fbpx

Oekraïne: “Oorlog begint in het hart”

woensdag, 03 juli 2024
Nieuws
Tijdens zijn bezoek aan het internationale hoofdkantoor van Kerk in Nood (ACN) sprak bisschop Pavlo Honcharuk van het rooms-katholieke bisdom Kharkiv-Zaporizhzhia met de liefdadigheidsinstelling over de situatie ter plaatse. Tijdens het gesprek benadrukte de bisschop, die een van de grootste bisdommen in Europa leidt, het belang van pastorale zorg in de regio, die direct aan de Russische grens ligt en zwaar onder vuur ligt. Volgens de media heeft Rusland alleen al in juni 2024 zo'n 700 geleide bommen afgevuurd op Kharkiv, de op één na grootste stad van Oekraïne.
Sound systems for the parish of Our Lady of Fatima in Konotop

De stad Kharkiv ligt op slechts 30 km van de Russische grens. Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog ligt de stad regelmatig zwaar onder vuur en is nu zwaar beschadigd. Kunt u ons vertellen over de huidige situatie?

We leven van uur tot uur. S-300 raketten afgevuurd vanaf Russische zijde raken Kharkiv in minder dan 39 seconden. Omdat de raket zo snel vliegt, landt hij eerst en daarna komt de luchtaanvalwaarschuwing. Iedereen die binnen 70 km van het front woont, komt als eerste in de Russische vuurlinie terecht. In Oekraïne is er echter geen veilige plek. De aanvallen kunnen overal plaatsvinden.

Hier in Kharkiv gaat de waarschuwing voor een luchtaanval bijna non-stop af. Ook elk uur van de nacht. Veel mensen durven nog steeds niet naar buiten. Er zijn veel zelfmoorden, omdat mensen niet weten wat er gaat gebeuren. De scholen en kleuterscholen zijn gesloten. Veel kinderen leren in ondergrondse stations. Ik ken een lerares die elke dag naar een plek in de buurt gaat waar ze Wi-Fi heeft en van daaruit online lessen geeft aan haar studenten, die nu verspreid zijn over 18 landen. Alles is verwoest. De mensen hebben geen huizen, geen appartementen… een 73-jarige man kwam naar ons toe en had niets bij zich. Gelukkig was hij buiten toen de raket zijn huis raakte. Maar alles is weg. We hebben kleding voor hem gekocht.

Hoe is de situatie voor de lokale kerk?

Ik heb een heel groot bisdom, maar een kwart ervan is bezet en in dat deel zijn er geen priesters meer. Voor de oorlog in 2014 hadden we 70.000 gelovigen in ons bisdom. Nu zijn dat er nog maar 2.500.

Ook al is alles hier instabiel, er is één ding dat niet verandert: we moeten de lopende kosten voor gas, water en elektriciteit betalen, zodat de priesters en religieuzen hun bestaan veilig kunnen stellen. De gelovigen kunnen ons niet steunen, ze hebben alles verloren. Daarom dank ik Kerk in Nood uit de grond van mijn hart dat ze er zijn en ons helpen. Priesters en religieuzen zijn onvervangbaar. Ze zijn een teken van stabiliteit en veiligheid. De mensen zeggen: als er een priester is, kan ik ook blijven. Ze hebben onze aanwezigheid gewoon nodig. Eenzaamheid is heel moeilijk te verdragen, vooral als je een geliefde hebt verloren.

Wat is de belangrijkste taak van de Kerk in deze sombere situatie?

Onze missie is om Christus en zijn woord te verkondigen. Gebed is het grootste wapen. Veel mensen vragen: wanneer zal de oorlog eindigen? Er is geen antwoord. Maar we moeten niet stoppen met bidden.

Maar net zo belangrijk is het om er voor de mensen te zijn, hen te begeleiden, hun lasten met hen te dragen, met hen te bidden, hen te dienen. En middelen zoeken om hen te helpen deze moeilijke tijd te boven te komen. Het gaat niet alleen om materiële hulp, maar ook om psychologische hulp. Het is belangrijk dat iemand begrijpt wat er in hem omgaat, zodat hij zichzelf niet veroordeelt, want met angst komt ook agressie. Dat is normaal in een oorlogssituatie. Dan moet je erover praten. We hebben weinig specialisten en deskundigen en dat is een probleem.

Kerk in Nood heeft steun gegeven aan psychologische vorming voor priesters, religieuzen en vrijwilligers in verband met oorlogsverwondingen. Dat is zo belangrijk en daar zijn we erg dankbaar voor!

U bent zelf ooit militair aalmoezenier geweest en bent nu verantwoordelijk voor alle militaire aalmoezeniers van de Katholieke Bisschoppenconferentie. Kunt u uitleggen hoe hun werk eruit ziet?

Een militaire aalmoezenier houdt zich bezig met de pastorale zorg voor de mannen aan het front, maar ook voor hun gezinnen. We hebben 46 militaire aalmoezeniers in mijn bisdom. Elke jonge man aan het front is een eenzame strijder. Hij voelt zich erg alleen, omdat er maar weinig mensen zijn aan wie hij kan vertellen hoe het met hem gaat. Hij zou geen psycholoog in vertrouwen nemen, omdat hij die niet vertrouwt, en ook zijn familie niet, omdat hij die zou willen beschermen. Wat deze mannen in hun ziel hebben is een nachtmerrie. Daarom is een militaire aalmoezenier zo belangrijk. Hij luistert naar wat mannen op hun ziel hebben. Je weet vaak niet wat je moet zeggen, je bent er gewoon.

Welke ervaringen hebben u de afgelopen tijd bijzonder getekend?

Het is natuurlijk heel moeilijk als ik families moet vertellen dat hun zoon of echtgenoot is omgekomen. Vaak wordt de bisschop gevraagd om dat te doen… Ik was vooral ontroerd door een ervaring in een dorp vlakbij het front. Daar stierf een vrouw en we wilden haar begraven, maar de plaatselijke orthodoxe priester vond dat te gevaarlijk. Toch ging ik. De mensen daar waren pro-Russisch, ze wilden niet met ons praten en waren erg agressief. De begrafenis vond plaats in een kelder, zonder elektriciteit. Ik deelde kaarsen uit. Er waren ongeveer 10 mensen. Ze keken me aan – ik keek in lege ogen en kreeg kippenvel. Het was donker en het was zo moeilijk. Het dode lichaam werd neergelegd. Voordat ik voor de dode vrouw bad, begon ik eerst te bidden voor de mensen die voor me stonden: “Lieve God, kom alstublieft in de harten van de mensen hier…” Toen we boven kwamen, zag ik eindelijk de mensen in het daglicht, ze hadden gehuild. De vrouw die in het begin het meest agressief was geweest, vroeg me opnieuw te bidden. Ik vroeg haar waarom. Ze zei: “Toen je bad, werd mijn hart zo licht.” De anderen bevestigden het. Ze herhaalden mijn gebedswoorden. God had hun harten aangeraakt. Voor deze mensen is de oorlog beëindigd. Want oorlog begint in het hart en eindigt daar.

Veel mensen hebben Kharkiv verlaten vanwege de voortdurende bombardementen. Heeft u er zelf aan gedacht om de stad te verlaten?

Nee, ik blijf. Mijn plaats is hier. De lokale mensen hebben me nodig. Als ik Kharkiv verlaat, zal dat met de allerlaatste auto zijn.

Kerk in Nood steunt de Kerk in Oekraïne al tientallen jaren. Sinds het begin van de invasie heeft het in het Latijnse bisdom Kharkiv-Zaporizhzhia noodhulp gefinancierd voor religieuzen, hulp voor 25 parochies en warmtepompen voor verschillende parochies en voor de curie. Daarnaast ontvangen veel priesters misintenties van weldoeners van Kerk in Nood die bijdragen in hun levensonderhoud en hebben priesters, religieuzen en vrijwilligers psychologische vorming gekregen.