fbpx

Filippijnen: zusters beschuldigd van hulp aan terroristen

donderdag, 18 augustus 2022
Nieuws
Zestien mensen, waaronder meerdere katholieke zusters, zijn op grond van de strenge antiterreurwet van de Filippijnen aangeklaagd. Het ministerie van Justitie beschuldigt hen van het financieren van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) en haar gewapende vleugel, de New People's Army (NPA), die door de Filipijnse regering als terroristische organisatie wordt bestempeld. Ze riskeren een gevangenisstraf tot 40 jaar en een tot 1 miljoen pesos, zo'n € 18.000 per persoon.
2017021_Filipijnen_project02

De zusters zijn verbonden aan de Plattelandsmissionarissen van de Filippijnen, een katholieke groepering die sinds 1969 actief is op de Filippijnen en zich inzet voor hulp en onderwijs aan de armen. De RMP is zelf geen orde of congregatie, en de religieuze leden blijven deel uitmaken van hun respectieve gemeenschappen en priesters van hun bisdommen, aldus de website van de groep. Indien schuldig bevonden, kunnen de beschuldigden – wiens namen niet zijn vrijgegeven – tot 40 jaar gevangenisstraf krijgen en een boete van 500.000 tot 1 miljoen Filippijnse pesos.

Valse beschuldigingen
Het Filipijnse ministerie van Justitie heeft in 2019 verschillende bankrekeningen van de groep bevroren nadat twee mensen hadden getuigd dat de RMP geld had overgemaakt naar de Communistische Partij van het land. De RMP heeft consequent elke associatie met communistische activiteiten in de Filipijnen ontkend, en zegt dat een deel van hun educatieve missie bestaat uit het onderwijzen van arme mensen over hun rechten, en niet over communisme. “Dit is absurd. Wij zijn geen communistische organisatie of een communistisch front. Wij financieren geen terroristische activiteiten met onze projecten. Onze projecten zijn allemaal goed gedocumenteerd, gecontroleerd en verantwoord”, vertelde zuster Elenita Belardo, nationaal coördinator van de RMP, in maart 2019 aan de Filipijnse nieuwssite Rappler.

UCA News merkt op dat het proces van valselijk beschuldigen gebruikelijk is in de Filippijnen sinds de jaren 1960. “Red-tagging” is de “kwaadaardige” praktijk om individuen of groepen te bestempelen als “terroristen” of “communisten” omdat ze kritiek hadden op de regering, schreef UCA News. Mensenrechtengroeperingen hebben het Ministerie van Justitie ervan beschuldigd het proces te hebben overhaast en de nonnen niet de kans te hebben gegeven zich te verdedigen.

Kritiek op antiterreurwet
De antiterreurwet op grond waarvan de zusters zijn aangeklaagd werd van kracht onder voormalig president Rodrigo Duterte, die van 2016 tot juni van dit jaar aan de macht was. Duterte, die alom bekend werd door zijn brute tactiek bij de aanpak van druggerelateerde criminaliteit in de Filipijnen, botste bij verschillende gelegenheden publiekelijk met de kerk. Volgens de wet in kwestie kan iedereen die door ambtenaren wordt geacht te hebben aangezet tot terrorisme door middel van “toespraken, proclamaties, geschriften, emblemen, spandoeken en andere voorstellingen” worden gestraft, meldde NPR. Het Hooggerechtshof van de Filippijnen heeft het grootste deel van de wet van 2020 grondwettig verklaard, maar heeft een deel dat te breed was in de definitie van terrorisme verworpen, omdat het de uitoefening van burgerrechten, zoals pleiten, protesteren en staken, had kunnen inperken.

De katholieke bisschoppen van de Filippijnen hebben de antiterreurwet vergeleken met de alom bekritiseerde nationale veiligheidswetten die in 2020 in Hongkong van kracht werden en die China aan Hongkong oplegde om de controle te verscherpen door brede definities van “opruiing” en “samenspanning met buitenlandse strijdkrachten” strafbaar te stellen. Schrijvend in een pastorale brief van juli 2020, merkten de bisschoppen van het land op dat de antiterreurwet versneld in werking was getreden tijdens de begindagen van de COVID-19 pandemie en dat naar hun mening de wet een “ernstige bedreiging vormt voor de fundamentele vrijheden van alle vreedzame Filippino’s” wiens pleitbezorging door onvriendelijke politici als terrorisme zou kunnen worden gebrandmerkt. “We weten heel goed dat het één ding is om daadwerkelijk betrokken te zijn bij een misdaad en iets anders om slechts verdacht of beschuldigd te worden van het plegen van een misdaad,” merkten de bisschoppen op.

Conflicten presidenten en Kerk
In een toespraak van december 2019 zei voormalig president Duterte dat mensen moeten “moorden en stelen” van katholieke bisschoppen, verklarend “dit domme stelletje dient geen enkel doel – het enige wat ze doen is kritiek leveren.” Hij noemde de bisschoppen ook “idioten” en “zonen van wh-res” en vertelde de mensen dat ze thuis moesten blijven en bidden in plaats van kerkdiensten bij te wonen. Duterte’s verzet tegen de Kerk komt volgens een woordvoerder voort uit het seksueel misbruik dat hij als kind op de katholieke school onderging. De nieuwe president van de Filippijnen, Ferdinand “BongBong” Marcos Jr., is de zoon van de overleden dictator van de Filippijnen, Ferdinand Marcos, wiens autoritaire stijl en corrupte praktijken ook tot conflicten met de katholieke Kerk leidden en hem in 1986 ten val brachten. De overgrote meerderheid van de 103 miljoen inwoners van de Filippijnen is katholiek.

Bron: UCA News