fbpx

"Toen ze zagen ze hij Christen was, namen ze hem mee"

donderdag, 13 juni 2019
Nieuws
Adeeb Nakhla, een Koptische Christen, werd afgelopen januari gekidnapt door een aan IS gelieerde groep in de Sinaï, Egypte. Sindsdien is er geen nieuws over zijn verblijfplaats of toestand.

Door: Engy Magdy

Op 17 januari 2019, rond 9 uur, reisde Nakhla (55) van Ismailia naar Al-Arish om familieleden te bezoeken, toen een militante Islamitische groep de minibus stopte waarmee hij reed en de nationale identiteitskaarten van degenen aan boord controleerde. De kaarten vermelden de religieuze overtuiging. Toen de militanten zagen dat Nakhla een Christen was, vroegen ze hem om uit het voertuig te stappen en werd hij meegenomen.

Nakhla was twee jaar geleden uit Al-Arish gevlucht, net als tientallen Christelijke families die naar Ismailia verhuisden na het ontvangen van doodsbedreigingen. Een familielid, dat op voorwaarde van anonimiteit met Kerk in Nood sprak, zei dat veel Koptische Christenen die ervoor kozen te blijven, werden afgeslacht. "We verlieten Al-Arish in 2017, nadat terroristen zeven van onze buren hebben gedood. Onder de doden waren een vader en een zoon; ze verbrandden hun lichaam en hun huis en de moeder, Nabila, werd gedwongen te kijken. Ze is zwaar getraumatiseerd."

Vorig jaar keerde Nakhla’s familie terug naar Al-Arish, waar familieleden werk en hun bezittingen hebben. Nakhla bleef in Ismailia voor zijn werk, legt een een familielid van de ontvoerde man uit: "We moesten terugkeren naar ons huis en ons werk. We waren werkloos in Ismailia en leefden van de hulp van de Kerk. De omstandigheden in de stad zijn verbeterd dankzij de actie van het Egyptische leger tegen terroristische groeperingen, hoewel het onderweg nog steeds gevaarlijk is. "

Hij vervolgt: "Militanten verbonden aan ISIS hebben hinderlagen op de snelwegen gelegd en aanvallen op burgers en veiligheidstroepen uitgevoerd. De Islamitische chauffeur van de taxi waarin oom Adeeb reed, zei dat militanten, die in kaki gekleed waren, het voertuig stopten en nationale identiteitskaarten begonnen te controleren. Toen ze zagen dat oom Adeeb een Christen was, vroegen ze hem uit het voertuig te komen. Onze grootste angst is dat ze hem kunnen misbruiken, martelen en doden, net zo wreed als ze andere Kopten hebben gedood."

Geweld tegen koptische Christenen in Egypte is toegenomen sinds de val van president Hosni Mubarak in 2011. De meeste aanvallen vinden plaats in de noordelijke Sinaï, waar volgens het Evangelie de heilige familie Egypte binnenkwam. In 2012 gaven onbekende aanvallers een handgeschreven verklaring uit waarin ze eisten dat alle resterende Kopten de grensstad Rafah verlaten. Sindsdien zijn een aantal lokale Kopten gekidnapt en vermoord door terroristische groeperingen.