fbpx

“Wij willen onze kerken en onze mensen herstellen”

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Vijf jaar na de verwoestende aardbeving op Haïti liggen nog steeds veel kerken en kapellen in Haïti in puin. Zij vormen de dagelijkse herinneringen aan een natuurramp die op 10 januari 2010 aan bijna een kwart miljoen slachtoffers het leven kostte.

1. Kerk in Nood: Haïti is een van de armste landen van Latijns Amerika. In de afgelopen maanden hebben we steeds weer gehoord van aanslagen op en berovingen van priesters en religieuzen in het land. Hoe gaat de Kerk en hoe gaan de Katholieke gelovigen hiermee om?

Bisschop Launay Saturné: Er heerst grote zorg onder de katholieken vanwege deze daden van geweld. Sinds november zijn meer dan 20 religieuze communiteiten het slachtoffer geweest van berovingen. In antwoord hierop heeft de Haïtiaanse Bisschoppenconferentie de gelovigen uitgenodigd deel te nemen aan een 24-uurs gebedswake. En de Vereniging van Haïtiaanse Religieuze Communiteiten heeft 9 maart uitgeroepen tot dag van solidariteit en medeleven met alle slachtoffers van het huidige gebrek aan veiligheid. Die dag bleven alle religieuze instellingen gesloten en wandelden honderden religieuzen en priesters in stil protest door de straten van diverse Haïtiaanse steden, in een oproep tot beëindiging van het geweld. Wij roepen de landelijke autoriteiten op er voor te zorgen dat de mensenrechten worden gegarandeerd, ongeacht de godsdienst van het individu. De demonstraties hebben een positief effect gehad; het aantal berovingen is afgenomen.

2. Kerk in Nood: Bisschop Saturné, U werd kort na die verschrikkelijke aardbeving in april 2010 tot Bisschop gewijd. Uw tijd als bisschop valt dus min of meer samen met tijd van de reconstructie. Hoe staan de zaken er in Haïti momenteel voor?

Bisschop Launay Saturné: Vóór de aardbeving was de situatie in Haïti al moeilijk; ná de aardbeving was ze eenvoudig catastrofaal. En zelfs vandaag de dag is de schade veroorzaakt door de aardbeving, verre van verholpen. Er staat ons nog veel te doen. Wij zijn dankbaar voor de gulle ondersteuning die wij sinds de aardbeving ontvangen hebben en wij zijn erin geslaagd veel kapellen en kerken te herbouwen. Maar er staat ons nog het een en ander te doen. Enkele kerken zijn nog steeds gevaarlijk onstabiel en kunnen niet worden gebruikt voor de eredienst. Op die plaatsen worden nog steeds de Heilige Missen gelezen in tenten of in andere tijdelijke accommodaties.

3. Kerk in Nood: De economische situatie in Haïti is zorgwekkend en de werkeloosheid is hoog. Er zijn veel mensen in de hoop op een beter bestaan gevlucht naar de andere helft van het eiland, de aangrenzende Dominicaanse Republiek. Wat betekent dit voor Haïti en voor de Katholieke Kerk?

Bisschop Launay Saturné: Het zijn vooral de jongeren die Haïti verlaten. Dit is uiterst pijnlijk voor ons land – en bijgevolg voor de Kerk. Want jongeren zijn cruciaal voor de toekomst van ons land. Bovendien staat wel vast dat deze vluchtelingen niet echt met open armen in de Dominicaanse Republiek worden ontvangen. Paus Franciscus heeft eind mei in Rome de Dominicaanse bisschoppen ontmoet en hen gewezen op het belang van pastorale en charitatieve zorg voor deze vluchtelingen.

4. Kerk in Nood: De Kathedraal van Jacmel is gedurende de aardbeving gedeeltelijk ingestort. U bent bezig de nodige gelden te verzamelen om de Kathedraal te restaureren. Hoe belangrijk is de Kathedraal voor de gelovigen?

Bisschop Launay Saturné: De kathedraal van de H.H. Jacobus en Filippus dateert uit de negentiende eeuw. Het is een religieus en historisch gebouw. De gelovigen zijn zeer gehecht aan deze kathedraal. Deskundigen hebben vastgesteld, dat het kan worden gerestaureerd. Het is evenwel moeilijk de nodige fondsen voor de restauratie van de kerken te verzamelen. De laatste vijf jaar hebben we de Heilige Missen gevierd, niet in de Kathedraal, maar in een hal, die daar feitelijk ongeschikt voor is. We moeten geschikte plaatsen vinden voor de vieringen en daarom is het belangrijk onze kerken te restaureren. Zelfs als de kerkgebouwen letterlijk verwoest zijn, is het geloof van de katholieken niet verwoest.

5. Kerk in Nood: In deze moeilijke tijden hebben de gelovigen behoefte aan goede pastores. Wat is de situatie in uw diocees met 27 parochies wat de priesterroepingen betreft?

Bisschop Launay Saturné: Godzijdank hebben we talrijke roepingen. Er bereiden zich momenteel 38 seminaristen voor op het priesterschap. Zij studeren op het seminarie in Port-au-Prince. Dit jaar zullen er drie tot priester gewijd worden.

6. Kerk in Nood: Onze Liefdadigheidsorganisatie ondersteunt momenteel een aantal initiatieven in uw land. Naast steun aan enkele bouwprojecten geeft Kerk in Nood ook financiële ondersteuning voor opleiding van catechisten en seminaristen. Wat is de belangrijkste hulp die we kunnen geven?

Bisschop Launay Saturné: Wij willen 10 januari 2010 zo snel als mogelijk achter ons laten. De vele bebouwen in puin zijn een dagelijkse herinnering aan die tijd. Wij willen onze huizen en onze kerken restaureren. Dat is de fysische heropbouw. Maar belangrijker zijn de mensen, de Haïtianen. In januari heeft paus Franciscus, toen hij over Haïti sprak, met klem benadrukt dat mensen in het middelpunt van iedere hulpactie behoren te staan. Hij zei letterlijk: “Er kan geen sprake zijn van werkelijke opbouw van een land als de individuele mens niet in zijn geheel in het centrum van de hulpcampagne staat.” Wij willen deze woorden van de paus tot een levende realiteit maken. Het humanitaire werk moet hand in hand gaan met de pastorale zorg. Elk moet de ander aanvullen.

7 ACN: Hoe ziet “het herstel van de gehele menselijke persoon” er in de praktijk uit?
Bisschop Launay Saturné: De werkelijke sleutel tot deze ontwikkeling is scholing. Wij hebben behoefte aan veel meer plaatsen voor opleiding; te beginnen met kleuterklassen en scholen voor de kleintjes, tot universiteiten voor de jongvolwassenen. Wij moeten jongeren financieel ondersteunen zodat ze een opleiding aan deze scholen en universiteiten kunnen volgen. Het is diepdroevig te zien dat we in Jacmel een universiteit hebben, maar dat vele jongeren zich niet kunnen veroorloven de colleges te volgen.