fbpx

Een moedige bisschop in Noord-Kenia

maandag, 01 oktober 2018
Nieuws
Bisschop Joseph Alessandro is klein van gestalte, zachtmoedig en spreekt met zachte stem. Laat je echter door de schijn niet bedriegen: hij is een moedige man die Christus en de Kerk dient in een gevaarlijke streek voor Christenen.

Op Witte Donderdag bestormden militante moslims het Garissa Universiteitscollege vlakbij zijn kathedraal en schoten minstens 150 mensen dood, 79 anderen raakten gewond. De slachtoffers, meestal studenten uit andere delen van Kenia, werden eruit gelicht omdat ze Christen waren en vervolgens gedood.

"Het begon vroeg in de morgen", vertelt bisschop Alessandro, hulpbisschop van het diocees Garissa, in een pension in Rome. "We konden in ons huis elk schot horen, want het is op nog geen kilometer van ons vandaan, het was zeer dichtbij". Als Maltees Kapucijn en missiemonnik, is het geweld van vuurwapens in het land bisschop Alessandro niet vreemd. In 1995 was hij passagier op een bus die werd tegengehouden door shifta’s (vogelvrije bandieten) en werd daarbij in de heup geschoten. Daardoor werd zijn missionaire verblijf in het land afgebroken. Maar nadat hij als generale overste gediend had voor de Maltezer Kapucijnen, keerde hij terug naar Kenya in 2010 toen hij als vicaris generaal werd aangesteld in Garissa. Benedictus XVI benoemde hem als hulpbisschop in 2012. In Rome, op het ad- liminabezoek van de bisschoppen van Kenya, haalt hij op serene wijze de herinneringen op aan de afgrijselijke gruwelen op de eerste dag van het Paastriduüm.

"Politie en militairen waren heel druk in de weer, maar we wisten niet wat er binnen gebeurde, want zij omsingelden de campus van de universiteit zodat niemand dichterbij kon komen", vertelde hij mij. Men belette hem en de andere priesters ook om de gewonden de volgende dag in het ziekenhuis te bezoeken, en de liturgieën van het Triduüm waren ruw verstoord. Maar op Paaszondag was de Kathedraal van Garissa vol, ondanks de mogelijkheid van verdere aanvallen. "Ik was hier enigszins door verrast", zei de bisschop, die 28 zuigelingen en kinderen doopte tijdens de mis. Hij noemde het een "zichtbaar getuigenis dat het geloof van onze Katholieken naar buiten toe deed uitstralen." En hij ziet het als moment van evangelisatie in aanwezigheid van zoveel internationale media, die gedurende de hele mis bleven.

De Maltese bisschop zei dat hij geprobeerd had zijn kudde te bemoedigen door hen te vertellen dat zij "Het Paasmysterie nu op andere wijze vierden, een meer concrete manier". Hij zei dat hij aan de lokale gelovigen het volgende verteld had: "Jullie waren eerder gewend de Passie en de dood van Jezus te vieren, maar dit jaar gaan we zelf door de Passie, omdat we de dood van zoveel jonge mannen en vrouwen ervaren". Ook troostte hij hen door hen aan de Opstanding te herinneren. "De 150 slachtoffers getuigden van een bloedig martelaarschap. Nu hebben we nieuwe leden die gedoopt zijn door het water en de Geest", hield hij de parochianen voor. Zij vierden Pasen samen en namen zeer actief deel aan de mis, terwijl ze zongen en dansten zoals in Afrika gebruikelijk is.

Mgr. Allesandro en de bisschop van Garissa, Maltezer mede-Kapucijn Paul Damanin, zijn de enige twee blanke mensen in de stad, in een streek waar twee hierop lijkende maar kleinere gruweldaden plaatsvonden vorig jaar. In november overviel Al-Shabaab, dat een losse connectie heeft met Al Qaeda, een bus in een hinderlaag vlakbij Garissa. Terroristen scheidde de Christenen van de Moslims en executeerden de 28 Christenen. Op 2 december viel dezelfde groep enkele arbeiders aan die in een steengroeve in de streek werkten. Ook daarbij scheidden ze de Christelijke arbeiders van de Moslims en doodden 36 van hen. "We zij altijd enigszins bezorgd over de veiligheid, ook als we een plechtigheid hebben", vertelt bisschop Alessandro. "We proberen het terrein te laten beveiligen door politie of militairen". Hij zei ook dat de liturgieën naar een eerder tijdstip verplaatst waren, zodat de gelovigen terug naar huis konden keren bij daglicht. Hun moed wordt bewonderd door hun broeders in het episcopale ambt. De twee Europeanen zijn "een wandelende schietschijf", en "lopen als een vuurtoren in de kijker", zei bisschop Anthony Muheria van Kitui. "Je moet echt een keus maken voor heldendom, voor martelaarschap, om hier te leven."

Er zijn veel redenen voor de opkomst van Islamitisch geweld in Kenya te bedenken, de meeste van hen zijn van politieke aard. De hoofdoorzaak is de wens van Al-Shabaab om zich te wreken op de Keniaanse regering omdat zij troepen levert aan het leger van de Afrikaans Unie voor de strijd tegen Islamitische milities in Somalië. De bisschoppen van Kenia zijn zeer verontrust door de verspreiding van dit geweld in een democratisch land dat over het geheel genomen vreedzaam is. Zij nemen ook aanstoot aan de stilzwijgende internationale respons, in het bijzonder de omissie dat Christenen het slachtoffer zijn, en zij geloven dat het gebrek aan veroordeling onder veel moslimleiders onderdeel is van een poging om Afrika te islamiseren. Maar ze zijn vastbesloten om te helpen de spanningen onschadelijk te maken, vooral door vergevingsgezindheid te prediken en door dialoog na te streven met andere christenen en moslims en door gebed. Bisschop Alessandro zou, ookal is hij dankbaar voor de geboden veiligheid, graag zien dat de uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsdiensten werd verbeterd. "We moeten bidden voor de vrede in Kenia, in het bijzonder in onze regio", zei hij rustig. "We moeten bidden voor de verwanten van de slachtoffers en ook voor de daders, dat er een ommekeer mag plaatsvinden in hun hart."