Persoonlijk verhaal

Precies drie jaar na de aanval door moslimfundamentalisten op een bakkerij in Dhakka, werkt pater Rapacioli hard aan dialoog tussen jonge Christenen en Moslims in Bangladesh.

In Dhakka, de hoofdstad van Bangladesh, werden vandaag gedenkdiensten gehouden voor de slachtoffers van de aanslag van 1 juli 2016. Vijf leden van de Jamaat-ul-Mujahideen Bangladesh (JMB), een islamistisch fundamentalistische groepering, bestormden toen het Holy Artisan Bakery Café, een restaurant in het rijke district Gulshan dat door buitenlanders bezocht werd. Ze verdeelden de klanten in twee groepen. Degenen die de koranverzen uit hun hoofd kenden, werden vrijgelaten; de anderen werden gedood.

Twintig burgers, waaronder negen Italianen, en twee politieagenten kwamen om. Hoewel de regering de terroristische dreiging in vuurgevechten met veiligheidstroepen heeft ‘geëlimineerd,’ blijven er vragen over de voedingsbodem voor radicalisme in het land. Op dit moment ligt de zaak nog voor Dhaka's Speciale Antiterrorisme Tribunaal. Na drie jaar zijn 21 leden van de JMB aangeklaagd, inclusief de bommenleggers, planners en wapenleveranciers.

Na de aanval ontdekten de Bengalen dat het islamitische fundamentalisme diep geworteld was in hun land. Vooral in vanuit het buitenland gefinancierde Koranscholen en op internet werden jonge geesten beïnvloed. “Zelfs studenten van katholieke scholen, die zijn geschoold in kritisch denken, zijn door terroristen gehersenspoeld", aldus pr. Francesco Rapacioli, missionaris van het Pontificale Instituut voor Buitenlandse Missies (PIME) in Bangladesh. In gesprek met AsiaNews vertelt hij hoe belangrijk de rol van scholen is: "In dit geval gaat het gevoel van islamitische gemeenschap (Ummah) en de oproep om de Islam ten koste van alles te verdedigen voor alles."

Rapacioli: "Als we de voorwaarden voor radicalisering willen voorkomen, moeten we systematisch het onderwijs op islamitische scholen controleren en leren om menselijker te zijn, zelfs op liberale en katholieke scholen." Met dit in gedachten, lanceerde hij eerder al een beweging voor dialoog en coëxistentie onder jongeren van verschillende religies, Shalom genoemd. Deze werd in 2005 door de missionaris, een broeder uit Taizé en een predikant van de kerk van Bangladesh (Presbyterianen en Anglicanen) opgericht. Tijdens de eerstvolgende vergadering op 21 september concentreren 60 jonge christenen en 60 jonge moslims zich op de Verklaring over menselijke broederschap die in februari in Abu Dhabi werd ondertekend door paus Franciscus en de grootimam van de Al-Azhar universiteit in Caïro, Ahmad Muhammad Al-Tayyib. "Het is een symbolisch gebaar, maar het kan een andere mindset opbouwen en stelt christenen en moslims in staat elkaar te ontmoeten; niet door te doen alsof we allemaal hetzelfde zijn, maar door ons af te vragen of en hoe het mogelijk is samen te leven, te beginnen bij onze eigen groep."

Bron: AsiaNews

 

Doneer