fbpx

Noodhulp 20.000 gezinnen tegen Corona

dinsdag, 26 mei 2020
Nieuws
De aanhoudende noodtoestand waarin Christenen in Syrië leven, is door het coronavirus verder verergerd. Maatregelen om het virus in te perken, zoals de sluiting van winkels en scholen en een verbod op reizen tussen steden, raken hen hard. Als reactie heeft Kerk in Nood (ACN) een nieuw hulpprogramma opgezet voor de ondersteuning van Syrische families die in nood verkeren. Het komt ten goede aan in totaal 20.550 families van verschillende denominaties - katholieken, orthodoxen en protestanten.

“Ieder gezin krijgt een eenmalige subsidie van 25 euro waarmee ze levensmiddelen en sanitaire artikelen kunnen kopen om zich tegen het coronavirus te beschermen. Dit lijkt misschien niet veel, maar het komt ongeveer overeen met de helft van het maandelijkse inkomen van een gemiddeld Syrisch gezin en is daarmee een redder in de nood. Deze noodhulp zal veel mensen bereiken, maar moet wel onmiddellijk worden uitgevoerd, voordat de pandemie zich over het hele land verspreidt”, aldus de uitvoerend voorzitter van Kerk in Nood International, Thomas Heine-Geldern. Meer dan een half miljoen euro wordt uitgetrokken voor de ondersteuning van meer dan 20.000 gezinnen in Syrië die getroffen zijn door de coronacrisis. De financiële mogelijkheden van de lokale kerken in Syrië zijn al lange tijd uitgeput.

Veel projecten gaan door
Onder de mensen die door het programma worden ondersteund, bevinden zich veel mensen uit steden die tijdens de oorlog zijn verwoest. Zo worden 6.190 gezinnen uit Aleppo en 7.680 gezinnen uit Homs geholpen. Ook worden zo’n 400 gezinnen ondersteund uit de steden Al-Hassakeh en Al-Qamishli in het noordoosten van Syrië, het gebied van de huidige gevechten. “We steunen nog steeds meer dan honderd andere projecten in Syrië, zowel kleine als grote”, legt Heine-Geldern uit. “Sommige projecten hebben we vanwege de pandemie moeten beperken. Maar veel projecten gaan door. Zoals ons project Een druppel Melk, dat honderden baby’s en jonge kinderen van vitale melkrantsoenen voorziet.”

Discriminatie
Tijdens de negen jaar van de burgeroorlog hebben de Syrische Christenen veel geleden. Voor 2011 was discriminatie van Christenen zeldzaam en was er slechts sprake van een beperkte mate van emigratie. Nu voelen Christenen zich echter tweederangsburgers, in de steek gelaten door de overheid en gediscrimineerd door andere Syriërs. Tijdens de oorlog werden hun eigendommen en bezittingen vernield, geplunderd of verkocht. Velen hebben hun baan verloren. Door de internationale sancties en het sluiten van de grenzen is het bovendien moeilijk om hulp van buitenaf het land in te krijgen. Bovendien is het banksysteem in het naburige Libanon, dat het systeem in Syrië tot op zekere hoogte gaande hield, ineengestort door de politieke en sociale crisis, gevolgd door de pandemie. Er is nu sprake van een op hol geslagen inflatie in het land.

Niet in de steek laten
Volgens de voorzitter hebben veel mensen in Syrië het einde van hun krachten bereikt als gevolg van de oorlog en de voortdurende economische sancties. “Nu hebben ze ook nog te maken met een nieuwe vijand, het coronavirus. We gaan deze Christenen in Syrië niet in de steek laten. We geloven dat dit nieuwe hulpprogramma een signaal zal zijn voor onze broeders en zusters in dit land.”