fbpx

“Werken aan het Paradijs”

donderdag, 11 augustus 2016
Nieuws

Papoea Nieuw Guinea: de wortels van het christelijk geloof reiken er dikwijls slechts decennia diep. De Kerk weet zich voor grote uitdagingen gesteld. Buitenlandse missionarissen geraken op leeftijd terwijl de lokale Kerk worstelt met een gebrek aan roepingen tot het religieuze leven. Tegelijkertijd laat de secularisering er nu al diepe sporen na, met name in het familieleven. Een verslag van een bezoek door Kerk in Nood.

Door Dennis Peters
Terwijl de kleine sloep op de golven klapt en de tropische regen zijn gezicht striemt, lukt het bisschop Bill Fey een hazenslaapje te doen. Het eerste deel van de reis naar zijn parochiepriester in Sasavoru, 120 kilometer van de bisschopszetel van het bisdom Kimbe, was vermoeiend. Anderhalf uur lang stuurde de Amerikaanse Kapucijn (73) de auto over modderige wegen. Daarna nog eens anderhalf uur per boot. Onderweg doen we een eiland aan waarop zo’n veertig families wonen in hutten van palmmateriaal. Ze leven er van rijst, kokosnoten, bananen, varkens, yams, schildpadden en vis. Het leven in dit deel van Papoea Nieuw Guinea lijkt paradijselijk. Maar schijn bedriegt.

“We hebben veel problemen omdat we ver van het vasteland zijn”, vertelt Jennifer, een parochiaan van de H. Leokerk. Haar parochiepriester Yarek Wisnewski, een Poolse missionaris, vertaalt haar Pidgin naar Engels. “We hebben geen wegen, geen elektriciteit, geen dokter, vaak geen priester. Vandaag eten we vis, maar zelfs hier is dat niet altijd het geval. Niet iedereen heeft een boot en lang niet iedereen heeft de moed diep te duiken. Je kunt doodgaan.” De Katholieke Kerk in PNG, zoals het land in de volksmond wordt afgekort, kent niet voor niets een voorname rol in medische zorg en onderwijs in het land. Zeker een derde van de scholen en klinieken is in handen van de Kerk, die steeds minder geld van de overheid ontvangt terwijl de bevolking groeit.

Polygamie en geweld
Minstens even zorgelijk is de pastorale nood in het land. Soms lijkt het alsof de bewoners kampen met het slechtste van twee werelden: oude tradities als polygamie worden versterkt door hebzucht en materialisme. Jennifer: “Vroeger kon alleen het hoofd van de gemeenschap meerdere vrouwen hebben. Nu willen alle mannen een ‘big man’ zijn.” Vrouwen hebben bovendien erg te lijden onder huiselijk geweld. “Vorig jaar nog hakte een man op het eiland met een bijl in op zijn vrouw. Ze had een grote wond op haar schouder.” Geweld, promiscuïteit en seksueel misbruik komen van oudsher voor, maar leiden vandaag de dag ook tot prostitutie en besmetting met hiv. De Kerk heeft dan ook veel aandacht voor het gezinsleven en voorbereiding op het sacrament van het huwelijk, dat veel stellen niet hebben ontvangen.

“Ik sloeg mijn vrouw. Dat is de waarheid”, vertelt Fabian Onesi. Zijn huwelijk veranderde toen hij meer betrokken raakte bij de Kerk. “Ik leerde om moeilijkheden op een vreedzame manier op te lossen.” Inmiddels is hij alweer negen jaar hiv-coördinator in het bisdom Alotau. “Het is uitdagend werk. Ik heb ontdekt dat het niet alleen gaat om praten met mensen en voor hen zorgen. Het is ook het leven dat ik leid dat een impact op de mensen zou moeten hebben. We moeten barmhartig zijn, uitreiken naar wie in de steek zijn gelaten of zelfs gestigmatiseerd worden. Door de leer van de Kerk besef ik dat al deze zaken verbonden zijn. We hebben het over het leven dat God heeft geschapen. God helpt ons simpele mensen om uit te reiken naar mensen in moeilijkheden.”

Christelijke wortels
Dat de oude zeden de grootste uitdaging vormen voor de Kerk is niet vreemd. Hoewel ruim 90% van de mensen van PNG christelijk is, is de kerstening in sommige gebieden slechts enkele decennia oud. “De mensen hier waren eerst niet blij met de missionarissen. Ze wilden gif in hun eten doen om hen te vermoorden”, vertelt Helena, een andere parochiaan van de St. Leokerk. “Het duurde tot de vierde missionaris tot ze het voorstel accepteerden om een dag te hebben om te bidden. Ze vonden het een goed idee de zondag te vieren.” Die vreugde in de liturgie is nog steeds hoorbaar vanuit de kerken. Kinderen bidden bij het schijnsel van een enkele lamp de rozenkrans. Op andere plaatsen horen we tieners en jongeren meerstemmige gezangen oefenen voor de zondagsmis. Ook devoties als die tot het Heilig Hart leiden mensen naar de kerk. Op zondagen zijn de kerken gevuld en zingen gelovigen gepassioneerd mee.

Zelfgave
Met het vertrek van veel oude missionarissen groeit de Kerk in PNG ook in zelfgave. “Als we geluk hebben, krijgen we bij de zondagse collecte € 12 van een volle kerk”, vertelt pater Russel Andersen, een Deen van de congregatie van het Heilig Hart die al 50 jaar in het land werkt. “Mensen zijn arm, maar zijn ook minder gewend om te geven. Het waren de missionarissen die rijkdom meebrachten.” Genereus met hun tijd zijn ze wel. “In deze kerk vier ik eens in de vijf weken de Heilige Mis. Jacintha werkt hier als vrijwilliger echter bijna voltijd. Ze heeft ons pastorale animatieprogramma gevold en instrueert de medeparochianen die voorlezen of voorbereiding voor de sacramenten verzorgen. Ze betekent veel voor de gemeenschap en maakt veel offers.” Jacintha lacht het compliment weg: “Ik wil dat het geloof hier verspreid wordt. Ik zie nu al verandering in het gedrag van de gemeenschap.”

Ondanks de trieste aanblik van vervallen kerkgebouwen, gloort er hoop aan de horizon voor de Kerk. Leken nemen hun verantwoordelijkheid terwijl er meer aandacht uitgaat naar roepingen tot het huwelijk, priesterschap en religieuze leven. Dat kost tijd, maar de Kerk heeft geduld. Pater Andersen wijst naar een bamboesoort aan de kant van de rivier. “De eerste vijf jaar lijkt deze niet te groeien, dan schiet het omhoog. Die eerste jaren heeft het nodig om stevig wortel te schieten…”

Kerk in Nood steunt de Kerk in Papoea Nieuw Guinea bij restauraties, pastoraal werk en met misintenties, waardoor priesters en religieuzen in arme parochies het hoofd boven water kunnen houden en leken de Kerk kunnen blijven dragen. Helpt u mee? Bekijk en steun dan het project van uw keus in dit dossier.