fbpx

Zuid-Soedan: "Niet zeker dat we ‘s avonds nog leven"

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
In Zuid Soedan wordt de situatie van dag tot dag meer bedreigend. Een aantal internationale kloosterorden hebben hun religieuzen het advies gegeven dit land te verlaten, maar ondanks alle gevaren willen zij bij de bevolking blijven. Twee religieuzen hadd

Zuid Soedan – "Als we ‘s morgens op pad gaan kunnen we er niet zeker van zijn dat we ‘s avonds nog in leven thuiskomen"

In Zuid Soedan wordt de situatie van dag tot dag meer bedreigend. Een aantal internationale kloosterorden hebben hun religieuzen het advies gegeven dit land te verlaten, maar ondanks alle gevaren willen zij bij de bevolking blijven. Twee religieuzen hadden geluk…bij een ongeluk. Zij hadden net een vluchtelingenkamp verlaten toen ze werden beschoten. De man, die bij hen was, werd dodelijk getroffen; de habijten van de zusters zaten vol bloed. Een aantal rebellen hield zich schuil achter een rots en beschoot hen met machinegeweren. Het werd duidelijk dat de oorlog dus ook al woedde tot vlak bij de ingang van het vluchtelingenkamp van Juba. 28000 mensen hebben daar hun toevlucht gezocht. De zusters van de orde ‘Maria Onbevlekt Ontvangen’ gaan daarheen om zieken en behoeftigen bij te staan.

Pistolen

De meeste zusters zijn nog heel jong. Hun gemiddelde leeftijd is 28 jaar. Bijna allen zijn afkomstig uit India, waar deze orde ook gesticht werd. Velen van hen worden, voor het eerst van hun leven, geconfronteerd met machinegeweren, militaire voertuigen en het oorverdovend lawaai van bombardementen. Sommigen maken het geweld van heel dichtbij mee. Zuster Maya was bezig kleren te wassen in een ruimte binnen het klooster toen gewapende mannen het vertrek binnenstormden. Een van hen duwde een revolver tegen haar kin terwijl een ander een mes tegen haar keel hield. Zij sleurden de jonge zuster naar de eetzaal waar drie andere zusters zaten te lezen. In die tussentijd waren nog andere mannen het gebouw binnengedrongen en gijzelden zo ongeveer die drie religieuzen met pistolen op hun hoofden gericht. "Als jullie durven te schreeuwen schieten we jullie dood", riepen ze dreigend. De zusters werden samen in het vertrek opgesloten onder bewaking van een van de mannen. De andere vier gingen al plunderend door het gebouw; van vertrek tot vertrek, namen mee wat ze konden meenemen en vernielden de rest. Daarna verdwenen ze. Zuster Vijii zei naderhand. "Ik denk dat het een weloverwogen actie was om ons bang te maken; ze willen ons hier weg hebben".

Rebellen

Pater Albert Amal Raj, behorend tot de mannelijke tak van dezelfde kloosterorde, is ook al meerdere keren bedreigd. "Als je ‘s mmorgens van huis gaat ben je er nooit zeker van dat je er ‘s avonds weer levend terug komt" Dat zegt de Indiase priester. Op zeker dag werd zijn auto door 30 politie-agenten aangehouden; die trokken direct hun wapens en 2 zusters en 2 priesters, die meereden, moesten uitstappen. Een van de agenten bedreigde pater Albert met een pistool en sloeg hem in zijn gezicht. "Zij dachten dat onze auto een voertuig van de rebellen was. Zij denken dat buitenlandse organisaties de rebellen steun verlenen in de vorm van o.a. wapens. Toen de agenten begrepen dat ik een priester was bood hij mij zijn verontschuldigingen aan. Daarom draag ik nu voortaan goed zichtbaar een groot kruis aan een ketting zodat ze duidelijk kunnen zien dat ik een priester ben".

Oorlogje spelen

De paters werken veelal in de meest afgelegen gebieden, waar dorpen bijna uitsluitend te voet bereikbaar zijn. Maar zij hebben ook scholen en hebben begrepen dat kinderen er van niets anders weten dan van oorlog. "De kinderen daar spelen zo goed als altijd ‘oorlogje’. Zij verbeelden zich dan dat ze wapens hebben en elkaar kunnen doodschieten. Als we onze leerlingen vragen wat ze later graag willen worden is het antwoord bijna altijd ‘politieagent, want dan kunnen we schieten en mensen doden’. Zij kennen niets anders dan geweld. Veel van die kinderen zijn, nog niet lang geleden, getuigen geweest van de moord op hun familieleden. Een mensenleven is weinig waard." De missionarissen doen hun best om kinderen te leren van het leven te houden, respect te tonen voor hun medemensen en verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen leven, voor de gemeenschap en te werken aan een toekomst in vrede.

Psychologische problemen

De zusters proberen dan weer mensen te helpen, die getraumatiseerd zijn door de laatste oorlog. Die heeft meer dan 22 jaar geduurd, kostte aan meer dan 2.000.000 mensen het leven en lieten er nog vele millioenen meer dakloos achter. Velen werden gedwongen toe te zien hoe hun familieleden werden vermoord. Anderen verloren ledematen en een heel groot aantal werd van alles beroofd. "Zij zijn altijd heel gespannen en leven voortdurend in angst. Zij lijden ook aan psychologische problemen. Normaal gedrag is voor velen niet mogelijk en ze hebben alle hoop verloren. Ontelbaren namen de vlucht met niets meer dan een plastic zak bij zich. Zij vragen zich af "waarom heeft God ons geboren laten worden als het is om zoveel te moeten lijden". Dit vertelt zuster Vijii.

Wonder

Als de zusters deze stakkerds bezoeken ervaren die dat als de eerste keer dat er iemand notie van hen neemt, naar hen luistert en er voor hen is. "Vrij dikwijls gebeurt er een klein wondertje; een vrouw had zeven familieleden verloren. Allen waren in haar bijzijn vermoord. Zij was als versteend en sprak tegen niemand meer. De zusters begonnen voor haar te zorgen en op zekere dag begon ze te huilen. Ze huilden uren lang en daarna…… begon ze weer te praten. Nu helpt ze zelf mensen in het vluchtelingenkamp. Ze gaat van tent naar tent en bidt dan met de mensen". Ook dit wordt verteld door zuster Vijii. Ondanks al het oorlogsgeweld, dat zij iedere dag om zich heen horen zijn de zusters niet bang voor hun eigen leven. Ondanks het advies te vertrekken en er waarschijnlijk nooit vrede zal komen willen zij de beproevingen met de bevolking blijven delen.