Christelijke dorpen in Zuid-Libanon mogelijk vernietigd

woensdag, 08 april 2026
Nieuws
Noodhulp Libanon opgeschaald: Kerk in Nood richt zich op zorg en ontheemden

Vier christelijke gemeenschappen in Zuid-Libanon hebben in een verklaring hun “diepe bezorgdheid” geuit over het begin van de terugtrekking van het Libanese leger. Dit zou voor voor de dorpen Alma Sha’b, Rmeich, Debel en Aïn Ebel “ernstige veiligheidsgevolgen” kunnen hebben. De dorpelingen zijn vastbesloten om ondanks alle omstandigheden op hun land te blijven. Ze doen een beroep op de Libanese staat, de Verenigde Naties en internationale humanitaire organisaties.

Pater Maroun Youssef Ghafari, de pastoor van Alma Sha’b, sprak met de pauselijke stichting Kerk in Nood. Hij bevestigde deze ernstige vrees en beschreef hoe zijn parochianen, verspreid over het land, ernaar streven de hoop te behouden terwijl ze voorzien in hun materiële en geestelijke noden.

Hoe reageert u als pastoor van Alma Sha’b op de waarschuwing van de gemeenten Alma Sha’b, Rmeich, Debel en Aïn Ebel?

De terugtrekking maakt de weg vrij voor een onzekere toekomst en een uiterst gevaarlijke situatie. Het Libanese leger begeleidde tot nu toe de hulpkonvooien naar deze dorpen. Bovendien verklaren Israëlische functionarissen dagelijks dat ze in Libanon zullen blijven totdat Hezbollah ontwapend is, en dat ze de dorpen aan de frontlinie zullen vernietigen. Maar de dorpen die nog bewoond zijn, zijn christelijke dorpen, en hun inwoners zijn vreedzaam. De inwoners van Rmeich en Aïn Ebel zijn vastbesloten om op hun land te blijven, zelfs als ze “de aarde moeten eten”, zoals de pastoor van Rmeich op 31 maart op televisie verklaarde.

Christenen zijn gehecht aan hun land en aan hun staat. Helaas lijkt deze gehechtheid aan het “land van de goede boodschap” – dit land dat door Christus, de Maagd Maria en de apostelen is bezocht – de gave van zichzelf en het getuigenis van bloed te vereisen. Dit was het geval voor mijn broer Sami, evenals voor pater Pierre Raï, de pastoor van Qlayaa. Drie jonge maronitische christenen uit Aïn Ebel zijn op 12 maart eveneens omgekomen bij luchtaanvallen, en twee andere christenen uit Debel, een vader en zijn zoon, zijn op de weg door geweervuur gedood.

Waar bevinden u en uw parochianen zich, en hoe ziet uw dagelijks leven eruit?

Alle inwoners van de parochie en het dorp zijn op 10 maart gedwongen Alma Sha’b te verlaten. Ze zijn verspreid over het hele land. Slechts een klein aantal gezinnen is naar opvangcentra verhuisd. Samen met onze parochieraad, de gemeente van Alma Sha’b en de crisiscel zijn we erin geslaagd iedereen te lokaliseren. We proberen contact met hen te houden en in te spelen op hun dringende behoeften, binnen de grenzen van onze zeer beperkte middelen. Maar God laat Zijn kinderen niet in de steek. Hij die de vogels in de lucht voedt en de bloemen in het veld kleedt, zorgt ook voor ons, Zijn kinderen, door Zijn voorzienigheid.

Persoonlijk bevind ik me in Aaraya, ten oosten van Beiroet. Maar nadat ik mijn broer voor mijn ogen heb verloren, probeer ik op alle vlakken weer op krachten te komen. Ik ben priester en dienaar van de gemeenschap die mij is toevertrouwd, maar ik ben ook een mens: ik verheug me met hen die zich verheugen en ik huil met hen die huilen. Vandaag, nu we in de Passieweek zijn, herhaal ik: “Mijn ziel is bedroefd”, in navolging van de woorden van de Heer Jezus in de Hof van Olijven. Jezus zelf huilde voor het graf van zijn vriend Lazarus, diep ontroerd… zo is mijn toestand vandaag.

In dat verband, hoe beleven uw mensen de nadering van Pasen?

Sinds de oorlog van 2023 heb ik het initiatief genomen om elke ochtend via sociale media een overdenking te sturen, gebaseerd op het Woord van God. Ik zet dit voort, met de nadruk op de spirituele, sociale en morele dimensies. Bovendien blijven we aandachtig voor de behoeften van elk individu: sommigen aarzelen om naar voren te komen, terwijl anderen dat spontaan doen.
Wat de Goede Week betreft, hebben we met de parochieraad besloten dat de gelovigen deelnemen aan vieringen in de parochies waar ze momenteel wonen. Vorig jaar was de kerk in Alma Sha’b, ondanks de verwoesting, vol. Dit jaar bleef de bijeenkomst beperkt tot zaterdagavond in de kerk van Sint-Antonius de Grote in Jdeidé el-Metn, aan de rand van de hoofdstad. Onze situatie lijkt op die van het gelovige volk in het Oude Testament. Het rest ons alleen nog om met de psalmist te zingen: “Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Heer der heerscharen. Mijn ziel smacht en smacht naar de voorhoven van de Heer.”

Welke boodschap heeft u voor de weldoeners van Kerk in Nood?

Dank aan Kerk in Nood voor de aandacht die u schenkt aan de situatie en aan ons als ontheemde bevolking. We houden allemaal vast aan de hoop dat het kruis dat we dragen een brug zal worden naar een verrijzenis waarvan we het tijdstip niet kennen. Maar de verrijzenis zal komen. We hebben een getuigenis te geven. Christus is verrezen; Hij is waarlijk verrezen.

Bezorgdheid en actie

Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.

De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.