Bijbel voor kinderen: 45 jaar kinderen leren over Gods liefde

woensdag, 22 mei 2024
Nieuws
Het Vaticaan bereidt zich voor op de eerste Wereldkinderdag, 25-26 mei. Paus Franciscus benadrukt in zijn boodschap voor deze gelegenheid de kostbaarheid van elk kind in Gods ogen. 
ACN-20220202-123583 Kinderbijbel

In 1979 markeerde ACN het “Internationale Jaar van het Kind” met de productie van de Kinderbijbel als ondersteuning voor het pastorale werk van de Kerk. Sindsdien hebben miljoenen kinderen in hun eigen taal leren bidden door de Kinderbijbel te lezen, in één van de bijna 200 talen waarin de Bijbel vertaald is. Getuigenissen van over de hele wereld getuigen hiervan.

Gelovig katholiek zijn in Cuba kan moeilijk zijn, en besluiten om priester te worden is meestal het resultaat van een diep en volwassen geloof. Maar toen Rolando Montes de Oca naar het seminarie ging, was het enige boek dat hij meenam de “Kinderbijbel – God spreekt tot zijn kinderen”, uitgegeven door Kerk in Nood (ACN).

“Ik was nog een kind, maar ik zal nooit vergeten toen onze pastoor kwam en mij de kinderbijbel gaf. Met deze Bijbel leerde ik over de Heer, over het verhaal van de verlossing, en zo werd ik verliefd op God. Deze God waarop ik verliefd werd, riep mij tot het priesterschap, en dit is de Bijbel die ik meenam naar het seminarie. Natuurlijk moest ik later andere, meer volledige Bijbels gebruiken, maar dit blijft mijn favoriet, omdat het de Bijbel is die me over Jezus Christus leerde”, vertelde de priester aan Kerk in Nood. Pastoor Rolando is één van de tientallen miljoenen kinderen die over Jezus hebben geleerd via de Kinderbijbel van Kerk in Nood. Voor veel kinderen over de hele wereld is de kinderbijbel het enige boek dat ze kunnen bezitten.

Cultureel hulpmiddel
Pater Henrique Uggé, een Italiaanse missionaris die met het Sateré-Mawé-volk in het Amazonegebied werkt, legt uit: “We horen, lezen en overdenken allemaal graag het Woord van God in onze eigen taal, in onze eigen culturele en historische context.” Hij noemt de Kinderbijbel dan ook een belangrijk cultureel hulpmiddel, “omdat veel van de woorden die in de vertalingen gebruikt worden in onbruik waren geraakt, en zo bewaard blijven voor de nieuwe generaties.”

De kinderbijbel werd voor het eerst geproduceerd door ACN in 1979 ter gelegenheid van het “Internationale Jaar van het Kind”, toen het werd voorgelegd aan de Derde Algemene Bisschoppenconferentie van Latijns-Amerika die plaatsvond in Puebla, Mexico, om de pastorale hulpverlening van de kerk te ondersteunen. Sindsdien is deze Bijbel, dankzij de gulle giften van weldoeners van ACN, vertaald in 194 verschillende talen en dialecten, van Assyrisch, de taal die het dichtst bij de taal van Jezus staat, tot Zoeloe. Aangezien een Bijbel in veel gevallen niet alleen gelezen wordt door het kind dat hem gekregen heeft, maar ook door broertjes, zusjes en andere familieleden, vertegenwoordigen de 51 miljoen exemplaren die al gedrukt en verspreid zijn sinds het project 45 jaar geleden begon, een veel breder publiek.

Bouwen aan zelfvertrouwen en zelfrespect bij de kinderen
In sommige gevallen is de Kinderbijbel het enige geschreven werk in een taal, waardoor het bijzonder belangrijk is om kinderen in staat te stellen om met hun geloof in contact te komen in dezelfde taal die ze met hun ouders en in hun gemeenschappen spreken.

Lilian Omari, van de missiegemeenschap van St. Paul de Apostel, legt Kerk in Nood uit hoe zij het gebruikt in haar werk onder de pastorale Turkana-bevolking in Noord-Kenia. “Omdat er afbeeldingen in staan, kunnen ze het boek bekijken, doorbladeren, aanraken, voelen en zelfs naar het Woord luisteren. Dit is een van de dingen die ons heeft geholpen om catechese te geven in het gebied, aangezien veel van de kinderen niet naar school zijn geweest en alleen Turkana spreken. We zijn alle weldoeners die dit project gesteund hebben erg dankbaar, waardoor het in verschillende talen vertaald kon worden.”

In landen waar grote delen van de bevolking de officiële taal niet spreken, zoals in het zuiden van Mexico, waar ongeveer een half miljoen mensen Tzeltal als moedertaal spreken, of in het Amazonegebied, waar veel stammen nog steeds in relatieve afzondering van de buitenwereld leven, kan toegang tot het Woord van God in hun eigen taal vertrouwen opbouwen en laten zien dat het christendom geen vreemde eend in de bijt is. Alfred Ajuong Mangui, een catechist in het bisdom Rumbek, in Zuid-Soedan, vertelde hoe kinderen in zijn klassen in dit opzicht groeiden. “Met de kinderbijbel zie je alle kinderen groeien met respect. En met dit respect zullen ze andere vaardigheden en een manier van leven ontwikkelen.”

De Kinderbijbel is een van de langstlopende projecten van Kerk in Nood. Met 194 talen die al in omloop zijn, blijft de stichting zich inzetten om meer kinderen te laten leren hoeveel God van hen houdt en hen in staat te stellen om op hun beurt van Hem te houden.