Tijdens zijn eerste bezoek aan het internationale hoofdkantoor van Kerk in Nood (ACN) sinds zijn benoeming tot voorzitter, onderstreepte Kardinaal Kurt Koch het belang van godsdienstvrijheid, gebed en de spirituele missie van de stichting.
De Zwitserse kardinaal bracht op dinsdag 3 februari een bezoek aan het Kerk in Nood (ACN-hoofdkantoor in Königstein en ging daar in gesprek met medewerkers. Kardinaal Koch is tevens prefect van het Dicasterie voor de Bevordering van de Christelijke Eenheid en sprak over zijn langdurige betrokkenheid bij Kerk in Nood.
Materiële én spirituele hulp
Volgens kardinaal Koch is hulp aan christenen in nood nooit uitsluitend materieel. “We zijn geroepen om deze mensen te helpen, financieel waar mogelijk, maar bovenal door aan hen te denken en voor hen te bidden.” Hij benadrukte dat christenen die lijden onder vervolging of armoede vaak vragen om nabijheid en gebed: “Het is belangrijk dat u ons niet alleen laat. Denk aan ons, bid voor ons.”
Het geloof doorgeven is essentieel
Kardinaal Koch verwees naar een bekende uitspraak van Paus Benedictus XVI: “Wie de mensen God niet geeft, ook al biedt hij hen zoveel anders, geeft hen te weinig.” Daarmee onderstreepte hij dat Kerk in Nood geroepen is om naast noodhulp ook het geloof, het Evangelie en de ervaring van Gods nabijheid door te geven.
Godsdienstvrijheid en nieuwe evangelisatie
De voorzitter van Kerk in Nood wees op ernstige uitdagingen voor christenen in Afrika en Azië, waar godsdienstvrijheid onder druk staat. Tegelijk riep hij op tot nieuwe evangelisatie in het Westen, waar het geloof in veel regio’s verzwakt is. “Religieuze vrijheid is een grote uitdaging wereldwijd. Tegelijk hebben wij in het Westen een hernieuwde evangelisatie nodig.”
Eenheid van de Kerk als teken voor de wereld
Tot slot sprak kardinaal Koch over het belang van oecumene en eenheid binnen de Kerk. Alleen een Kerk die, ondanks verschillen, verenigd is, kan een geloofwaardig teken van hoop zijn voor een wereld die geteisterd wordt door conflicten en oorlogen. Hij besloot met dankbaarheid: “Het is mij een groot genoegen om voorzitter te zijn van deze prachtige organisatie.”




