Persoonlijk verhaal

Diverse zustercongregaties in Nigeria nemen het op tegen gouverneurs, politiehoofden, dorpsoudsten en bordeelexploitanten. Onder de overkoepelende organisatie Afrikaans Geloof & Recht Netwerk Nigeria maakten zusters uit diverse congregaties en delen van Nigeria een vijfdaagse reis gericht op bewustwording over geweld en in het bijzonder verkrachting van vrouwen en kinderen. Een bijzonder verslag.

"Berichten over het toenemend aantal illegale bordelen waar jonge en minderjarige meisjes worden aangeboden voor seks tegen betaling in plattelands gemeenten in de provincie Edo in Nigeria, versterkte ons voornemen aan deze misdadige praktijken een halt toe te roepen. Na het opzetten van een opleiding voor belangenbehartiging, besloten we met onze campagne om breder aandacht te vragen voor het probleem, te beginnen in twee plattelandsgemeenten."

Politie bevestigt probleem
Na aankomst op ons verzamelpunt besteedden we de eerste drie dagen aan het uitwerken van onze voordrachten, het bepalen van routes en het bezoeken van de traditionele gezagsdragers als de gouverneur, het hoofd van de politie en de anti zwarte handel afdeling. We werden hartelijk welkom geheten door het hoofd van de politie die onze informatie over de grote omvang van mensenhandel en illegale bordelen op het platteland bevestigde. Hij prees onze durf en moed in wat hij zag als ‘de grote olifant in huis’ en zegde ons zijn steun toe.

Ontmoeting met dorpshoofden
Alvorens de dorpen in te gaan voor ontmoetingen met de plaatselijke bevolking, bezochten we de traditionele opperhoofden. Zij waren gevleid dat ze voor het voorlichtingsprogramma waren geselecteerd. We spraken met sleutelfiguren uit de gemeenschap over de problemen die zij ondervonden en vroegen hun steun. We vroegen de pastoors en geestelijken hun parochianen aan te sporen onze bijeenkomsten bij te wonen. De hulpbisschop ontving ons, leende ons voor een dag zijn auto en nodigde ons uit voor het avondmaal.

Moeite met sluiten bordelen
Bij de voorbereiding van een dorpsbezoek, hoorden we van een beruchte bordeelhouder voor wie de dorpsbewoners schrik hadden. Een van de dorpshoofden zei dat het bordeel mensenhandel, seksuele uitbuiting van meisjes en andere sociale wantoestanden aanmoedigde. Het dorpshoofd had geprobeerd het bordeel te sluiten, maar constateerde tot zijn teleurstelling dat het een dorp verderop de deuren weer opende. Een ander klaagde dat iedere keer dat een bordeelhouder werd gearresteerd, hij binnen een paar uur weer werd vrijgelaten.

Bij onze aankomst in het eerste dorp, begeleid door vier politieagenten in uniform en twee mannen van de eenheid die mensenhandel bestrijdt, gaf het dorpshoofd iedereen de opdracht naar zijn kantoor te komen. In aanwezigheid van de pastoor, zijn catechist, andere lokale zusters uit de omgeving en meer dan honderd dorpelingen, onthaalde het dorpshoofd ons op kola noten (een traditioneel teken van welkom).

Groot team
Drie religieuze zusters - een arts, een sociaal werker en een advocate – vormen het team. Zij lieten alle vormen van geweldpleging tegen mensen – vooral tegen vrouwen en kinderen – de revue passeren. Daarbij besteedden ze vooral aandacht aan de oorzaken van mensenhandel en de medische en sociale gevolgen en juridische implicaties van deze misdaden. Een agente van de eenheid tegen mensenhandel weidde uit over de definitie van geweld tegen kinderen (inclusief seksueel misbruik, fysiek en verbaal geweld, ongewenste intimiteiten, verkrachting, ontmaagding of seksueel misbruik van minderjarigen, aanranding en mensenhandel).

Na een uiteenzetting over gratis rechtshulp en bijstand van de overheid, spoorde ze slachtoffers aan schadeloosstelling te vragen en zette ze uiteen hoe ze een klacht voor kindermisbruik of mensenhandel moesten indienen. Ook spoorde ze de mensen aan de gewoonte te doorbreken om criminelen in bescherming te nemen, met name wanneer het om familieleden of naaste verwanten ging. Tijdens een vraag en antwoord bijeenkomst, vroegen enkele aanwezigen naar de kwestie van illegale bordelen. Op onze vraag wat de dorpelingen daar tegen wensten te doen, bleven ze stil en we voelden dat de kwestie hen veel angst en vrees inboezemde. Maar toen we hen vroegen of zij graag een bordeel in hun buurt wilden, antwoordden ze eenstemmig ‘nee’. Aan het slot dankte een van de dorpsoudsten ons voor onze aandacht voor hun dorp en kinderen. Het dorpshoofd sloot zich daarbij aan en zegde toe met ons samen te werken om het bordeel te sluiten.

Bezoek aan de bordeelhouder
Aangespoord door de zorg, de angst en hulpeloosheid van de gemeenschap, besloten we de eigenaar van het bordeel zelf op te zoeken alvorens naar huis te keren. Met aanwijzingen van de mensen uit het dorp konden we zijn verblijfplaats vinden. Het was een grote omheinde terrein met enkele woningen. We gingen er binnen en zagen hem. Hij zat met twee vrienden te drinken. We vertelden hem waarom we waren gekomen; hij reageerde vriendelijk en zei dat hij een goed christen was. Hij verzekerde ons dat hij een erkend, gewoon hotel dreef en pochte dat belangrijke mensen - onder wie hoge politieambtenaren vanuit geheel Nigeria – er graag gebruik van maakten. Hij wees naar een man die naar zijn zeggen een hoge politieman was en die al maanden bij hem verbleef.

Aandringen tot sluiten
Hij gaf toe dat hij op zijn terrein een bordeel exploiteerde met jonge sekswerkers. We vroegen of de meisjes waren gekocht, waarop hij geprikkeld reageerde en weigerde te antwoorden. Wat hij deed, zo zei hij, was bijdragen aan de ontwikkeling van de streek. Hij verleende diensten aan mannen die onvoldoende aan hun trekken kwamen bij hun vrouwen thuis. Een van de zusters vroeg naar de morele en juridische kanten van zijn activiteiten en drong er op aan dat hij het bordeel zou sluiten. We vroegen hem om een termijn op te geven waarbinnen hij dit zou doen en een plan van aanpak voor de rehabilitatie van de meisjes. Met tegenzin antwoordde de eigenaar dat hij erover zou nadenken. We wisten dat hij zijn kwalijke activiteiten niet zou opgeven. Terug in de hoofdstad, de volgende dag, dienden we daarom bij de politie het verzoek in het bordeel te sluiten en de jonge vrouwen in veiligheid te brengen en te rehabiliteren.

Bescherming van wie aangifte indienen
Bij onze aankomst in het tweede dorp, troffen we de dorpsoudste en driehonderd van zijn mensen. Zij zaten op ons te wachten in zijn hoofdkantoor. Na uitleg van ons opleidingsprogramma, nam de dorpsoudste, een advocaat, het woord en spoorde zijn mensen aan tot actie: ‘Nietsdoen is een groot obstakel in de strijd tegen veel sociale ellende in onze gemeenschap.’ Hij waarschuwde de gemeenschap tegen verwaarlozing van kinderen, onverantwoordelijkheid van ouders en vroeg zijn mensen een einde te maken aan de praktijk van kinderhuwelijken. De dorpelingen vroegen hoe wordt omgegaan met bescherming van degenen die aangifte deden van geweld, verkrachting en betrokkenheid van ouders en hoe op te treden tegen seksuele uitbuiting door invloedrijke personen uit de gemeenschap. We antwoordden hoe en wanneer ze informatie moesten doorgeven en het hoofd verzekerde hen dat ze op vertrouwelijke behandeling konden rekenen. Er volgde een discussie over het belang van documentatie en het dorpshoofd zette uiteen hoe seksueel misbruik, vrouwenhandel en geweld moest worden gemeld aan de daarvoor in het leven geroepen overheidsinstanties.

Verslag naar overheden
De gemeenschap maakte geen geheim van haar zorg over bordelen, uitbuiting, mensenhandel, verkrachting en afpersing en vroeg ons ook andere dorpen in ons werk te betrekken. Het hoofd sprak zijn dank uit voor de aandacht die we aan zijn gemeenschap gaven, verzekerde ons van zijn steun en vroeg ons ons werk voort te zetten. Terwijl we naar huis terugkeerden, maakte zich een gevoel van tevredenheid van ons meester dat we ons publiekelijk hadden gekeerd tegen deze sociale ellende. We stelden rapporten van onze activiteiten op en deden in volgende besprekingen met de gouverneur en het hoofd van de politie verslag van onze bevindingen, waarbij we om de onmiddellijke sluiting van het bordeel vroegen, aanhouding van de eigenaar, het in veiligheid brengen van de jonge vrouwen en de rehabilitatie van de slachtoffers. Aan het eind van dit jaar willen we nog meer publieke campagnes voeren en ook onze sociale programma’s in de hoofdstad en op het platteland uitbreiden.

De inzet en het enthousiasme van de zusters, hun betoonde moed bij de lange reizen langs gevaarlijke wegen en de steun van hun superieuren om zich vrij te maken van hun primaire taken was voor mij een bewijs van de inzet van de zusters hun missie uit te dragen. Gebrek aan middelen staat vaak het uitdragen van de goede boodschap in de weg, vooral wanneer de gevolgen niet direct aantoonbaar zijn.

De zusters van Onze Lieve Vrouwe van Namen in Nigeria werken hebben jarenlange ervaring op het gebied van sociaal onderzoek en het mobiliseren en organiseren van brede lagen van de bevolking. Kerk in Nood steunt het project van de zusters niet direct, maar draagt in heel Nigeria bij aan de vorming en het levensonderhoud van religieuze zusters.

 Bron: Wereldwijd Zuster Rapport 

Doneer