fbpx

“In Syrië en Libanon gaan zusters naar donkere plaatsen”

dinsdag, 31 mei 2022
Nieuws
Kort na het einde van de verschrikkelijke burgeroorlog in Libanon bracht een kardinaal een bezoek aan het land en vroeg om een ontmoeting met leden van vrouwencongregaties. “Hij zei ons dat wij overal kunnen komen, dat wij in staat zijn om naar de donkere plaatsen in gezinnen te gaan waar anderen dat niet kunnen, gewoon omdat wij vrouwen zijn, en zusters”, vertelt zuster Helen Mary Haigh. Volgens de zuster vraagt de huidige situatie opnieuw om hun bijzondere inzet.midden
One Million Children Praying the Rosary 2020

De Engelse zuster van de congregatie van de Zusters van Jezus en Maria, die toen in het land was en die al meer dan 30 jaar dicht bij Libanon en Syrië staat, herinnert zich het gesprek goed. “Dat is weer waar geworden in Libanon, en ook in Syrië. De vrouwen kunnen gaan waar anderen dat niet kunnen, en de zusters kunnen naar duistere, moeilijke of gevaarlijke plaatsen gaan, omdat wij voor niemand een bedreiging zijn. Helaas vragen deze duistere situaties om deze bijzondere rol die wij proberen te vervullen”, vertelt ze tijdens een online videoconferentie met Kerk in Nood (ACN).

Uitdagingen en kansen
De tragische situatie in Libanon, met zijn verpletterende financiële crisis, en in Syrië, waar een al even erge crisis de armoede als gevolg van een twaalf jaar durende burgeroorlog heeft verergerd, heeft de religieuze zusters heel wat uitdagingen bezorgd. De moeilijkheden in Syrië en Libanon hebben geleid tot een toename van misbruik van kinderen en vrouwen. Kansen zijn er ook: zo zijn er meer mogelijkheden voor vrouwen om de leiding te nemen in hun gezinnen en gemeenschappen.

Echtscheidingen en zelfmoord
Zuster Annie Demerjian, die deel uitmaakt van dezelfde congregatie, verdeelt haar tijd tussen haar geboorteland Syrië en Libanon. Ze heeft rechtstreeks contact met honderden gezinnen die steun krijgen van onder andere ACN. Tijdens dezelfde conferentie legt zij uit dat gezinnen bezwijken onder de sociale en economische druk. Ze herinnert aan een zeer recente episode die de wanhoop laat zien die velen voelen. “Er is veel misbruik van allerlei aard, gericht tegen kinderen en vrouwen. Echtscheidingen en zelfmoord nemen toe. Nog maar twee weken geleden hoorden wij van een vrouw die zich van een brug trachtte te werpen omdat zij haar kinderen niet te eten kon geven. Men heeft haar omgepraat, maar voor hoelang nog?”

Vooral de schaal van de problemen is overweldigend. “Wij hebben een oplossing nodig. Dit kan niet door twee of drie mensen opgelost worden. Vroeger vonden wij tien bedelende kinderen, nu zien wij er honderden. Voor de oorlog zagen wij dit niet. Er zijn veel organisaties die vrouwen helpen, maar de noden zijn groot. Ik help 100 of 200 vrouwen, maar hoe zit het met de rest?”, vraagt zuster Annie.

Veel mannen geëmigreerd of gevlucht
Door de financiële crisis in Libanon zijn veel mannen geëmigreerd om in het buitenland werk te zoeken. Ook hebben velen Syrië ontvlucht om niet opgeroepen te worden voor het leger. Dit heeft de vrouwen blootgesteld aan meer ontberingen, maar heeft ook mogelijkheden geopend voor leiderschapsfuncties die vroeger aan mannen waren voorbehouden. “Wij zijn nu volledig afhankelijk van het werk van de vrouwen. Wij moeten vrouwen voorbereiden om risico’s te nemen en functionerende leden van de maatschappij te zijn. Zij moeten opstaan en deze rol vervullen”, zegt zuster Annie.

“In oorlog hadden we tenminste eten”
Zowel zuster Annie als zuster Helen Mary hebben jaren van oorlog en verwoesting in de landen van het Midden-Oosten meegemaakt. Volgens hen is het nog nooit zo erg geweest. “Veel mensen zeggen dat ze wensten dat ze terug konden gaan naar de tijd van de oorlog, toen hadden we tenminste eten om de kinderen te voeden. Door de economische crisis leeft 85% van de bevolking in Syrië onder de armoedegrens. Het salaris van één gezin is niet voldoende voor een week, de prijzen stijgen steeds, veel mensen hebben echt honger”, zegt zuster Annie, en geeft een voorbeeld van een gezin dat de religieuze zusters steunen. “Wij helpen een gezin met drie kinderen, de man heeft psychische problemen door de oorlog, en door zijn medicijnen slaapt hij de hele dag. Wij helpen met eten en geld voor de huur, maar het is niet genoeg. Het kind is ziek geworden door ondervoeding, en ze hebben niets in hun koelkast, ze zijn afhankelijk van wat ze krijgen. En dit is nog maar één gezin, wij helpen honderden van deze gevallen.”

Toch is er hoop
Ondanks de moeilijke situatie spreken beide zusters openlijk van hoop. Hoop zit in de naam zelf van een van de projecten die de zusters in Syrië steunen met de hulp van onder andere Kerk in Nood. Het Hope Centre is opgericht door twee rijke mannen die het land hadden kunnen verlaten, maar er de voorkeur aan gaven te blijven en anderen te helpen. “Zij begonnen kleine ruimtes te openen voor universiteitsstudenten om te komen studeren. Het idee ontwikkelde zich en werd een manier om te proberen hele gezinnen te helpen. Veel gezinnen willen niet afhankelijk zijn van hulp, maar willen gewoon werken. Deze centra hebben al 750 gezinnen aan een nieuwe baan geholpen, en duizenden gezinnen krijgen hulp”, zegt zuster Annie, die hoopt dat het project binnenkort ook in Libanon mag worden opgezet.

Hoop is ook wat de donateurs van Kerk in Nood bieden, telkens als zij hulp sturen, benadrukt zuster Annie. “Geestelijke steun is belangrijker dan de materiële. Blijf voor ons bidden dat wij de hoop niet verliezen, en dat onze mensen de hoop niet verliezen. Wij willen dat de Christenen in dit heilige land blijven. Ik bid voor ieder van u, vele malen dragen wij de Mis op voor u en de weldoeners.”

Zuster Helen Mary, die namens de zusters in Libanon spreekt, is het daarmee eens. “Libanon is altijd een baken geweest in het Midden-Oosten voor Christenen. Laat Libanon alstublieft blijven schijnen. Dat doet het, dankzij donateurs van hulporganisaties als Kerk in Nood, die blijven geloven in de Christenen in het Midden-Oosten, en hen blijven steunen.”

Kerk in Nood steunt momenteel tientallen projecten op verschillende gebieden in zowel Syrië als Libanon. Zo biedt de organisatie directe financiële en materiële hulp aan gezinnen, hulp voor katholieke scholen, bouw en wederopbouw van infrastructuur. In 2021 heeft de organisatie alleen al in Libanon 79 projecten gesteund voor meer dan vijf miljoen euro. In Syrië heeft Kerk in Nood in 2021 118 projecten uitgevoerd. In de afgelopen tien jaar heeft het land bijna 50 miljoen euro aan hulp ontvangen.