fbpx

Oekraïne: “Priesters moeten niet bang zijn”

dinsdag, 11 oktober 2022
Nieuws
De oorlog in Oekraïne gaat zijn achtste maand in en het land is opnieuw opgeschrikt door raketaanvallen op diverse steden. Vasylij Tuchapets, de Grieks-katholiek bisschop van Kharkiv, sprak tijdens een bezoek aan het hoofdkwartier van Kerk in Nood (ACN) over het belang om bij de mensen te blijven, hoe de oorlog het pastorale werk heeft beïnvloed, en de noden van de mensen in Oost-Oekraïne nu de winter nadert.
Bishop Pavlo Honcharuk (Roman Catholic Church) and bishop Vasyliy Tuchapets (Greek Catholic Church) in Kharkiv helping the people during the war

Op de eerste dag van de invasie werd bisschop Vasylij om 5.00 uur wakker door het geluid van explosies toen de Russen Kharkiv begonnen te bombarderen. Op weg naar de kathedraal zag hij mensen in paniek, velen probeerden met hun bagage het station te bereiken. Het stadsvervoer functioneerde niet en er stonden lange rijen bij benzinestations.

Zijn eerste instructie die dag was dat alle priesters in hun parochie moesten blijven, dicht bij de gelovigen die aan hen waren toevertrouwd. Tegelijkertijd vereiste de veiligheid van hun gezinnen zorg en aandacht, aangezien de meeste Grieks-katholieke diocesane geestelijken vrouwen en kinderen hebben.

Op een avond na de Mis verliet de bisschop de kathedraal toen hij werd aangesproken door een groep plaatselijke jongemannen, die hij nog nooit in de kerk had gezien. “Bedankt dat u bij ons bent gebleven”, zeiden ze. “Alleen al de aanwezigheid van iemand die voor hen bidt, doet de mensen opleven”, zegt bisschop Vasylij. “Men moet niet bang zijn. De Heer zal hen zegenen. Als een priester wegloopt, verliest iedereen.”

“Wij ploegen, anderen zullen oogsten”
Het bisdom Kharkiv, dat pas in 2014 werd opgericht, is verspreid over 84.000 vierkante kilometer – ongeveer de grootte van Oostenrijk – en omvat de drie regio’s Kharkiv, Poltava en Sumy. Het heeft een totale bevolking van meer dan vijf miljoen. Dit traditioneel orthodoxe gebied werd tijdens de Sovjettijd sterk geseculariseerd. “Wij begonnen ons werk met onze Grieks-katholieke kerkgelovigen, die vooral bestonden uit voormalige universiteitsstudenten die in Kharkiv waren gebleven, en met voormalige gedeporteerden naar Siberië”, zegt de bisschop. “Nu zijn de meeste parochianen lokale bewoners die hun geloof hebben gevonden door contact met onze parochies. Ik denk dat het onze taak is om te ploegen, om de grond voor te bereiden. Na ons komen degenen die zullen zaaien, en de volgende generaties zullen oogsten, zoals Paulus zei.”

De pastorale zorg verandert door de oorlog, merkt ook bisschop Vasylij op. Veel mensen zijn vertrokken, maar er zijn ook nieuwe mensen aangekomen, op zoek naar hulp en onderdak. Dagelijks komen zij naar de kathedraal van Kharkiv, niet alleen voor humanitaire hulp. Ze hebben vragen en zijn op zoek naar antwoorden. “De meeste mensen die nu komen bidden, zijn mensen die tijdens de oorlog pas zijn begonnen te komen. Soms vragen ze, na jaren van samenwonen, om een huwelijk of om de doop van hun kinderen.”

Kinderen in de kerk
Ook kinderen komen naar de kerk, soms nadat ze zich maandenlang in hun huizen, kelders of schuilkelders hebben verschanst. De zusters en animatoren organiseren twee keer per week spelletjes, wedstrijden, bijeenkomsten en catechisatie voor degenen die dat willen. Voor sommigen is het hun eerste contact met het gebed. “De schoolklassen zijn om veiligheidsredenen online, dus we gaan door met onze bijeenkomsten voor kinderen”, zegt de bisschop. Het pastorale werk met kinderen omvat zomerkampen, genaamd “Vakanties met God”, die plaatsvinden dankzij de steun van Kerk in Nood. Tijdens de oorlog zijn de kampen niet alleen in stand gehouden, maar is het aantal zelfs toegenomen.

De parochianen bidden elke dag voor het einde van de agressie en voor vrede. “Als Christenen weten we goed dat kracht wordt gegeven door de Heer en niet door de aantallen van het leger”, aldus de bisschop. De kathedraal houdt ook dagelijks Liturgie in de benedenkerk, want de bovenkerk wordt gebruikt als opslagplaats voor humanitaire hulp.

“De winter zal niet gemakkelijk zijn”
De hulp begon al snel na het begin van de oorlog in Kharkiv aan te komen. Priesters en vrijwilligers raakten na verloop van tijd bedreven in het sorteren van voedsel, kleding, hygiëneproducten, kinderartikelen enzovoort, zodat ze de mensen snel kunnen geven wat ze nodig hebben. Nog steeds komen tussen de 1.500 en 2.000 mensen uit de hele stad naar de kathedraal voor hulp, omdat ze hier verschillende artikelen op één plek kunnen krijgen.

De hulpverlening is echter afgenomen van drie dagen per week naar één, deels vanwege de schaarste aan goederen, maar ook om voorraden op te slaan voor de herfst en winter, voor nieuwe vluchtelingen. De omliggende dorpen zijn zwaar beschadigd door de Russische beschietingen, zodat de mensen van daar onderdak zoeken in de stad.

De schade in Kharkiv zelf wordt snel hersteld, en de infrastructuur draait. “Maar deze winter zal niet gemakkelijk zijn”, waarschuwt de bisschop. “Veel gebouwen hebben gebroken ruiten door de beschietingen, dus de eerste taak is ervoor te zorgen dat de mensen zich warm kunnen houden in hun flats. Voedsel, warme artikelen en medicijnen zijn nog steeds nodig, waarbij het laatste prioriteit heeft, omdat het koude weer gepaard zal gaan met ziekten. We hebben nog steeds hulp nodig voor mensen en die behoefte zal nog lang blijven bestaan. Veel mensen hebben nu geen werk en geen inkomen, dus we moeten op zijn minst basiszaken verstrekken,” aldus bisschop Vasylij.

Kerk in Nood was de eerste liefdadigheidsinstelling die mgr. Vasylij Tuchapets bezocht nadat hij in 2014 tot bisschop van Kharkiv was benoemd. In de loop der jaren hebben het bisdom en Kerk in Nood samen veel projecten opgezet, waaronder de nog lopende bouw van de kathedraal en andere kerken, parochiecentra en infrastructuur, steun voor priesters en zusters, catechisatieprojecten en werk met kinderen en jongeren.

Bisschop Vasylij is de weldoeners van Kerk in Nood dan ook dankbaar: “Bedankt voor uw steun en medewerking! Zo verspreiden wij het Woord van God in het oosten van Oekraïne, waar het gedurende bijna 80 jaar communisme verboden was. De heropleving van het geloof heeft veel tijd en werk nodig, te beginnen met plaatsen voor gebed en catechese en de mogelijkheid voor priesters om dicht bij hun mensen te leven. Elk van onze priesters viert minstens één keer per maand een Mis voor de intenties van onze weldoeners. Ik dank u voor deze samenwerking en hoop dat deze wordt voortgezet. Moge de Heer u zegenen voor uw dienst, die zo belangrijk is voor de Kerk!”