Dinsdag 23 januari 2018
Nieuws bericht

Een groep studenten aan een Christelijke universiteit vormt in de donkere dagen van de oorlog een hechte familie.

Het stadsdistrict Sahbat Al-Jadida in het oostelijk deel van Aleppo werd zwaar getroffen door aanvallen en bombardementen gedurende de laatste vijf jaar van de oorlog in Syrië. Nu, enkele maanden na het eind van de gevechtsoperaties in de stad, verbetert de situatie in dit gebied langzaam. Overdag zinderen de straten van leven en drommen jonge mensen samen op het plaveisel. Ook de grote universiteitscampus is gelegen in dit district. 

Familie bang voor Aleppo
“Eigenlijk zou ik niet naar Aleppo gaan. Mijn familie wilde niet dat ik hier zou gaan studeren. Mijn vader drong er maanden lang op aan dat ik niet zou gaan. Maar ik gaf niet toe en uiteindelijk liet hij mij vertrekken,” zegt Angel Samoun. De jonge studente luchtvaarttechniek komt uit Qamishli, de Koerdische regio van Syrië, dat onder controle is van de Koerdische milities. Aleppo was evenmin de eerste keuze van studente Lara Lias. Zij komt uit Daara, een stad in zuidelijk Syrie die beroemd werd door de demonstraties die uiteindelijk leidden tot de burgeroorlog. “Ik was erg bang, omdat ik zo ver van mijn ouderlijk huis was. Toen ik naar Aleppo kwam, zei mijn familie mij vaarwel alsof ik dood ging.”

Zusters begeleiden studentes
Ondanks de moeilijke situaties die beide studentes beleefden en ook vandaag de dag nog beleven, zijn de jonge vrouwen niet alleen. Zij leven direct tegenover de campus in een gebouw dat onderdeel is van het Rooms-Katholieke Vicariaat van Aleppo. In de slaapzaal wonen een groot aantal vrouwelijke bewoners. Het verblijf wordt geleid door drie zusters van de Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matara, een congregatie die haar origine heeft in Argentinië. “De inzet waarmee deze jonge mensen hun studie voortzetten, ondanks de gevechten die we hier moesten doorstaan, is voelbaar. De inwoners van Aleppo getuigen van een indrukwekkend geloof in God en hun getuigenis helpt me om elke dag te groeien in geloof,” zegt zuster Laudia Gloriae. De Braziliaanse is sinds een jaar Moeder-overste van de communiteit in Aleppo.

Een van de meest pijnlijke herinneringen aan de oorlog heeft te maken met een voorval in 2013, toen een raket precies op de rotonde viel die de universiteit scheidt van het verblijf. Ongeveer 400 mensen werden het slachtoffer van die aanval, waaronder zuster Rima van de Dochters van het Heilig Hart van Maria. Angel: “Ik ging tijdens de bomalarmen gewoon naar college. Het moeilijkste was dat ik gescheiden was van mijn familie.” Volgens Lara leven de studenten echter samen als een familie: “Zij delen alles, bidden samen en komen samen om de Eucharistie te vieren, ondanks dat zij tot verschillende denominaties behoren: Syrisch-Orthodox, Grieks-Orthodox, Rooms-Katholiek, Armeens-Katholiek. De zusters steunen ons allemaal. Het allerbelangrijkste is om God lief te hebben.”

Een andere familie is te vinden in het huis voor jongemannen, direct tegenover het kantoor van de parochie. Het gebouw staat naast het “Huis van de Blijdschap”, een centrum van de zusters van Moeder Teresa, die zorgen voor oudere en zieke mensen die in de steek werden gelaten. “Op dit moment leven wij samen met 30 universiteitsstudenten van verschillende denominaties,” zegt pater David Fernandez. De priester uit Argentinië draagt samen met een andere priester van de broederschap van het Instituut van de Incarnatie van het Woord zorg voor het mannenhuis. “Wij voeren pastorale taken uit voor de kathedraal van het Kind Jezus en een andere parochie in het stadsdistrict Al Midan. Daarnaast coördineren we de hulp voor meer dan 600 families”, vertelt de pater terwijl hij de trap oploopt naar de tweede etage van het gebouw. “Er is een aantal mensen slachtoffer geworden van een bomaanval op de daken precies hiertegenover. Ik moest de lichamen bergen.”

Gedwongen naar het front
Albert* uit Qamishli promoveert op dit moment tot industrieel ingenieur. In zijn kamer vertelt hij over de gevolgen van de gevechten die hij meemaakte op zijn studie. “Sommige vrienden moesten hierdoor hun studie onderbreken. Ik besloot mijn leven te riskeren en mijn doctoraalstudie af te ronden.” Of dat gaat lukken, is niet zeker. Alle jonge mannen zijn opgeroepen voor militaire dienst om te vechten in de oorlog. Wie studeert aan de universiteit heeft een korte ”periode van immuniteit”, maar die eindigt op een dag en de regering kent geen enkele verlenging toe. Hij durft op dit moment nauwelijks het gebouw te verlaten uit angst om gearresteerd en naar de oorlog toegestuurd te worden. “We proberen hiervoor een oplossing te vinden,” zegt pater Fernandez.

Een andere bewoner, Atranik Kaspar, student economie, vertelt: “Pater David is als een vader voor ons. We waarderen de mensen die hun families en hun thuisland verlaten om hier met ons te leven en ons te helpen enorm.” De priester is op zijn beurt dankbaar voor de hulp van buitenaf. “We worden ondersteund door onze congregatie, maar ook door andere organisaties, zoals Kerk in Nood. Met de fondsen die zij beschikbaar stellen, kunnen we computers kopen en het inschrijfgeld van studenten betalen.” De 3.000 Syrische ponden die van de studenten wordt verwacht, ongeveer vier euro, is volgens de pater een symbolisch bedrag. “De economische situatie is erg moeilijk en we kunnen niet overleven zonder hulp uit het buitenland.” Weaam Panous, een student robotica, is erg dankbaar voor de steun van Kerk in Nood. “Wij danken pater David Fernandez en iedereen buiten Syrië, want het is dankzij hun ondersteuning dat we door kunnen gaan met onze studies en kunnen werken voor vrede.” 

Kerk in Nood helpt de Kerk Syrië een toekomst en hoop te bieden aan gelovigen. Wilt u hieraan bijdragen? Doneer dan online of maak uw gift over onder vermelding van 'Syrië.' 

* Uit veiligheidsoverwegingen is een andere naam gebruikt.

Doneer