Maandag 15 juli 2019
Nieuws bericht

In Frankrijk wordt hevig gedebatteerd over de oorzaken van de toename in vandalisme, diefstal, brandstichting en andere aanvallen op kerken.

"Degenen die het vandalisme bagatelliseren, waaronder de meeste toonaangevende kranten en politici, wijzen op bewijs dat de aanslagen de misdaden zijn van ‘kleine’ misdadigers. Degenen die vrezen dat de aanvallen een ernstiger bedreiging vormen, ontkennen dat perspectief nadrukkelijk ", schrijft de Amerikaanse journalist en auteur Richard Bernstein in een essay getiteld "Anti-christelijke aanvallen in Frankrijk stilletjes verviervoudigd. Waarom?"

Haatmisdaden
Bernstein ziet verdiensten in beide perspectieven en plaatst ze in de context van urgente vragen over Frans populisme, nationale identiteit, immigratie, traditie, autoriteit en macht. Tegelijkertijd erkent hij de diepe bezorgdheid van christelijke gemeenschappen die onder dergelijke aanvallen en vandalisme lijden, zelfs als deze geen echte "haatmisdaden" zijn.

"Zelfs als veel antichristelijke misdaden geen ‘haatmisdaden’ zijn, die bedoeld zijn om een ​​gemeenschap van gelovigen te intimideren, is het een feit dat er een groot aantal aanvallen plaatsvindt op christelijke plaatsen die voor veel mensen heilig zijn," stelt hij. "Gemeenschappen zijn geschokt en voelen zich kwetsbaar, onder meer door het besef dat de incidenten de afgelopen jaren zo dramatisch zijn toegenomen en ze plaats vinden in vrijwel alle uithoeken van Frankrijk: stedelijke en landelijke gebieden, grote steden en kleine dorpen.”

De cijfers
De Franse bisschoppenconferentie meldde onlangs dat er van januari tot maart 2019 228 " antichristelijke gewelddaden" waren. In 2018 rapporteerde de Franse politie 129 diefstallen en 877 gevallen van vandalisme op katholieke locaties, voornamelijk kerken en begraafplaatsen. De Franse minister van Binnenlandse Zaken telde dat jaar iets minder antichristelijke incidenten. Dergelijke aanvallen verviervoudigden in aantal van 2008 tot 2019. Terwijl Frankrijk meer aanvallen telt dan andere landen in Europa, geldt dat voor heel Europa het aantal is toegenomen.

Leiders bagatelliseren
"We willen geen discours van vervolging ontwikkelen", zei aartsbisschop Georges Pontier van Marseille, het hoofd van de Franse Bisschoppenconferentie, tegen het tijdschrift Le Point. "We willen niet klagen." In juni nog gooiden vandalen meer dan 100 grafstenen omver op een katholieke begraafplaats in Toulouse. Het incident kreeg weinig aandacht in de nationale pers, maar ook de lokale bevolking wilde er geen aandacht aan schenken.

In Normandië in 2016 vermoordden twee mannen die loyaliteit aan de Islamitische Staatsgroep beleden, pater Jacques Hamel terwijl hij de mis vierde. In hetzelfde jaar in Parijs verijdelde de politie dat moslimextremisten een auto konden opblazen bij de kathedraal van Notre-Dame. Sommigen vreesden een antichristelijk sentiment achter de aanval van een andere sympatisant van Islamitische Staat op een kerstmarkt in Straatsburg in 2018. De achtergrond van deze en andere terroristische incidenten heeft de angst doen toenemen dat christenen meer direct doelwit zouden zijn.

Notre Dame geen terrorisme
Het vuur van 15 april in de kathedraal van Notre-Dame schokte de wereld toen het 19e-eeuwse dak en de torenspits werden verwoest. Zodra de brand bekend werd, verspreidden mensen op sociale media (zonder aanwezigheid te zijn) speculaties, geruchten en complottheorieën die beweerden dat het vuur een daad van terrorisme was. Anonieme internetgebruikers, rechtse activisten, nationalisten en racisten gebruikten het evenement om anti-moslim sentimenten aan te boren, aldus de Amerikaanse zender NBC News in april.

In juni zeiden onderzoekers dat ze de oorzaak niet konden vaststellen en dat er geen bewijs is dat het vuur opzettelijk is aangestoken. Ze zeiden dat ze de mogelijkheid van nalatigheid, inclusief een elektrische storing of een slecht uitgedoofde sigaret, als oorzaak van de brand in overweging namen.

Geen georganiseerde misdaad
Vandalisme en aanvallen op christelijke kerken lijken vaak niet georganiseerd. Eerder dit jaar, toen zes kerken in één week in brand werden gestoken of vernield, waren de daders van één incident twee jongeren en van een andere een 35-jarige dakloze. Van de geïdentificeerde daders van antichristelijke aanvallen, is meer dan 60 procent minderjarig. “Veel daders lijken 'ontevreden jongeren’, mensen met psychologische problemen of dakloos te zijn, in plaats van leden van georganiseerde groepen die een politieke agenda hebben”, aldus Bernstein. "Vrijwel geen enkele aanval was gericht op mensen. Ze zijn allemaal tegen gebouwen, begraafplaatsen of andere fysieke objecten."

Angst voor represailles
Bij ongeveer 60 procent van deze gevallen van vandalisme was sprake van graffiti zoals satanische inscripties, anarchistische symbolen, swastika's, nationalistische of neo-nazi-slogans. Volgens Bernstein lijkt dit eerder "een soort wanhopig sociaal randverschijnsel te vertegenwoordigen dan een algemene groei van antichristelijke haat." Volgens Bernstein blijkt uit het bewijsmateriaal dat aanvallen door moslims slechts een klein deel uitmaken van antichristelijke misdaden. De Franse regering verwerpt het idee van antichristelijke acties uit angst om reacties en vergeldingsacties tegen moslims te veroorzaken, hoewel er geen gevallen van vergelding bekend zijn.

Terwijl sommige commentatoren zich afvragen waarom aanvallen op andere groepen meer aandacht trekken dan aanvallen op christenen, schrijft Bernstein dit toe aan de relatieve historische veiligheid van katholieken, vooral in vergelijkingen met joden die vervolgd werden door Franse collaborateurs met de nazi's in de Tweede Wereldoorlog. Filosoof en cultureel commentator Pierre Manent vermoedt dat veel kerken doelwit van ‘gelegenheid’ zijn. Bernstein: "Dit soort vandalisme voelt zich aangetrokken tot christelijke locaties omdat ze minder beschermd worden, er weinig risico's zijn en er veel van zijn."

Culturele aanleiding
Het afgenomen kerkbezoek en de schandalen over seksueel misbruik van jongeren en kinderen door geestelijken maken de kerk 'een zwak en gemakkelijk doelwit' volgens Bernstein. Ook volgens Jean-Francois Colosimo, historicus, theoloog en directeur van de uitgeverij Editions du Cerf, ligt niet "Christianophobie" maar "een verlies van het gevoel van het heilige" ten gronde aan de aanvallen. Bernstein's essay laat beide zienswijzen zien in het geval van een aanslag in Lauvar, een stad in het zuidwesten van Frankrijk. Twee tienerjongens slopen er de 700 jaar oude kathedraal van st. Alain in, staken het altaar in brand, draaiden een kruisbeeld ondersteboven, gooiden een ander kruisbeeld de nabijgelegen rivier in en maakten een beeld van Christus kapot.

De burgemeester van Lauvar, Bernard Carayon, vertelde Bernstein dat de aanval niet zomaar badkamergraffiti was: "De twee jongens die het altaar in brand staken en het standbeeld van Christus schonden, waren niet alleen dronken. Ze voerden doelbewust hun aanval uit, namen de tijd en nadat ze vertrokken om hun vrienden te vertellen wat ze hadden gedaan, gingen ze weer naar binnen om de resultaten te controleren," aldus de burgemeester. Hij is dan ook van mening dat de katholieke Kerk ten onrechte de interreligieuze dialoog prioriteit heeft gegeven 'om conflicten te voorkomen.’

Politiek argument
Volgens de pastoor van de kerk, pr. Joseph Dequick, is het moeilijk criminele diefstal te onderscheiden van vandalisme gebaseerd op vijandigheid tegenover de kerk. "Maar wanneer iemand een kruis op zijn kop zet, is dat een antichristelijke uitdrukking," vertelt hij. "Dat vertegenwoordigt een samenleving die geen respect meer heeft ​​voor waarden, een verlies van het gevoel van het heilige. Het is consumentisme. Jongeren kunnen nu doen wat ze willen, hebben wat ze willen. Waar zijn hun limieten? Waar zijn hun ouders?" Volgens de priester is het beroepen op atheïsme in de mode en is er een stemming tegen de Kerk, tegen het geloof. "De media zijn anti-Katholiek. Er is een discours tegen de Kerk. Vooral in Frankrijk is er een antiklerikaal sentiment dat al heel lang teruggaat", vertelde de priester aan Bernstein. "Het is niet zozeer een religieus argument als een politiek argument, een reactie tegen de morele limieten die de Kerk vertegenwoordigt. "

Bron: Catholic Herald, RealClearInvestigations

Doneer