fbpx

Werenfried gaf nekslag aan communisme

dinsdag, 14 juli 2015
Nieuws
Het communisme heeft meer slachtoffers gemaakt dan het nazisme en heeft langer bestaan. Het communisme was dus erger." Dat verklaarde pater Werenfried van Straaten in 1998, vijf jaar voor zijn overlijden. De norbertijn die...

"Het communisme heeft meer slachtoffers gemaakt dan het nazisme en heeft langer bestaan. Het communisme was dus erger." Dat verklaarde pater Werenfried van Straaten in 1998, vijf jaar voor zijn overlijden. De norbertijn die levenslang tegen het "duivelse communisme" had gestreden, had zakelijk gelijk. Het communisme was dodelijker dan het nazisme én hardnekkiger. Maar dat hardop zeggen in een interview, getuigt van een zekere ongevoeligheid voor de tijdgeest, die in het communisme graag "toch iets goeds" wil zien. Zou in dit vasthouden aan eigen opvatting de sleutel tot zijn grootste nederlaag liggen? Op 17 januari vieren we Werenfrieds honderdste geboortedag. Maar ook de Dag van het Jodendom. Dat is treffend, want juist Werenfried staat aan de basis van de heftigste recente botsing tussen katholieken en Joden.

Tamelijk goed gesproken

In hetzelfde gesprek in Trouw herinnerde de ‘spekpater" zich hoe hij aan zijn naam is gekomen. In 1947 schreef hij het kerstartikel "Er was voor hen geen plaats in de herberg", over de ellende van de 14 miljoen verdreven vluchtelingen afkomstig uit de voormalige Oost-Duitse provincies. Hij begon een hulpactie en zamelde voedsel in, maar ook kleding, schoeisel en geld. In 1948 preekte hij in Vlaanderen en Nederland over de onvoorstelbare ellende van de verslagen Duitsers. De verschrikkingen van de oorlog stonden iedereen nog vers in het geheugen. Mededogen met Duitsers was geen vanzelfsprekende zaak. "Op een namiddag moet ik tamelijk goed gesproken hebben", aldus pater Werenfried. "Honderdvijftig dikke boerinnen vergaten de geurende koffiekannen en weenden vol medelijden met het harde lot van hun voormalige vijanden. Toen ik mijn trommelvuur op de ontvankelijke boerinnenharten staakte, bleven allen zwijgen. Ik oordeelde dat nu het ogenblik van de collecte was aangebroken. Maar plotseling viel mij iets beters in. Ik stelde voor dat ieder van de aanwezigen thuis een niet al te klein stuk spek uit de schouw zou halen en het een van de volgende dagen bij de pastorie zou afgeven. In deze eerste parochie verzamelde ik 1400 kilogram spek."

Geestelijk voedsel

Vanaf toen was hij de ‘spekpater". Maar de mens leeft niet van brood alleen. Het inzicht dat materiële steun belangrijk is, maar niet genoeg, typeert Werenfried. Hoe kon hij voorzien in de spirituele nood van het verslagen Herrenvolk? Het land was verwoest. De talloze vluchtelingen, getraumatiseerd door hun verdrijving en het achterlaten van hun eigendommen, leefden in ontreddering. Pater Werenfried zorgde voor "kapelwagens", rijdende kerkjes, die van plaats tot plaats reden en al even mobiele "rugzakpriesters". Behalve materieel brachten zij ook geestelijk voedsel en de vertroosting van het geloof. Je kon een Bijbel krijgen, naar de Mis gaan, biechten en de communie ontvangen. Behalve praktische naastenliefde was het ook verlicht eigenbelang. Werenfried schroomde niet dat bij de gevers onder hun aandacht te brengen. "Anders worden het allemaal communisten", meende hij.

Het was het begin van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp. Het verhaal is al vaak verteld, maar het blijft inspirerend. Na de Hongaarse Opstand in 1956 kon Werenfried daarmee Kerken in Oost-Europa steunen en de vervolgde christenen helpen. Vanaf 1964 was de aldoor groeiende organisatie ook in de Derde Wereld actief. Op verzoek van paus Johannes XXIII was Kerk in Nood begonnen met hulp in Latijns-Amerika. Van Straaten richtte ook de Bouworde op, een internationale organisatie die zich inzet om huizen te bouwen.

Een nederlaag

Nog altijd ontvangen de gevers van Kerk in Nood regelmatig een sobere nieuwsbrief. Tegenwoordig in kleur, maar destijds nog in zwart-wit en steeds voorzien van een quasi-handgeschreven boodschap van Werenfried. In de jaren zeventig en tachtig werden ze steeds meer een anachronisme. Terwijl de vredesbeweging, geïnfiltreerd door geheime diensten, zich inzette voor ontwapening en bestrijding van het "vijandsbeeld", en het opinieklimaat domineerde, bleef Werenfried hameren op de goddeloosheid van het communisme en zijn minachting voor de mens. Hij was er zeker van dat het ooit ten val zou worden gebracht. Dat leek in die tijd niet reëel. Zelfs het Vaticaan geloofde er niet in. Pas paus Johannes Paulus II slaagde erin daar verandering in te brengen. Werenfried zou spectaculair gelijk krijgen, maar niet zonder eerst een nederlaag te lijden.

Spirituele onteigening

In 1984 kondigde Werenfried bij de gevers van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp en gedurfd plan aan. Hij wilde een klooster in Auschwitz. Enkele karmelietessen zouden intrekken in een gebouwtje waar de Duitsers ooit nog Zyklon-B in hadden opgeslagen. Deze voormalige plaats van het kwaad zou een "geestelijk fort" moeten worden in het communistische Polen, een "garantie voor de terugkeer van afgedwaalde broeders", waarmee Werenfried allereerst het Nederlandse katholicisme bedoelde.

Het duurt even, maar als de internationale joodse gemeenschap eenmaal lucht krijgt van het plan, reageert die met afgrijzen. Auschwitz is de spreekwoordelijke plaatsnaam van de Holocaust, de stelselmatige uitroeiing van het Joodse volk. Historisch klopt dat niet helemaal, maar zo wordt het beleefd. Bovendien is de katholieke Kerk voor veel Joden een historische tegenstander, die men voor veel van het historische antisemitisme verantwoordelijk houdt. De Joden ervaren het klooster als een spirituele onteigening van een belangrijke gedenkplaats.

Gesprek tussen doven

Binnen de kortste keren verandert het zo goed bedoelde plan van pater Werenfried in een publicitaire nachtmerrie. Wereldwijd spreekt men schande van de katholieke "ongevoeligheid". Argumenten dat Auschwitz geopend is als een concentratiekamp voor Poolse intellectuelen, waar lang alleen Polen gevangen zaten, van wie bovendien meer dan een kwart miljoen werd vermoord, helpen niet. Dat de gaskamers niet in Auschwitz stonden, maar in het aangrenzende Birkenau maakt ook geen indruk. Het is een gesprek tussen doven. De gênante wedstrijd wie het meest slachtoffer was, Polen of Joden, winnen uiteraard de laatsten. Werenfried en de Poolse Kerk gaan in 1987 door de knieën. Het klooster zal worden verplaatst naar buiten de omheining. Maar haast wordt er niet gemaakt. Twee jaar later probeert de fanatieke Amerikaanse rabbi Weiss in het klooster binnen te dringen. Als ook kardinaal Glemp zich over de kwestie vergaloppeert, grijpt het Vaticaan in. Nu gebeurt het echt: het klooster wordt verplaatst.

Niet ontmoedigd

Werenfried is er de man niet naar zich te laten ontmoedigen. Hij zet zijn werk voort, dat in opdracht van de paus en in overleg met patriarch Aleksej II nu ook de Russisch-orthodoxe Kerk omvat. Als in 1991 het oude Sovjet-communisme via een staatsgreep probeert terug te komen, vormt Jeltsin het centrum van verzet in het "Witte Huis" in Moskou. Een zender van Kerk in Nood wordt het Russische parlement binnengesmokkeld. "Dankzij onze zender kon Jetsin het volk mobiliseren en heeft hij het gered", aldus Werenfried. Het moet hem de nederlaag in Auschwitz hebben doen vergeten. Het is even terecht als symbolisch, dat hij die als geen ander zijn leven aan de bestrijding van het communisme had gewijd, aan de nekslag daarvan een beslissende bijdrage mocht leveren.

Bron: Henk Rijkers, Katholiek Nieuwsblad, www.katholieknieuwsblad.nl/abonnement.html