fbpx
Featured Image

Haïti: “Ook priesters slapen in auto’s”

Hoe heeft de situatie in Haïti zich ontwikkeld sinds de aardbeving?
De situatie na de aardbeving blijft moeilijk: in veel regio’s slapen mensen buiten of in tenten. Ook priesters verblijven in huizen van parochieleden of slapen in auto’s. Er is een tekort aan water, elektriciteit, voedsel, kleding, medicijnen. En een groot deel van de bevolking is getraumatiseerd. Kerkgebouwen en diocesane instellingen hebben gedeeltelijke schade opgelopen of zijn zelfs volledig vernield. Ongeveer 70 parochies hebben tenten moeten kopen om hun werk te kunnen voortzetten. Daarbij komen nog de onzekerheid en het geweld die het nog moeilijker maken om enige effectieve hulp te bieden.

Hoe was de situatie vóór de aardbeving?
De situatie in het land is de laatste twee tot drie jaar onstabiel geweest. De steden en de straten worden gecontroleerd door bendes, er vinden gewapende overvallen en ontvoeringen plaats onder de bevolking, vrachtwagens worden overvallen, enz. De situatie, die al precair was, werd nog slechter toen de president begin juli in zijn eigen huis werd vermoord. Bovendien gaat het land gebukt onder ernstige droogte en watertekorten. Er heerst extreme armoede, vooral op het platteland.

Wat doet Kerk in Nood ter plaatse en wat is het effect van deze hulp?
Als eerste heeft Kerk in Nood de getroffen bisdommen gevraagd een inventaris op te maken van de situatie en de schade, om passende hulpmaatregelen te kunnen voorstellen. Vervolgens heeft het snel een noodhulpbudget goedgekeurd voor projecten in Haïti. In het bisdom Jérémie is al 134.400 dollar toegekend voor de verdeling van noodhulp (tenten, voedsel, drinkwater, medicijnen, enz.) onder priesters, religieuzen en pastoraal werkers en hun gezinnen in 16 parochies.

Wat voor werk heeft ACN nog te doen in Haïti?
Op dit moment zitten we nog steeds in de eerste fase, die bestaat uit noodhulp. Maar tegelijkertijd werken we aan onze strategie voor de tweede fase, de wederopbouw. We doen dit samen met andere kerkelijke organisaties, die de wens hebben geuit om betrokken te zijn bij de wederopbouw van het land. Dit is de derde keer dat ACN met deze organisaties samenwerkt, na de aardbeving in 2010 en de orkaan in 2016.

Deze tweede fase begint met de technische beoordeling van de schade. Daarna wordt bepaald welke gebouwen het dringendst herbouwd moeten worden. Dit zal enkele maanden in beslag nemen. We onderzoeken ook de mogelijke projecten die gericht zijn op het genezen van de wonden en trauma’s die door de moeilijke situatie zijn toegebracht, omdat we de mensen moeten helpen weer hoop te krijgen.

Wat zijn de grootste obstakels voor uw werk?
Enerzijds is het door de precaire situatie onmogelijk om naar het land te reizen, waardoor we de situatie niet uit de eerste hand kunnen ervaren. Onze communicatie is beperkt tot het internet of de telefoon. Anderzijds is het een uitdaging om de schade aan de gebouwen volledig op te nemen en deze snel en in korte tijd weer op te bouwen. Dit moet immers gebeuren in overeenstemming met de richtlijnen voor aardbevings- en cycloonveiligheid. We moeten er ook voor zorgen dat alle materialen beschikbaar zijn. Momenteel worden deze, wegens plaatselijke tekorten, uit andere landen aangevoerd.

Hoe zal het werk van Kerk in Nood worden voortgezet?
ACN zal de Kerk in Haïti en de mensen daar blijven steunen met gebeden en solidariteit. Al jaren gaat ons medeleven uit naar deze mensen, zo die lijden onder armoede, instabiliteit en geweld. Zij zijn vaak in de steek gelaten, maar hebben onvergelijkbare en, in deze tijden, onmisbare steun gevonden in het geloof en in het werk van religieuze zusters, priesters en leken pastoraal werkers.

ACN is momenteel betrokken bij meer dan dertig projecten om het werk van de Kerk in Haïti te ondersteunen. Zo heeft de organisatie onlangs noodhulp goedgekeurd voor de distributie van tenten, voedsel, drinkwater en medicijnen, en voor de meest dringende reparaties aan tien parochiehuizen in het bisdom Jérémie om de coördinatie van het sociale en pastorale werk van de parochies te verzekeren na de aardbeving die het bisdom op 14 augustus 2021 trof. Uw steun is daarbij hard nodig. Helpt u mee? Doneer dan online of maak uw gift over onder vermelding van Steun Haïti.

Featured Image

Mozambique: dringende reparaties aan pastorie

In 2000 kwam op verzoek van de aartsbisschop van Maputo een gemeenschap van Indiase missionarissen van Sint Franciscus van Sales naar dit land in zuidelijk Afrika om in enkele van de zwaarst getroffen, afgelegen en onderontwikkelde regio’s te werken en de verwoeste kerkelijke infrastructuur – en nog meer de getraumatiseerde menselijke zielen – weer op te bouwen.

De missionarissen, die nu acht afzonderlijke missieposten leiden, moesten vanaf nul beginnen. Bijna 30 jaar voor hun komst was er geen kerkelijke zending en geen evangelisatie geweest. Het heersende marxistische regime stond vijandig tegenover de Kerk en het geloof en de moraal waren “op hun dieptepunt”, zoals de paters ons vertellen.

De Indiase priesters begonnen met de wederopbouw van de kerken en kapellen, maar bovenal wijdden zij zich aan de zorg voor de zielen, zij bezochten de mensen thuis, verkondigden het evangelie, luisterden naar de mensen, troostten hen en boden tegelijkertijd ongecompliceerde praktische hulp. “Tijdens de lange jaren van de burgeroorlog waren zij letterlijk schapen zonder herder geweest. Nu keren ze geleidelijk terug naar vruchtbaarder weiden en aanvaarden ze Christus als hun Heer en Verlosser”, schrijft pater Ranjit Tirkey.

Een van de missieposten die onder hun hoede vallen is de parochie van Bela Vista in de provincie Matutuine in het zuiden van het land. De parochie telt 45.000 inwoners en zestien buitenposten waar de H. Mis wordt opgedragen. Een deel van de parochie ligt in het oerwoud, en het was vroeger erg moeilijk om sommige dorpen te bereiken, omdat de wegen in het regenseizoen onbegaanbaar werden door de modder en de riviertjes en beekjes. Maar nu is er eindelijk een geasfalteerde weg.

Toch moeten de drie Indiase priesters hun werk nog steeds doen onder moeilijke omstandigheden. Er heerst armoede, er zijn wijdverspreide ziekten, en alles bij elkaar is dit een afgelegen en onontwikkeld gebied waar de priesters helpers en raadgevers moeten zijn voor de mensen, niet alleen in hun geestelijke nood maar ook in hun vele materiële noden. Kortom, zij moeten alles zijn voor alle mensen, ondanks hun eigen diepe armoede.

Hun precaire situatie betreft met name hun eigen woonruimte. De pastorie is verwaarloosd en is al zo’n twintig jaar niet meer gerepareerd of onderhouden. Het dak lekt, de waterleidingen zijn verroest, het waterreservoir lekt en de sanitaire voorzieningen zijn zwaar beschadigd. Om hen in staat te stellen ten minste de dringendste en noodzakelijkste reparaties uit te voeren, hopen we op uw steun om de benodigde 4200 euro bij elkaar te krijgen.

Helpt u mee? Doneer dan online via onze website of maak uw gift over onder vermelding van code: 139-01-19. Uw gift gaat naar dit project of soortgelijke projecten in de regio.

Featured Image

“Geen Mis in lemen kapel mogelijk tijdens regenseizoen”

De bewoners van het dorp behoren tot de etnische Sandal groepering, die veelal animistisch waren. Maar de meeste dorpelingen zijn nu al lange tijd katholiek. Zij zijn arm en leven van hand tot mond, maar zij zijn gelukkig en tevreden met het weinige dat zij hebben en zij danken God daarvoor. Zij zijn zeer sterk in hun geloof en nemen enthousiast en actief deel aan het kerkelijk leven. De liturgische feesten en festivals van het kerkelijk jaar worden met grote toewijding gevierd.

Maar zij hebben wel een passende plaats voor de eredienst nodig. De bestaande kapel is niet alleen te klein. De muren vertonen diepe scheuren en er komt regen door het dak naar binnen. Zoveel zelfs dat het onmogelijk is er tijdens het regenseizoen de Mis op te dragen. En dat terwijl de parochiekerk bijna 11 km verderop ligt, te ver om naartoe te lopen. Tot nu toe was er geen geld voor renovatie. Maar dankzij uw gulheid kunnen we hen helpen een bescheiden maar permanente kapel te bouwen. De vreugde is enorm, en alle mensen van het dorp helpen bij het werk. Ze kunnen nu al nauwelijks wachten op de dag dat de kapel eindelijk klaar is!

“Het zal voor de katholieken en voor alle inwoners van Noyanagar een grote vreugde zijn dat zij in alle rust en vrede kunnen bidden. Zij zullen nog meer gehecht zijn aan hun christelijke waarden; de zondagse Mis en de andere vormen van eredienst zullen nog vruchtbaarder zijn. De gemeenschap van gelovigen in Noyanagar zal de weldoeners voor altijd dankbaar zijn voor hun warme hart en uitgestoken hand van vriendschap door ons te helpen deze kapel te bouwen”, schrijft hun priester, pastoor Narayan Singh. Onze oprechte dank aan allen die geholpen hebben!

Helpt u mee om in Noyanagar en andere plaatsen in India waar een grote nood is aan kapellen, de eredienst een waardige plaats te geven. Doneer dan online of maak uw gift over onder vermeldomg van code: 342-01-19. Uw gift gaat naar dit project of soortgelijke projecten in de regio.

Featured Image

Droom zuster Clara voor toekomst kinderen Irak komt uit

De Kerk is nauw betrokken geweest bij deze ontwikkeling. Een sprekend voorbeeld is te vinden in het werk van de Zusters van de Congregatie van de H. Catharina van Siena, een orde die sinds 1890 zeer actief is in deze streek. De zusters behoorden tot de eersten die na de bevrijding terugkeerden. Ze aarzelden niet om met de wederopbouw van de gemeenschap te beginnen. De terugkeer en de aanwezigheid van de religieuze zusters in de streek heeft vele Christenen aangemoedigd om naar hun huizen terug te keren, waarmee de christelijke gemeenschap op de vlakte van Nineveh weer nieuw leven is ingeblazen.

Zuster Clara Nas, de priorin van de Zusters Dominicanessen van de Heilige Catharina van Siena, was in 2016 amper zelf teruggekeerd naar Qaraqosh toen zij op het idee kwam om een nieuwe middelbare school te bouwen. Toen zij anderen over haar droom vertelde, dachten die dat het niet mogelijk zou zijn: de gezinnen hadden net de verschrikkingen van IS overleefd en het leed dat de groep had veroorzaakt. Ze keerden terug naar een stad die volledig verwoest was. Velen achtten het project om een nieuwe middelbare school te bouwen dan ook buiten het bereik van het mogelijke.

Zuster Clara weigerde echter haar visie op te geven. “Het was ons doel om jongeren een plaats van verzoening en genezing te bieden, nadat ze door IS verdreven waren en zoveel jaren als vluchteling geleefd hadden,” legt ze uit. En dus zocht zij in 2018 de steun die nodig zou zijn om het grote project van de bouw van een nieuwe middelbare school aan te pakken. De internationale katholieke hulporganisatie (ACN) en de Bondskanselarij van de Republiek Oostenrijk kwamen overeen om samen te werken.

Het nieuws dat er een nieuwe middelbare school gebouwd zou worden, werd door de gezinnen die in Qaraqosh wonen met gejubel ontvangen, want een van de voornaamste zorgen van degenen die teruggekeerd waren of van plan waren terug te keren, was het onderwijs van hun kinderen. Het onderwijsstelsel in de regio was bovendien van zeer lage kwaliteit. Er waren zoveel leerlingen dat de scholen in twee ploegen werkten, waarbij de ene groep leerlingen ‘s morgens vroeg les kreeg en de tweede groep ‘s middags. Ook was er een gebrek aan lesmateriaal en een tekort aan leraren, want de regering heeft de regio niet voldoende onderwijsplaatsen toegewezen om in haar nood te voorzien. Ook waren de salarissen zo laag dat ze niet van lesgeven alleen konden leven.

Een nieuwe school leek dan ook een utopie. Er was echter nog een reden waarom het project zo’n groot enthousiasme heeft gewekt: de religieuze zusters zijn bij de plaatselijke bevolking bekend en zeer gewaardeerd om hun jarenlange ervaring in het onderwijs. Vóór de invasie van IS leidden de religieuze zusters reeds de Al-Thaira lagere school. Als vluchtelingen voor IS bleven zij ook in Erbil, waar ruim 100.000 vluchtelingen waren neergestreken, onderwijs verzorgen. Ze gaven les aan de ontheemde kinderen in tijdelijke scholen die in containers waren opgezet.

Nu hun terugkeer werd de lagere school in Qaraqosh in 2017 heropend. Deze telt nu 427 leerlingen. De middelbare school zal naar verwachting op 1 oktober haar deuren openen voor 625 leerlingen in de leeftijd van 13 tot 18 jaar. “Als zusters Dominicanessen zijn wij ervan overtuigd dat onderwijs de geest verlicht en de harten opent voor de waarheid. Daarom hebben wij het initiatief genomen tot het project voor een nieuwe middelbare school – in een dorp waar de jongeren dringend behoefte hebben aan een gezonde mentale omgeving,” verklaarde zuster Clara.

Het nieuwe drie verdiepingen tellende schoolgebouw zal de gemeenschap op vele manieren helpen. In de eerste plaats bevrijdt het de leerlingen van de last om in twee ploegen naar school te moeten. Bovendien is er een sportterrein gepland dat toegankelijk is voor alle jongeren van de gemeenschap – ook voor degenen die niet in de school zijn ingeschreven. Bovendien biedt het bouwproject nieuwe werkgelegenheid in de gemeenschap, omdat de plaatselijke bevolking voor de bouwwerkzaamheden is ingehuurd. Zo’n 200 ingenieurs, bouwvakkers en geschoolde arbeiders zijn betrokken geweest bij de bouw van de nieuwe school. En na de voltooiing zal de school werk bieden aan leraren en ander schoolpersoneel.

De religieuze zusters zullen in de nieuwe school weer een pastoraal werker hebben, net als in hun lagere school. Zij weten dat deze diensten een sterke bron van geestelijke steun zijn voor hun leerlingen. De jongeren kunnen gebruik maken van de schoolkapel, die voor iedereen toegankelijk is, deelnemen aan allerlei religieuze activiteiten, catecheselessen houden en zich voorbereiden op hun Eerste Heilige Communie.

“Wij zijn u zeer dankbaar voor uw blijk van solidariteit. Wij stellen uw morele en financiële steun, die ons helpt om in ons land te blijven, zeer op prijs,” zei zuster Clara tegen Kerk in Nood. Dankzij de donateurs van de stichting zijn veel projecten gerealiseerd om Baghdida (Qaraqosh) weer op te bouwen en hulp en bijstand te bieden aan christelijke gezinnen die terugkeren na de invasie van IS.

Featured Image

“Kolay gelsin” – het werk van de Salesianen in Istanbul

Tijdens zijn bezoek aan Kerk in Nood (ACN) sprak hij over Bomonti, van oudsher een christelijke wijk van de stad die vandaag de dag wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote aantallen gezinnen van immigranten uit verschillende culturen. De Salesianen van Don Bosco zijn er betrokken bij een verscheidenheid van activiteiten in het Apostolisch Vicariaat van Istanbul. Ze geven echter vooral pastorale zorg en onderwijs aan emigranten en vluchtelingen in de Christelijk wijk Bormonti.

De meeste van deze mensen beschouwen Turkije slechts als een tussenstop, omdat zij willen emigreren naar landen als Australië of Canada. “Er wordt veel gesproken over de vluchtelingen uit Irak of Syrië, maar er komen ook veel anderen, bijvoorbeeld uit Pakistan, Nigeria, Burkina Faso, Mali of Ivoorkust, om maar een paar landen te noemen. Zij blijven hier jarenlang. Sommigen van hen moeten zes of zeven jaar wachten op een visum”, legt pater Simon uit. Als gevolg daarvan hebben de Salesianen zich toegelegd op het onderwijs van de kinderen van deze gezinnen. Zij leiden een school voor meer dan 400 kinderen en een klein jeugdcentrum voor 40 pubers op de Evrim Campus in Bomonti.

Een ander zwaartepunt van hun werk is het verlenen van pastorale zorg in de Turkse taal. Bomonti lag ooit aan de rand van de stad, maar is nu het hart van Istanbul. De plaatselijke kerk van de wijk, “Notre Dame de Lourdes”, is de enige kerk in Istanbul die uitsluitend gewijd is aan de Turks sprekende katholieke gemeenschap. In andere parochies overheersen Grieks en Frans in plaats van Turks, omdat Istanbul een multiculturele en meertalige stad is. De bevolking is er de laatste 50 jaar vertienvoudigd en de stad heeft een van de grootste jongerenpopulaties van alle Europese steden.

In de parochie van “Notre Dame de Lourdes” bereiden Turks sprekende kinderen, jongeren en volwassenen zich voor op hun eerste heilige communie, op het vormsel of op het sacrament van het huwelijk. “In het vicariaat Istanbul hebben we ongeveer 100 catechumenen die afkomstig zijn uit veel verschillende landen, waaronder Turken en Iraniërs. Christen worden is hier niet verboden. De mate van sociale acceptatie varieert van geval tot geval. Sommigen worden door hun familie verstoten, anderen hebben geen problemen, en het komt ook voor dat hele families besluiten Christen te worden”, aldus pater Simon. De parochie heeft dringend behoefte aan adequate faciliteiten om pastorale zorg te kunnen verlenen. Daarom willen de Salesianen met de hulp van de weldoeners van Kerk in Nood een nieuw parochie- en sociaal centrum bouwen op het terrein van de Evrim Campus. Het nieuwe centrum moet iedereen ten goede komen, zowel buurtbewoners als immigranten, en een interculturele uitwisseling tussen jongeren die in het stadsdeel wonen vergemakkelijken.

Velen die bij de Salesianen om hulp komen vragen, hebben moeilijke, traumatische ervaringen gehad en zoeken troost. Of zij leven binnen zeer fragiele sociale structuren. Hun situatie wordt echter vaak dramatisch wanneer de migranten besluiten Turkije te verlaten en niet langer het geduld hebben om op een visum te wachten. “Het geeft me een akelig gevoel als ze na de Zondagsmis naar me toe komen en me vragen hun reis te zegenen. Ik weet waar ze heen gaan en dat het niet altijd goed afloopt”, zegt pater Simon.

De lasten die veel van de vluchtelingen dragen zijn zo zwaar dat ze nauwelijks te dragen zijn. “Het nieuwe centrum is bedoeld om ‘Kolay gelsin’ te zijn, een bron van verlichting, een zegen voor hen,” legt pater Simon uit. Daarom voelen de Salesianen zich geïnspireerd door de groet: “Kolay gelsin” – Moge het gemakkelijk komen. Moge God verlichting schenken. “Het is onze roeping om elkaars lasten te verlichten en voor ons allen verlossing in de wereld te brengen. Het geschenk van lichtheid en verlossing, dat is wat wij willen geven met de oprichting van het nieuwe centrum op de Evrim Campus.”

Helpt u mee zodat de Kerk op meer plaatsen in Turkije pastorale steun kan verlenen? Doneer dan online of maak uw gift over onder vermelding van Turkije. Uw gift gaat naar dit project of soortgelijke projecten in de regio.

© Foto: Don Bosco Instanboel

Featured Image

10 jaar oorlog: de balans van uw hulp in Syrië

In het laatste verslag van Kerk in Nood ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het begin van het conflict, meldde Kerk in Nood dat zij tussen 2011 en 2021 in totaal 41,8 miljoen euro aan Syrië heeft toegekend. Het grootste deel van dit budget, meer dan 33 miljoen euro, was bestemd voor humanitaire hulpprojecten op het gebied van levensonderhoud, medische hulp, voedsel, kleding, gezondheidspakketten, huisvesting en onderwijs. In coördinatie met plaatselijke kerken van verschillende tradities bereikten een totaal van 418 initiatieven de inwoners van de steden die het zwaarst door de oorlog getroffen zijn, zoals Aleppo, Homs, Damascus, Marmarita en Tartus. Dit zijn de plaatsen waar de meerderheid van de christenen in Syrië geconcentreerd is.

Een druppel melk
Een van de belangrijkste projecten die de organisatie sinds 2017 steunt, is de campagne “Een druppel melk” in Aleppo. Daarbij wordt poedermelk uitgedeeld aan meer dan 3.000 kinderen uit christelijke gezinnen die in nood verkeren of door de oorlog ontheemd zijn geraakt. Het programma begeleidt hen vanaf hun geboorte tot hun tiende jaar. Soortgelijke projecten komen sinds 2015 ook ten goede aan kinderen in Tartus en sinds 2018 in Homs.

Studiebeurzen
Een ander door Kerk in Nood gesteund initiatief bestaat uit studiebeurzen voor christelijke school- en universiteitsstudenten in Aleppo en Damascus. Een derde van de scholen is gesloten als gevolg van de oorlog, maar veel gezinnen konden het zich toch niet veroorloven hun kinderen naar de scholen te sturen die wel functioneren. Dankzij studiebeurzen konden in het academisch jaar 2019-2020 in Aleppo alleen al 7.340 studenten verder met hun studie. In Damascus werden met de steun van de Zusters van Goddelijke Liefde van Besançon 2020-2021 studiebeurzen aan 550 universiteitsstudenten verstrekt van de plaatselijke Grieks-Melkitische Kerk.

Corona
Syrië is niet gespaard gebleven voor de gezondheidscrisis als gevolg van de coronapandemie. In 2020 heeft Kerk in Nood daarom meer dan 576.000 euro uitgetrokken om met de hulp van plaatselijke kerken 23.050 christelijke gezinnen te helpen die in grote nood verkeren door de precaire economische situatie die door de quarantaine is ontstaan. Met Kerstmis 2020 hebben de weldoeners van Kerk in Nood bovendien 200.000 euro geschonken om met de hulp van de Congregatie van Jezus en Maria winterjassen te verstrekken aan 25.000 kinderen in verschillende steden over het hele land.

Wederopbouw
Bovendien heeft ACN bijna vier miljoen euro geïnvesteerd in 156 projecten voor de wederopbouw van kerken, kloosters, scholen en pastorale centra, en 1,5 miljoen euro voor de wederopbouw van 1.077 particuliere huizen die door de gevechten en bombardementen verwoest zijn. Deze projecten hebben bijvoorbeeld gezinnen in Homs, Aleppo, Maaloula en de Vallei der Christenen geholpen om naar hun huizen terug te keren. Kerken die dankzij weldoeners van Kerk in Nood herbouwd zijn, zijn onder andere de kathedraal van Onze Lieve Vrouw van de Vrede in Homs en de kathedraal van Sint-Elijah in Aleppo.

Pastorale hulp
Wat de pastorale hulp betreft, heeft ACN meer dan twee miljoen euro uitgetrokken voor 182 projecten. De meest in het oog springende zijn de zomerkampen, die bedoeld zijn als een tijd van genezing, geloofsopvoeding en onderwijs voor jongeren of gezinnen die het trauma van de oorlog hebben opgelopen. Hiertoe behoort ook de gebedsactie “Troost mijn volk”, die christelijke gezinnen begeleidt die in de oorlog dierbaren hebben verloren. De icoon van Mater Dolorosa, Troosteres der Syriërs, gezegend door paus Franciscus, heeft parochies bezocht in 34 bisdommen.

Andere projecten van Kerk in Nood om het werk van de Kerk in Syrië tijdens de oorlog te steunen, betroffen onder meer Misintenties voor priesters (€874.000 en steun bij de aanschaf van religieuze boeken (€48.000), opleidingskosten (€356.000), transport (€181.000) en katholieke media (€13.000).

Ook in de nabije toekomst geeft Kerk in Nood hoge prioriteit aan de situatie van Christenen in Syrië. Wilt u hen steunen in deze moeilijke tijden? Doneer dan online of maak uw gift over onder vermelding van Syrië.

 

Featured Image

Libanon: “Hoop is ons dagelijks brood”

Door Tobias Lehner

Libanon wordt vaak als model gebruikt voor het Midden-Oosten, niet in de laatste plaats vanwege de relatieve stabiliteit van de interreligieuze betrekkingen binnen het land. Toch is het evenwicht verschoven en instabieler geworden nu steeds meer Christenen hun vaderland verlaten. Het hele land werd al langer geplaagd door economisch wanbeheer en corruptie, en door een politieke en bancaire crisis. In augustus 2020 werd Beiroet opgeschrikt door een van de meest gewelddadige explosies in vredestijd in de geschiedenis van de mensheid. De Libanese hoofdstad wordt daardoor geconfronteerd met een existentiële crisis.

Het leven in Beiroet is niet meer hetzelfde sinds de explosie vier maanden geleden. Hoe is de stemming in de stad vandaag de dag?

We zijn nog steeds geschokt door wat er in augustus is gebeurd. Herinneringen aan die afschuwelijke dag komen vaak terug, vooral als we de verwoeste huizen, kerken, scholen en ziekenhuizen zien, of als we een plotselinge herrie of donder horen. We kunnen niet anders dan herinnerd worden aan dat incident!

De stemming is nog steeds verontrust en angstig, maar ondanks alles bereiden we ons zoveel mogelijk voor op het komende feest en op de vernieuwing van ons geestelijk leven.

De christelijke wijken werden begin augustus bijzonder hard getroffen door de explosie, omdat ze dicht bij de haven liggen. Ook de kathedraal waar u pastoor bent, werd zwaar beschadigd. Kerk in Nood ondersteunt de wederopbouw. Hoe ver zijn de herstelwerkzaamheden nu, aan het begin van de winter, gevorderd?

Het herstel van de Maronitische kathedraal is een maand geleden begonnen, toen we met enkele tijdelijke maatregelen probeerden om verdere schade door de regen, die door het beschadigde dak en de verbrijzelde ramen en deuren kwam, te voorkomen. We verwachten het dak binnen enkele weken te kunnen repareren, terwijl voor de andere openingen, het repareren van de beschadigde ramen en deuren, dit werk nog steeds aan de gang is.

In hoeverre heeft de corona-pandemie de restauratie en de humanitaire hulpverlening beïnvloed?

De pandemie heeft het proces van de restauratie van de kathedraal vertraagd, vooral tijdens de twee weken van de lockdown periode. We moesten toen speciale vergunningen aanvragen om verder te kunnen gaan met de werkzaamheden en tegelijkertijd alle veiligheidsmaatregelen in acht nemen, zoals sociale afstand nemen, enzovoorts. Aan de andere kant hebben we geprobeerd de humanitaire hulp in stand te houden, omdat we met de economische crisis die het Libanese volk doormaakt, er nu meer moeten zijn voor onze broeders en zusters in nood. Het was riskant, maar door alle veiligheidsmaatregelen te nemen, hebben we onze missie toch op koers gehouden om hen allemaal beter van dienst te kunnen zijn.

Met name veel jongeren hebben direct na de ramp aangekondigd dat ze nu Libanon willen verlaten, omdat ze voor zichzelf geen toekomst meer zien in het land. Is dat in de praktijk ook gebeurd en wat betekent dat voor de christelijke gemeenschap in Libanon?

Uit de statistieken blijkt dat er meer dan 380.000 verzoeken om immigratie zijn ingediend bij de ambassades van de Europese Unie en landen in Noord-Amerika. De meeste daarvan zijn afkomstig van Christenen, die zich nu helaas vreemden in eigen land voelen. Dit heeft een negatieve invloed op de hele christelijke gemeenschap, omdat zij het grootste deel van haar best opgeleide jonge mensen verliest. Vandaar dat het aantal christenen in het land met de dag afneemt, wat de situatie ernstig aantast en nog meer druk legt op degenen die nog steeds in een situatie verkeren waarin ze misschien binnenkort worden vervolgd. Dit is geen samenzweringstheorie; het is de realiteit waarvan we getuige zijn geweest bij onze naaste buren, waaronder Syrië, Irak, Palestina, Jordanië…

Bent u, als u naar het nieuwe jaar kijkt, bezorgder, of wordt deze zorg gecompenseerd door hoop?

Hoop is altijd ons dagelijks brood, vooral in deze donkere tijden. Ondanks alles kijken we met hoop naar de toekomst, want we weten dat onze Heer Jezus Christus de Meester van de geschiedenis is, en dat in Zijn handen heel onze geschiedenis en ons leven ligt. Met Hem en door Hem zijn we er zeker van dat “alle dingen ten goede werken voor hen die God liefhebben” (Rom. 8,28).

Featured Image

Georgette: “Dagelijkse strijd om drie kleinkinderen te voeden”

Er was een tijd dat Beiroet bekend stond als het ‘Parijs van het Midden-Oosten.’ De herinnering aan die ‘glamoureuze’ tijd is vandaag de dag, door de diepe crisis die Libanon momenteel doormaakt, des te pijnlijker. De financiële crisis, met de banken op de rand van faillissement, een verwoestend hoge werkloosheid en een gebrek aan hoop voor de toekomst brengen dit ooit welvarende land in het Midden-Oosten aan de rand van de afgrond. Niemand had kunnen denken dat Libanon, dat met zijn befaamde veerkracht wist te herstellen van de tragedie van de burgeroorlogen, opnieuw in een crisis van armoede, ellende en wanhoop zou worden gestort. Voor velen is het gevecht voor overleven een bittere strijd, vooral voor mensen met kleine kinderen in hun zorg – mensen zoals Georgette, die voor haar kleinkinderen zorgt. De alleenstaande vrouw is een levend beeld van de tragische situatie waarin Libanon verkeert.

“Het klonk als een atoombom…”
De crisis – die al ernstig was – werd nog verergerd door de vreselijke explosie in de haven van Beiroet begin augustus. In een kwestie van seconden was de hele wijk verwoest, een groot deel ervan gereduceerd tot puin. Hele voorsteden werden getroffen, huizen werden verwoest en overal werden vernielingen aangericht. In een oogwenk werd de stad omgevormd tot een soort oorlogsgebied, waardoor alle oude herinneringen aan een tijd waarvan men dacht dat die achter de rug was, weer tot leven werden gewekt: de lucht die was gevuld met het gebrul van de explosie, de kracht van de ontploffing, die alles voor zich uit veegde. Het tumult, de kreten van de gewonden, mensen die heen en weer renden, anderen die om hulp schreeuwden. De crisis die het land al teisterde werd plots een nachtmerrie van onvoorstelbare proporties. Priester Abdo vertelde Kerk in Nood over zijn ervaring: “De explosie was als een atoombom, met overal rode rook. Het enige dat ik kon zien, waren mensen, verward, gedesoriënteerd en huilend, in een scène van vernietiging en dood.” De explosie kostte het leven aan meer dan 180 mensen, meer dan 6.500 raakten gewond en bijna 300.000 huizen werden vernield of zwaar beschadigd.

“Ik woon in een arme wijk…”
Het leven was al moeilijk genoeg voor Georgette, maar de crisis die de stad trof als gevolg van de explosie heeft haar leven nog kwetsbaarder gemaakt. Ze vertelt hoeveel erger het is geworden in Beiroet: “Ik woon in een arme wijk van de stad en onze situatie is erg slecht, vooral sinds de explosie. Ik woon hier met mijn drie kleinkinderen. We zijn helemaal alleen in dat huis. Ik ben verantwoordelijk voor hen en ik heb niemand om me te helpen, behalve God en de weldoeners van Kerk in Nood”, vertelt ze aan María Lozano van Kerk in Nood International, dat met een team naar Beiroet is gekomen om de omvang van de schade van de explosie in augustus te evalueren. Georgette is een van de ontvangers van de voedselpakketten die vanuit een lokale kliniek worden uitgedeeld, dankzij de vrijgevigheid van de weldoeners van Kerk in Nood. De pakketten bevatten elementaire dagelijkse benodigdheden die Georgette dankbaar heeft opgestapeld in haar bijna lege keukenkastjes. “Ik ben blij met deze hulp, omdat ik nu een maand lang mijn kleinkinderen kan voeden”, legt ze uit.

Onwankelbaar geloof
Georgette is blij met de voedselhulp die ze in een kinderwagen kon ophalen samen met Chárbel, een van haar kleinkinderen van slechts 15 maanden oud. Nog belangrijker is dat ze weet dat ze niet alleen is. Achter haar stoïcijnse stilte schuilt een diep verdriet: de dood van haar man, zeven jaar geleden bij een verkeersongeluk. Zijn foto boven de deur van de zitkamer is alles wat ze nog heeft om hem te herdenken. Ze hadden twee kinderen, een jongen en een meisje. Haar zoon kan echter niet voor zijn kinderen zorgen, omdat hij tijdelijk in een andere stad werkt. Daarom wonen haar schoondochter en de drie kleinkinderen nu bij Georgette in. Haar eigen dochter heeft psychische problemen en woont in een instelling.

Er zijn veel mensen zoals Georgette die in Beiroet wonen, terwijl de stad worstelt om te herstellen van de verwoestende explosie. Mensen met lege handen en met weinig vooruitzichten, die reeds verslagen waren door de economische crisis die het land als een brute en ongeneeslijke ziekte heeft getroffen. Maar Georgette hoopt op betere tijden, een hoop die gevoed wordt door haar geloof. “Ik weet dat ik niet alleen ben, en dit is belangrijker voor mij dan alleen de voedselhulp… gewoon weten dat er mensen aan ons denken. Ik dank God elke dag. Hij is altijd met mij en met mijn familie geweest en heeft ons vriendelijke mensen gestuurd om ons door deze moeilijke tijden heen te helpen.”

Het leven is moeilijk voor Georgette, net als voor de grote meerderheid van de Libanezen. Maar hoe moeilijk de beproevingen ook zijn, haar geloof zal altijd een zeker toevluchtsoord zijn. “De situatie van de Christenen in Libanon is onzeker, maar Jezus is altijd bij ons en niemand kan ons hier weggooien”, besluit ze.

Kerk in Nood helpt christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten om in hun oude Bijbelse landen Libanon, Irak en Syrië te blijven.

 

Featured Image

“Zusters zijn levende getuige van Christus op aarde”

Er is veel leven in Karm Al Zeitoun, een van de buitenwijken van Beiroet in de wijk Ashrafieh, een naam die ‘Olijfberg’ betekent. De straten zijn smal en de beweging van auto’s en voetgangers leidt tot kleine knelpunten op elke hoek – en vooral rond de kleine kliniek van de Dochters van Liefdadigheid. Vanuit het pand helpt Kerk in Nood 350 door de explosie getroffen families te ondersteunen.

De wijk werd oorspronkelijk bevolkt door Armeniërs die de genocide van 1915 ontvluchtten. Later werden ze gevolgd door Syriërs en Palestijnen, eveneens op de vlucht voor oorlog en vervolging. En in de afgelopen jaren hebben immigranten uit veel verschillende landen, voornamelijk Ethiopiërs en Bengalen, onderdak gevonden. Kortom: een nederige wijk, waar de armste mensen wonen en nog steeds een plek met christelijke wortels. De oude huizen hangen over de smalle, kronkelende straatjes. Ondertussen hebben de moderne torenflats die rondom Karm Al Zeitoun zijn gebouwd de prijzen in het gebied enorm opgedreven, wat veel jongeren dwingt om naar meer betaalbare gebieden te verhuizen. De enige mensen die over zijn in Karm Al Zeitoun zijn oude mensen en immigranten.

Veel mensen verdringen zich rond de kleine toegangsdeur naar het Beschermingscentrum voor moeder en kind. Het is oorspronkelijk opgericht in 1959 en is nu een van de zes centra van waaruit de noodhulppakketten van Kerk in Nood worden verdeeld voor de gezinnen die het zwaarst zijn getroffen door de explosie op 4 augustus. In totaal helpt de organisatie meer dan 5.800 gezinnen. De Dochters van Naastenliefde hebben zich ertoe gecommitteerd deze hulp aan ‘hun’ 350 gezinnen te verstrekken. Vandaag zijn het er 70. De twee dozen met noodhulp bieden voldoende voedsel voor vijf mensen voor een maand. Met 32 kilo per doos zijn ze zwaar. Reden dat veel van de gezinnen met kleine karretjes zijn gekomen of met een kennis of familielid die kan helpen met hun auto. Het is een van de redenen dat er vandaag nog meer verkeer is dan normaal, waardoor het moeilijk is om door de smalle steegjes van Karm Al Zeitoun te komen.

Een van de mensen die naar de kliniek is gekomen, is Mona. De Libanese vrouw van 52 jaar woont bij haar moeder Juliette, die 91 is en die minstens vijf oorlogen heeft meegemaakt – of is het zes oorlogen? Ze kan zich niet meer precies herinneren. “Sinds de explosie op 4 augustus is ze getraumatiseerd. Ze begint te huilen bij elk geluid”, legt Mona uit aan Kerk in Nood.

In een land waar geen pensioen of sociale zekerheid of andere pensioenen bestaan, zijn het de kinderen geweest die hun ouders of de meest kwetsbare leden van het gezin steunen. Door de opeenstapeling van de economische crisis, het coronavirus en ten slotte de vreselijke explosie, is dit gewoonweg onmogelijk geworden. Mona zit al vijf jaar zonder werk. Voor de crisis hielp een van haar broers haar met 300 Libanese ponden per maand (ongeveer 180 euro). Door de inflatie bedraagt dit slechts ongeveer 35 euro. “Mijn broer heeft genoeg problemen om zelf voor zijn gezin te zorgen”, aldus Mona, die zelf al veel tegenslag heeft moeten verwerken. “In 1990 trof een raket mijn huis, waarbij mijn zusje werd gedood. Ik raakte in een depressie, maar mijn geloof hielp me. Zonder geloof zouden we niet verder kunnen. Het is het enige dat ons helpt de huidige situatie te doorstaan. Het is het enige dat ons nog rest”, vertelt Mona. Ze voegt eraan toe: “Zuster Rita komt wanneer we haar nodig hebben, ook al is het misschien erg laat, want ze heeft het altijd erg druk. Maar ze slaagt er altijd in een plekje voor ons te vinden. Voor mij is zij een levende getuige van Christus op aarde”.

Zuster Rita, waar Mona en Juliette bijna om iedere zin naar verwijzen, behoort tot de congregatie van de H. Vincentius De Paul. Ze werkt voor de kliniek. Ondanks de hectiek van deze dag vindt ze nog steeds tijd om met Kerk in Nood te praten. “Het aantal gezinnen dat in de kliniek van de Dochters van de Naastenliefde wordt geholpen is meer dan verviervoudigd. Vroeger waren er 120 families, nu zijn het 500 families per maand. De situatie hier is tragisch, want ze hebben niets.” Naast de vrijwilligers die zich voorbereiden op de voedseldistributie van vandaag, werken er ook bouwlieden in de kliniek, want ook het gebouw zelf is door de explosie beschadigd. Alle ramen en delen van het dak zijn eraf geblazen. “Maar we moeten verder werken, want we hebben nu iemand gevonden die de reparaties kan uitvoeren, en ook al kunnen we hem nu niet betalen.”

Tussen de dozen, opgestapeld bij de ingang met het Kerk in Nood-logo erop, zit een kruisbeeld dat aan de muur is gespijkerd met een Franse uitleg: “U bent het teken van Gods barmhartigheid.” Het is de perfecte samenvatting van het werk van deze religieuzen, zoals zuster Rita omschrijft: “Ons charisma is het verlichten van het lijden van Christus, die nog steeds lijdt op deze aarde. We willen gewoon God dienen en getuigenis afleggen, vooral in deze zo moeilijke tijd die we doormaken.”

Samen met vertegenwoordigers van Kerk in Nood gaat zuster Rita op bezoek bij Nabil, een van degenen die profiteren van het noodhulpprogramma dat de organisatie sinds de explosie steunt. Nabil is 56 jaar, geboren als enig kind en met een lichamelijke handicap. Zijn moeder, die normaal gesproken voor hem zorgt, is opgenomen in het ziekenhuis. Het is haar buurman, Maral, die in haar afwezigheid voor hem zorgt. De zusters betalen ook voor een assistent die elke dag voor hem zorgt. Zuster Rita begroet Nabil en praat en bidt met hem. Ze legt uit dat tijdens de explosie alle ruiten op hem zijn gevallen. “Het is een wonder dat hij niet zwaargewond is geraakt.”

Het zien van de situatie van Nabil doet zuster Joséphine, een medezuster die in het centrum werkt, denken aan het grote aantal mensen dat spreekt over weggaan en emigreren: “Dit is het moment om hier te blijven. Dit is het moment om onze mensen te steunen en te begeleiden, want hier heeft ieder van hen zijn eigen problemen.” Zuster Rita herinnert zich, met een blik van vastberadenheid ondanks haar vermoeidheid: “Johannes Paulus II vertelde ons dat Libanon een boodschap is. Wij Christenen hebben hier een belangrijke rol te spelen in dit land. Op de dag dat we deze boodschap vergeten, zal Libanon geen Libanon meer zijn.”

Featured Image

“Een sprankje hoop in Beiroet”

Daar komen de mensen samen om een voedselpakket op te halen, met dank aan Kerk in Nood. “Nog voor de ernstige economische crisis in Libanon leefde mijn familie op de rand van armoede”, zegt Bassima, wiens man als taxichauffeur de kost verdient. “Er is nauwelijks geld om mijn kinderen te kunnen voeden”, vertelt de 41-jarige moeder van drie. Meer dan de helft van de Libanese bevolking leeft momenteel onder de armoedegrens en de koopkracht van de nationale munt is in minder dan een jaar tijd met 80% gedaald.

Bassima is met een van haar kinderen in de kliniek, de driejarige Charbel, vernoemd naar de Libanese heilige. “Als ik naar de supermarkt zou gaan en de goedkoopste producten zou aankopen, zou ik onvoldoende geld overhouden voor de rest van de maand”, legt Bassima uit. “Ik kan tegenwoordig bijna niets meer kopen.”

Elk familie voedselpakket – verdeeld over twee dozen – bevat basisproducten zoals linzen en bonen, ingeblikte producten en bakolie. Ze balanceert haar dozen in een kinderwagen om ze naar huis te brengen, met kleine Charbel aan haar zijde. “Ik ben zo dankbaar voor dit centrum. De maatschappelijk werker en de zusters zijn altijd hier om naar me te luisteren en me te helpen.”

In de kliniek in Nabaa hebben 786 gezinnen een voedselpakket gekregen. In totaal worden meer dan 5.800 noodlijdende gezinnen geholpen via het door Kerk in Nood – in samenwerking met CNEWA en Caritas – gefinancierde initiatief. Via verschillende distributiecentra worden gebieden in Beiroet bediend die door de rampzalige dubbele explosie van 4 augustus zijn getroffen.

“Er leven zoveel arme mensen in de wijk Nabaa die veel hulp nodig hebben”, aldus een bezorgde zuster Marie Justine el Osta, van de Zuster Maronieten van de heilige Familie, die directeur van de kliniek is. “Sinds de explosie nemen de noden toe. De mensen worstelen met het leven van dag tot dag. Elke dag wordt alles duurder”, legt ze uit over de treurige situatie die de middenklasse van het land in armoede stort.

“Ik dank God dat hij Kerk in Nood en de andere organisaties heeft gestuurd om ons te helpen. Het is een teken dat de Kerk dichtbij onze mensen staat in hun lijden. Ik ben blij met de samenwerking en hoop dat er in de toekomst meer projecten komen”, zegt zuster Marie Justine.

De 33-jarige Abeer is enhousiast dat Kerk in Nood en haar partner CNEWA beide pauselijke organisaties zijn: “Ik wil dat paus Francis weet dat ik zoveel van hem hou!  Het is een van mijn dromen om daarheen te gaan [naar het Vaticaan] om hem te ontmoeten.” Na bijna een jaar werkeloos te zijn geweest, mede door de lockdown als gevolg van het coronavirus, vindt de man van Abeer eindelijk werk in de Verenigde Arabische Emiraten. De grote afstand is moeilijk voor de familie van Abeer, want zij zorgt voor hun vierjarige zoon in Libanon.

“Godzijdank heeft hij nu werk,” zegt Abeer.  Voorheen werkte Abeer als schoonmaakster op een school. Het was Abeer’s manier om haar familie te helpen.  Met een graad in hospitality management, was ze niet in staat om een positie te vinden in haar vakgebied. “Soms moet je door moeilijke tijden heen om te waarderen wat je hebt,” zegt Abeer. “Jezus is heel genadig, hoe Hij ons helpt.  Onze enige hulp is van dit centrum.  Ik voel me hier erg prettig. Mijn zoon krijgt zijn controles en vaccinaties, alles. De zusters hier zijn als een sprankje hoop, want het is een zeer, zeer moeilijke tijd die we nu in Libanon doormaken.” Ondanks haar worstelingen gelooft Abeer dat God ons nooit zal verlaten. “Ik heb veel geloof.  Daarom kan ik opstaan.  En ik zal mijn geloof aan mijn zoon doorgeven,” zegt ze met overtuiging. Zuster Marie Justine is het met haar eens. “Libanon is verwoest.  We gaan door de moeilijkste tijd in onze geschiedenis. We vragen – omwille van de mensheid – om solidariteit met Libanon, om de hele wereld de handen ineen te slaan en te helpen.”

Kerk in Nood helpt de Libanese bevolking in deze moeilijke situatie. Wilt u helpen? Doneer dan online of maak uw gift over onder vermelding van ‘Libanon.’

Webwinkel aanbieding

Olijfhouten kruisje

2 cm lang

1,50

Doneer

Kerk in Nood steunt wereldwijd mensen via de Kerk. Maak een online gift over en steun ons.

Blijf op de hoogte

Ik verneem graag per e-mail hoe het Christenen in nood wereldwijd vergaat en wat ik voor hen kan doen (afmelden kan op ieder moment).

We bellen u graag over hoe u Christenen in nood kunt helpen.


Voor het privacy-beleid van Kerk in Nood klik hier.