Verhalen over ontvoeringen van christelijke en yezidi-meisjes in het Midden-Oosten, doodstraffen vanwege blasfemie in Pakistan en aanslagen op kerken in Nigeria halen regelmatig het nieuws. Maar kent u het 'grote plaatje' van de ontwikkelingen rondom godsdienstvrijheid wereldwijd? Alles wat u moeten weten over dit 'vergeten' mensenrecht.

Schendingen van de vrijheid van godsdienst blijven het internationale nieuws beheersen. Het rapport van 2025 is een trieste bevestiging van deze constatering. Hieronder vindt u regelmatig nieuwsupdates van schendingen van de godsdienstvrijheid.












In vogelvlucht: In 62 landen van de 196 landen wereldwijd worden mensen - vaak minderheden - geconfronteerd met zeer ernstige schendingen van de godsdienstvrijheid. In deze landen wonen bijna 5,2 miljard mensen, want tot de ergste overtreders behoren enkele van de dichtstbevolkte landen ter wereld (China, India, Pakistan, Bangladesh en Nigeria).
Wilt u meer weten over specifieke landen of thema's in het rapport? Kijk dan op Religious Freedom Report in the World 2023.


De moslimgemeenschap van Mozambique heeft de aanhoudende jihadistische aanvallen in het noorden van het land scherp veroordeeld. Bij recente aanvallen richten de aanvallers zich steeds vaker op christenen en christelijke locaties.
De verklaring volgde kort nadat jihadisten een bekende katholieke kerk en parochiecomplex hadden verwoest in Meza, in de provincie Cabo Delgado. De jihadisten in Cabo Delgado, die trouw zweren aan de Islamitische Staat, brandden de kerk volledig af en vernietigden belangrijke infrastructuur.
In een officiële verklaring nam de moslimgemeenschap duidelijk afstand van het geweld. “De islamitische gemeenschap van Mozambique spreekt haar diepe bezorgdheid uit over de recente aanvallen in de provincie Cabo Delgado”, staat in de verklaring. De gemeenschap verwees daarbij specifiek naar de vernieling van infrastructuur en gebedshuizen in Meza.
Daarnaast veroordeelde zij “krachtig en ondubbelzinnig alle gewelddaden tegen burgers, evenals de vernietiging van religieuze ruimtes, ongeacht hun geloofsovertuiging.” Ook sprak de gemeenschap haar solidariteit uit met de katholieke gemeenschap en alle getroffen families. “Geloof mag nooit worden gebruikt om geweld, angst of verdeeldheid te rechtvaardigen”, vervolgt de verklaring.
De boodschap werd gestuurd naar bisschop António Juliasse van Pemba. Hij publiceerde de verklaring op de sociale media van het bisdom. De bisschop noemde de steunbetuiging “een teken van hoop en een symbool van menselijke broederschap”. “Ik wil onze moslimbroeders bedanken voor hun boodschap”, verklaarde bisschop Juliasse.
Volgens hem helpt de verklaring om onderscheid te maken tussen de islam als godsdienst en degenen die haar proberen te radicaliseren. Hij waarschuwde voor groepen die de religie misbruiken om haat, dood en vernietiging te verspreiden. Mozambique telt een christelijke meerderheid, al vormen moslims de grootste religieuze groep in het noorden van het land.
Het conflict in de provincie Cabo Delgado begon in november 2017. Sindsdien kwamen minstens 6.300 mensen om het leven. Daarnaast sloegen meer dan één miljoen mensen op de vlucht. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen die bredere geweldsgolf zijn volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken doelgericht vermoord. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, leken en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Bovendien vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen.
Kerk in Nood (ACN) blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie financiert onder meer humanitaire hulp, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur. Ook hielp de organisatie leiders samen te brengen voor dialoog en vrede.
Ook het Vaticaan blijft zich betrokken tonen bij de situatie in Cabo Delgado en roept herhaaldelijk op tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Een historische kerk in Meza, in de regio Cabo Delgado in het noorden van Mozambique, is op 30 april verwoest door jihadistische opstandelingen.
Bij de aanval op de parochie van St. Louis de Montfort vielen geen slachtoffers onder de missionarissen. Wel veroorzaakte de aanval grote paniek onder de christelijke bevolking.
Volgens bronnen ter plaatse, die informatie doorgaven aan Kerk in Nood (ACN), begon de aanval rond 16.00 uur. Gewapende militanten drongen de parochie van St. Louis de Montfort in Minhoene binnen en vernielden alles wat zij tegenkwamen. De aanvallers staken de kerk, de kantoren en de woning van de missionarissen in brand. Ook vernielden zij de kleuterschool.
“Het was een tafereel van terreur. Woningen en infrastructuur werden vernietigd en de historische parochie ligt in puin,” schreef bisschop António Juliasse van Pemba in een bericht aan Kerk in Nood (ACN). Volgens de bisschop namen de militanten burgers gevangen. Zij dwongen hen vervolgens om haatdragende toespraken aan te horen.
De parochie van St. Louis de Montfort werd opgericht in 1946. De kerk groeide uit tot een belangrijk symbool van de katholieke aanwezigheid in het overwegend islamitische noorden van Mozambique.
Kameroense missionarissen bedienen momenteel de gemeenschap. Zij waren gelukkig niet aanwezig toen de terroristen arriveerden. “De missionarissen zijn veilig, maar de gemeenschap verkeert nog altijd in shock nadat de aanvallers vertrokken,” aldus bisschop Juliasse.
Bisschop António Juliasse vraagt de wereldkerk om steun voor de getroffen christenen. “Wij vragen aandacht en solidariteit voor de slachtoffers van Meza. Al negen jaar zien wij hoe opstandelingen kapellen en kerken in brand steken in het bisdom Pemba,” verklaarde hij. “Toch zal het geloof van Gods volk nooit verbranden. Iedere dag wordt het opnieuw opgebouwd.”
Ook aartsbisschop Inácio Saure van Nampula reageerde op de aanval. Hij is tevens voorzitter van de bisschoppenconferentie van Mozambique. Volgens hem gaan de aanvallen op christenen en gebedshuizen “volledig in tegen onze cultuur van vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillende geloven”.
Hij riep bovendien op tot vrede en waarschuwde tegen islamofobie. “Laat de verwoesting en het doden stoppen. Laat ook het aanzetten tot haat tegen christenen stoppen. Tegelijk mogen wij geen ruimte geven aan islamofobie, want moslims zijn niet onze vijanden maar onze geliefde broeders.”
De opstand in Cabo Delgado richtte zich aanvankelijk vooral op militaire en staatsdoelen. De afgelopen jaren vallen terroristen echter steeds vaker bewust christenen aan. De extremisten zeggen trouw te zijn aan Islamitische Staat.
Sinds november 2017 heeft het conflict in de provincie Cabo Delgado minstens 6.300 doden geëist. Daarnaast sloegen meer dan een miljoen mensen op de vlucht en nog eens 50.000 na een recente aanslag. Het geweld treft verschillende religieuze groepen en gemeenschappen.
Binnen deze bredere geweldsgolf werden volgens bisschop Juliasse minstens 300 katholieken vermoord bij gerichte aanvallen op christenen. Onder de slachtoffers bevinden zich catechisten, pastorale medewerkers, gelovigen en de Italiaanse religieuze zuster Maria de Coppi. Daarnaast vernielden de opstandelingen minstens 118 kerken en kapellen. De verwoeste parochie in Meza is het nieuwste slachtoffer van dit geweld.
Kerk in Nood blijft de Kerk in Mozambique ondersteunen tijdens de crisis. De organisatie helpt onder meer met humanitaire steun, psychosociale begeleiding en de heropbouw van infrastructuur.
Ook het Vaticaan blijft betrokken bij de situatie in Cabo Delgado. Vanuit Rome klinken voortdurend oproepen tot vrede. In december 2025 bezocht kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, de regio. Daar luisterde hij persoonlijk naar getuigenissen van slachtoffers.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Paus Leo XIV is maandag in Algerije aangekomen voor een historisch bezoek aan het land. Een medewerker van Kerk in Nood (ACN), die momenteel in Algerije is om door de stichting gesteunde projecten te bezoeken, benadrukt de symbolische en geestelijke betekenis van de reis.
De Algerijnse hoofdstad verwelkomt de paus met een opvallende uitstalling van Vaticaanse vlaggen naast Algerijnse vlaggen. Ook de officiële afbeeldingen van president Abdelmadjid Tebboune met de paus weerspiegelen het belang dat het land hecht aan deze historische reis.
Tijdens zijn openingsrede richtte paus Leo XIV zijn boodschap op drie belangrijke pijlers: gebed, naastenliefde en eenheid. Vertegenwoordigers van Kerk in Nood benadrukken dat de Heilige Vader bijzondere nadruk legt op het gebed als fundament voor ontmoetingen tussen christenen en moslims. Daarbij verwees hij naar de historische toespraak van Johannes Paulus II in Casablanca in 1985.
Een ander belangrijk moment was de verwijzing van de paus naar Tibhirine, waar in 1996 trappistenmonniken de marteldood stierven. De Heilige Vader haalde specifiek de figuur van broeder Luc aan, de arts van de gemeenschap. Daarbij benadrukte hij zijn getuigenis van dienstbaarheid en nabijheid tot de lokale bevolking.
Bovendien gaf de paus tijdens zijn toespraak in de kathedraal van Onze-Lieve-Vrouw van Afrika een diepgaande reflectie over de heilige Charles de Foucauld. Even daarvoor had de bisschop van Ghardaïa hem relikwieën van deze heilige had aangeboden. Dit moment onderstreept de belangstelling van de paus voor de geestelijke geschiedenis van de Kerk in Noord-Afrika.
In de basiliek stak de paus een kaars aan en bad hij voor de icoon van de 19 martelaren van Algerije. Zij werden tussen 1994 en 1996 vermoord en in 2018 heilig verklaard. Onder hen bevinden zich – naast de zeven monniken van Tibhirin – ook bisschop Claverie, voormalig bisschop van Oran en een vooraanstaand figuur in de interreligieuze dialoog, en diens moslim chauffeur. Mohamed Bouchikhi werd op de icoon naast een moskee is afgebeeld. Het onderstreept het belang van godsdienstvrijheid en van broederschap in een context die vandaag de dag nog steeds gespannen is.
Het bezoek van de paus zelf werd ook gekenmerkt door veiligheidsuitdagingen in het land. Veiligheidstroepen hebben twee aanslagen verijdeld.
Christenen vormen een zeer kleine minderheid in Algerije. Het bezoek van de paus heeft een bijzondere betekenis voor de katholieke Kerk in het land – een kleine maar dynamische gemeenschap.
In het bisdom Oran leven volgens bisschop Davide Carraro tussen de 400 en 500 christenen op een bevolking van ongeveer 10 miljoen. Zij zijn afkomstig uit 20 tot 30 verschillende nationaliteiten. Deze diversiteit creëert een “mozaïekkerk” en een “kerk in transit”, grotendeels bestaande uit Afrikaanse migranten en studenten. Een “jonge Kerk”, die gekenmerkt wordt door culturele diversiteit, broederschap en dagelijks getuigenis binnen een moslimsamenleving. Volgens bisschop Nicolas Lhernould van Constantine-Hippo bestaat ongeveer 80% van zijn gelovigen uit studenten uit Sub-Sahara Afrika.
Naast het pausbezoek blijft de Kerk in Algerije talrijke sociale en culturele initiatieven ontwikkelen die voor iedereen toegankelijk zijn. In Oran biedt het Pierre Claverie Centrum bijvoorbeeld educatieve activiteiten, workshops voor vrouwen, zorg voor mensen in nood en culturele evenementen. Het merendeel daarvan staat ten dienste van de moslimbevolking.
Dit stille werk weerspiegelt de rol van de Kerk in broederschap en dialoog. Het is een missie die paus Leo XIV met zijn bezoek wilde benadrukken. Weldoeners van Kerk in Nood steunen de Kerk in Algerije met bijdragen aan projecten voor vorming, pastorale hulp en de renovatie van infrastructuur.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Naar aanleiding van debat heeft de Tweede Kamer een reeks moties aangenomen die raken aan de wereldwijde vervolging van christenen. De uitkomst laat een duidelijke lijn zien: er is brede politieke bereidheid om meer te doen voor godsdienstvrijheid en de bescherming van kwetsbare christelijke minderheden. Tegelijkertijd zal de werkelijke impact afhangen van de concrete uitvoering door het kabinet.
Een belangrijk signaal is de aangenomen motie van Ceder en Ceulemans om in kaart te brengen welke maatregelen mogelijk zijn tegen landen waar de doodstraf staat op godslastering of afvalligheid. In landen als Pakistan en Iran worden dergelijke wetten nog altijd gebruikt tegen religieuze minderheden, waaronder christenen. Door deze landen expliciet in beeld te brengen, ontstaat ruimte voor gerichtere diplomatieke druk.
Daarnaast sprak de Kamer zich unaniem uit voor meer aandacht voor het bestraffen van daders van geweld tegen christenen. Straffeloosheid is in veel landen een van de grootste obstakels voor verbetering van hun positie. Wanneer geweld zonder consequenties blijft, voedt dat een klimaat waarin vervolging kan voortduren.
Ook de rol van de Nederlandse speciaal gezant voor godsdienstvrijheid moet ambitieuzer worden ingevuld. Dit kan bijdragen aan een meer structurele en zichtbare inzet van Nederland op dit thema, zowel bilateraal als in internationaal verband.
Verder riep de Kamer op om gedwongen (kind)huwelijken nadrukkelijker aan te kaarten in diplomatieke contacten. Hoewel dit breder is dan christenvervolging, raakt het in de praktijk ook christelijke minderheden, die in sommige regio’s extra kwetsbaar zijn voor deze vormen van dwang.
De motie om best practices uit te wisselen met de Verenigde Staten onderstreept het belang van internationale samenwerking. Landen die zich actief inzetten voor godsdienstvrijheid kunnen van elkaar leren hoe zij effectiever druk kunnen uitoefenen en slachtoffers beter kunnen beschermen.
Bijzonder relevant voor vervolgde christenen is de unaniem aangenomen motie die oproept om bij autoriteiten in Syrië, Irak en Koerdische gebieden aan te dringen op bescherming van christenen met een islamitische achtergrond. Juist deze groep – bekeerlingen – loopt vaak het grootste risico op vervolging, zowel vanuit de samenleving als vanuit familiekring.
In het verlengde daarvan wil de Kamer dat Nederland zich in EU-verband inzet voor het verankeren van godsdienstvrijheid, inclusief het recht om van geloof te veranderen, in een toekomstige Syrische grondwet. Dit raakt aan een kern van godsdienstvrijheid: de vrijheid om te geloven, maar ook om van overtuiging te veranderen.
Ook binnen Nederland is er aandacht voor deze problematiek. Een aangenomen motie vraagt om onderzoek naar bedreiging en intimidatie van mensen die hun geloof verlaten of zich bekeren. Daarmee erkent de Kamer dat druk op geloofskeuzes niet alleen een internationaal vraagstuk is.
De aangenomen moties laten zien dat er in de Tweede Kamer een breed besef is van de ernst van christenvervolging en de noodzaak om daar actiever tegen op te treden. Met name de focus op straffeloosheid, bescherming van bekeerlingen en het aanpakken van wetten rond blasfemie en afvalligheid kan, mits goed uitgevoerd, daadwerkelijk verschil maken.
Tegelijkertijd blijven veel maatregelen afhankelijk van diplomatieke inzet. Dat betekent dat resultaten niet vanzelfsprekend zijn. Eerdere ervaringen laten zien dat toezeggingen van landen niet altijd leiden tot daadwerkelijke verbetering van de situatie ter plaatse.
Daarom is het van groot belang dat de Nederlandse inzet niet alleen ambitieus is op papier, maar ook consequent en volhardend wordt uitgevoerd. Alleen dan kunnen deze moties bijdragen aan echte verandering voor christenen die wereldwijd onder druk staan vanwege hun geloof.
De Kamer heeft met deze stemmingen een duidelijke richting gegeven. Voor organisaties die zich inzetten voor vervolgde christenen is dit een bemoedigend signaal. Tegelijkertijd onderstreept het de noodzaak om de uitvoering van dit beleid nauwgezet te blijven volgen en waar nodig aan te sporen.
Want achter elke motie gaan concrete mensen schuil – mannen, vrouwen en kinderen – die dagelijks de gevolgen ondervinden van geloofsvervolging. Voor hen maakt het verschil of woorden worden omgezet in daden.
Tijdens het debat op 1 april overhandigde kamerlid Chris Stoffer (SGP) het rapport van Kerk in Nood over godsdienstvrijheid over aan minister van Buitenlandse Zaken Berendse (CDA). De katholieke hulporganisatie behartigt de belangen van vervolgde christenen door informatie en het aanbieden van haar wereldwijde netwerk.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


In het Midden-Oosten is op diverse plaatsen de reguliere viering van Palmzondag verstoord. Zo heeft de Israëlische politie vanochtend de Latijnse patriarch van Jeruzalem verhinderd de Heilige Grafkerk in Jeruzalem binnen te gaan. Kardinaal Pierbattista Pizzaballa zou er samen met de Custos van het Heilig Land, pater Francesco Ielpo, de Palmzondagmis te vieren. Voor het eerst in eeuwen werd de kerkleiders verhinderd om de Palmzondagmis te vieren in de Heilige Grafkerk.
In een bericht noemt het Latijnse Patriarchaat de maatregelen “een duidelijk onredelijke en onevenredige maatregel” en “een extreme afwijking vormt van de basisprincipes van redelijkheid, vrijheid van godsdienst en respect voor de status quo”
Tegelijkertijd hebben we bericht ontvangen uit Syrië. Daar zijn de Palmzondagprocessies buiten de kerken in meerdere regio’s, waaronder Damascus en Aleppo, afgelast. De vieringen binnenin de kerken zijn doorgegaan. De processies in de open lucht werden opgeschort vanwege de aanhoudende onveiligheid en als teken van solidariteit na een aanval op een christelijk dorp, afgelopen vrijdag.
In Irak zijn in de bisdommen Erbil en Mosul processies in de open lucht geannuleerd, evenals evenementen voor gezinnen. De afgelopen twee weken hebben drones vanuit Iran aanvallen uitgevoerd op deze plaatsen. Daarbij werd onder meer een klooster in Ankawa, Erbil getroffen.
Kerk in Nood heeft haar diepe bezorgdheid uitgesproken over het feit dat op een van de heiligste dagen van de christelijke kalender de vrijheid van godsdienst is beperkt in de Heilige Stad, Irak en Syrië. Eerder gaf de patriarch al aan hoe hard christenen nodig zijn voor vrede in het Midden-Oosten.
De pauselijke stichting roept op tot gebed voor de lokale christenen, voor respect voor de Heilige Plaatsen en voor vrijheid van godsdienst. Eerder startte de organisatie een actie voor noodhulp aan christenen in het Midden-Oosten, die in de huidige situatie bijzonder kwetsbaar zijn.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]


Het Vaticaan heeft officieel bevestigd dat paus Leo in april een bezoek zal brengen aan Algerije, het eerste bezoek ooit van een zittende paus. Leo XIV, die van huis uit augustijn is, zal Algiers en Hippo Regius – de historische naam van Annaba – bezoeken, in de voetsporen van Sint-Augustinus.
In dit interview met Kerk in Nood (ACN) spreekt bisschop Michel Jean-Paul Guillaud van Constantine-Hippone over de verwachtingen van de Kerk voor het bezoek en hoe de Kerk standhoudt in het overwegend islamitische Algerije.
Het is bovenal een bron van grote vreugde en bemoediging. En hoewel de vroege Kerk drie Noord-Afrikaanse pausen had – Victor, Miltiades en Gelasius – is dit het eerste bezoek van een paus aan Algerije.
Voor de christenen is het meer dan een kleine Kerk als de onze zou kunnen vragen, maar het is een grote genade! Hij is hier al twee keer geweest als prior-generaal van de Orde van Sint-Augustinus, een keer voor een conferentie over Sint-Augustinus en een keer om de restauratie van de basiliek te vieren. Nu komt hij om het Algerijnse volk zelf te ontmoeten, wat geweldig is.
Veel mensen hebben me verteld dat ze uitkijken naar dit bezoek. Het hele land was diep geraakt toen hij zich na zijn verkiezing omschreef als een ‘zoon van Sint-Augustinus.’ Eerst dachten sommigen dat hij dat in geografische zin bedoelde, maar al snel begrepen ze dat hij het had over een geestelijk zoonschap. Het feit dat hij drie dagen aan Noord-Afrika wijdt, in een land met een moslimmeerderheid, is een sterk signaal.
Er heerst ook het gevoel dat de paus niet alleen ten dienste staat van katholieken, maar van de hele mensheid.
Na de onafhankelijkheid heeft het land niet echt aanspraak gemaakt op zijn erfgoed. Daar kwam vooral verandering in na de conferentie van 2003, georganiseerd door de Hoge Islamitische Raad, in samenwerking met de Universiteit van Freiburg. Deze conferentie, ‘Sint-Augustinus: Afrikaanse identiteit en universaliteit’, was een keerpunt. Algerije begon Sint-Augustinus te erkennen als een van hen, en sindsdien zijn er andere publicaties over dit onderwerp verschenen.
Momenteel bezoeken tienduizenden mensen elk jaar de basiliek van Sint-Augustinus in Annaba, en 99% van hen is moslim. De staat heeft bijgedragen aan de restauratie van de basiliek. Sint-Augustinus wordt gezien als een gemeenschappelijk erfgoed.Elk jaar, rond zijn geboortedatum, 13 november, organiseren we de Augustijnse dagen, met conferenties, toneelstukken en lezingen door christelijke en islamitische auteurs, zodat mensen meer over hem te weten kunnen komen.
Na de onafhankelijkheid en de uittocht van de Europeanen is de Kerk aanzienlijk gekrompen. Deze krimp versnelde door de nationalisaties, de arabisering en de conflicten in de jaren 90.
Maar sinds de jaren 80 begon zich een nieuwe realiteit af te tekenen, met de komst van sub-Saharaanse studenten met een beurs. Nu bestaat ongeveer 80% van onze gemeenschap uit sub-Saharaanse Afrikaanse studenten uit landen als Oeganda, Tanzania, Zimbabwe, Mozambique en Angola. De aanwezigheid van al deze nationaliteiten vormt ook een taalkundige uitdaging voor ons, maar we zijn blij dat we een jonge en dynamische Kerk zijn.
De kerk is aanwezig op zeven plaatsen in het oosten van Algerije, die elk ongeveer 100 kilometer van elkaar verwijderd zijn. Het bisdom beslaat een oppervlakte van 110.000 km² en wordt bediend door ongeveer 10 priesters en ongeveer evenveel religieuze zusters. Maar niet alle gemeenschappen worden bediend.
Dit heeft ons gedwongen om opnieuw te ontdekken dat de basis van een christelijke gemeenschap bovenal de aanwezigheid van christenen is. Béjaïa wordt bijvoorbeeld slechts twee keer per maand door een priester bezocht, maar de gelovigen komen elke week samen om de Schrift te lezen. Af en toe reizen studenten lange afstanden om de Mis bij te wonen. Ze blijven dan het weekend om samen te eten. We hebben gezien dat de Kerk een vertrouwde, broederlijke en gastvrije plek is geworden.
De autoriteiten zijn volledig op de hoogte van wat we doen en ze respecteren het individuele geweten, zolang we niet bekeren. Als we zo'n verzoek krijgen, gaan we zorgvuldig te werk, zonder voorbarige conclusies te trekken. Daarbij houden we het welzijn van de mensen voor ogen. Ook eisen we een grondige voorbereiding voordat ze gedoopt kunnen worden. Vaak merken we dat eventuele moeilijkheden meer van de families komen dan van de autoriteiten. Van godsdienst veranderen kan een pijnlijk proces zijn in een samenleving die sterk verbonden is met haar erfgoed.
In sommige van onze parochiegebieden vormen katholieken een minderheid onder de christenen. Zij hebben misschien niet de mogelijkheid om elke week de Eucharistie te vieren, en in dat geval wijden zij zich aan Bijbelstudie.
In Constantine organiseren we bijvoorbeeld bijeenkomsten met een methodistenkerk, vooral tijdens de jaarlijkse week van gebed voor christelijke eenheid. De hele omgeving is zeer gunstig voor een concrete oecumene, gericht op de essentie.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."
Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 220 40 94
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland


COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD