Volgens de Libanese regering zijn bijna 30.000 mensen ontheemd geraakt na een golf van aanvallen op maandag 2 maart door de Israëlische luchtmacht. De aanvallen hebben de fragiele rust verstoord die de afgelopen maanden heerste. De Kerk biedt reeds opvang aan families die hun huizen ontvluchten.
Gedurende de hele dag bleef de pauselijke stichting Kerk in Nood (ACN) in direct contact met projectpartners van de Kerk – bisschoppen en religieuze gemeenschappen – om de veiligheidssituatie en de dringende humanitaire behoeften te beoordelen.
Opvang in kerken
In Saida beschreef de Grieks-Melkitische bisschop Elie Haddad de gespannen sfeer: “Er vliegen raketten over onze hoofden.” Het gebied zelf is niet direct getroffen, maar openbare scholen zijn opengesteld om ontheemde gezinnen op te vangen en parochiecentra zijn begonnen met het opvangen van mensen die de bombardementen ontvluchten.
Verder naar het zuiden, in Tyrus, vertelde de Grieks-Melkitische bisschop Georges Iskandar aan Kerk in Nood (ACN) dat kerkelijke instellingen al christelijke gezinnen opvangen. Hij schat dat ongeveer 800 christelijke gezinnen in zijn bisdom binnenkort hulp nodig zullen hebben als de escalatie voortduurt.
Mensen verlangen naar eenvoudig leven
Hij beschreef de menselijke tol van het hernieuwde geweld als volgt: “De mensen zijn uitgeput; ze vrezen voor hun kinderen en hun toekomst; ze verlangen naar een eenvoudig en gewoon leven: dat een kind zonder angst naar school kan gaan, dat een bejaarde rustig in zijn huis kan slapen, dat een vader en moeder in waardigheid kunnen werken voor hun dagelijks brood.”
“Als herder van deze lokale kerk is het mijn voornaamste zorg om dicht bij deze onschuldige mensen te blijven: onder hen aanwezig te zijn, naar hun lijden te luisteren, met hen te bidden en hen eraan te herinneren dat hun waardigheid in Gods ogen gewaarborgd is en dat de christelijke hoop niet gebaseerd is op machtsverhoudingen, maar op het geloof in de Heer van de geschiedenis, die vrede wil voor Zijn volk.”
Maronitische bisschop Charbel Abdallah van Tyrus meldde dat veel inwoners van de stad Tyrus voorlopig in hun huizen blijven, maar dat christenen uit grensdorpen zijn begonnen met evacueren.
“Het zijn onze mensen”
In de Bekavallei verloopt de crisis op een manier die doet denken aan de oorlog van 2024. Maronitische bisschop Hanna Rahme van Baalbek-Deir El Ahmar meldde dat moslim- en christelijke families uit Baalbek opnieuw hun toevlucht zoeken in Deir El Ahmar – onder hen veelal dezelfde families die daar tijdens het vorige conflict ook onderdak vonden. Openbare scholen zijn heropend om ontheemde families op te vangen, en ook de St. Nohra-kerk biedt onderdak.
Ondanks de uiterst beperkte middelen benadrukte bisschop Rahme dat de Kerk de mensen in nood niet in de steek zal laten: “Het zijn onze mensen; we zullen voor hen zorgen met wat we hebben.”
School zusters toevlucht
In het nabijgelegen dorp Zboud hebben ongeveer 100 mensen hun toevlucht gezocht in een school die wordt gerund door de Zusters van Goede Werken. Meer mensen passen er niet in. Zuster Jocelyne Joumaa waarschuwde: “We zijn voorlopig veilig, maar het zal zeker snel onze beurt zijn.”
Hoewel de Libanese regering openbare opvangcentra en noodhulplijnen heeft opgezet, blijft de situatie zeer onstabiel. Verschillende bisdommen hebben aangegeven dat als de escalatie voortduurt, zij wellicht gedwongen zullen zijn internationale hulp in te roepen om voedsel, noodpakketten en basisondersteuning te bieden aan ontheemde gezinnen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en staat klaar om te reageren zodra de behoeften de komende dagen duidelijker worden. De stichting roept ook op tot gebed voor vrede en stabiliteit in Libanon en het hele Midden-Oosten.




