fbpx

Zes maanden gespannen vrede in Aleppo

maandag, 03 juli 2017
Nieuws
Wie Aleppo vanuit het zuiden nadert, wordt geconfronteerd met een beeld van totale verwoesting. De omgeving van de internationale luchthaven is net als de stadswijken in het oosten en zuiden nagenoeg volledig vernield.

Wie Aleppo vanuit het zuiden nadert, wordt geconfronteerd met een beeld van totale verwoesting. De omgeving van de internationale luchthaven is net als de stadswijken in het oosten en zuiden nagenoeg volledig vernield. Er staan bijna geen gebouwen die niet door raketinslagen werden getroffen. Het zijn de littekens die gevechten hebben geslagen in viereneenhalf jaar tijd. De conflicten begonnen er weliswaar later dan in de rest van het land, maar de gevolgen zijn nog altijd duidelijk zichtbaar. De woestijnachtige leegte wordt enkel onderbroken door de soldaten die aan de controleposten van het leger hun posities hebben ingenomen.

Straten zijn veilig
Einde december 2016 heroverden de regeringstroepen van president Bashar Al-Assad de stad, waarmee de bombardementen op de metropool in het noorden van Syrië ophielden. “Nu vallen er geen bommen meer. De straten zijn veilig”, verklaart Antoine Audo, bisschop van Aleppo van de Chaldeeuws-katholieke Kerk en voorzitter van Caritas Syrië, tegenover een delegatie van Kerk in Nood. “De toestand zal spijtig genoeg niet wezenlijk veranderen. De oorlog zal blijven voortduren. Het ziet ernaar uit dat Syrië moet worden opgedeeld, zoals met Irak is gebeurd.”

Einde aan de oorlog
“Wij willen allemaal dat er een einde komt aan de oorlog. Maar wanneer en hoe hij zal eindigen, is een vraag die niemand kan beantwoorden”, verzekert ons de Latijnse apostolische vicaris van Syrië George Abou Khazen, een Franciscaan die lid is van de custodie van het Heilig Land. De Franciscanen kwamen in 1238 naar Aleppo. Sindsdien hebben ze het land niet meer verlaten. Ze proberen om de meest behoeftige mensen te helpen. Ze zijn actief in het onderwijswezen en bevorderen de interreligieuze dialoog. Bisschop Abou Khazen zegt dat de betrekkingen tussen de diverse christelijke ritussen en zelfs met de moslims altijd goed zijn geweest. “Syriërs zijn zeer open mensen. Het land is een brede mozaïek met 18 verschillende etnische en religieuze groepen. We hebben altijd in goede verstandhouding met elkaar geleefd.”

Economie stagneert
Een van de grootste problemen is dat de economie nog altijd stagneert. De waardevermindering van de Syrische munt en de werkloosheid leiden ertoe dat veel gezinnen volledig zijn aangewezen op hulp van buitenaf. “Zonder de Kerk en andere hulporganisaties zou het leven hier gewoonweg onmogelijk zijn”, zegt Sami Halak, de Jezuïet die bevoegd is voor de JRS vluchtelingendienst in Aleppo. JRS verdeelt dagelijks 9.000 warme maaltijden en ondersteunt diverse opleidingsprojecten voor jongeren. Ook Kerk in Nood draagt hieraan bij. “Veel gezinnen hebben elke maand tussen 80.000 en 200.000 Syrische pond nodig om een bescheiden leven te leiden. Maar het gemiddelde inkomen bedraagt tegenwoordig slechts 30.000 Syrische pond. En dat geldt alleen voor degenen die werk hebben. De werkloosheid is namelijk torenhoog”, legt Halak uit. De hoge prijs van basis levensmiddelen en de huur maken, samen met de waardevermindering van de munt, dat het bijzonder moeilijk is om in Aleppo te leven.

Terugkeer Katholieken
Volgens bisschop Audo “neemt de hulp die de Katholieke Kerk biedt toe. Met de bevrijding van Aleppo is er veel te doen.” Het werk werpt zijn vruchten af, want alle gemeenschappen registreren gezinnen die naar de stad terugkeren. De christelijke gemeenschap van Aleppo heeft bijzonder erg te lijden onder de gevolgen van de oorlog. In 2011 woonden er in Aleppo 150 000 christenen. Midden 2017 zijn er nog slechts 35 000 over. Toch is niet iedereen weggetrokken. De gastro-enteroloog Nabil Antaki, bijvoorbeeld, is gebleven om mensen te helpen die in de oorlog gewond zijn geraakt. Een broer van Nabil Antaki werd door de rebellen vermoord toen hij met de auto van Aleppo naar Homs reed. Antaki heeft ook de Canadese nationaliteit. Zijn kinderen wonen in de Verenigde Staten, “maar mijn vrouw en ik hebben hen gezegd dat we hier blijven. We willen de mensen helpen die ons nodig hebben. Onze taak ligt hier.” Hij coördineert ook het door Kerk in Nood ondersteunde project “Een druppel melk”, waarbij elke maand melk wordt uitgedeeld aan 3000 kinderen. Nabil denkt dat de oorlog pas zal worden beëindigd wanneer de buitenlandse staten de gewapende groepen niet langer financieren. “Het gaat hier niet om een oorlog voor de democratie, maar om een oorlog die erop gericht is Syrië te vernietigen”, benadrukt hij.

Emigratie
Een ander probleem is de emigratie van jonge mensen. Alle mannen tussen 18 en 42 jaar worden verplicht om dienst te nemen in het regeringsleger. Er zijn maar twee uitzonderingen: aan de universiteit studeren of de enige zoon zijn. Daarom ziet men in de straten van Aleppo nauwelijks jonge mannen of mannen van middelbare leeftijd. Meestal ziet men vrouwen, alleen of met een kind op de arm. Velen van hen zijn weduwen of ze zijn gezinshoofd terwijl hun echtgenoten in het leger dienen of het land zijn ontvlucht. Bahe Salibi (naam veranderd) studeert geneeskunde aan de universiteit van Aleppo. Hij is afkomstig van Hasaka, in het noordoosten van het land en kwam omdat hij dokter wil worden. Eigenlijk had hij zijn studie een jaar geleden moeten voltooien. Hij heeft zijn eindexamens echter bewust uitgesteld om geen dienst te moeten nemen in het leger. “Ik ben bang, want dit jaar heb ik geen brief gekregen waarin wordt bevestigd dat ik vrijgesteld ben van legerdienst. Ik ga nauwelijks de straat op uit bezorgdheid dat ik kan worden geïdentificeerd”, geeft hij toe. “Studiegenoten bevinden zich in eenzelfde situatie.”

Kerk in Nood heeft de christenen en meest behoeftigen in Syrië sinds het begin van het gewapend conflict in 2011 projecten met meer dan 18 miljoen euro ondersteund. Bisschop Abou Khazen: “Wij danken de weldoeners van Kerk in Nood, omdat zij het voor ons mogelijk maken om hier te blijven. U geeft ons het gevoel dat we er niet alleen voor staan, dat we geen vergeten minderheid zijn. Wij maken deel uit van een grote familie, de Kerk.” De bisschop had in de afgelopen jaren driemaal de gelegenheid om Paus Franciscus te begroeten. “Telkens wanneer we elkaar ontmoetten, zei hij mij: “Ik draag Syrië in mijn hart. De hulp die door verscheidene kerkelijke instellingen en rechtstreeks door het Vaticaan wordt geboden, laat er voor ons geen twijfel over bestaan dat er hoop is.”

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in Syrië. Helpt u hen mee in deze moeilijke tijd? Doneer dan via onze website of maak uw gift over onder vermelding van “Aleppo.”