fbpx

Wit-Rusland: “Kerk eist recht, geen voorrecht”

dinsdag, 17 oktober 2017
Nieuws
Aartsbisschop Tadeusz Kondrusiewicz van Minsk-Mohilev betreurt de schending van de rechten van de katholieke Kerk in Wit-Rusland.

In een document waarover de pauselijke stichting Kerk in Nood beschikt, eist hij de ondertekening van een concordaat tussen de Wit-Russische Staat en de katholieke Kerk, dat weliswaar al vele jaren lang wordt voorbereid, maar nog altijd niet werd ondertekend. “Zonder een dergelijk concordaat kan de Kerk in de Republiek Wit-Rusland haar opdrachten niet ten volle uitvoeren, zoals ze dat in andere landen wel kan”, zegt hij bedroefd. Hij benadrukt dat de Kerk “geen voorrechten eist, maar gewoon de erkenning van haar rechten, zodat ze haar activiteiten op een passende manier kan uitoefenen.”

Visa-problemen missionarissen
De situatie is volgens hem vooral bijzonder problematisch wat de werking van de buitenlandse priesters in het land betreft. In de afgelopen 25 jaar is het aantal Wit-Russische priesters dan wel “aanzienlijk” gestegen van 60 naar 400, zei aartsbisschop Kondrusiewicz, maar toch benadrukte hij in één adem dat de activiteiten van de buitenlandse priesters nog altijd “onontbeerlijk” zijn. Die priesters, die voor het overgrote deel – maar niet uitsluitend – uit Polen komen, worden dikwijls geconfronteerd met problemen om een verblijfsvergunning van langere duur vast te krijgen. “Vaak krijgen zij slechts een visum voor drie of zes maanden. Dat is niet bevorderlijk voor efficiënt en effectief priesterwerk, en daaronder hebben de pastorale werking met de gelovigen en de vorming van de jeugd zwaar te lijden. Wij leveren heel veel inspanningen om de binnenlandse roepingen te bevorderen, maar dat heeft tijd nodig. Daarbij komt ook nog de demografische crisis die een negatieve invloed heeft op het aantal roepingen.”

Uitgewezen om verkeersovertreding
Bovendien beklaagde de aartsbisschop zich er tegenover Kerk in Nood ook over dat in een recent verleden aan buitenlandse priesters, ook al zijn ze al jarenlang in Wit-Rusland aan het werk, steeds vaker een verlenging van hun verblijfsvergunning wordt geweigerd en dat ze het land worden uitgezet onder het voorwendsel dat ze kleine inbreuken hebben gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze een snelheidsovertreding of een andere verkeersovertreding hebben begaan. “Om weet ik welke ongekende redenen is Wit-Rusland bang voor buitenlandse priesters. Maar hoeveel kerkelijke gebouwen, die de gelovigen in Wit-Rusland ten goede komen, werden en worden dankzij hen gebouwd! Die priesters verkondigen het Woord Gods op plaatsen waar er geen binnenlandse priesters beschikbaar zijn. Hoeveel pastorale en sociale programma’s hebben zij niet in het leven geroepen! Ze leren de Wit-Russische cultuur kennen en Wit-Rusland wordt hun nieuwe thuis. Bovendien brengen ze nieuwe pastorale ervaringen in het land binnen. In de wereld van tegenwoordig is er niet alleen sprake van een economische, maar ook van een culturele en een religieuze mondialisering. Wij moeten daaraan deelnemen, indien we niet in het station willen blijven staan en de trein zonder ons zien vertrekken”, aldus aartsbisschop Kondrusiewicz.

Toestemming voor vieren Mis
Ook de buitenlandse priesters die slechts voor een kort bezoek in Wit-Rusland aanwezig zijn, hadden een toestemming van de autoriteiten nodig om de Heilige Mis te mogen opdragen. Gezien de korte periode van hun aanwezigheid is dit volgens hem echter doorgaans niet haalbaar. Zo is er een “paradoxale situatie ontstaan waarbij een buitenlandse priester weliswaar de Heilige Mis samen met de gelovigen mag bijwonen, maar zodra hij zich naar de andere kant van het altaar begeeft en de Heilige Mis celebreert, als een misdadiger wordt beschouwd”, betreurde de aartsbisschop.

Onteigende gebouwen
Daarnaast doen er zich ook problemen voor bij de teruggave van de kerkgebouwen die in de Sovjetperiode werden onteigend. Aartsbisschop Kondrusiewicz benadrukte de grote waarde van die gebouwen niet alleen voor de Kerk zelf, maar ook voor het hele land: “”Ze maken deel uit van ons cultureel erfgoed. Toeristen en bedevaarders zullen eerder die kerken bezoeken dan de vaak smaakloze moderne architecturale constructies.” De aartsbisschop haalde het voorbeeld aan van een kerk in zijn aartsbisdom die uit de 18de eeuw stamt, onder de Sovjetheerschappij werd onteigend en na de politieke ommekeer op kosten van de Katholieke Kerk werd gerestaureerd. De kerk werd echter niet aan de parochie overgedragen, maar de Katholieke Kerk moet huur betalen om het gebouw te mogen gebruiken. Hij vroeg zich af “waar de gerechtigheid gebleven is” en eiste de invoering van restitutiewetten, zoals die in een aantal andere Oost-Europese landen bestaan.

Verder bestaan er ook geen bouwvoorschriften die speciaal betrekking hebben op kerken. Integendeel, voor de huizen van God gelden net dezelfde voorschriften als bijvoorbeeld voor culturele centra. “De kerken worden echter gebouwd met geld dat afkomstig is van schenkingen van gelovigen en niet met overheidsgeld zoals het geval is voor culturele centra. Volgens de geldende reglementering moet een kerk binnen het jaar of zelfs op nog kortere tijd worden gebouwd. Hoe denkt men dat te kunnen realiseren?” Dus moet tijdens het verloop van de bouwwerkzaamheden verscheidene malen opnieuw een vergunning worden aangevraagd om het project te verlengen, wat elke keer opnieuw kosten met zich meebrengt.

Controle op lesmateriaal
De aartsbisschop zei tot slot ook nog dat de pogingen van de staat om invloed uit te oefenen op de inhoud van het lesmateriaal van de catechese, die in Wit-Rusland in de zondagsscholen van de Kerk plaatsvindt, voor hem een reden tot “grote bezorgdheid” was. “Daarbij gaat het uitsluitend om een inmenging in de interne aangelegenheden van de Kerk. Dat is onverenigbaar met de godsdienstvrijheid en met de vrijheid van geweten en van de religieuze organisaties.” Van de 9,5 miljoen inwoners van Wit-Rusland, is ongeveer 7% katholiek. Kerk in Nood heeft de Katholieke Kerk in Wit-Rusland verleden jaar met meer dan 830.000 euro ondersteund.