Persoonlijk verhaal

Dit is het verhaal van Kainut, een moedige jonge vrouw van 20 jaar uit Pakistan. Hoewel haar vader Moslim is, besloot dat ze net als haar moeder Katholiek te worden. Sindsdien worden zij en haar familieleden gepest, gediscrimineerd en erger. Volgens de Islamitische wetgeving kan iemand die de Islam verlaat straffeloos worden vermoord. Kainut, student medicijnen, vertelt Kerk in Nood over haar leven en de keuze die ze heeft gemaakt:

"Dit is wat er met mijn moeder is gebeurd: als student werd ze ontvoerd door Moslims die haar dwongen de Islam te accepteren en met mijn vader te trouwen. Het gebeurt vaak in mijn provincie dat meisjes die Hindoe of Christen zijn, gedwongen worden zich te bekeren tot de Islam. Mijn moeder accepteerde mijn vader als echtgenoot en leefde een normaal leven met hem. Ze kregen vier kinderen – ik heb nog twee jongere broertjes en een zusje. Ik ben de oudste.

Ondertussen ging mijn moeder stiekem naar de kerk en ik ging vaak met haar mee. Thuis las ze de Bijbel en het was duidelijk dat ze geen moslim was. Diep in haar hart was ze nog steeds Christen. Ik ging ook de Bijbel lezen en bleef regelmatig met mijn moeder de kerk bezoeken. Op een dag was ik in de kerk en de mensen stonden in de rij om de Heilige Communie te ontvangen; ik ging ook in de rij staan, maar iemand zei tegen mij dat ik geen communie mocht ontvangen omdat ik geen Christen was. Die gebeurtenis maakte dat ik moest huilen.

Ik zei tegen mijn moeder dat ik de Heilige Communie wilde ontvangen – dat Jezus Christus ook mijn verlosser was. Maar op een of andere manier kwam mijn vader erachter en hij verbood ons nog langer naar de kerk te gaan. Een jaar lang gingen we niet. Toen overleed mijn vader. Mijn grootouders dwongen mijn moeder te trouwen met een neef van mijn vader, iets wat ook heel gebruikelijk is omdat Moslims zeggen dat vrouwen de bescherming van mannen nodig hebben. Mijn moeder weigerde, maar ze zag geen uitweg en trouwde met hem. Ik was toen 14 jaar.

Deze man was ook erg streng, maar toch begon ik elke dag thuis de Bijbel te lezen. Mijn stiefvader probeerde dit vaak te verhinderen maar mijn moeder steunde mij. Toen ik de Bijbel helemaal had gelezen, zei ik tegen mijn moeder dat ik Christen wilde worden. Mijn moeder was bang dat mijn grootouders of andere familieleden ons zouden doden.

Toch ging ik met mijn moeder naar de kerk en vroeg ik een priester om mij te dopen; de priester twijfelde en zei dat het te riskant was en dat hij mij niet kon dopen. Hij was bang dat mijn familieleden en andere Moslimfanatici ons zouden doden als ze ontdekten dat hij mij had gedoopt, en hij wou zijn parochianen geen problemen bezorgen. Ik zei tegen hem: “Eerwaarde, ik ben bereid te sterven voor Christus…”

Die zomervakantie gingen wij naar een andere provincie om mijn tante, een zus van mijn moeder, te bezoeken. Wij gingen met haar naar de kerk en weer ontmoette ik een priester, aan wie ik vertelde dat ik mij wilde bekeren tot het christendom. Hij was heel vriendelijk en gaf mij een paar boeken om te studeren. We bleven drie maanden bij mijn tante en gingen elke dag naar de kerk. En op een zondag, na de Heilige Mis, vroeg de priester mij: “Kind, ben je klaar om gedoopt te worden?” Ik was heel blij en zei: “Ja”. Eindelijk, in 2013, ontvingen mijn broers en mijn zusje en ik het heilig sacrament van het Doopsel. In die kerk was dat makkelijker omdat we ver van huis waren.

Toen we weer terug waren in onze eigen stad, kwam mijn stiefvader erachter dat wij ons bekeerd hadden en hij bood mijn moeder aan om te scheiden. Zij stemde daar graag mee in. Mijn moeder vond een baan en huurde een appartement; alles ging goed en wij gingen elke dag naar de kerk. Mijn geestelijk begeleider zocht contact met de priester die mij had gedoopt en aldus was ik klaar om mijn Heilige Communie te ontvangen. Het was allemaal perfect.

Toen, op een avond in 2016, stormden mijn ex-stiefvader met zijn familieleden ons huis binnen. Hij zei tegen mijn moeder dat ze waren gekomen om mij mee te nemen, dat ze niet zouden toelaten dat ik met een christelijke jongen zou trouwen, maar dat ze in plaats daarvan wilden dat ik zou trouwen met een 54-jaar oude moslim. Ik was zelf net 18 geworden. Mijn moeder stribbelde echter tegen en riep onze priester en de politie erbij; pas toen de agenten kwamen, gingen de mannen weg.

Ik vertelde mijn geestelijke begeleider over het voorval en hij bracht mij naar een hostel dat door zusters wordt geleid. Daar bereid ik mij nu voor op het toelatingsexamen medicijnen. Ik wil namelijk arts worden en dienstbaar zijn aan de mensheid. Onze problemen zijn nog lang niet voorbij. In oktober 2017 hebben moslim familieleden mijn broer neergeschoten; de kogel raakte zijn long en ribben en hij ligt nog in het ziekenhuis, waar hij vecht voor zijn leven. Mijn familie krijgt nog steeds doodsbedreigingen en ik weet niet wat de toekomst brengen zal, maar onze hoop is in onze Heer, Jezus Christus.”

Doneer