Oorlog in Oost-Oekraïne: leven tussen sirenes en hoop

maandag, 23 februari 2026
Nieuws
ACN-20200427-100149 Noodhulp Corona Oekraïne

Voor veel mensen begon de oorlog in Oekraïne in 2022 met de grootschalige Russische invasie. Maar in het oosten van het land leven gelovigen al sinds 2014 in een voortdurende staat van conflict. ulpbisschop Jan Sobilo van het bisdom Charkiv-Zaporizja (Latijnse ritus) bezocht recent het internationale internationale kantoor van Kerk in Nood (ACN). Hij sprak openhartig over de situatie in zijn bisdom, waarvan delen onder bezetting staan. “Zonder uw hulp zouden wij zelf vluchtelingen zijn,” vertelt hij. “Dankzij de weldoeners van Kerk in Nood kunnen wij blijven. Wij kunnen het Evangelie blijven verkondigen.”

Kerken zonder priesters, parochies vol vluchtelingen

Meerdere grote steden in het bisdom zijn bezet gebied. Priesters konden daar niet blijven. Tegelijkertijd groeiden andere parochies sterk door de toestroom van vluchtelingen uit bezette regio’s. De meesten kwamen met lege handen. Velen hadden weinig of geen band met het geloof. Toch vonden zij in de Kerk een thuis. “Sommigen kennen God niet, maar voelen in hun hart dat ze iets nodig hebben. Ze vinden het in onze gemeenschap. Wanneer wij brood uitdelen, zeggen mensen: ‘U gaf ons niet alleen brood, maar ook een glimp van God.’”

Dankzij de steun van Kerk in Nood ontvingen duizenden mensen voedsel, pastorale zorg, brandstof, voertuigen en basisvoorzieningen. Het gaat niet om abstracte projecten, maar om concrete mensen met namen en verhalen.

Groeiende Kerk in oorlogstijd

Opmerkelijk is dat het geloof in Oekraïne niet afneemt, maar juist groeit. Volgens Grootaartsbisschop Sviatoslav Shevchuk van de Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk is het percentage gelovigen in recente jaren gestegen van 8 naar 12 procent van de bevolking. Ook in het oosten ziet bisschop Sobilo een vergelijkbare ontwikkeling binnen de Latijnse Kerk. Momenteel bereiden 40 volwassenen zich voor om met Pasen in de Kerk te worden opgenomen. “Ik ken niemand die zijn geloof verloren heeft. Een officier zei mij ooit: ‘Aan het front zijn geen atheïsten.’”

Leven op 15 kilometer van het front

Het bisschoppelijk centrum ligt op slechts 15 kilometer van de frontlinie. Luchtaanvallen en sirenes zijn dagelijkse realiteit. Mensen gaan vaak niet meer naar schuilkelders. “Ze zeggen: we willen niet alleen overleven, maar ook leven,” aldus de bisschop. Het zwaarst zijn de begrafenissen van jonge mannen. Moeders die hun zonen verliezen. Soms wordt het lichaam nooit teruggevonden. Deze pijn maakt mensen bewust van de kwetsbaarheid van het leven. “Je weet nooit wanneer jouw tijd komt. Daarom moedigen wij mensen aan regelmatig te biechten en zich voor te bereiden op de sacramenten.”

Paus Leo XIV bidt voor Oekraïne

Aan de vooravond van de herdenking van de invasie heeft paus Paus Leo XIV publiekelijk gebeden voor het zwaar beproefde volk van Oekraïne. Hij riep de internationale gemeenschap op om de lijdende bevolking niet te vergeten en benadrukte dat gebed en solidariteit essentieel blijven.

Zijn oproep onderstreept wat de Kerk ter plaatse dagelijks ervaart: achter geopolitieke analyses gaan concrete mensenlevens schuil. De pauselijke steun is voor veel Oekraïense gelovigen een krachtig teken dat zij niet vergeten zijn.

“God heeft Oekraïne niet vergeten”

Hoewel bisschop Sobilo weinig vertrouwen heeft in politieke strategieën, blijft zijn hoop geworteld in Gods voorzienigheid. “Ik twijfel er niet aan dat God een plan heeft met Oekraïne. Misschien zien wij het nog niet. Misschien zal het ons verrassen. Maar Hij is ons niet vergeten.” Terwijl de Kerk zich voorbereidt op Pasen, blijft de hoop op vrede levend. Dat de strijd in Oekraïne voor een groot deel geestelijk is, blijkt ook uit dit artikel. en uit ons dossier over Oekraïne.