Albanië: "Roeping dankzij priester die 28 jaar in gevangenis zat"

dinsdag, 25 februari 2025
Nieuws
De erfenis van decennialang communistische dictatuur in Albanië is ook vandaag nog te bespeuren. Toch is er licht. Een interview met bisschop Simon Kulli van Sapë, in het noorden van Albanië, over de Albanese martelaren en hun getuigenis van hoop voor de Kerk.
ACN-20220131-123427 Gevangenis in Albanië waar martelaren werden gehouden

U bent geboren in een tijd dat het christendom verboden was in Albanië. Hoe werd het geloof in uw familie doorgegeven tijdens het communistische regime?

Ik ben 52 jaar geleden in Albanië geboren, op het hoogtepunt van het communistische regime. Mijn jeugd was dezelfde als die van alle andere kinderen in het land. We leden allemaal evenveel onder het communisme. Dankzij God ontving ik het geloof toen het nog niet bestond in Albanië. Toen ik een week oud was, namen mijn grootouders me mee en lieten me in het geheim dopen. Het was een groot wonder dat mijn grootouders het geloof aan mij hebben doorgegeven.

We zaten opgesloten in ons land. Ons werd verteld dat het een paradijs was, dat we alles hadden en dat het ons aan niets ontbrak. Toen het regime viel, wisten we niets van de wereld. We hadden geen idee hoe Italië, Duitsland of Amerika eruitzagen. Er was enorme armoede en het regime buitte iedereen uit. Het was absoluut een zwaar leven onder het communisme, we werden opgevoed zonder geloof, zonder Christus en zonder religie.

U werd in het geheim gedoopt. Werd het geloof ook in het geheim doorgegeven?

Ja, mijn familie, vooral mijn grootouders, gaven het geloof door. Ze leerden ons de gebeden, het Onze Vader, het kruisteken, het Weesgegroet. Maar altijd in het geheim, in familieverband. We konden er niet over praten op school of met onze vrienden, anders zouden onze grootouders gearresteerd worden. Het regime was meedogenloos, je mocht niet eens het kruisteken maken. Thuis baden we het Onze Vader voor de maaltijd. Ik herinner me dat mijn opa altijd een kruis sloeg met zijn gezicht naar een lege muur, en ik wist niet waarom. Later, na de val van het regime, legde hij uit dat hij een kruisbeeld in de muur had verwerkt.

Als ik het me goed herinner, werd u niet door een priester gedoopt...

Nee, het was geen priester, het was zuster María Kaleta, een Stigmatine zuster die drie jaar geleden overleed en die we allemaal "tante" noemden, omdat ze als oudere religieuze zuster deze diensten in het geheim verleende. Ze bracht het Heilig Sacrament vanuit gevangenissen, waar het haar werd overhandigd door gevangen priesters. De priesters vierden clandestien en overhandigden de geconsacreerde hosties aan zuster Maria, verborgen tussen hun vuile was, zodat zij ze naar de zieken kon brengen. En dit doopsel dat ik ontving was een groot geschenk dat de Heer mij in het geheim wilde geven, op het hoogtepunt van het communistische regime. Als iemand zou ontdekken dat ik gedoopt was, zouden mijn grootouders en de rest van mijn familie in de gevangenis gegooid worden.

Voor velen van ons is het idee van vervolging vandaag de dag een ver verwijderde realiteit, maar u heeft persoonlijk slachtoffers van vervolging gekend. Wat betekent dat voor u?

Ik had het geluk om levende "martelaren" te ontmoeten, mensen die jarenlang in de gevangenis hebben geleden, sommigen wel 28 jaar lang. Toen ik nog maar een jonge jongen was die onder de angel van het communisme leed, ontmoette ik pater Martin Trushi, pater Shtjefen Pistulli, kardinaal Mikel Kolici, pater Gjergj Vata, vele jezuïeten en diocesane priesters, en zovele anderen die me met grote hoop vervulden. Ook al heb ik nooit in de gevangenis gezeten, toch voelde ik hoe het is om te leven in een land waar de mens beroofd is van zijn belangrijkste levensbehoefte: het geloof. En deze getuigenissen waren een grote bron van hoop voor mij en mijn toekomst.

Hoe heeft u uw roeping ontdekt, in een land zonder geloof?

Mijn roeping ontstond toen ik een van die oude priesters voor het eerst de Mis in het Latijn zag opdragen in mijn parochie. Het was de eerste Mis na de bevrijding van het geloof in Albanië. Dat was precies het moment waarop ik mijn roeping voelde. Toen ik die lijdende priester zag, die het zo moeilijk vond om de Mis op te dragen, die krom voorovergebogen stond aan het altaar vanwege de jaren in de gevangenis, dacht ik dat ik hem kon vervangen. En daar werd mijn priesterroeping geboren. De eerste persoon met wie ik hierover sprak was zuster Maria, de zuster die mij doopte.

In 2016 erkende de Kerk officieel 38 martelaren in Albanië, en nog eens twee vorig jaar, in 2024. Zijn hun getuigenissen een bron van inspiratie voor jonge Albanezen vandaag de dag?

Ja, de martelaren die hun leven gaven voor Christus zijn altijd de zaden van het christendom, zoals Tertulianus zei. Ik ben er zeker van dat hun bloed veel roepingen zal voortbrengen en zal leiden tot veel zegeningen voor Albanië, dat zoveel geleden heeft voor Christus. Ze zijn een grote getuige van hoop die ons leert sterk te zijn in het geloof, de moed niet te verliezen en door te gaan. Voordat ze hun leven gaven voor Christus, riepen ze uit: "Leve Christus de Koning, Albanië en de Paus". Dit zijn ook bemoedigende woorden voor de jongeren van vandaag, voor de bisschoppen, de priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen en alle christenen.

Heeft u een boodschap voor de christenen die nu in landen leven waar het geloof vervolgd wordt, misschien met dezelfde ervaringen die u als kind had? Wat zou u tegen hen willen zeggen?

Na de dood is er altijd opstanding. Aan het einde is er een licht dat de wereld verlicht. Jezus overwint het lijden. Blijf sterk, zonder angst, ondanks de moeilijkheden, de vervolging, want Christus wint altijd. Hij helpt ons, Hij geeft ons de kracht om elke moeilijkheid in ons leven te overwinnen. Ga door met moed, met gebed en met liefde, want met Christus kun je elke moeilijkheid overwinnen.

En heeft u tot slot een boodschap voor de weldoeners van Kerk in Nood?

Ik wil alle weldoeners van Kerk in Nood uit de grond van mijn hart bedanken. In naam van de Albanese Kerk en als vicevoorzitter van de bisschoppenconferentie dank ik u voor alles wat u doet voor Albanië en voor zoveel andere landen. Uw hulp is een groot teken van hoop voor hen die dat het meest nodig hebben.

Moge de Heer iedereen zegenen die zijn hand uitstrekt naar de allerarmsten en hen overvloedig belonen voor hun vrijgevigheid voor de Kerk en de meest behoeftigen in de wereld. Duizendmaal dank voor uw steun. Ik dank u met heel mijn hart!