ik heb me niets kunnen herinneren dat ik gezegd of gedaan zou kunnen hebben om iemand te beledigen. Er is niets dat ik kan bedenken dat ik gedaan zou kunnen hebben. Ik denk dat het gewoon was dat de missie in Bomoanga een geïsoleerde missiepost is, van waaruit het gemakkelijk is om iemand te ontvoeren en dan in het bos te verdwijnen. Er is geen politie, niemand die de missie bewaakt, geen waakhond. Het is een missie die openstaat voor iedereen, zoals past bij onze missionaire aanpak om onder de mensen, dicht bij de mensen en met de mensen te zijn. Wij zijn een gemakkelijke prooi voor mensen zonder scrupules met kwade bedoelingen.”

Jihadistische dreiging
“De Kerk is geboren uit vervolging, vanaf het begin. Uit elke beproeving wordt een nieuwe gemeenschap geboren, een nieuw bewustzijn. Ik ben er vrij zeker van dat deze moeilijke tijd – voor mij, voor mijn gemeenschap en voor vele gemeenschappen in Afrika die deze tijd van terrorisme doormaken – vruchten zal dragen van vrede, vruchten van vrijheid, vruchten van nieuw leven, en misschien ook een nieuw zelfbewustzijn in zoveel gemeenschappen die momenteel op de proef worden gesteld.

Ik sta in contact met mijn gemeenschappen in Afrika, en zij vertellen mij dat zij heel erg in deze staat van onveiligheid leven. Er wordt hun vaak gezegd dat zij niet in groepen mogen samenkomen om niet de indruk van provocatie te wekken. Zij bidden in hun eigen huizen. Sommigen van hen zijn gedwongen hun dorpen te verlaten, maar zij blijven bidden, hopen en vragen mij hen te blijven steunen in deze tijd van beproeving. We moeten samen bidden dat de vrede werkelijk zal heersen en dat het Rijk Gods met kracht zal komen.”

Rozenkrans van stop
“Ja, ik maakte een rozenkrans van een stuk stof, van de hoofdbedekking die mijn hoofd tegen de zon beschermde, en elke dag bad ik tot Onze Lieve Vrouw, Ontknoopster van Knopen, waarbij ik haar dit grote en onontwarbare probleem toevertrouwde en haar vroeg voorbede te doen voor mijn bevrijding, voor mijn familie, voor mijn gemeenschap en voor vrede in de wereld. De rozenkrans was mijn voortdurende metgezel gedurende de tijd van mijn gevangenschap. Ik zeg vaak dat Maria en de Heilige Geest mij steunden in die moeilijke tijd, toen ik de donkere nacht van de ziel ervoer en de stilte van God voelde. Maar tegelijkertijd gaf het gebed mij elke dag kracht.”

“Ik ben dank verschuldigd aan Maria en in het bijzonder aan Onze Lieve Vrouw van Fatima, omdat mijn bevrijding plaatsvond op het feest van Onze Lieve Vrouw van de Heilige Rozenkrans. Ik werd eigenlijk vrijgelaten op 8 oktober 2020, maar het was op de avond ervoor, de avond van 7 oktober, het feest van de Heilige Rozenkrans, dat ik het nieuws te horen kreeg: “Libération. C’est fini”. Vrijheid. Het is voorbij.”

“Het was dit verband, al was het maar symbolisch, dat ik wilde eren door nu naar Fatima te komen om het rozenhoedje te bidden en Maria te danken voor haar voorspraak, om God te danken voor mijn bevrijding, die, geloof ik, de vrucht was van zoveel gebeden. Niet alleen van mij, maar ook van die van mijn familie, van mijn volk. Sinds mijn ontvoering bidden zij elke dag ‘s avonds de rozenkrans, in mijn land en in mijn bisdom. Gedurende die 17 maanden hebben ze pelgrimstochten gemaakt, gebedswakes gehouden. En ik weet dat er ook in andere delen van de wereld gebeden werd. Er was een rivier van gebed. Ik geloof dat het gebed de deur naar mijn bevrijding heeft geopend.”

Dank
“Van mijn kant wil ik iedereen bedanken die op verschillende manieren heeft gebeden en de Kerk heeft gesteund. Voor de gebeden van zovele kloosters, families en huishoudens. Er waren anderen die hielpen door financiële steun te geven, zij die ook hielpen met hun vriendschap. Ik wil graag via Kerk in Nood dank zeggen aan allen die zich hebben ingezet voor mijn vrijheid. Laten we doorgaan met het ondersteunen van de Kerk en alle gemeenschappen die een tijd van Calvarië doormaken, van moeilijke tijden. We zijn dicht bij elkaar door gebed. Dank aan iedereen. Laten we met heel ons hart verenigd blijven in gebed. Heel veel dank aan iedereen van mij persoonlijk!”